Home

In zijn bange strijd tegen het donker is de mens behoorlijk doorgeslagen

Veel mensen hebben een instinctieve hekel aan het donker. Dat is evolutionair gezien begrijpelijk, maar het schelle kunstlicht is niet alleen slecht voor de mens. Ook de rest van de natuur lijdt eronder.

is cultuurverslaggever bij de Volkskrant.

Donker is eng, of poëtischer: ‘duister is duizelingwekkend’, zoals Victor Hugo schrijft in Tatjana Daans mooie vertaling van Les Misérables. In die roman trekt hij enkele pagina’s lang alles uit de kast om zijn lezer dat duizelingwekkende duister tot in diens diepste deeltjes te laten ervaren.

Het is kerstavond 1823. In een pikdonker bos, waar een gure noordenwind giert en ‘verdroogde plukken hei zich voorbij haasten’ alsof ze ‘hevig verschrikt op de vlucht zijn voor iets wat in aantocht is’, loopt een mager, klein meisje. Cosette heet ze, ze sjouwt met een emmer die zo groot is dat ze er gemakkelijk in past. Ze is er door de gluiperige herbergier Thénardier en zijn meedogenloze vrouw op uitgestuurd om water te halen bij de bron in dat donkere bos, ver van alles en iedereen vandaan.

Hoeveel rust, reinheid en regelmaat heeft een mens nodig? Volkskrantverslaggever Wilma de Rek, tevens auteur van het boek Rust, reinheid en regelmaat, gaat in een serie op zoek naar antwoorden. Lees hier de andere artikelen terug.

Is Cosette bang? Nou en of! Niemand wandelt ’s nachts alleen tussen de bomen zonder bang te zijn, schrijft Hugo, en als Cosette wordt geconfronteerd met de onmetelijkheid van de nacht, is ze nog maar 8 jaar oud. Ze hoort dieren en ziet spoken, van angst kan ze niet meer denken.

Hugo: ‘De mens heeft licht nodig. Wie het tegenovergestelde van de dag in gaat, voelt zich bedrukt. Als het oog zwart ziet, ziet de geest troebel. We ervaren iets weerzinwekkends, alsof de ziel versmelt met het duister.’

Hulpeloos en kwetsbaar

Evolutionair gezien is de angst voor donker verklaarbaar. De mens is een visueel dier, onze ogen zijn de belangrijkste bron van informatie over de omgeving, schrijft evolutiebioloog Nico van Straalen in Het menselijk lichaam in 50 verhalen. ‘We vinden de weg vrijwel alleen op onze ogen; in het donker zijn we hulpeloos en kwetsbaar.’

Begrijpelijk dus dat deze donkerste periode van het jaar veel mensen sikkeneurig stemt, en ook dat ze al heel lang naar licht grijpen om de boel een beetje op te fleuren.

Onze verre voorouders vierden de winterzonnewende, het moment waarop de aarde in haar jaarlijkse cyclus het punt bereikt waarop ons noordelijk halfrond het minste zonlicht krijgt en hier de winter begint. Dat moment wordt ook solstitium genoemd, wat zonnestilstand betekent.

Hoewel de dagen na 21 december steeds wat langer worden, gaat dat proces zo traag dat je er nauwelijks iets van merkt; de zon blijft in De Bilt nog dagen pas na kwart voor negen opkomen.

Twaalf heilige nachten

Van recenter datum is de viering van de geboorte van Jezus in de Palestijnse stad Bethlehem, een verhaal dat ergens tussen het jaar 80 en 100 is vastgelegd in twee evangeliën (een soort biografieën met een boodschap) die worden toegeschreven aan ‘Matteüs’ (een tollenaar uit Syrië) en ‘Lucas’ (beroep onbekend).

Twaalf nachten na kerst, op 6 januari, viert met name het rooms-katholieke deel van de christenen Driekoningen. Dat feest verwijst naar het kraambezoek aan de kleine Jezus van drie magiërs die een opgaande ster hadden gezien en daaruit concludeerden dat de koning der Joden was geboren. Door die ster te volgen wisten ze hem te vinden.

Steeds meer kunstlicht

Ook in spirituele kringen gelden de ‘twaalf heilige nachten’ tussen kerst en Epifanie, zoals Driekoningen ook wordt genoemd, als een bijzondere tijd. Epifanie betekent ‘verschijning’ of ‘openbaring’, en de kans op nieuwe inzichten en voorspellende dromen wordt deze dagen groter geacht dan anders.

De Russische antroposoof Sergej Prokofieff (kleinzoon van de componist) wijst er in zijn boek De twaalf heilige nachten en de geestelijke hiërarchieën op dat zich in de donkerste periode van het jaar, waarin de tijd lijkt stil te staan, ‘grote kosmische poorten kunnen openen’.

Bij al die decemberrituelen – Germaanse midwinterfeesten, Chanoeka, Kerstmis – werd het duister verjaagd door licht. Aanvankelijk in de vorm van vuur maar sinds eind 19de eeuw wordt kunstlicht ingezet, steeds méér en steeds feller, en niet alleen tijdens de donkere dagen maar altijd en overal.

Lichtvervuiling

In zijn bange strijd tegen donkerte is de mens behoorlijk doorgeslagen. Hij heeft de wereld zó in vuur en vlam gezet dat hij in plaats van de duisternis inmiddels het licht moet vrezen. In 1977 dook in de pers voor het eerst het woord ‘lichtvervuiling’ op, toen Het Vrije Volk een ingenieur citeerde die zich stoorde aan de hoeveelheid verlichting in straten en gebouwen en pleitte voor het ‘recht op duisternis’. Maar niemand luisterde en nu is Nederland een van de lichtvervuildste landen ter wereld.

En het wordt alleen maar erger. Het kunstlicht dat in toenemende mate vanuit sportvelden, reclameschermen, lantaarnpalen, kassen, kantoren en snelwegen de wereld wordt ingejaagd, verstoort de licht-donkercyclus die sinds het begin der tijden het motorblok vormt onder onze natuurlijke regelmaat.

Zelfs de ooit zo gemoedelijke fietslichtjes schijnen je tegenwoordig in de ogen met de gemene felheid van een Gestapolamp, waarna je verward je weg vervolgt. Niet alleen de mens wordt doodziek van al dat schelle licht, ook de rest van de natuur (dieren, planten, insecten) lijdt onder de voortdurende en energieverslindende verstoring van haar ritmes.

Dark Sky Park

Mocht er nóg eens een Jezus-achtige worden geboren, dan is de kans bovendien groot dat geen magiër de opkomende ster zal waarnemen die op het wonder wijst, waardoor het grote nieuws geheel aan de wereld voorbijgaat.

Wie sterren wil zien, moet zich tegenwoordig terugtrekken in een reservaat, bijvoorbeeld een ‘Dark Sky Park’ op de Wadden. Daar zie je er tienduizenden. In de grote stad zijn nog maar een paar honderd sterren zichtbaar en bij de kassen in het Westland wat lullige tientallen.

De mens heeft licht nodig, daar had Victor Hugo gelijk in. Maar de mens heeft óók duisternis nodig en daar zouden we weleens wat vaker bij stil mogen staan. Bijvoorbeeld nu, in deze fijne, donkere tijd. Vier het licht, koester het duister.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next