Nogal logisch dat de geestelijke gezondheid van jongeren achteruitgaat, dacht Eva Meijer. Doe iets aan de structurele oorzaken.
Het was uitgebreid in het nieuws begin december: de geestelijke gezondheid van jongvolwassenen blijft achteruitgaan, zeker die van meisjes en jonge vrouwen. Dit bleek uit een rapport dat het RIVM en Trimbos-instituut schreven in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Monitor mentale gezondheid.
Nogal logisch, dacht ik. De klimaatcrisis zal in de komende decennia het leven op aarde zoals we dat kennen onherstelbaar veranderen en de houding in ons land naar dieren is erg gewelddadig. Extreemrechts rukt overal op, en heeft in Nederland permanent voet aan de grond gekregen; racistische en xenofobe uitingen zijn steeds normaler. Via de media en sociale media worden kinderen en jongeren overspoeld met boodschappen over wat er mis is en hoe ze zich moeten gedragen. Hiertegen kunnen is geen teken van geestelijke gezondheid.
In het rapport benadrukken de onderzoekers gelukkig dat de collectieve achteruitgang van het psychisch welbevinden geen individueel maar een maatschappelijk probleem is, waarin ongelijkheid in zaken als onderwijs en inkomen meetelt. Tegelijkertijd blijven de structurele oorzaken onbenoemd.
Iemands geestelijke gezondheid wordt beïnvloed door haar positie in de samenleving. Zoals hoogleraar genderstudies Ann Cvetkovich in Depression, a Public Feeling schrijft is depressie een politiek probleem. Ongelijke machtsstructuren maken mensen ziek of ongelukkig. Mensen die stelselmatig worden gediscrimineerd internaliseren dit vaak en hebben minder mogelijkheden om iets van hun leven te maken.
Het is dus geen toeval dat meisjes en jonge vrouwen meer psychische problemen hebben dan jongens en mannen: door de opkomst van de manosfeer en de terugkeer van traditionele genderrollen worden patriarchale normen opnieuw versterkt.
Hetzelfde geldt voor lhbtiq+ personen, die volgens het CBS vaker depressie en angst ervaren dan hetero’s. De kinderombudsman waarschuwde eerder deze maand bovendien dat lhbtiq+-kinderen op school vaker gepest en bedreigd worden, dus dit zal de komende tijd alleen toenemen.
Ondanks dit verband met ongelijkheid worden zaken als depressie en angst in westerse samenlevingen nog vaak gezien als individuele problemen die op te lossen zijn met medicijnen en therapie. Filosoof Mark Fisher schrijft dat dit volgt uit ons kapitalistische mensbeeld. Onder het kapitalisme ben je zelf verantwoordelijk voor je geluk en is zelfredzaamheid de standaard. Als je ziek bent en niet beter wordt, is dat jouw probleem. Fisher laat zien dat een samenleving waarin alles wordt gemeten naar de maatstaven van de markt mensen ziek maakt. Echte oplossingen vragen om systeemverandering.
Het probleem ligt dus niet bij degenen die depressief of angstig zijn: zij laten de rest van de samenleving zien wat er mis is. En dit geldt niet alleen voor psychische klachten. Mensen met andere chronische ziektes vallen ook buiten de boot in een systeem dat gericht is op productiviteit en nut dat economisch wordt gemeten.
Daarom wordt er in de disability justice-beweging veel nagedacht over alternatieve modellen van zorg. Disability justice richt zich op sociale rechtvaardigheid voor mensen met een beperking en onderzoekt hoe validisme – discriminatie van mensen met een beperking – zich verhoudt tot andere vormen van onderdrukking. Het doel is niet zozeer gelijke rechten, het gaat om systeemverandering. Want niet de mensen zijn beperkt, de samenleving is dat.
De Canadese schrijver Leah Lakshmi Piepzna-Samarasinha schrijft in het boek Care Work bijvoorbeeld over netwerken van mensen met een beperking die elkaar ondersteunen. Iedereen draagt hierin op haar eigen manier bij – praktisch of emotioneel, van dichtbij of online – en ontvangt de zorg die ze nodig heeft. Veel chronische ziektes kennen een grillig verloop en er zijn gradaties van afhankelijkheid. Door hier rekening mee te houden en zorg in het dagelijks leven in te bedden, kunnen we gelijkheid in ongelijkheid realiseren. Dat is belangrijk voor iedereen: we zijn in ons leven allemaal afhankelijk van anderen, soms meer (als baby of als we ernstig ziek zijn) en soms minder. En ongelijkheid tast het hele weefsel van de samenleving aan.
Zelf heb ik tijdens de organisatie van het ‘PAIS Protest’, afgelopen 30 november op het Malieveld, meegemaakt hoeveel mensen met een beperking die door de maatschappij op een zijspoor zijn gezet kunnen bewerkstelligen. De actiegroep #NietHersteld die het protest organiseerde bestaat vooral uit mensen die door PAIS (een verzamelnaam voor post-acute infectiesyndromen, zoals long covid) aan bed of huis gekluisterd zijn, en een paar mensen die wel op de been zijn, onder wie ik. Iedereen droeg bij naar vermogen. De online vergaderingen stonden niet alleen in het teken van praktische plannen maar ook van wederzijdse ondersteuning. Met videobeelden, een online protest, en een installatie met foto’s op rolstoelen hebben we onzichtbare zieken zichtbaar gemaakt.
Andere vormen van zorg bestaan dus al. Ze beginnen altijd bij de ervaring van degenen die laten zien wat er mis is. Dus ik hoop dat politici en beleidsmakers naar aanleiding van de Monitor mentale gezondheid als eerste stap jongeren met depressie en angst uitnodigen om mee te denken over oplossingen. Ik weet zeker dat dat helpt.
Eva Meijer is schrijver en filosoof.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC