Regisseur Paul Feig weet waarmee je een groot publiek verleidt. Zijn pulpachtige thriller The Housemaid is het equivalent van een zomerpocket, vol malle konijn-uit-de-hoedmomenten.
is filmrecensent en schrijft een column over hedendaagse beeldcultuur.
Het enige, driehoekige raampje van haar zolderkamer kan niet open. De deur gaat alleen van buitenaf op slot. Als Millie (Sydney Sweeney), de gloednieuwe huishoudster, voorzichtig bezwaar maakt tegen haar nieuwe woonomstandigheden, belooft Nina (Amanda Seyfried) het op te lossen. ‘Je moet wel denken! Wat zijn we: monsters?!’
Wat kan het toch genieten zijn als de pionnen voor een pulpachtige thriller zo met aplomb op het bord worden gezet. Vanaf het begin is alles verdacht aan Millies nieuwe baantje. Het huis is te mooi, haar werkgeefster – in te onberispelijk wit – te vriendelijk, haar echtgenoot te sexy. En dan is er ook nog een onvriendelijk dochtertje, een norse tuinman en een ijskonijn van een moeder. Níémand is hier te vertrouwen en het duurt niet lang voordat Millie doorgespoelde medicijnen tegen psychoses aantreft in het toilet.
The Housemaid is het equivalent van een zomerpocket, vol malle konijn-uit-de-hoedmomenten. Meer dan een guilty pleasure wil het niet zijn, maar alle betrokkenen zijn zich ervan bewust dat pretentieloos alleen werkt als je dat concept volledig omarmt.
Het materiaal – gebaseerd op zo’n vliegveldthriller – is in vaardige handen bij regisseur Paul Feig (Bridesmaids), die weet waarmee je een groot publiek verleidt. Hij zet het zo vet aan dat het soms tongue in cheek wordt. Een seksscène bij onweer? Jawel! En oh, daar is Seyfried weer, die onverwacht achter Sweeney opduikt. ‘Ik wil dat je je hier veilig voelt.’ De fijne cast gaat er lekker in mee – vooral Seyfried houdt zich niet in tijdens emotionele uitbarstingen.
Meesterlijk om dit rond de feestdagen uit te brengen: perfect voor iedereen die genoeg heeft van zoetsappig gedoe, maar wél toe is aan simpel vermaak.
Thriller
★★★★☆
Regie Paul Feig
Met Sydney Sweeney, Amanda Seyfried, Brandon Sklenar
131 min, in 112 zalen.
Source: Volkskrant