Jubileum 25 jaar geleden kwam Marcel Mandos aan het roer te staan van „een vastgeroest orkest”. Hij introduceerde concerten met maatschappelijke thema’s, met filmmuziek en gamemuziek. Lastig in het begin, maar hij had al snel succes.
Marcel Mandos, artistiek leider van het Noord Nederlands Orkest: "Je moet je verleden niet verloochenen, maar je moet openstaan voor ontwikkelingen in de muziek."
Marcel Mandos vond het als hobostudent al raar dat het Concertgebouwpubliek stijf zit en niet klapt. „Muziek is emotie, daar reageer je op.” Bij zijn tweede studie culturele musicologie in Amsterdam zag hij dat dat in andere muziekculturen heel anders gaat. „Terwijl, waarom denk je dat elk eerste deel van een symfonie naar een climax toewerkt? Omdat componisten componeerden voor een hof, en als er aan het einde van een eerste deel niet wat te klappen viel, dan werd de rest niet eens gespeeld.”
Marcel Mandos, oorspronkelijk hoboïst van beroep, zit 25 jaar in het artistieke zadel van het Noord Nederlands Orkest (NNO), het regio-orkest van Friesland, Groningen en Drenthe. Ik spreek Mandos in Groningen, thuisbasis van het NNO, middenin een hectische Mahler-Acht-week.
Het is lastig om Mandos over zijn eigen leven en ervaringen uit te horen, steeds begint hij weer trots mijlpalen van het orkest op te sommen. Een orkest mag zich niet verschuilen achter mooie muziek, zegt hij meermaals. Hij is trots op NNO’s concerten rond Alma Mahler, „een van de eerste feministen”. Trots op Ives ‘onspeelbare’ Vierde symfonie „als voorbeeld van hoe je je eigen leven kunt uitstippelen”. Honderd jaar na de Eerste Wereldoorlog vroeg Mandos jonge mensen om protestsongs te schrijven over een veranderend democratisch Europa, ook iets waar hij gelukkig op terugkijkt.
„Ik vind het heel belangrijk dat een kunstinstelling, dus ook een groot orkest, zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid pakt.”
„Zin heeft het altijd. Problemen moet je duidelijk maken.”
„Natuurlijk. We zijn geen activistengroep. Natuurlijk willen we mensen een mooie avond geven, vol plezier en warmte. Muziek is de basis. Maar je moet ook als orkest naar de maatschappij kijken.”
Dat deed Mandos bijvoorbeeld met filmmuziek, nog zo’n stokpaardje: „Wij waren een van de eersten die filmmuziek gingen spelen. In het begin werden we daar raar om aangekeken, maar alle orkesten hebben het inmiddels overgenomen. Daarna kwam gamemuziek. Als je je oren sluit voor de omgeving, dan ga je niet winnen.”
Mandos’ muzieksmaak is breed. Hij staat regelmatig als publiek in pop- en jazzzalen. Bijvoorbeeld bij metal. Begin dit jaar gaf hij het NNO een project met zanger en gitarist Devin Townsend. „Twee keer tweeduizend kaarten waren binnen vijf minuten uitverkocht.”
Na de filmmuziekconcerten kwamen ook concerten met gamemuziek, wat andere orkesten inmiddels ook hebben overgenomen. „De eerste keer waren er maar driehonderd kaarten verkocht. Ik baalde als een stekker. Maar het bleken wel driehonderd nieuwe mensen. We hebben doorgezet. Nu zijn die concerten uitverkocht.” De volgende stap? „Anime.”
„Townsend heeft toevallig razend interessante orkestpartijen geschreven. Dat werd hele interessante symfonische muziek. Ik zeg altijd: we spelen geen klassieke muziek, we willen de essentie van ‘symfonische muziek’ overbrengen.”
„De ’traditie’, ook al vind ik dat een onhandig woord, omdat het vastigheid impliceert. Je moet je verleden, het klassieke repertoire, niet verloochenen, want zonder je verleden kun je geen revolutie winnen. Maar die traditie heeft zich ontwikkeld. Klassiek was lang de top van de piramide, maar die arrogantie moet je van je af zetten. Andere muziek is al lang populairder. Daar moet je je niet voor afsluiten, anders besta je over vijf jaar niet meer. Die nieuwe muziek moet je symfonisch laten horen.”
Marcel Mandos: „Componisten van gamemuziek zijn tegenwoordig ook heel grote jongens en meisjes.”
„In de klassieke muziek zijn ook veel dingen geschreven die de moeite van het herhalen niet waard zijn. In elk genre heb je meesterwerken en minder goeie werken. Componisten van gamemuziek zijn tegenwoordig ook heel grote jongens en meisjes. Mijn enige kritiek is dat gamemuziek vaak niet zo origineel is. Het is niet bepaald vernieuwende muziek. Het ondersteunt een game, een bepaalde emotie, een gevoel. Toch is het alsnog erg indrukwekkend. Uiteindelijk gaat het erom dat we symfonische muziek levend houden. Een orkest blijft een prachtig instrument.”
„Kijk, we zijn geen entertainmentbedrijf. We willen mensen een mooie avond geven geven, maar gamemuziek is geen vervanging van de Achtste symfonie van Mahler, of de Sacre du printemps [van Stravinsky] die je ooit live gehoord móét hebben. De Sacre is zo overrompelend. Ik weet nog dat ik het voor het eerst hoorde en geen idee had of ik iets geweldigs of iets verschrikkelijks gehoord had. Programma’s mogen schuren, wringen, vragen opwekken, of ergernis.”
Het NNO lag er vijfentwintig jaar geleden heel anders bij, herinnert Mandos zich. De eerste jaren als artistiek leider („Ik kwam binnen als een groentje”) waren zwaar: een vastgeroest orkest met oudere musici. „Het eerste ‘gekke project’ dat ik bedacht was met DJ Armin van Buuren. Dat was geen leuke periode… Managers, collega’s, musici, iedereen kreeg ik over me heen. Waar ik mee bezig was, en de minachting die ik wel niet voor het orkest had… Tot het klonk: toen zag het orkest een uitverkochte zaal vol dansende jonge mensen. Dat was geweldig.”
„Nee, dat denk ik niet. Ik blijf mezelf afvragen: waar staat het orkest? Wat hebben we nodig? Om scherp te blijven, nieuwe dingen te bedenken. Ik neem nog steeds nieuwe muziek tot me, ga regelmatig naar musea, lees, reis. En ik heb vier dochters die me van alles bijbrengen over de nieuwe tijd. Het belangrijkste is om altijd contact te hebben met de nieuwe generatie.”
„Tot mijn pensioen. Nog een jaar of zeven. Het is een droombaan. Ik ben wel verschillende keren gevraagd door andere, internationale orkesten, maar mijn gezin is belangrijker.”
„Je moet pas stoppen als je tevreden bent. Ik ben trots, maar ik ben nooit tevreden. Je kunt de vraag ook andersom stellen: kijk eens naar hoe snel artistiek leiders op andere plekken ontslagen worden. Ik ben nog niet ontslagen. Als ik niet meer leuk ben, of niet meer in de juiste richting presteerde, was ik al lang eruit gedonderd. Ik heb nog een niet te stoppen creativiteit. En je kunt niet zomaar iemand op deze plek zetten, het is een moeilijke baan. Je moet er talent voor hebben. Dingen bedenken is één, maar het hele proces erdoor krijgen is een tweede.”
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC