Op een Amsterdamse ziekenhuisafdeling voor kinderen en tieners met loodzware problematiek scharrelt tegenwoordig een hulphond rond. Moet een meisje met anorexia aan de sondevoeding? Dan mag Kiwi op schoot. ‘Als hij er is, lijkt de sfeer net iets lichter.’
Het meisje houdt een bruine handtas vast waar haar sondevoeding in zit. Er loopt een slangetje van de tas naar haar bleke gezicht. Ze staat ergens op te wachten. Lege blik. Dan klinkt er zacht getrippel. Harige pootjes dribbelen over de linoleumvloer, een zachte staart zwiept langs de balie. Kiwi nestelt zich bij de voeten van het meisje. Ze lacht, heel even.
‘Kijk’, zegt kinder- en jeugdpsychiater Miranda Fredriks, die het tafereel van een afstandje heeft gadegeslagen, op gedempte toon. ‘Daar kunnen wij niet tegenop.’
Wij, dat zijn de gespecialiseerde verpleegkundigen, therapeuten en artsen die werken op de Medisch Psychiatrische Unit (MPU) Kind en Jeugd van het Emma Kinderziekenhuis in Amsterdam. Oftewel: de afdeling uiterst kwetsbaar en complex. Op deze gesloten afdeling verblijven jonge patiënten, tussen de 7 en 18 jaar, die kampen met een combinatie van ernstige psychische en lichamelijke klachten.
Tieners met zulke heftige anorexia dat ze balanceren op het randje van levensgevaar. Een meisje dat zichzelf zo zwaar beschadigt dat er dag en nacht iemand naast haar bed moet zitten, om haar te beschermen. Maar ook: een tiener die om onverklaarbare reden veertig keer per dag naar de wc moet; een kind dat vanwege een neurologische stoornis niets anders kan dan op bed liggen.
Tussen die loodzware problematiek scharrelt sinds een half jaar een harige bliksemafleider. Kiwi (3) is een hypoallergene hulphond, speciaal opgeleid om hier te werken. De labradoedel woont vlak bij het ziekenhuis bij een gastgezin. Zijn baasjes werken net als Kiwi in het Amsterdam UMC en komen hem drie dagen per week brengen en halen.
Dat Kiwi hier mag zijn, is niet vanzelfsprekend. Miranda Fredriks, behalve psychiater ook oprichter van deze afdeling, heeft er samen met een collega anderhalf jaar voor gelobbyd. Het bestuur van het ziekenhuis moest overtuigd worden van de meerwaarde van een dier in een ziekenhuis. Er moesten lange hygiëneprotocollen komen.
Dan was er nog de kwestie geld, dat er niet was. De benodigde pakweg 25 duizend euro om Kiwi op te leiden kwam uiteindelijk van een stichting. Tot slot moest Fredriks het team nog overtuigen, want ‘niet iedereen is een hondenliefhebber’.
‘Eerst dacht ik: voor ons is Kiwi er een taak bij’, vertelt verpleegkundige Femke de Wijn, die zelf overigens niet tot de groep tegenstanders behoorde. Elke dag is één verpleegkundige op de afdeling verantwoordelijk voor Kiwi. Die zorgt ervoor dat het dier wordt uitgelaten, eten krijgt, op de juiste momenten naar bepaalde patiënten gaat en dat het hygiëneprotocol wordt nageleefd.
Zo moet er op de dagen dat de hulphond komt extra schoongemaakt worden. Als Kiwi bij een patiënt op bed mag, ligt hij op een eigen kleedje dat na gebruik meteen de was in gaat. De Wijn: ‘Nu ben ik blij als ik Kiwi-dienst heb: het is fijn om voor hem te zorgen en met hem een rondje te lopen.’
Dat gevoel wordt breed gedeeld op de afdeling: patiënten én medewerkers lopen weg met het dier. Zelfs een van de meest verstokte tegenstanders, Linda, de medisch secretaresse die midden op de afdeling kantoor houdt (‘ik heb niets met honden’), ging uiteindelijk voor de bijl voor Kiwi’s goedmoedige gekwispel. Nu ligt Kiwi vaak bij haar voeten het komen en gaan op de afdeling gade te slaan.
Op de dagen dat Kiwi er is lijkt de sfeer op de afdeling net iets lichter, zegt Fredriks. De kinderen zijn vrolijker, de ouders meer op hun gemak en het personeel relaxter. De hond leverde het Amsterdam UMC een pluim op van de internationale accreditatiecommissie die het ziekenhuis kwam beoordelen. Fredriks: ‘Ze noemden Kiwi een fabulous voorbeeld van innovatie.’ Andere ziekenhuizen bellen om te vragen hoe ze dat geregeld hebben, met die hulphond.
Dat een hulphond drie dagen per week vrij rondloopt op een ziekenhuisafdeling is bijzonder, zegt Steffie van der Steen. Als adjunct-hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen is ze gespecialiseerd in de inzet van dieren in de zorg.
Kiwi past in een ontwikkeling waarbij hulphonden worden ingezet bij dementerende ouderen in verpleeghuizen. Ook in sommige kinderziekenhuizen komen de laatste jaren hulphonden op bezoek, zelfs op de intensive care.
Dat honden patiënten op hun gemak kunnen stellen, weten psychologen en psychiaters al sinds de jaren zestig, vertelt Van der Steen. Sinds die tijd worden de dieren therapeutisch ingezet, maar pas de laatste vijftien jaar wordt er serieus onderzoek gedaan.
Onderzoek naar hulphonden bij kinderen met psychiatrische problemen is vaak nog kleinschalig, controlegroepen ontbreken geregeld. Maar: ‘Gooi de betrouwbare onderzoeken die er wel zijn op een grote hoop’, zegt Van der Steen, ‘en je ziet dat hulphonden gemiddeld gezien een positief effect hebben.’
Patiënten voelen zich meer op hun gemak in de aanwezigheid van een hond. ‘Een moeilijk gesprek voeren is makkelijker, alleen al omdat je elkaar niet hoeft aan te kijken. De hond is het focuspunt.’
Ook kan de aanwezigheid van een hulphond ontspannend werken. ‘Je ziet een verlaging van het cortisol en lagere hartslag bij patiënten. Het knuffelen van zo’n dier kan je rustiger maken, zien we in onderzoek, mits er een band is met het dier.’
Dat is een belangrijke mits. Hulphonden werken niet voor iedereen. ‘Er zijn altijd mensen die bang zijn voor honden of er niets mee hebben’, zegt Van der Steen.
Dat gold niet voor Jet (17), die tot vijf maanden geleden op de Amsterdamse afdeling verbleef. Het meisje met gouden hartjesoorbellen is vandaag terug voor een controle met haar behandelaren. ‘Ik heb thuis ook een hond, die miste ik heel erg toen ik hier zat. Het was fijn dat Kiwi er was.’
Jet heeft een functionele neurologische stoornis, een zeldzame aandoening waarbij de communicatie tussen lichaam en hersenen hapert. Het meisje zat al drie jaar in een rolstoel en had elk uur epileptische aanvallen, vertelt ze. ‘Toen ik hier kwam, was ik al op zoveel plekken geweest waar ze me niet konden helpen. Dit was mijn laatste hoop.’ Als ze verdrietig was, sprong Kiwi op haar bed. ‘Het was heerlijk om even te kunnen knuffelen.’ Inmiddels loopt Jet weer.
Behandelaren zetten Kiwi bewust in op moeilijke momenten, vertelt verpleegkundige De Wijn. Moet een meisje met anorexia aan de sondevoeding? Dan mag Kiwi op schoot. Kiwi kalmeert en kan voorkomen dat er dwang aan te pas moet komen. De patiënt die zo opziet tegen de traumatherapie? Als Kiwi erbij mag, gaat het beter.
Er is nog een onverwacht voordeel van een hulphond, ziet kinderpsychiater Fredriks: Kiwi’s vrolijke getrippel straalt ook positief af op het personeel. ‘Dit is best een ingewikkelde afdeling om op te werken. We maken hier soms heftige dingen mee.’
Medewerkers lopen het risico op secundair trauma, zegt Fredriks, waarbij ze zelf last kunnen krijgen van de nare verhalen die ze horen, of de moeilijke situaties die ze meemaken met de kinderen. Op die momenten is Kiwi een welkome afleiding.
En Kiwi zelf? Hoe is het voor een labradoedel om dag in dag uit op een ziekenhuisafdeling rond te lopen? Toen het beestje net begon, maakte zijn gastgezin zich weleens zorgen. Kiwi kwam aan het eind van de dag moe terug van de afdeling.
‘Toen ben ik Kiwi een dag gaan observeren’, vertelt Kyra van der Hoeven. Ze is projectleider in de ggz en heeft geholpen om Kiwi naar de afdeling te halen. Daarnaast behandelt ze als hondenosteopaat ook honden met pijnklachten of andere problemen.
Na een dagje meelopen met Kiwi concludeerde ze dat het dier goed in z’n vel zit en genoeg energie heeft. ‘Maar ik zag ook dat het voor Kiwi weleens verwarrend is dat hij op de afdeling niet één baasje heeft en dat iedereen anders met hem omgaat.’
En dus hangen er nu overal op de afdeling posters met daarop de commando’s van Kiwi, zodat iedereen het dier op dezelfde manier laat weten dat hij moet gaan zitten, of juist mee moet komen. Tijdens de maandelijkse teamvergadering wordt er steevast een uurtje ‘Kiwi’ gereserveerd om het wel en wee van de hond te bespreken.
Uit onderzoek naar het welzijn van hulphonden blijkt dat het werk niet te belastend is, zegt Van der Steen. ‘Onderzoek dat de hartslag, stresshormonen in speeksel en de temperatuur van hulphonden bekeek, vond geen verschil met gezelschapshonden.’ Voorwaarde is wel dat de richtlijnen voor hulphonden worden gevolgd. Een hulphond mag niet te veel werken en het dier moet zich altijd ergens kunnen terugtrekken.
Kiwi heeft zo’n plek, twee zelfs. Een officiële plek, een bench, en een officieuze onder het bureau van een medewerker, waar hij zich verschanst op drukke momenten. Veel behoefte lijkt hij daar vanochtend niet aan te hebben.
Een meisje zit midden op de afdeling, geknield voor Kiwi en aait het dier. ‘Ik kwam vanochtend mijn kamer uit’, zegt ze, ‘en ik kon niet eens 2 meter lopen of hij lag al voor m’n voeten.’ Ze glundert.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant