Het is het einde van het jaar, tijd voor bezinning. Zo hard blijven werken als je deed, of rustiger aan doen in 2026? Twee filosofen over de zin van hard werken. „Wie hard werkt, moet ook waakzaam zijn.”
Ook in 2026 gaat het werken moeiteloos door. Je moet opstaan terwijl je nog moe bent, omdat je gisteren weer te laat bent gaan slapen. Nog één mail afgemaakt, nog even dat document bijgewerkt, nog snel iets opgezocht. Hard werken heet dat. Alles geven, een tandje erbij, niet zeuren. Maar waarom werk je je zo uit de naad? Al die burn-outs, die spullen die je toch nooit kunt betalen. Hoe heerlijk zou het zijn als iemand zou zeggen: hard werken is zinloos?
Bijna een op de vijf werknemers in Nederland heeft last van burn-outklachten en 59 procent van de werkenden voelt een constante druk om te presteren. Toch heeft hard werken een goede naam. Uit onderzoek blijkt dat veel mensen geloven dat het leidt tot succes, vooral wanneer mensen al succes hebben. Wie veel verdient, schrijft dat graag toe aan hard werken; wie een lager salaris heeft, wijst eerder op pech en omstandigheden. Ook vertellen ouders hun kinderen nog steeds dat hard werken dé manier is om ver te komen.Om te kunnen vaststellen of het vertrouwen in hard werken terecht is, is er eerst een goede definitie nodig, zegt filosoof Menno de Bree. Het is meer dan veel uren maken. „Hard werken doe je wanneer je een belangrijk deel van je energie en tijd in je werk stopt. Zoals werken op het beste deel van de dag, met de meeste aandacht, concentratie en inzet van je talenten.” Lang bezig zijn op de automatische piloot telt niet, maar kort en intens ergens energie in steken ook niet evenmin.
Filosoof en columnist van het Het Financieel Dagblad Sebastien Valkenberg is iemand die een groot vertrouwen in hard werken heeft. „Het is om meerdere redenen lonend. Allereerst omdat het voor meer inkomen zorgt. Wie meer tijd, aandacht en inzet in werk stopt, krijgt meer betaald. Zo simpel is het.”
Maar is dat écht zo? Misschien niet voor iedereen, erkent hij. Er zijn situaties waarin harder werken financieel nauwelijks iets oplevert: vanwege lage lonen of het toeslagenstelsel bijvoorbeeld. „Maar dat ligt aan ons systeem, niet aan het harde werken zelf.”
Het lijkt een open deur, maar geld is ook volgens filosoof De Bree reden nummer één om hard te werken. Niet omdat geld zo belangrijk is, maar geluk is dat dan weer wel. „Wie permanent bezig is met overleven, komt niet toe aan goed leven. Pas wanneer de boodschappen zijn gedaan en de rekeningen zijn betaald, ontstaat er ruimte voor een betekenisvol bestaan.” Hard werken is geen garantie voor geluk, maar kan wel helpen om sneller boven financiële drempels uit te komen. Ook los van geld is hard werken lonend. Wanneer je iets wilt bereiken bijvoorbeeld. Valkenberg: „Als ik mijn boek af wil krijgen, moet ik toch ook echt in het weekend werken.” Maar ook zonder doel heeft het zin. Sterker nog, het creëert zin. Volgens Aristoteles, zegt De Bree, zit geluk op de rug van de activiteit. „Geluk is geen bijproduct dat pas achteraf komt, maar zit in het doen zelf. Hoe complexer en veeleisender het werk, hoe groter de voldoening.”
En die voldoening komt niet na het harde werk, maar tijdens. Stel je je baas vraagt je plotseling een AI-visie voor de organisatie te ontwikkelen, zegt Valkenberg. „Wilde je dat? Misschien niet. Maar doordat het op je pad komt en je erin duikt, wordt het interessant. Dingen worden leuk doordat je er hard aan werkt.”
Hard werken hoeft volgens Valkenberg overigens niet per se altijd als ‘leuk’ te worden ervaren. „Als werk alleen nog maar mag bestaan als het leuk is, wordt het ingewikkeld. Soms moet je het gewoon doen.”
Wie hard werkt, moet ook waakzaam zijn, zegt De Bree. De Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han beschrijft de prestatiemaatschappij als een systeem waarin niemand je nog hoeft te dwingen: je doet het zelf al. „Dat leidt tot een ethiek van zelfuitbuiting”, zegt De Bree. „Niets werkt beter dan iemand die intrinsiek gemotiveerd is en hard werken tot onderdeel van zijn identiteit maakt.” Dat voelt als een eigen keuze, maar het maakt je vreselijk kwetsbaar, waarschuwt De Bree. „Een organisatie bestaat niet om jou gelukkig te maken, maar om haar eigen doelen te bereiken. Komt de burn-out, dan wijst de werkgever naar jou. Jij had toch gezegd dat je dit wilde? Dat je het aankon?”
Hard werken triggert bovendien onze ijdelheid en hebzucht: een groter huis, mooiere vakanties, meer status. Terwijl dat geen echt geluk brengt. Wat dan wel? Vriendschap en waardevolle relaties, zegt De Bree, die hiermee naar de Griekse filosoof Epicurus verwijst. „Misschien is dat wel het grootste nadeel van hard werken: het is een gouden kooi die gigantisch veel tijd in beslag neemt, tijd we niet meer kunnen geven aan de mensen om ons heen.”
Het is ingewikkeld. Hard werken kan het leven zin geven, maar te hard werken, of werken voor de verkeerde organisatie, maakt ook meer kapot dan je lief is. De vraag is dus niet of we harder moeten werken, maar hoe vaak we nog durven na te denken over wat werk ons oplevert, en wat het ons ondertussen kost. Nadenken over hard werken heeft zeker zin. Wil je weten waarom je zo je best doet? Lees dan Aristoteles (of Valkenberg). Heb je behoefte aan geruststelling dat het wel wat minder mag? Sla dan vooral Epicurus erop na.
Deze rubriek belichtte wekelijks hoe lastige problemen op de werkvloer aangepakt kunnen worden. Dit was de laatste aflevering.
Stukken die je helpen om je leven fijner en je carrière beter te maken