Home

Tirade tegen de bewuste verloedering van de platformeconomie

Boekbespreking Volgens een vast patroon worden consumenten in de hele platformeconomie in drie stappen uitgeperst, schrijft sciencefictionauteur, internetexpert en activist Cory Doctorow. Voor dat proces heeft hij een term bedacht die Woord van het Jaar werd en zijn theorie internationale bekendheid gaf.

Opslaglocatie van Amazon in Leipzig.

Cory Doctorow: Enshittification; Why Everything Suddenly Got Worse and What to Do About It. MCD/ Farrar, Strauss and Giroux, 339 blz. € 32,99

 

Neues Wort gelernt!, riep een vrouw aan de andere kant van het gangpad van de ICE-trein enigszins betrapt uit, toen ze merkte dat ik zag hoe ze gluurde naar de cover van het boek dat ik las. Daarop stond, boven een forse bruine drol met ogen, in grote letters de titel: Enshittification.

Het woord werd drie jaar geleden bedacht door de Canadese sciencefictionauteur, internetexpert en activist Cory Doctorow en het heeft sindsdien snel carrière  gemaakt. Wikipedia heeft er in 26 talen lemma’s over en er zijn tal van vertalingen van, variërend van het Duitse Verscheißigung tot het brave Nederlandse ‘platformverval’ (al heeft VPRO’s Tegenlicht een minder brave versie in omloop gebracht met ‘verkuttificatie’).

Al een kwart eeuw doet Doctorow zijn best – met artikelen, boeken en lezingen – brede belangstelling te wekken voor digitale burgerrechten en de noodzaak van een kritische blik op internet. Maar, schreef hij vorig jaar onder de kop „Vieze woorden zijn politiek krachtig” in een boeiende analyse: „De introductie van het woord Enshittification leverde me meer columns op, meer aandacht en een levendiger debat dan álles wat ik eerder had geprobeerd.” Zelfs de Financial Times en Die Zeit maakten opeens royaal plaats voor zijn ideeën. De American Dialect Society riep ‘enshittification’ uit tot het Woord van het Jaar 2024. Een boek met die titel kon niet uitblijven.

De betekenis van het woord is niet alleen dat op sociale media alles steeds slechter en afstotelijker wordt. Daarvan hebben Facebook, Instagram, YouTube, TikTok en niet te vergeten X de afgelopen jaren genoeg voorbeelden gegeven. Niemand hoeft een heel boek te schrijven om ons daar nog eens op te wijzen.

Het gaat Doctorow dan ook om veel meer dan die terechte, maar overbekende klaagzang over de verspreiding van haat, nepnieuws, platte commerciële rotzooi, politieke propaganda en oplichterspraktijken die woekeren op het internet. Helder laat hij zien hoe een steeds groter deel van de platformeconomie in onze tijd (het ‘Enshittoceen’) verloedert door bewust beleid.

Vast patroon

Dat gaat, schrijft Doctorow, volgens een vast patroon van steeds drie fases. Eerst is een platform goed voor zijn gebruikers, een handige of zelfs mooie verrijking van het leven. In de tweede fase verschuift de prioriteit van het platform naar het koesteren van zákelijke partijen, ten koste van de gewone gebruikers die nu overladen worden met advertenties. En in fase drie, als zowel de particuliere gebruikers als de zakelijke klanten met handen en voeten aan het platform gebonden zijn, worden beide groepen uitgeperst om zo veel mogelijk aandeelhouderswaarde te genereren voor de eigenaars van het platform.

Zo verwordt een mooie digitale dienst in drie stappen tot – in de consequente maar op den duur wel wat vermoeiende terminologie van Doctorow – „één reusachtige hoop stront”.

Neem Amazon, dat aanvankelijk klanten verleidde met zijn enorme aanbod, lage prijzen, snelle, goedkope levering en soepele retourbeleid. De consumenten stroomden toe. Vervolgens kwam daar het abonnement op Amazon Prime bij, met niet alleen een scala aan films en series, maar ook ‘exclusieve aanbiedingen’ en vrijstelling van bezorgkosten voor pakketjes. En tja, als de bezorging tóch al betaald is, waarom zou je dan nog ergens anders gaan winkelen?

Fijn voor de bedrijven die op Amazon hun producten aanbieden. Helemaal omdat Amazon de spullen volgens Doctorow soms voor een lagere prijs aan zijn klanten aanbiedt dan het er zelf voor betaalt. Althans, dat duurt totdat de leveranciers zó afhankelijk zijn geworden van Amazon en zijn afnemers dat ze tot de pijnlijke ontdekking komen dat het platform steeds meer kortingen bij hen begint te bedingen waar ze geen nee tegen kunnen zeggen. Want zó veel van hun klanten zitten inmiddels bij Amazon, dat ze er als leverancier niet meer weg kunnen.

En zo begint het vliegwiel van winstgevendheid voor Amazon te draaien. Omdat het bedrijf inmiddels scherp inzicht heeft in welke artikelen het best lopen, kan het daar goed gelijkende kopieën van maken om zélf te gaan verkopen. Die geeft het vervolgens een hoge notering in de eigen zoekmachine – ver boven het oorspronkelijke product, ook al is de kwaliteit van het origineel misschien wel beter en de prijs lager.

Om zijn – grotendeels terechte – punten te maken, schuwt Doctorow de retorische overdrijving niet.  Zoals in zijn tegelijk grimmige en vrolijke tirade tegen het grote printerbedrijf dat beweert dat  je in hun apparaten alleen maar inktpatronen kan gebruiken van het eigen merk – „die 10.000 dollar per gallon kosten” – en of je er maar een abonnement op wil nemen. „Maar als het jóúw printer is,  dan heeft HP er geen zak over te vertellen wat voor inkt je erin gebruikt, al is het slootwater of Veuve Cliquot (wat nog altijd een fractie kost van wat HP voor zijn inkt rekent).”

Toch zijn het niet de techbedrijven die volgens Doctorow de grootste schuld dragen aan de rot die in steeds grotere delen van de economie om zich heen grijpt. Als hoofdschuldige ziet hij de opeenvolgende Amerikaanse regeringen, die decennialang verzuimd hebben naleving van het mededingingsrecht af te dwingen. Daardoor konden steeds grotere concerns met monopoliemacht ontstaan. Alleen Joe Biden heeft geprobeerd daar iets aan te doen.

Sprankje hoop

Daaraan ontleent Doctorow aan het slot van zijn boek een sprankje hoop op het begin van een tegenbeweging. Ook omdat zelfs onder de Trump-aanhang hier en daar enige weerstand leeft tegen de technologiebedrijven die ongehinderd hun macht kunnen uitbreiden. Het is niet het meest overtuigende deel van het boek. „Net als andere linkse mensen sta ik heel wantrouwig tegenover het kapitalisme”, verzekert Doctorow. En toch fundeert hij zijn voorzichtige optimisme op een van de pijlers van de vrije markt: het verbieden en ontmantelen van monopolies, zodat concurrentie weer kan bloeien.

Daarbij zou duidelijke regulering van de techreuzen – naar Europees voorbeeld – wel cruciaal zijn. „De moderne antimonopoliebeweging”, gelooft hij, „is deel van een brede coalitie, die grenzen, ideologieën en geschillen overbrugt. Ze is deel van de beweging tegen ongelijkheid, corruptie, vervuiling, arbeidsuitbuiting en discriminatie.”

Wie weet. Maar wie net meer dan 300 bladzijden goed beargumenteerde somberheid achter de kiezen heeft, is niet meteen overtuigd.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next