‘Going to the dogs’ betekent in het Engels iets als ‘naar de haaien gaan’. Dat geldt voor de races met hazewindhonden, een omstreden sport die om haar voortbestaan vecht. Maar rond de kerst herleven oude tijden op de renbaan.
is correspondent Groot-Brittannië van de Volkskrant.
‘Hou vol! Ren nummer drie! Kom op.’ Met een verbeten gezicht moedigt Billy Smith de hazewindhond Lil Bo Deep aan tijdens een race op de renbaan van Romford. Zijn kreten gaan verloren in het lawaai dat andere gokkers op deze avond vlak voor kerst maken. Zand spat over de reling. Wanneer ‘zijn’ hond, die vanaf de start de leiding heeft, na 24 seconden als eerste over de eindstreep komt, loopt Smith naar de bookmaker om 700 pond te incasseren, 400 winst.
Samen met zijn zoontje John telt de 34-jarige dakdekker de briefjes van 20 en 50 na. ‘Ik gok op alle sporten’, zegt Smith, een sigaret opstekend, ‘elke dag, maar vrijdag naar de honden, dat blijft speciaal. Perfect einde van de week.’
Vader en zoon behoren tot circa drieduizend mensen die zich op een kille decemberavond naar het Romford Greyhound Stadium in Oost-Londen hebben begeven. Ze zien daar twaalf races waarbij zes hazewindhonden over een afstand van 365 meter achter een plastic haas aanrennen. Ze dragen namen als Peace is Tough en Bombay Buck. Daar wordt op gegokt, online en in het stadion van gokkantoor Coral. De paarden zijn van oudsher voor de hogere klassen, de honden voor de working-class.
Deze arbeiderssport bestaat komend jaar honderd jaar, reden dat onlangs de film To the Dogs in de Britse bioscopen te zien was. Het jubileum gaat echter gebukt onder zorgen over dierenwelzijn en tanende populariteit.
In de decennia na de Tweede Wereldoorlog telde Groot-Brittannië zo’n tweehonderd renbanen. Nu zijn dat er nog negentien. In de hoofdstad is Romford de laatste baan. De sport, in 1926 door een Amerikaanse ondernemer geïntroduceerd, was indertijd zo belangrijk dat tijdens het WK voetbal van 1966 de wedstrijd Frankrijk-Uruguay wegens een hondenrace van Wembley naar White City moest worden verplaatst.
Het verval begon in de jaren zestig met de opkomst van gokkantoren in de winkelstraten, waardoor een bezoek aan de race niet meer noodzakelijk was. Tevens kreeg het hondenrennen concurrentie van ander volksvermaak. Deze neerwaartse trend verliep parallel aan die van danshallen en badplaatsen.
Rond de kerstdagen, evenwel, zitten de stadions ouderwets vol. ‘Het is een ideale plek om met collega’s heen te gaan voor een kerstborrel’, zegt Alex, een gymleraar die zijn achternaam liever niet geeft, en die voor de gelegenheid een rode kersttrui heeft aangetrokken. Na vier wedstrijden heeft hij nog steeds geen penny gewonnen. ‘Ik kies elke ronde de gekste hondennaam uit. Ik heb er verder geen verstand van, het is allemaal voor de lol.’
Dat ligt anders voor Philip Gray, een zestiger die al veertig jaar op Romford komt en de prestaties van de honden goed bijhoudt. ‘De winnaar net klokte 23.97. Dat is vliegensvlug,’ zegt Gray bij de bar, waar hij wacht op zijn kippenreepjes. ‘De baan is te snel, de ondergrond te hard, wat betekent dat een hond die snel uit de startblokken komt amper meer in te halen is. Te weinig spanning.’
Pal langs de baan beheert de familie Tyler een van de drie bookmaker-standjes. De 65-jarige Michael Tyler schrijft de bedragen in een kasboek. ‘Mijn ouders zaten in de honden en hebben me op de wereld gezet voor dit werk’, zegt Michael, ‘mijn pa deed dit werk nog toen hij dik in de 90 was.’ Terwijl hij schrijft, int zijn zoon Rob het geld en noteert zijn 77-jarige broer Douglas de namen van de honden met de winstkansen (‘odds’) met een stift op een bord.
Boven aan een trap houdt Jacky, de vrouw van Douglas, de borden van de rivalen in de gaten om hun ‘odds’ via geheime handgebaren door te geven aan haar man. ‘Ik geef toe’, zegt ze, ‘het is een beetje ouderwetse manier van werken.’
Zijn oudere broer wijst erop dat het echte gokken elders plaatsvindt. ‘In Azië wordt veel op honden hier gegokt, daar gaat het om grote bedragen. Daarbij vergeleken zijn wij maar hobbyisten.’
Op het grote scorebord verschijnen niet alleen uitslagen maar ook oproepen om opvangplekken te verschaffen voor honden die te oud zijn om te racen. ‘Een hazewindhond is een goed huisdier’, klinkt het aanmoedigend.
De hondenwereld is zich ervan bewust dat de sport geen goed imago heeft als het gaat om dierenwelzijn. In 2024 zijn in Groot-Brittannië 123 honden overleden als gevolg van de races (op een totaal van zo’n 15 duizend actieve racehonden), zo bleek uit cijfers van de Greyhound Board of Great Britain, terwijl 55 windhonden dat jaar zijn ingeslapen omdat ze na hun ‘pensionering’ niet konden worden herplaatst. Nieuw-Zeeland gaat de races verbieden en ook Wales overweegt dat.
‘Een landelijk verbod is nodig’, zegt Emma Slawinski namens de League Against Cruel Sports. ‘Honden lijden voor het vermaak van mensen en winst van bookmakers. Er is geen veilige manier om windhonden te fokken, te trainen, te laten racen en met pensioen te laten gaan.’
Dat klinkt als vloeken in de oren van Evelyn Coffey, die drie van haar negentien honden op een tweede plaats heeft zien eindigen in Romford. ‘Mijn honden hebben een prima leven’, zegt de 67-jarige, ‘met een dieet van kip en rundvlees, en biscuitjes en beenmerg als traktatie. Elke dag gaan ze eropuit met de trainer. Ik zou de ‘anti’s’ willen uitnodigen een kijkje te nemen in de kennels. Onze gepensioneerde honden vinden altijd onderdak. Mensen genoeg die een hazewindhond willen.’
Dat laatste geldt niet per se voor Amelia Murray. ‘Ik heb liever een pluizige knuffelhond’, zegt de 18-jarige rechtenstudent met een lach. Ze is hier met een groep vrienden uit Lakeside die een verjaardag viert; representanten van de jonge generatie waar de controversiële sport behoefte aan heeft. Voor Murray, die op elke sport zegt te gokken, is het de tweede keer dat ze ‘naar de honden’ gaat. Met succes, want ze heeft al drie keer een winnaar uitgekozen. ‘Ik hoorde dat je altijd voor nummer 2 of 5 moet kiezen, en die tactiek werkt.’
De bookies beleven ondertussen een weinig lucratieve avond. ‘De favorieten winnen elke race’, sombert Rob Tyler, in het dagelijkse leven een vechtsportdocent, ‘en dat is niet goed voor ons bookies.’ Dan, met een lach: ‘Maar het houdt mijn ouders van de straat.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant