Home

‘Het zijn allemaal bijzondere stukken’: Máxima leidt hoogstpersoonlijk rond langs koninklijk bezit

Graag wil koningin Máxima al het prachtigs uit de Koninklijke Verzamelingen delen met een zo groot mogelijk publiek. En ja, daarom is ze met plezier onze Gids dit weekeinde. ‘Het is fantastisch om te voelen dat je de geschiedenis met je meedraagt.’

is chef van Volkskrant Magazine.

Koningin Máxima kijkt omhoog in de bovenzaal van het Koninklijk Huisarchief in Den Haag, pal naast Paleis Noordeinde. In dit 19de-eeuwse gebouw met visgraatvloer, een rood tapijt op de marmeren trap en glas-in-loodramen (‘Regeren is Vooruitzien’, staat er in een van de ramen) worden sinds 1896 alle archieven en objecten uit de omvangrijke collectie van de koninklijke familie bewaard. Zo staat de koningin deze woensdagochtend vlak naast de wieg met hemeltje uit 1909 waar haar schoonmoeder, man en dochters nog in hebben gelegen.

Maar de koningin kijkt vandaag met een professioneel oog. Als voorzitter van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau keurt ze de onlangs uitgevoerde restauratie van het ooit door kunstschilder Willy Martens beschilderde plafond. ‘Dat is goed gelukt’, zegt ze tegen directeur Koninklijke Verzamelingen Claudia Hörster.

Een gesprek met koningin Máxima; het was een lang gekoesterde wens van de Volkskrant Magazine-redactie. We deden ruim anderhalf jaar geleden, zo rond ons 25-jarig jubileum, een verzoek. Een interview vond toen niet plaats, maar onlangs kwam er toch een telefoontje van de Rijksvoorlichtingsdienst: de Koninklijke Verzamelingen bestaat 200 jaar. En als voorzitter van de beherende stichting zou koningin Máxima wel Onze Gids dit Weekeinde willen zijn. Dus zijn we nu in Den Haag, om te praten over de Koninklijke Verzamelingen. De koningin gidst ons bovendien door de enorme collectie en vertelt waarom de werken voor haar van betekenis zijn.

Aan tafel in de bibliotheek zegt koningin Máxima: ‘Dit moet niet alleen maar een mooi historisch gebouw zijn. Alle foto’s, papier, textiel, alles wat hier ligt, moet bewaard blijven. Dus het gebouw moet goed onderhouden worden, net als de objecten. We vergaderen met de stichting over de temperatuur, over luchtvochtigheid, over brandveiligheid. Dat is ook een belangrijk onderdeel van mijn functie.’

Het Koninklijk Huisarchief is in de 19de eeuw gebouwd door koningin Emma, die het belangrijk vond dat er een plek kwam om alle voorwerpen, foto’s, geschenken en servies te bewaren. In 1998 is er een modern, ondergronds depot aangebouwd. Een aanzienlijk deel van de collectie is inmiddels digitaal te bekijken en veel voorwerpen zijn in bruikleen gegeven aan musea, zodat ze te zien zijn voor het publiek.

Maar wat vooral zo tot de verbeelding spreekt bij deze omvangrijke verzameling, is dat een groot deel van de voorwerpen nog een rol speelt binnen de functie van het koninklijk ambt. De schilderijen die op Paleis Huis ten Bosch hangen, het servies, de doopjurken van de prinsessen: de collectie lééft, en wordt steeds aangevuld door de volgende generatie Oranjes. De vraag is voortdurend (ook over alledaagse voorwerpen die koninklijke familieleden gebruiken): wat blijft bewaard? En wanneer gaat het naar het archief?

Koningin Máxima: ‘Dat is een moeilijke vraag. Wat vinden we in de toekomst belangrijk om nog te hebben? Ik probeer daarom meer te bewaren dan je normaal gesproken zou doen, om hopelijk uiteindelijk de goede keuzes te kunnen maken. Mijn inhuldigingsjurk hangt hier bijvoorbeeld nog niet, want die draag ik nog. Laatst heeft mijn dochter Amalia een groene jurk gedragen van modeontwerper Theresia Vreugdenhil, die mijn schoonmoeder en ik ook aan hebben gehad. Die hangt dus gewoon nog bij ons in de kast.

‘Als niemand van de familie een voorwerp meer gebruikt, is dat een logisch moment om te bedenken of het moet worden ingebracht in de stichting. Soms is de gelegenheid waarop we de jurk droegen belangrijk, soms was het geen belangrijk moment, maar heeft de ontwerper wel veel betekend voor de modewereld. Ook dat is een criterium.’

‘Ik ben inmiddels meer dan twintig jaar in de familie, dus ik heb veel gezien en ook in handen gehad. Zoals de prachtige doopjurk uit 1880 (Wilhelmina, Juliana, Beatrix, Christina, Willem-Alexander en de drie dochters zijn erin gedoopt, red) die helemaal schoongemaakt en gerestaureerd is. Koningin Emma was echt een kantspecialist, dat zie je aan die jurk. Als je kinderen die aan mogen, voel je dat je de geschiedenis met je meedraagt. Een fantastisch gevoel. Het is een voorrecht om dergelijke bijzondere, historische spullen in handen te hebben of te gebruiken in je woon- of werkkamer. Maar het geeft ook een enorme verantwoordelijkheid.’

‘Ja, het ís van ons, maar wij moeten het goed overdragen aan de volgende generatie. En daarbij leggen we er altijd een nieuw laagje bovenop. Dat zie je aan Paleis Huis ten Bosch, waar wij wonen. Mijn man en ik hebben daar moderne Nederlandse kunst en design aan het interieur toegevoegd. Dat is niet zozeer om mee te pronken, of mooi of leuk om te hebben, het moet functioneel zijn voor de invulling van het ambt.

‘We hebben bijvoorbeeld twee schilderijen van Van Honthorst, dat zijn portretten van Amalia van Solms en stadhouder Frederik Hendrik, die bij de ingang van de Oranjezaal in Paleis Huis ten Bosch hangen, waar we het straks nog over gaan hebben. Alle gasten, zoals presidenten, koningen en staatshoofden die wij ontvangen, zien die bijzondere portretten bij binnenkomst. Zo hebben ze een functie. En wij hebben zelf opdracht gegeven aan ontwerpbureau Studio Drift om een lichtkunstwerk voor die ontvangstruimte te ontwerpen. Zo voegen wij weer iets toe dat past bij deze tijd, het erfgoed van de toekomst.’

Dus ja, de eigen smaak en stijl van de koningin mogen leidend zijn bij de keuze voor kunst of design. ‘Je zult zien’, zegt Máxima, ‘Anna Paulowna (de echtgenote van koning Willem II, red.) had een eigen stijl, en die zie je terug in haar deel van de collectie. Koningin Emma had een voorliefde voor kant, ook dat zie je. Mijn schoonmoeder heeft een grote interesse voor kunst en dat heeft haar keuzes weer beïnvloed. Mijn eigen interesse voor Nederlands ontwerp is heel aanwezig in ons deel en dat zal in de nabije toekomst zo blijven.’

De koningin benadrukt graag dat bijna alle objecten die ze als onze weekendgids heeft geselecteerd, ergens in Nederland te zien zijn. ‘We hebben fantastische musea en ik raad iedereen aan om naar die tentoonstellingen te gaan. De historische voorwerpen, maar ook de moderne kunst en mode: het zijn echt allemaal bijzondere stukken.’

Bouke de Vries - Tafelstuk

Het servies dat hier staat, gebruiken wij bij officiële diners. En zoals dat nu eenmaal gaat bij servies, gaat er helaas ook weleens iets kapot. Alles wordt zorgvuldig bewaard en waar mogelijk restaureren we, maar soms lukt dat niet meer. Ik zag het werk van kunstenaar Bouke de Vries al lang geleden, het bleef me intrigeren en daarom hebben we hem als Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje Nassau gevraagd om van de scherven van het servies van Anna Paulowna (de echtgenote van koning Willem II, red.) een nieuw tafelstuk te ontwerpen. De Vries maakt niet alleen heel wat gebroken is, hij verheft het, creëert iets nieuws. Hij werkt vaak met goud om scherven aan elkaar te lijmen. De hechting zelf wordt zo het waardevolste element. Dat vind ik een prachtige verbeelding van een herstelproces. Historisch gezien wordt een tafelstuk gebruikt bij feestelijke of ceremoniële gelegenheden. Het dient ter versiering, maar heeft ook een functie als conversation piece. Ook nu gebruiken we nog tafelstukken bij bijvoorbeeld staatsbanketten.’

Bouke de Vries: Unbroken is tot 16/8 2026 te zien in Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden.

Erwin Olaf - Portret in een portret

‘Nederland kent veel goede fotografen, maar ik noem graag Erwin Olaf, omdat hij voor ons als familie een paar unieke portretten heeft gemaakt. Hij trad daarmee ook in de voetsporen van generaties portrettisten aan het hof en gaf daar zijn eigen kenmerkende invulling aan. Ik bewonderde Erwin enorm, dat geldt ook voor mijn man, die hem heeft onderscheiden met een eremedaille voor Kunst en Wetenschap van de Huisorde van Oranje. Vanwege zijn bijzondere verdiensten voor de kunst en cultuur in Nederland én vanwege onze onderlinge band. Na zijn overlijden heeft hij ons een persoonlijk werk nagelaten, dat is mij erg dierbaar. Dit is een detail van het portret dat hij van mij maakte, dat een cadeau was voor mijn man, en dat nu te zien is in het Stedelijk Museum. Het detail zoomt in op mijn oog, waarin Olaf zelf weerspiegeld wordt. Een portret in een portret; een foto van hem aan het werk gezien door mijn oog. Terwijl mijn portret natuurlijk een foto van mij door zijn oog is. It’s all in the eye of the beholder, elk portret is perceptie. Het is een groot gemis dat Erwin er niet meer is.’

Het volledige portret van Koningin Máxima (niet het hier afgebeelde detail) is tot 1 maart 2026 te zien in de tentoonstelling Freedom in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Jan Taminiau - Japon geïnspireerd op de Japanse Zaal in Huis ten Bosch

‘In deze japon van Jan Taminiau komen kunst, erfgoed, historie, mode en vakmanschap prachtig samen. Het ontwerp is gebaseerd op de eind 18de-eeuwse wandbekleding in de Japanse Zaal in Paleis Huis ten Bosch, waarop Japanse en Nederlandse elementen worden vermengd: vogels en fabelwezens, bloemen, planten en rotsen. Het borduurwerk en de appliqués zijn van een uitzonderlijk vakmanschap, het is driedimensionaal. Het is telkens weer enorm bijzonder om zulk mooi vakwerk te mogen dragen. Ik ben me bewust van de boodschap die ik ook met kleding kan geven. Zo kan ik bijvoorbeeld een eerbetoon brengen aan een bezoekend land, als onderdeel van de warme banden. Dan vraag ik vaak Nederlandse ontwerpers en hoop een steentje bij te dragen aan hun internationale zichtbaarheid. Ik noem nu Taminiau vanwege de bijzondere link met kunst en erfgoed in deze jurk, maar dit geldt ook voor andere Nederlandse ontwerpers zoals Claes Iversen en Iris van Herpen.’

Enkele jurken van koningin Máxima zijn tot 8 maart 2026 te zien in de tentoonstelling ‘Dresscode. Van Statement tot stijlicoon’ in Museum Paleis Het Loo. De Kunsthal toont tot 1 maart 2026 ‘Sculpting the Senses’ met werk van Iris van Herpen, waaronder ook ontwerpen gedragen door koningin Máxima.

Aert Schouman - Kamerbeschilderingen met vogels

‘De Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje Nassau koopt ook nieuwe werken aan of laat werken restaureren. Daar is dit een mooi voorbeeld van. In onze zwarte eetzaal op Paleis Huis ten Bosch hangen grote doeken met dieren uit de hele wereld in een typisch Hollands landschap, met minuscuul op de achtergrond Huis ten Bosch. De schilder is Aert Schouman, in de 18de eeuw een befaamd vogelschilder en –tekenaar. Hij schilderde een landschap met exotische dieren uit de menagerie van stadhouder Willem V naast inheemse soorten alsof je er middenin staat. De twee werken, die deels dezelfde vogels uit de stadhouderlijke menagerie tonen als de werken in de zwarte eetzaal, zijn in 2020 aangekocht in Parijs. Ze waren zwaar vervuild en moesten eerst gerestaureerd worden. Ik kon dit proces volgen, mocht af en toe meekijken en kon de transformatie bijna niet geloven. Het was magisch te zien hoe de kleuren weer onder het vuil en vergeelde vernis tevoorschijn kwamen en hoe daarmee de natuur en vogels weer tot leven werden gewekt.’

Te zien in Vorstelijke vogels, tot 12/4 2026 in het Dordrechts Museum.

Gerard van Honthorst – Portretten van Frederik Hendrik en Amalia van Solms

‘Deze portretten van Frederik Hendrik en Amalia van Solms hebben een vaste plek in de vestibule in Paleis Huis ten Bosch. Ze verwelkomen al onze gasten en vervullen zo een belangrijke representatieve functie. Van Honthorst was een bekende Nederlandse schilder en hofschilder in de 17de eeuw. Deze werken hangen op een prominente plek, rechts en links van de deuren naar de Oranjezaal. Ze zijn gespreksstof, zoals kunst vaak is; je kunt gasten meenemen in de geschiedenis en de context van het Paleis en de Oranjezaal, die is ontworpen door en voor Amalia van Solms ter nagedachtenis aan haar overleden echtgenoot. Honthorst droeg er in belangrijke mate aan bij. Het hier getoonde portret van haar man hing destijds ook al op Paleis Huis ten Bosch, in de privévertrekken van Amalia van Solms. Onlangs was het te zien in Dordrecht en volgend jaar zijn beide portretten te zien in het Centraal Museum Utrecht, omdat we werken graag delen met het publiek, óók als dat soms lastig is omdat ze zo’n sleutelfunctie vervullen in ons huis.’

De portretten zullen van 25/4 tot 13/9 2026 te zien zijn in De wereld van Gerard van Honthorst in het Centraal Museum in Utrecht.

Georg Friedrich Händel - bladmuziek

‘Ik ben opgegroeid met muziek. Muziek is zo’n grote bron van plezier en ontwikkeling voor kinderen. Dat heb ik mijn eigen kinderen willen meegeven en als erevoorzitter van de stichting Meer Muziek in de Klas hoop ik dat heel veel kinderen in Nederland, ik hoop eigenlijk alle kinderen, kennismaken met muziek. En muziek is ook een belangrijk onderdeel van cultureel erfgoed. Dit handschrift uit de bladmuziekcollectie van de Koninklijke Verzamelingen bevat zeven aria’s uit verschillende opera’s van Händel, onder andere voor blokfluit, toen een populair instrument in huiskamers. Georg Friedrich Händel schreef deze muziek ergens tussen 1720 en 1736, in de periode dat hij les gaf aan Anna van Hannover. Zij was de echtgenote van stadhouder Willem IV én een getalenteerd zangeres en klavecinist. Het is goed mogelijk dat deze bewerkingen uit haar verzamelingen komen.’

De bladmuziek van Händel en veel andere objecten zijn online te zien via koninklijkeverzamelingen.nl en tijdens een rondleiding op aanvraag in het museum van het Koninklijk Huisarchief in Den Haag.

Indische Zaal van Paleis Noordeinde

‘Paleis Noordeinde kent vele indrukwekkende ruimtes, maar eentje springt er qua stijl uit: de Indische Zaal. Deze volledig met hout gedecoreerde zaal was een geschenk van de bevolking van het toenmalige Nederlands-Indië ter gelegenheid van het huwelijk van Koningin Wilhelmina met Prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin in 1901. 58 Javaanse beeldsnijders hebben twee jaar aan de rijk gedecoreerde betimmering gewerkt. Alleen al het plafond bestaat uit meer dan duizend losse onderdelen. Er werd geen enkele spijker gebruikt. Ongelooflijk hoe vakkundig en gedetailleerd deze ruimte is vervaardigd. Maar waarom ik hem ook wil noemen, is omdat het gedeelde verleden van Nederland en zijn voormalige koloniale gebieden ook terug te zien is in de collectie. We moeten verantwoord omgaan met het cultureel erfgoed uit die periode.

‘Mijn man en ik vinden het ontzettend belangrijk om onafhankelijk de herkomst van onze collecties te laten onderzoeken. Zulk onderzoek is essentieel bij het beantwoorden van de vraag over rechtmatigheid van de aanwezigheid van deze objecten in onze collecties. Daarom heeft het bestuur van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau opdracht gegeven om stukken met een mogelijk koloniale herkomst onafhankelijk te laten onderzoeken. De resultaten van dit onderzoek verwachten we in 2026.’

De Indische Zaal is elke zomer te zien tijdens de openstelling van Paleis Noordeinde.

Stuk van de steen waarop koning-stadhouder Willem III voet aan wal zette in Engeland in 1688

‘Vijfentwintig jaar geleden kwam ik aan in dit voor mij geheel nieuwe land, zette ik hier spreekwoordelijk mijn eerste voet aan wal. Ik moest mij in de geschiedenis van Nederland verdiepen en in het bijzonder in de geschiedenis van de familie van mijn man. Koning-stadhouder Willem III zette in 1688 voet aan wal in Engeland waar hij, mede door zijn huwelijk met Maria II Stuart, koning kon worden. Natuurlijk wil ik geen letterlijke parallel leggen met mezelf en Willem III die vervolgens staatshoofd werd van Engeland, maar deze steen doet mij wel denken: hoe was dit voor hem, om daar aan te komen, in het land van zijn vrouw, dat op dat moment zo veel onrust kende, met een ongewisse toekomst?’

Deze steen is onderdeel van de vaste opstelling van het Rijksmuseum in Amsterdam.

Studio Drift - Fragile Future, hangt in de vestibule van Paleis Huis ten Bosch

‘Vele jaren geleden, bij een van mijn bezoeken aan Nederlandse ontwerpers, maakte ik kennis met Studio Drift en hun werk. Ik zag dat kleine lampje in de vorm van een paardenbloem met pluisjes, de Dandelight, en vond het meteen fenomenaal bedacht en uitgevoerd. Zo ontwikkelde zich dit idee voor een groot lichtsculptuur. Het is speciaal vervaardigd voor de vestibule in Paleis Huis ten Bosch. Daarmee is het onderdeel van de inrichting van het paleis. Het laat zien hoe elke generatie een eigentijdse laag toevoegt aan de paleizen; een lange traditie die tegelijk de tijdgeest van de bewoners toont. Bij de restauratie van Paleis Huis ten Bosch hebben we samen met het Rijksvastgoedbedrijf Nederlandse ontwerpers een prominente plek willen geven. Alle werken, ook Fragile Future, zijn voor gasten uit de hele wereld meteen zichtbaar en ook vaak te zien op foto’s. Een ode aan Nederlandse ontwerpers.’

Liesbeth Stinissen - Gordijnen van de Chinese Zaal in Paleis Huis ten Bosch

‘De gordijnen in de Chinese Zaal zijn ook een ode aan hedendaags Nederlands ontwerp en een voorbeeld van wat we samen met het Rijksvastgoedbedrijf hebben toegevoegd aan Paleis Huis ten Bosch. Of vervangen, moet ik eigenlijk zeggen, want de oude gordijnen waren zo versleten dat ze te fragiel waren om nog langer dienst te doen in de ruimte. Kunstenaar Liesbeth Stinissen heeft vervolgens een prachtig ontwerp gemaakt dat eer doet aan de oude gordijnen, maar dan wel in een hedendaags jasje.

‘Op de oorspronkelijke geborduurde zijden stof zijn taferelen uit het dagelijks leven in 18de-eeuws China te zien. Spelende kinderen, valkeniers, wandelende dames met parasols, maar bijvoorbeeld ook huizen, bruggen en schepen. In het nieuwe ontwerp zijn zulke taferelen uit het Nederlandse dagelijks leven te zien. De gordijnen zijn gemaakt in samenwerking met het Textielmuseum/Textiellab Tilburg én met meer dan 150 handwerkers uit heel Nederland, onder leiding van couture-borduurexpert Anna Bolk. Ik mocht samen met hen ook een stukje borduren en heb ervaren hoe verbindend dit project was.’

CV Koningin Máxima

Koningin Máxima werd op 17 mei 1971 geboren als Máxima Zorreguieta in Buenos Aires en trouwde in 2002 met de Prins van Oranje, prins Willem-Alexander. Toen hij in 2013 koning werd kreeg zij de titel koningin.

Sinds 2002 is koningin Máxima nauw betrokken bij het Oranje Fonds, de stichting Méér Muziek in de Klas (sinds 2015, sinds 2011 betrokken bij voorloper Kinderen maken Muziek), de stichting Mind Us, die de mentale gezondheid van jongeren wil bevorderen (sinds 2022), en de stichting Financieel Gezond Nederland (sinds 2025, maar al sinds 2018 betrokken bij één van de voorlopers, SchuldenlabNL).

Ook internationaal zet zij zich in voor financiële gezondheid, als speciaal pleitbezorger van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties (sinds 2009).

Zij is sinds 2013 bestuursvoorzitter van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau.

Koningin Máxima woont met haar man op Paleis Huis Ten Bosch in Den Haag en heeft drie dochters.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next