Karen van Oudenhoven | SCP-directeur Er moet meer aandacht komen voor het belang van gemeenschapszin in noodsituaties. Dat zegt de directeur van het SCP, die het te weinig terugziet in de onlangs verstuurde brochure over wat te doen bij een ramp. „De folder richt zich op mensen die zichzelf al kunnen redden.”
Buurtbewoners van een wijk in Utrecht konden deze maand hun tips voor noodsituaties op een bord plakken.
Karen van Oudenhoven, directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), tekent twee lijnen op een kladblok. Boven de verticale as schrijft ze ‘agency’; in hoeverre burger en overheid zich dominant dan wel onderdanig tegenover elkaar opstellen. Naast de horizontale lijn schrijft ze ‘verbondenheid’; of overheid en burger elkaar vriendelijk of vijandig bejegenen. Linksboven, in de hoek die een dominante en vijandige opstelling impliceert, zet Van Oudenhoven een dikke stip.
„Veel mensen hebben het gevoel dat de overheid hier staat”, zegt ze. „Dat de overheid tegen in plaats van met burgers is. En burgers wijzen ook naar de overheid als de actor die bepaalt wat er gebeurt in Nederland. Als maatregelen voelen als ‘tegenactie’ en de overheid burgers op belangrijke thema’s als zorg of klimaat onvoldoende uitnodigt om samen tot oplossingen te komen, gaan burgers achterover leunen.” En precies daarom, zegt Van Oudenhoven, die ook bijzonder hoogleraar maatschappelijke veerkracht aan de Vrije Universiteit Amsterdam is, had het ministerie van Justitie en Veiligheid het veel meer over gemeenschapszin moeten hebben in de brochure ‘Bereid je voor op een noodsituatie’.
Het paarse boekje, onderdeel van de campagne ‘Denk vooruit’, werd de afgelopen weken bij 8,5 miljoen huishoudens bezorgd. De strekking: in een noodsituatie is de overheid er, zeker de eerste 72 uur, niet voor je. Dus zorg voor een noodpakket, een noodplan en hou contact met je omgeving. „Die boodschap”, zegt Van Oudenhoven in haar kamer in het statige SCP-gebouw in Den Haag, „is erg technisch en sterk gefocust op de directe omgeving van mensen, zoals het gezin en de buren.”
„Het is belangrijk dat de overheid met concrete adviezen komt over hoe je jezelf in een noodsituatie 72 uur moet redden. Maar lang niet alles zal na drie dagen zijn opgelost. Dan heb je proactieve burgers nodig die niet wachten op de overheid, maar die aan de slag gaan. Het is een risico als de overheid in zo’n folder, zoals bijvoorbeeld ook bij de persconferenties tijdens de coronacrisis, steeds zegt: ‘jullie moeten nu dit gaan doen, en nu dit’. Dan gaan mensen afwachten.
Karen van Oudenhoven, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau.
„Ook wordt in de folder gezegd dat je met je buren, vrienden en familie in gesprek moet gaan. Die oproep stopt bij de directe omgeving, terwijl je in een crisissituatie wil dat mensen elkaar over de grenzen van hun eigen sociale kringen heen gaan helpen. Veel mensen kunnen zich best redden, daar lijkt de folder zich op te richten. Maar er zijn ook Nederlanders met een minder groot sociaal netwerk, zonder goede gezondheid en die niet met een computer kunnen werken.”
„In de wijk Bloemhof in Rotterdam is de gemeente samen met bewoners in gesprek gegaan over wat mensen samen kunnen doen als er een crisis uitbreekt. Bijvoorbeeld dat iemand zegt: ik heb een fatbike, dus ik kan door de wijk rijden om water of voedselpakketten uit te delen. Of iemand die een plek wil organiseren waar mensen even koffie kunnen drinken, zonder stress.
„Dat zijn burgers die de gemeenschap al goed kennen. Als je dat vóór crisistijd organiseert, ontstaat er alvast een taakverdeling tussen wat de overheid en burgers kunnen doen op het moment dat het nodig is. Door mensen te mobiliseren ontstaat betrokkenheid en benut je het sociaal cement in de wijk. Je staat sterker als er een crisis uitbreekt. Het geeft mensen bovendien een gevoel van grip.
„Dat is beter dan afwachten tot er tijdens een crisis spontane burgerinitiatieven ontstaan. Uit onderzoek blijkt dat zonder goede voorbereiding, zoals in het voorbeeld van Rotterdam, de coördinatie van burgerinzet lastig is. Dat zag je ook toen rond de vluchtelingenopvangcrisis van 2016 allerlei Nederlanders op het vliegtuig stapten naar het Griekse eiland Lesbos. Daar zijn ze van alles gaan doen dat heel goed bedoeld was. Maar uiteindelijk bleek het niet altijd even effectief voor de mensen in de vluchtelingenkampen.”
Op het kladblaadje met de assen ‘agency’ en ‘verbondenheid’ tekent Van Oudenhoven een tweede stip. Ditmaal helemaal rechtsboven, waar de burger meer initiatief neemt. Daar zou de proactieve burger zich idealiter naartoe bewegen. „Echte weerbaarheid vraagt om gemeenschapszin, die draagt bij aan het verminderen van stress en aan onderlinge solidariteit”, zegt ze.
In haar oratie als hoogleraar concludeerde ze al: „Als de overheid in het kader van mogelijke crises […] de veerkracht van onze samenleving wil vergroten, dan is het dus belangrijk om de potentie van gemeenschappen en burgercollectieven zoveel mogelijk ruimte te geven.”
„Het is niet zo dat er op dit moment niks gebeurt. Op het niveau van Veiligheidsregio’s wordt gekeken hoe je de sociale infrastructuur in tijden van crisis kunt mobiliseren. Je zou graag willen dat zo’n Denk vooruit-campagne daar ook verbinding mee legt.
„Mijn advies: ga als overheid de boer op om te kijken waar inwoners al bij elkaar komen, zoals bij duurzaamheidscoöperaties of initiatieven voor eenzame ouderen. Probeer met elkaar te kijken hoe je de gemeenschap kunt mobiliseren en samen tot gecoördineerde crisisplannen te komen.”
Source: NRC