In de tentoonstelling Hip Hop Is van gastcurator Rieke Vos in het Groninger Museum zien we, in zalen die zowel kleurrijk en stijlvol als een beetje duister zijn, de hiphopcultuur oprukken in de beeldende kunst.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek.
‘Breakdance en electric boogie zijn nieuwe dansvormen die ontstonden in de straten van New York’, legt de Polygoonstem van Philip Bloemendal uit. We flitsen van Manhattan naar Amsterdam, ‘waar deze expressieve dansen worden beoefend door groepen die al een hoog niveau hebben bereikt, zoals Space Crowd en Alex and the City Crew.’
De reportage uit 1984 is te zien in Hip Hop Is, de prachtige tentoonstelling die gastcurator Rieke Vos in het Groninger Museum inrichtte over de beeldtaal van hiphop en hoe die de beeldende kunsten beïnvloedde.
Muziek? Die is er zeker wel, maar wordt zelden zo dominant als je wellicht verwachten zou, ook niet in de eerste zaal, waar 840 Nederlandse platenhoezen uit het Dutch Hiphop Archive hangen. Zelfs hier is hiphop voor één keer primair muziek om naar te kijken: van de generieke singlehoesjes van Repper de klep van Danny Boy (1980) en de Snurk-rap van Ria Valk (1987), via de klassieke hoezen van Extince, Osdorp Posse en Urban Dance Squad naar de autonome beeldtaal van het Top Notch-label en local hero Kraantje Pappie.
In zalen die zowel kleurrijk en stijlvol als een beetje duister zijn, zien we de hiphopcultuur oprukken in de beeldende kunst. Vanaf het begin, want de schilderkunst (graffiti) en dans (breakdance) van de hiphopcultuur schoten buiten de VS vaak eerder wortel dan het muziekgenre zelf.
We zien graffiti (stylewriting) als het ware emanciperen als kunstvorm: tijdelijke spuitkunst in de openbare ruimte in New York, waarvan fotografen als Martha Cooper en Henry Chalfant al snel besluiten dat die het verdient om vereeuwigd te worden.
In het midden van de jaren tachtig staan graffitikunstenaars op die, al was het maar uit angst voor de politie, graffiti op canvas gaan maken, zoals Dondi White en Phase 2, wiens grote Majestic: Athanasian Confrontation (1984) hier een blikvanger is.
Nog een fase verder: beeldend kunstenaars die iets van de hiphopcultuur overhevelen naar rauwe avant-gardekunst, zoals de Amerikaanse undergroundlegende Rammellzee (1960-2010), die in Groningen een zaal voor zichzelf heeft. Zijn plastiek Gulf War (met het beeldmerk van Gulfbenzine als huls) voelt aan als het hart van de tentoonstelling. Hier wordt subtiel een cirkel rondgemaakt: het Groninger Museum schonk Rammellzee al in 1987 een eigen tentoonstelling.
Er is videokunst van Arthur Jafa (Love is the Message, the Message is Death, 2016). De verwijzingen naar mode zijn veel talrijker dan dat ene eiland met aangeklede paspoppen.
Een van de grote verdiensten van Hip Hop Is is de brug naar Nederland, die steeds opnieuw wordt geslagen. 2Pac en The Notorious B.I.G. hangen vredig naast elkaar, gefotografeerd door de Nederlandse Dana Lixenberg. De iconische portretten die de Engelse fotografe Janette Beckman maakte van artiesten als Salt-N-Pepa en LL Cool J hangen hier schouder aan schouder met de foto’s van Ilja Meefout, die op hun beurt soms een brug slaan naar hiphop als protestkunst.
De foto waarop Salah Edin door media én Geert Wilders werd aangezien voor Mohammed B., de man die Theo van Gogh vermoordde. Daarnaast: Akwasi in Zwarte Piet-kostuum.
Intrigerend is ook de ruimte die laat zien hoe vaak in hiphopkunst wordt verwezen naar de sfinxen, farao’s en typografie van Kemet, Egypte dus, het zwarte moederland dat als prekoloniale bakermat van zwarte spiritualiteit talloze albumhoezen inspireerde.
Zelfs de do it yourself-component ontbreekt niet: op de bovenste etage kun je leren breakdancen of digitaal graffiti spuiten.
Hip Hop Is geeft uiteindelijk toch ook blijk van het besef dat nieuwe muziek, heet van de naald, onmisbaar is: welkom in het Rariteitenkabinet van de Rotterdamse rapper Duvel, die met ontwerper Undog een ‘totaalinstallatie’ ontwierp bij zijn nieuwe album dat pas in het voorjaar verschijnt, maar hier al te horen is.
Hiphop is luisteren én kijken naar kunst van daar én hier. Het verwonderde de voorbijgangers in de Polygoonreportage uit 1984 – en dat was pas het begin.
Hiphop in Groningen
Hip Hop Is belicht nadrukkelijk de hiphopscene van Groningen, van de hoezen van Kraantje Pappie en de wereldberoemde graffitikunstenaar Mick La Rock (pseudoniem van Aileen Middel) tot een speciale zaal die de lokale hiphoptijdlijn toont aan de hand van posters, knipsels en foto’s. Sherlock Telgt, die furore maakte als lid van de Zombi Squad, en DJ Lowpro (Dennis Kok) drukten hier hun stempel. Hiphop kreeg al vroeg een podium in Vera en Simplon, zoals graffiti en andere hiphopkunst al vroeg de erkenning kregen van het Groninger Museum. Toenmalig directeur Frans Haks haalde Rammellzee naar Groningen (1987), maar ook de baanbrekende graffiti-expositie Coming from the Subway (1992).
Tentoonstelling
★★★★☆
Groninger Museum, Groningen, t/m 10/5.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant