Protocollen en formats reduceren docenten tot uitvoerders, terwijl juist hun bezieling en vakmanschap het echte rendement van het onderwijs vormen.
Wie was de docent die jou het meest is bijgebleven toen je op school zat? Hoogstwaarschijnlijk niet degene die het lesprogramma het strakst volgde of de administratie het zorgvuldigst invulde. Nee, het was die docent die jouw worsteling met de lesstof zag, je extra bijles gaf en meeleefde met je examens. Of de docent die begreep dat je het moeilijk had toen je verkering uit was en zijn of haar levenslessen deelde. Of diegene die prachtige verhalen vertelde over zijn of haar ervaringen in het lerarenvak.
Een docent die lekker in zijn vel zit, die zijn persoonlijkheid heeft ontwikkeld en zijn fascinatie voor het vak durft te tonen, is weerbaarder, flexibeler en valt minder snel uit. En bovenal: zo’n docent weet leerlingen te raken en betere leerresultaten te boeken.
Maar in plaats van te investeren in de persoonlijke ontwikkeling en passie van docenten, zie ik een systeem dat vooral inzet op uniformiteit. Lessen moeten overal hetzelfde zijn. Het onderwijs wordt zo ingericht dat elke docent vervangbaar is en continuïteit is belangrijker dan inspiratie. Autonomie verdwijnt achter protocollen en formats, waardoor docenten uitvoerders van een curriculum worden. Boven alles draait het om rendement en diploma’s, niet om vakmanschap, inspiratie of bezieling.
Over de auteur
Ruben Bouwmeester Feenstra is docent ruimtelijk vormgeven.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
We denken vooral in risico’s, niet in kansen. Het risico van ongelijkheid – dat studenten afhankelijk zouden worden van ‘wie ze treffen’ – wordt gebruikt als reden om passie en persoonlijkheid te temmen. Zo is een cultuur ontstaan waarin docenten vooral uitvoerders zijn. Waarin ze hun eigen bezieling alleen nog op kleine momenten kwijt kunnen. Niet omdat ze niet willen, maar omdat werkdruk en regels hen steeds weer terugduwen in het keurslijf – en zo de bevlogenheid voor het vak doden.
Stel je voor dat docenten weer hun passie gaan zoeken. Dat ze tijd krijgen om het atelier of de werkplaats in te duiken, zelf te experimenteren, te creëren en hun vak opnieuw te beleven. Dan gebeurt er iets bijzonders!
Ze krijgen weer inspiratie en energie. De nieuwe motivatie zorgt ervoor dat studenten voelen dat hun docent écht leeft voor het vak. Dat leidt weer tot een sterkere verbinding met leerlingen. De docent wordt weer een geloofwaardige vakmens, niet alleen een begeleider of coach. Ook de actuele kennis neemt automatisch toe. Door zelf actief te blijven, nemen docenten hun nieuwste inzichten mee de klas in.
Er komt weer creativiteit in het onderwijs: lessen worden minder protocol en meer levende leerervaring. De professionele identiteit van de docenten ontwikkelt zich weer. Docenten voelen zich weer vakmens én docent, wat hun trots en inzetbaarheid vergroot.
En is dit nieuw? Nee. Jac. P. Thijsse deed het in 1890 al: hij vervlocht zijn passie voor de natuur in zijn lessen en nam leerlingen mee naar buiten en maakte van de natuur zijn klaslokaal. Rudolf Steiner zei in 1919 al: ‘Onderwijs volgens vaste roosters en regels schakelt in feite de kunst van het lesgeven volledig uit. En dat mag niet. De leraar moet de drijvende kracht en het inspirerende element zijn in de hele school’.
Laat mbo-organisaties eindelijk geld, tijd en ruimte vrijmaken voor professionalisering die wél zinvol is. Niet nog een verplichte cursus in een zoveelste format, maar vertrouwen in de individuele docenten dat zij beter worden door hun eigen passie te volgen. Laat hen weer vakmens zijn, zonder dat dit direct meetbaar iets moet opleveren.
Want het echte rendement van onderwijs is niet een diploma op papier, maar de herinnering aan die ene docent die je leven veranderde.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant