Home

Hoe Oud en Nieuw een ‘giftige cocktail’ werd

Vuurwerkverbod De jaarwisseling lijkt op veel plaatsen een vrijbrief voor anarchie en is door talloze branden, rellen en gewonden ‘het onveiligste feest van het jaar’. Gaat het vuurwerkverbod Oudjaarsnacht na dit jaar rustiger maken?

In 2018 liep het vreugdevuur bij Scheveningen uit de hand en veroorzaakte een vonkenregen op de boulevard.

Zijn eerste jaarwisseling als agent, in de nacht van 1983 op 1984, reed Henk van Essen in een witte Volkswagen Golf door Den Haag. „De autoramen gingen aan gort. In de Ducdalfstraat op Scheveningen, waar elk jaar het tramspoor smolt door een vuurstapel, werden we vanaf het dak bekogeld met een koelkast. Je werd ook toen met vuurwerk bestookt, met strijkers.”

Oudjaar was altijd „een spannende avond”, zegt Van Essen – tot vorig jaar korpschef van de Nationale Politie. Maar het afgelopen decennium, vertelt hij, waren de jaarwisselingen „van een héél ander niveau”.

Hij heeft het over „cobra’s die aan elkaar zijn gebonden”, zwaar illegaal vuurwerk dat doelbewust naar agenten wordt gegooid. Over ambulancepersoneel en brandweer die onder begeleiding van de politie moeten werken omdat omstanders hulpverlening en blussen belemmeren. Over mensen die door alcohol en verdovende middelen „niet meer weten wat ze doen”.

De jaarwisseling is ontaard in „één giftige cocktail”, zegt de oud-politiecommandant. Een nacht waarin de openbare orde op talloze plekken zwaar wordt verstoord. Volgend jaar moet een vuurwerkverbod ingaan. Het zal, zo hopen de voorstanders, het aantal slachtoffers van vuurwerk verkleinen en de eerste hulp ontlasten. Maar zal het ook rustiger worden?

Vuurwerkverkoop in de jaren vijftig en zestig. Vuurwerk werd na de Tweede Wereldoorlog populair als manier om het nieuwe jaar mee in te luiden.

Al in de jaren vijftig zijn jongeren ‘baldadig’

Al sinds de Tweede Wereldoorlog is het onrustig met Oud en Nieuw. Halverwege de jaren vijftig wordt al geschreven over „baldadig” gedrag van jongeren, een decennium later over een „nieuwe vorm van vrijetijdsbesteding die men kortweg ‘agentje pesten’ kan noemen”.

Na de oorlog raakt ook consumentenvuurwerk in zwang om – net als met carbidschieten – het nieuwe jaar met een knal mee in te luiden. Al in 1955 vraagt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) om een landelijk verbod op vuurwerk vanwege „de toenemende overlast”. In 1973 voert de Stichting Ideële Reclame (SIRE) voor het eerst actie, met de later bekende slagzin: „Je bent een rund als je met vuurwerk stunt”.

In sommige plaatsen draait het juist om het bouwen van (vuur)stapels. Slepen of togen is populair. Alles wat los zit, wordt op Oudjaarsnacht naar een centraal punt gebracht als ludiek protest. Maar regelmatig loopt het uit de hand, zoals in Den Haag waar bij het rausen van kerstbomen steeds vaker andere spullen op de stapel belanden. Als de brandweer wil blussen, krijgt die te maken met agressiviteit. Begin jaren tachtig vraagt de Haagse brandweercommandant of het niet mogelijk is dat de gemeente een aantal vuren gaat faciliteren om zo de onrust te beteugelen.

Het is het begin van de vreugdevuren. Marnix Eysink Smeets was in de jaren tachtig politie-inspecteur in Den Haag en een van de grondleggers van een jaarwisselingsaanpak die bestond uit die vuren én bijbehorende feesten. Hij zegt: „Je moet investeren in het ontstaan van een andere traditie. Waar een gemengd publiek op afkomt, zodat op straat niet alleen de ‘dronken droppies’ staan.”

Oudjaarsnacht, vertelt hij, is een uitgaansavond die overal tegelijk én binnen een paar uur plaatsvindt. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Koningsnacht viert iederéén. Heel veel mensen zijn op de been, en „alleen dat al maakt de nacht uniek”.

„Overal wordt de jaarwisseling gevierd, burgers bepalen zélf hoe die verloopt”, zegt Edward van der Torre, bestuurskundige en criminoloog. „In alle dorpskernen – en dat zijn er wel drieduizend – is het maar net hoe het kwartje valt. Oud en Nieuw is een optelsom van losse elementen en die optelsom is risicovol.” Torre was auteur van een aantal onderzoeken naar de jaarwisseling. Of er Oudjaarsnacht problemen ontstaan, verschilt per gemeente. Soms zelfs per dorpskern of buurt.

‘Hoezo mooie traditie?’

De omslag in het denken over de jaarwisseling dateert van deze eeuw, zegt Van der Torre. Iedere eerste week van het jaar meldden de verschillende korpsen dat „op enkele incidenten na, de jaarwisseling relatief rustig was verlopen” of „beheersbaar” was. „Waarop een waslijst volgde van slachtoffers, vernielingen en brandstichtingen.”

Als een van de eersten spreekt in 2007 Menno Knip, dan burgemeester van Almelo, zich uit. Die jaarwisseling is een 90-jarige vrouw in Maassluis om het leven gekomen door een vuurwerkbrand in haar huis en een 36-jarige man uit Barendrecht gestorven nadat een mortiergranaat in zijn gezicht is ontploft. Er zijn talloze vernielingen, branden en opstootjes waarbij de ME wordt ingezet.

Knip: „Als je dan consequent zegt dat het ‘rustig’ was, normaliseer je dergelijk gedrag. Mensen waren bang en gingen niet meer naar buiten. Hoezo mooie traditie? Toen NRC belde, zei ik dat.”

Dat maatschappelijke debat gaat vooral over vuurwerk en bijbehorende ongelukken en overlast. Het leidt uiteindelijk tot het verbod dat volgend jaar waarschijnlijk ingaat. „Er is een collectief verlaagde tolerantie voor vuurwerk, en de politiezorg staat op Oudjaarsavond onder druk”, zegt jaarwisselingsdeskundige Eysink Smeets. „De redenatie van de politie is: het hele vuurwerk eruit. Want dat draagt ook bij aan een sfeer waarin alles kan.”

Maar die andere vormen van anarchie verdwijnen in de discussie naar de achtergrond. Terwijl op veel plekken vuurwerk niet het dominante openbare-ordeprobleem is.

Eysink Smeets zegt: „Ik ben in Veen in Noord-Brabant gaan kijken. Daar worden auto’s speciaal aangeschaft om in brand te steken.” Als de brandweer ingrijpt om te voorkomen dat omliggende panden vlam vatten, wordt die bekogeld met stenen, bierflesjes en vuurwerk. Ook de afgelopen jaarwisseling werd de ME ingezet om de brandweer zijn werk te laten doen.

In het Brabantse Veen zijn op Oudjaarsavond in 2021 auto’s in brand gestoken.

Er zijn meer plekken waar dat bijna altijd nodig is. In 2007, in de eerste landelijke studie naar de jaarwisseling waar criminoloog Van der Torre aan werkt, wordt gesignaleerd dat soms confrontatie met de politie een doel op zich is geworden. Dat de „jaarwisseling een gelegenheidsstructuur bij uitstek [biedt] voor het beslechten van oude vetes tussen burgers onderling of van burgers in de richting van het gezag, en voor doelgerichte overlastgevende of criminele activiteiten”.

En ook dat het onrustig is op „steeds dezelfde locaties in bepaalde volkswijken in stedelijke gebieden en op het platteland in dorpen met een streng christelijke bevolking”. Oud-politiecommissaris Van Essen vertelt: „Toen ik in 2001 districtschef werd in Den Haag belde ik mijn collega’s in Maastricht en Tilburg met de vraag hoe zij zich voorbereidden. Daar waren geen extra maatregelen, de jaarwisseling werd behandeld als een normale weekenddienst. Met carnaval, dan ging men los.”

„Zeker in wat meer gesloten gemeenschappen zie je dat mensen vinden dat met Oud en Nieuw alles mag”, signaleert ook jaarwisselingsdeskundige Eysink Smeets. Criminoloog Van der Torre zegt: „De redenering is: het is ons dorp, wij vieren op onze manier. Het antwoord is dat dit niet mag. Maar je kunt dat niet afdwingen, hooguit langzaam proberen om te buigen, zonder succesgarantie.”

Hij ziet dat er op plekken waar dorpen in grotere gemeenten zijn opgegaan een strijd lijkt te worden gevoerd tussen de burgemeester als verantwoordelijke voor de openbare orde en dorpelingen: „In Veen speelde dat een rol. Daar moet je sowieso uit zien te blijven.”

Eysink Smeets zegt over ongeoorloofde branden: „Je moet zoiets kanaliseren, dat is verstandiger dan verbieden. Geef de relschoppers een andere plek of een alternatief, dat recht doet aan de bijzonder nacht en sfeer.”

Zero tolerance is niet genoeg

Maar ook op zo’n alternatief moet worden gelet, zegt Eysink Smeets. De vreugdevuren in Den Haag waren onderdeel van een bredere aanpak. Toen de vuren hoger werden dan toegestaan, handhaafde de gemeente niet. Tot in 2018 de Scheveningse toren instortte en een vonkenregen veroorzaakte. Eysink Smeets: „Zodra je op routine gaat draaien, ga je nat.”

Het jaarlijkse vreugdevuur in Duindorp op Oudjaarsavond in 2016. De vreugdevuren waren onderdeel van een bredere aanpak om overlast te verkleinen.

Dat vindt ook oud-politiecommandant Henk van Essen: „Je kunt wel verbieden, maar niet zonder preventie en perspectief. Met preventie bedoel ik contact leggen, jeugdwerk. Met perspectief een feest of een ander evenement. Met zero tolerance alleen ga je het niet redden.” De „slag om de jaarwisseling” begint al voor de zomer, zegt hij.

Van der Torre is het met hem eens: „Je kan een peloton ME inzetten. Maar misschien heb je meer aan vier boa’s en twee jongerenwerkers. Zeker in de buitengebieden is er op de 364 andere dagen weinig overheid, weinig politie en handhaving. Dan moet je juist de basis leggen.”

Dat is hun waarschuwing voor volgend jaar. Eysink Smeets: „Voor het vuurwerk eruit gaat, moet je opties bieden. Je moet investeren in een nieuwe traditie, dan heb je minder kans op onprettige alternatieven.”

Van Essen: „Een vuurwerkverbod is alleen realistisch als je iets anders organiseert. Dat ligt niet op landelijk niveau, het bevoegd gezag als het om openbare orde gaat ligt ook lokaal. Wat in wijk x acceptabel is – een vreugdevuur – is dat in wijk y niet. In verreweg de meeste dorpen is er feest, de cultuur overal veranderen vraagt om een lange adem.”

Oudjaarsavond in het Laakkwartier in Den Haag.

Source: NRC

Previous

Next