Het Algerijnse parlement stemt vandaag over een wet die de ruim 130 jaar lange Franse koloniale overheersing strafbaar stelt. Het wetsvoorstel is een duidelijk signaal naar de Franse president Emmanuel Macron, die tot nu toe weigert excuses aan te bieden.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant.
De Franse kolonisatie is in Algerije altijd een open wond gebleven. Nu, terwijl de Frans-Algerijnse diplomatieke relaties zich op een dieptepunt bevinden, overweegt het Noord-Afrikaanse land de vlucht naar voren te nemen. Een uitgebreid wetsvoorstel moet ‘de verantwoordelijkheid van de Franse staat vaststellen’ en ‘erkenning en excuses verkrijgen voor de misdaden van het kolonialisme’.
Volgens parlementsvoorzitter Ibrahim Bouhali is het niet zomaar een wettekst, maar een ‘politieke boodschap’ en een ‘mijlpaal in de ontwikkeling van het moderne Algerije’. Een belangrijk doel van de initiatiefnemers is om de nationale herinnering te beschermen en ‘pogingen om de feiten te verdraaien’ tegen te gaan. Het voorstel omvat ook gevangenisstraffen voor het verheerlijken van kolonialisme, waarmee het indirect reageert op de opkomst van extreemrechts in de Franse politiek.
Het uitgebreide wetsvoorstel beslaat vijf hoofdstukken en dertig artikelen, die onder meer een lijst opstellen van de misdaden begaan tijdens de Franse kolonisatie. Het meest opvallend is artikel 9, dat stelt dat de Algerijnse staat alle juridische middelen in werking moet stellen om excuses te verkrijgen. Volgens de initiatiefnemers zijn formele excuses van Frankrijk een vereiste voor iedere vorm van verzoening tussen Parijs en Algiers.
Onder de Franse overheersing was Algerije een integraal onderdeel van Frankrijk, ingedeeld in Franse departementen. Als tweederangsburgers werden Algerijnen uitgebuit of van hun grond verdreven om plaats te maken voor honderdduizenden Franse immigranten. Van 1954 tot 1962 verzette Frankrijk zich met hand en tand tegen de Algerijnse onafhankelijkheidsbeweging. De wrede oorlog werd getekend door martelingen, bloedbaden en verdwijningen, en kostte tussen de 350 duizend en 1,5 miljoen burgers het leven.
Sindsdien hebben de landen een zeer moeizame relatie. Algerije heeft al vaker om officiële excuses gevraagd, maar Parijs komt niet verder dan het erkennen van bepaalde historische feiten en het langzaamaan openstellen van de koloniale archieven. Zo heeft president Macron in 2018 erkend dat het Franse leger tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog Algerijnse activisten martelde en uit de weg ruimde.
Voor veel Algerijnen is dat volstrekt onvoldoende. De moeizame Franse omgang met het eigen koloniale verleden vormt voor de Algerijnen een bron van wantrouwen tegenover Parijs en daarmee een terugkerend obstakel voor diplomatieke, politieke en economische samenwerking. Vorig jaar december vroeg de Algerijnse president Abdelmadjid Tebboune zijn ambtsgenoot nog tevergeefs om de misdaden van de Franse koloniale overheersing te erkennen.
Dat de Franse staat meer dan zestig jaar na de onafhankelijkheid ‘nog altijd weigert de historische verantwoordelijkheid te erkennen’ maakt het volgens de initiatiefnemers gerechtvaardigd deze wet in te voeren. ‘Misdaden tegen de menselijkheid verjaren niet en kunnen niet worden afgesloten met stilzwijgen’, aldus parlementsvoorzitter Boughali. Wel benadrukte hij dat het wetsvoorstel ‘niet tegen een volk is gericht, noch bedoeld als wraak of om haat aan te wakkeren’.
Het wetsvoorstel stelt ook duidelijke eisen aan Frankrijk, zoals herstelbetalingen, teruggave van de nationale archieven en teruggave van de stoffelijke overschotten van verzetsleiders zodat ze in Algerije kunnen worden begraven. Een ander belangrijk punt heeft te maken met de nucleaire proeven die Frankrijk in Algerije uitvoerde en tot op de dag van vandaag gezondheidsgevolgen hebben. De wettekst eist dat Frankrijk de locaties komt opruimen, plattegronden overdraagt en slachtoffers compenseert.
Hoewel het wetsvoorstel al sinds maart in de maak is, heeft Frankrijk nog niet gereageerd. De betrekkingen tussen beide landen bevinden zich op een dieptepunt. Afgelopen zomer erkende Frankrijk de Marokkaanse claim op de Westelijke Sahara, een woestijngebied dat aan Algerije grenst. Voor Algerije, dat de Saharanen steunt in hun strijd voor autonomie, voelde dat als een dolksteek in de rug.
In 2001 en 2005 werden vergelijkbare wetten voorgedragen, maar uit diplomatieke overwegingen niet ingevoerd. Dit keer lijken de kaarten anders geschud. Als Algerije de relatie met Frankrijk verpest, kan het terugvallen op goede banden met Rusland en China. Tijdens een bespreking van het wetsvoorstel afgelopen weekend steunden alle machtsblokken in het parlement de voordracht als ‘een verbindende nationale eis die boven politieke en partijpolitieke overwegingen uitstijgt’.
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant