Al zolang mensen bestaan, lijden dieren daaronder. We hebben dieren gebrandmerkt, hormonen ingespoten, op straathoeken laten dansen en door gehaktmolens geperst. Alsof dat allemaal niet erg genoeg is, voeren we ze graag op als personages. Loop de Bruna in en je ontkomt niet aan de boeken over vossen, ooievaars en geiten met existentiële vragen.
Op dit moment staan er drie quasi-filosofische dierenboeken in de Bestseller 60. Ik schrijf ‘op dit moment’, maar vorige week gold waarschijnlijk hetzelfde, en in de aanloop naar Kerst zullen het er ongetwijfeld nog meer zijn. Op plek 31 staat Toon Tellegen met Langzaam, maar zeker, over de belevenissen van een slak en een schildpad. Op plek 55 staat Grote Panda & Kleine Draak van James Norbury. Goed, een draak is een fantasiedier, maar dat pleit Norbury, tevens auteur van de bestsellers De reis van de wijze kat en De hond, de wolf en de maan, niet vrij. En fier op plek 2 staat Charlie Mackesy met Onthoud dit altijd, het vervolg op de hit De jongen, de mol, de vos en het paard. In dit tweede deel is het viertal terug: „Ze hebben geen idee waar ze heen gaan of waar ze naar op zoek zijn. Wat ze wel weten, is dat het leven moeilijk kan zijn, maar dat ze van elkaar houden. En dat taartjes vaak het antwoord zijn.”
Iedere volwassene weet dat het ‘antwoord’ therapie is, of echtscheiding. Toch is Norbury volgens de omslagen van zijn boeken schrijver van „adult fables” en noemt Penguin Books de bestsellers van Mackesy „adult non-fiction”. In het onlangs uitgezonden datingprogramma Onderweg naar liefde geeft twintiger Mies haar date Mark een bundel van Tellegen. „Het zijn dierenverhalen, maar ook echt mooie verhalen voor volwassenen”, zegt ze. „Wat nice”, reageert Mark, die zichtbaar niet weet wat-ie ermee aan moet. „Maar het is dus eigenlijk officieel een kinderboekje?” Heel goed Mark, houd vast aan die intuïtie!
Zoals we eerlijk moeten zijn over wanpraktijken in slachthuizen, zo moeten we ook erkennen dat het niet normaal is om als volwassene een baanbrekende wijsheid te zien in een verhaal over een olifant die tevergeefs in een boom probeert te klimmen. Ook hebben we geen verdrietige reiger nodig om te snappen dat mensen ook weleens verdrietig kunnen zijn. In De jongen, de mol, de vos en het paard staat de volgende hallucinante zin: „De meeste oude mollen die ik ken, zouden willen dat ze minder naar hun angsten hadden geluisterd en meer naar hun dromen.” En de mier zou willen dat ze de brieven van de Belastingdienst tijdig had opengemaakt en de houtworm dat hij niet zo verslaafd was aan TikTok.
Dat is het vervelende aan al deze ‘dierenverhalen’: de dieren erin doen nooit iets dierlijks. Ze drinken thee, bakken cakes, gaan op reis en fluisteren elkaar ondertussen tegeltjeswijsheden toe („Probeer tijd te maken voor de kleine dingen”, zei Grote Panda. „Die zijn vaak het allerbelangrijkste.”). De panda had net zo goed een boktor kunnen zijn en de libelle net zo goed een wasbeer. Of al deze beesten hadden net zo goed mensen kunnen zijn en Johan, Isabel, Hans en Marijke kunnen heten, ware het niet dat de lezer dan nog sneller zou doorhebben wat een oersaaie, clichématige kitsch hij voorgeschoteld heeft gekregen.
Op de boekenapp Goodreads krijgen bovengenoemde boeken bizar veel sterren en lovende recensies van lezers. Ik heb daar maar één verklaring voor: dieren zijn schattig. Vooral de kinderboerderijexemplaren waar de eerder genoemde schrijvers mee aan de haal gaan. Zouden hun verhalen over bedwantsen of komodovaranen gaan, dan zou het misschien zo’n vaart niet lopen. Maar wie kan er nou één ster geven aan een eekhoorntje? Een eekhoorntje dat bovendien zegt dat je nooit de moed moet verliezen? En zo komen die megabestsellers er wel. Het is bij de beesten af.
Source: NRC