Home

De geluiden kon je niet meenemen

Filmmaker en fotograaf Mosab Abushama (28) woonde in Omdurman, de grootste stad van Soedan. Hij woont inmiddels in New York en studeert aan de School of Visual Arts. De foto’s komen uit zijn project Tadween. Tadween betekent documenteren, vastleggen, maar is sinds de oorlog ook een woord om een bombardement aan te duiden: „Daar was een tadween, er zijn vijftien mensen omgekomen”, geeft hij als voorbeeld. Met zijn project wil Abushama „niet alleen de omvang van de vernietiging laten zien, maar ook het gewone leven in Soedan documenteren”, vertelt hij aan de telefoon.

Je kan het je grootmoeder niet vertellen. Jullie hebben besloten dat ze te oud is, dat jullie haar ontzien. Ze weet het nog niet, van het huis dat vijftig jaar lang het middelpunt was.  

Als iemand er opeens niet meer is, worden gewone dingen monumenten. Je zoekt of er op de video’s op je telefoon een stem is vastgelegd. Je koestert een boodschappenlijstje dat je tussen een kookboek vond. Je wenst dat je betere foto’s had, met een echte camera gemaakt, dat je er meer had. Je hebt nog een geur in een sjaal, maar je wéét: die kan ik niet vasthouden, ook die verdwijnt.  

Hoe moet dat met een heel leven? Als het huis waarin je altijd woonde wordt weggevaagd, als de buurt waar je rondliep, waar je wist welke brommer, welke auto van wie was, waar je voelde: hier hoor ik, wat als dat kapot wordt gemaakt? Als de oorlog je niet alleen je stad afneemt, maar daarmee ook je herinneringen dreigt af te pakken?  

De wijk was een van de oudste in de stad. Het was een plek waar generaties wortelden: vader, grootvader, overgrootvader, bet-overgrootvader. Je woonde in een groot huis van drie verdiepingen met je grootmoeder, tantes, nichtjes, neven, allemaal groeiden jullie daar op. Er waren begrafenissen, er waren bruiloften, jullie gaven onderdak aan familie op doorreis, soms een dag, soms een week. Als iemand ziek was, bracht je ze naar het grote huis, daar werden ze verzorgd.  

Tegen de wapens kon je niets doen, wist je. En dus vertrokken jullie. Het huis werd bezet door strijders. En toen je tien maanden later terugkwam, kon je de weg niet vinden, alles was kapot, je herkende je eigen straat niet. 

Maar je hebt foto’s, je was drie maanden voor de oorlog uitbrak met fotograferen begonnen. Gewoon, bij wijze van dagboek. Je wandelt door de buurt, vindt je huis toch terug. Je ontwaart de ruime salon, de woonkamer voor bezoek, waar je bijeenkwam in grote groepen. Waar je na het overlijden van je grootvader zat om te bidden op het groengeel geblokte tapijt. Wat over is: een betonnen structuur, puin, de wieken van de plafondventilatoren hangen slap, gesmolten. Je legt het vast. 

In jouw straten is het nu stil. Als je andere Soedanezen spreekt, in New York, waar je nu woont, of bij tentoonstellingen waar je exposeert, dan vertellen ze je: het geluid, dat mis ik. En dan laat je ze de video’s zien, de gewone geluiden op straat van mensen, vogels, auto’s, je hebt ze nog.  

Je ziet het niet als je er rondloopt, maar je hebt bewijs, je hebt de foto’s: hier werd gevoetbald, hier werd gekookt, hier aan dit bureau werkte je, en daar op de hoek van de straat bij die rode muur, stonden de schoolkinderen in hun groene shirts, rugzakjes om. Hier had je een leven, een heel gewoon leven.  

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC In Beeld

De mooiste fotografie en de beste tips geselecteerd door de fotoredactie

Source: NRC

Previous

Next