Eva Jinek vindt hem de best ingevoerde journalist in Den Haag. Tegelijkertijd is politiek commentator Wouter de Winther voor velen een enigma. ‘Mensen die veronderstellen dat ik rechts ben, lezen De Telegraaf vaak niet eens.’
is tv-maker, schrijver en journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze bekendere Nederlanders.
‘De appeltaart was nog warm toen ik hem kocht’, zegt Wouter de Winther (46) terwijl hij er twee stukken uit snijdt. Hij doet dat in de keuken van zijn beste vriend, eveneens Wouter geheten, met wie hij – als die niet met zijn vriendin of kinderen op reis is – vaak samen op vakantie gaat. In zijn eigen huis in Amsterdam-Zuid kan het gesprek niet plaatsvinden, daar verblijven op het moment twee logés. Dat het daar niet kan zal de politiek commentator, die vijftien jaar bij De Telegraaf werkt, vast niet heel erg vinden, want hij is zeer gesteld op zijn privacy. Dit is dan ook het eerste, en voorlopig laatste, persoonlijke interview dat hij geeft. Met wel één duidelijke restrictie: hij wil niet over de liefde praten.
Hij is in ieder geval getrouwd met zijn werk. ‘Wouter is daar ongelooflijk gedreven in’, vertelt Paul Jansen, voormalig hoofdredacteur van De Telegraaf en nu hun correspondent in de VS. ‘Hij is een kuitenbijter die nooit opgeeft, heeft een olifantengeheugen, is ook heel sociaal – hij kan met iedereen overweg, van links tot rechts en van boven tot onder – dus hij is altijd aan het werk. Dat zag ik ook wel als een zorg. ‘Ga iets leuks doen’, zei ik dan. Want geluk bestaat niet alleen uit werk en de voorpagina. Den Haag vreet je op. Het is ongelooflijk hoelang Wouter dit tempo al volhoudt.’
Vertragen is echter lastig in Den Haag, waar de ontwikkelingen elkaar in sneltreinvaart opvolgen, met afgelopen jaar alleen al de val van het kabinet. ‘Het hele jaar stond eigenlijk al in het teken van de verkiezingen’, vertelt De Winther als hij de taart op tafel heeft gezet. ‘Eind vorig jaar hoorde ik al van politici: ‘Hoe lang blijft dit kabinet overeind, en gaan we er zelf nog wel aan meewerken?’ Het was alsof ze op een circuit reden. Steeds harder, maar op een gegeven moment vlieg je uit de bocht. Dat was Geert Wilders. Die dacht: ik stap eruit voordat iemand anders dat doet.’
Caroline van der Plas zei in HP/De Tijd dat jij Wilders op die gedachte had gebracht, door te schrijven dat het de strategie van de VVD was om na de zomer het kabinet te laten vallen. ‘Ik denk dat die voorspelling wat met Geert heeft gedaan. Die dacht: dat gaat mij niet gebeuren, dan ga ik eerst.’
‘Ik heb het ook gelezen, ik vond het iets te veel eer. Ik beschreef gewoon het sentiment dat ik hoorde. Het was in ieder geval geen vooropgezet plan van mij. Al ben ik vrij straight geweest dat deze coalitie misschien wel de slechtste was die ik heb mogen witnessen. Ik kwam een dikke twintig jaar geleden in Den Haag werken, heb ook de gedoogconstructie met Rutte I meegemaakt, dus ben echt wel wat gewend, maar hier zag je gewoon amateurisme. Elkaar niets gunnen en wantrouwen waren dominant. Ik kwam er al snel achter dat het totaal niet liep en dat dit kabinet gedoemd was te mislukken.’
Ook de ondergang van Pieter Omtzigt wordt door menigeen aan jou toegeschreven, omdat jij als eerste naar buiten bracht dat hij veel huilde en instabiel was.
‘Ja, maar ook dat was geen vooropgezet plan. Ik merkte een bepaalde moedeloosheid in hoe ooggetuigen reageerden op vrij normale vragen als: ‘Goh, hoe is het? Schiet het een beetje op?’ En ik kwam erachter dat het achter de schermen echt verschrikkelijk was. Dat had niets meer te maken met iemand die het een keer moeilijk heeft, nee, dat waren bijna op afroep beschikbare overspannenheidsemoties.’
Dat klinkt alsof hij het bewust inzette.
‘Dat is wat me verteld werd, mensen geloofden het niet meer. En dat hoorde ik een paar jaar eerder ook al van mensen die met hem als CDA-kamerlid te maken hadden. Die werden door hem zo ongeveer door de telefoon getrokken. En als het zo onbehoorlijk is, kletst dat zich rond in Den Haag. Ik had zelf mijn nek tijdens de CDA-lijsttrekkersverkiezing al eens uitgestoken door te schrijven dat er gekke buien waren, waarin hij soms ook met dingen gooide.
‘Deze man was voor de buitenwereld een held vanwege het goede werk dat hij deed voor de toeslagenaffaire, maar had binnenskamers een heel andere kant. Huilen, kortsluiting in zijn hoofd, steeds weglopen van tafel. Ik had alleen niet verwacht dat het zo’n impact zou hebben als ik dat naar buiten zou brengen. Als ik dat had geweten, dan had ik in de wekelijkse podcast waarin ik het vertelde (Afhameren met Wouter de Winther, red.) wel iets anders aangetrokken dan mijn bruine hoodie. Beelden uit die aflevering doken ineens overal op.’
Maar zou jij dan zeggen: het is gek dat men de PVV buitensluit, want eigenlijk kan je prima met de PVV werken als Omtzigt er niet bij zit?
‘Nee, dat vind ik echt twee verschillende trajecten. Je hebt NSC met een bijna sektarische adoratie voor het gedachtegoed van Omtzigt, en je hebt Wilders die nooit heeft geïnvesteerd in de kwaliteit van zijn mensen, omdat hij een einzelgänger is die er een verdeel- en-heerstactiek op nahoudt. De makke van Wilders is dat hij niet de mensen had om de agenda te realiseren die hij zijn kiezers in het vooruitzicht stelde.
‘Als hij er een goede minister van Asiel en migratie op had gezet, die bereid was het normale politieke handwerk te doen en twee jaar door de woestijn te gaan om de wetgeving door beide Kamers te loodsen, dan had hij iets voor elkaar kunnen krijgen. Maar zijn manier van regeringsverantwoordelijkheid nemen bleek er eentje te zijn van: ik ga alleen roepen dat we voor het striktste asielbeleid ooit gaan.’
Eva Jinek, bij wie je regelmatig te gast bent, vindt jou de best ingevoerde journalist van Den Haag. Wat is ervoor nodig om dat te worden?
‘Ik wil niet meegaan in haar kwalificatie, dat mogen andere mensen zeggen, al vind ik het wel heel lief van haar. Maar ik loop er natuurlijk al een tijdje rond. Daardoor kan ik historische vergelijkingen trekken. En ik heb een netwerk opgebouwd vanaf het moment dat ik nog half aan het afstuderen was (politicologie en communicatie, red.). Dus ik ken mensen die nu minister of Kamerlid zijn al vanaf de tijd dat zij niet meer deden dan de telefoon opnemen.
‘Op mijn eerste dag bij De Telegraaf kon ik dankzij dat netwerk een verhaal schrijven dat de volgende dag op de voorpagina stond. Mijn netwerk gunde mij een leuk begin. Wauw, mijn naam op de voorpagina, dacht ik, en wat een impact! Allemaal mensen belden en appten me. Bij BNR Nieuwsradio, waar ik daarvoor werkte, kon ik de prachtigste dingen doen zonder dat het opviel. Alleen toen ik daar het regeerakkoord van Balkenende IV in handen wist te krijgen (hij ontdekte dat de kopieerapparaten in de Tweede Kamer een geheugenfunctie hadden en wist zo een uitdraai te maken, red.) dachten ze even: wie is die jongen?’
Je beste vriendin Lotte Ragut, die adjunct-hoofdredacteur is bij Nieuwsuur, vertelde dat mensen nogal eens de wenkbrauwen fronsen als ze zegt dat jij haar ‘bff’ bent. Zo van: dat is toch die hele rechtse jongen?
‘Ik denk niet dat je het lang volhoudt in Den Haag als je één perspectief tot het juiste verklaart. Ik blijf gewoon dicht bij mezelf. En ik voel me op mijn plek bij een massakrant die mensen van in de tramremise tot in de directiekamer vertelt wat er in het land gebeurt. Maar ik praat niemand naar de mond. Als ik vind dat er een puinhoop van wordt gemaakt, zoals het afgelopen kabinet dat deed, dan laat ik geen kans onbenut om dat uit te venten.
‘Mensen die veronderstellen dat ik rechts ben, zijn vaak mensen die De Telegraaf niet eens lezen. Het is blijkbaar overzichtelijk om de wereld zo in te delen: hij deugt niet, want hij is van De Telegraaf. Ik ben er trots op dat ik daar werk. De Telegraaf vervult een onmisbare rol in een medialandschap dat zo gevarieerd mogelijk moet zijn, vind ik.’
Schuif je net zo makkelijk aan bij het SBS-actualiteitenprogramma Nieuws van de dag, dat met opiniemakers als Wierd Duk erg aan de rechterkant van het spectrum zit, als bij Jinek?
‘Nou ja, net zo makkelijk... Ik ken Eva al negen jaar en ik heb een goede klik met haar. Dat is waar ik vooral naar kijk. Dus toen ze voor de verkiezingen vroeg om een commitment aan te gaan, heb ik ja gezegd.
‘Maar ik vind het ook leuk om bij VI te zitten, waar je in een totaal andere sfeer terechtkomt, meer een kantinesfeer. Ik probeer er desondanks altijd minimaal twee keer iets te vertellen over wat er in Den Haag is gebeurd. Al moet je er rekening mee houden dat er ineens een knuffelpiemel naar beneden komt, zoals de eerste keer dat ik daar te gast was, haha.
‘Nieuws van de Dag heb ik ook gedaan, maar dat viel niet meer met Jinek te combineren. Het programma is overigens een groot succes geworden dankzij de vele televisierecensies in de Volkskrant. Het was een schande, schreef men, bijna iedereen die er zat werd belachelijk gemaakt. En dat mag hoor, ik ben voor lekker pluriforme media. Mensen zeggen dat het programma met mensen als Wierd Duk heel erg aan de rechterkant zit, maar so what? Waarom mogen mensen daar niet naar kijken?’
Snap jij dat een presentator als Art Rooijakkers zich terugtrekt omdat hij zich niet kan verenigen met de inhoudelijke koers?
‘Dat moet hij weten. Ik vind het juist fijn dat ik bij een krant werk waar ik het niet per se met iedereen eens hoef te zijn. En dat we met de diversiteit aan gezichten een veelzijdige krentenbol zijn, zoals oud-hoofdredacteur Sjuul Paradijs het noemde. Saskia Belleman zit er ook, en Martin Visser, de economisch commentator. Dat zijn mensen die hebben geleerd voor wat ze doen, met perspectieven waarmee ze net zo goed in een andere krant hadden kunnen staan. En dan was het wel goed geweest.
‘Ik vind het fijn dat we in Nederland een krant hebben waarbij mensen die fan zijn van Wierd – en daar zijn er een heleboel van in Nederland – zich thuis voelen. Die worden dan misschien verleid om ook iets te lezen waarin iets anders wordt beweerd dan wat Wierd zegt. Hij heeft een uitgesproken mening, en die mening is niet per se de mijne, maar hij schrijft geen hoofdcommentaren, bepaalt niet de koers van de krant, zit niet in de hoofdredactie, is geen politiek commentator, niet eens meer verslaggever. Hij is bij ons opiniemaker geworden. En je hoeft het niet eens te zijn met zijn mening, maar die mening bestaat wel. Zet je die mening dan op een eiland in de Stille Zuidzee, of laat je ook dissonante geluiden horen zodat je meekrijgt hoe er in Nederland wordt gedacht buiten je eigen bubbel? Ik ben voor het laatste.
‘Het is een oud voorbeeld, maar toen Trump de verkiezingen in 2016 won, zaten bij De Wereld Draait Door alleen maar mensen die dat verschrikkelijk vonden. Peter Vandermeersch, de hele treurnis, ze hadden nog net geen zwarte kleren aan. Ik dacht: deze man is gekozen door 60 miljoen mensen, en de redactie heeft niemand gevonden die hun perspectief kan weergeven? Het hoeft niet jouw mening te zijn, maar je kan wel proberen te begrijpen waarom mensen daarop hebben gestemd.
‘Als jij in Amerika twee of drie banen hebt en je verdient heel weinig, en je hoort ze op televisie zeggen dat het allemaal prima gaat en dat ze nog ergens een regenboogzebrapad op de grond hebben geschilderd, dan denk jij misschien ook wel: wij willen verandering. Het is goed om je te verplaatsen in mensen die het leven totaal anders benaderen.’
Afgelopen jaar was je zelf ook onderwerp van gesprek. Je vriendin Lotte Ragut vond de oproep van podcastmaker Victor Vlam vrij intimiderend: hij riep mensen op om in jouw privéleven te duiken. ‘Ik vind Wouter een bijzonder mysterieus persoon. We weten dat hij homo is, maar er zijn ook verhalen dat hij een kind heeft.’
‘Het is natuurlijk bizar dat we het hierover moeten hebben, want het is een pure roddel. Ik weet ook niet of het verstandig van hem was. Het lijkt me niet handig dat je bij VI de reputatie krijgt dat je maar wat roept. Ik zie hem daar ook niet zo vaak meer als gast, het heeft hem geen goed gedaan. Hij zei in die podcast: ‘Ik heb gehoord dat-ie een kind heeft, misschien wel twintig, er zou eens iemand in moeten duiken.’ Nou, ik heb geen kinderen, laat staan twintig. Zijn oproep voelde als het begin van een klopjacht. Zelfs mijn moeder appte: wat krijgen we nou? Die had wel graag willen weten van dat kleinkind.
‘Gelukkig heb ik inmiddels geleerd om in dit soort situaties even een stapje terug te doen en mezelf af te vragen: is het verstandig om te reageren? Ik heb gelukkig ook een paar lieve vrienden die me helpen met goed advies.’
Eva Jinek zei: ‘Het heeft bij Wouter heel lang geduurd voordat hij me vertrouwde. Er is veel gereserveerdheid en terughoudendheid bij hem. Hij is een enigma.’
‘Hm.’
Lotte zei het ook: ‘Wouter is erg op zijn hoede. Hij is heel zorgvuldig en selectief in wie er toegang krijgt tot zijn inner circle.’
‘Ja, ik weet het niet, het is moeilijk, misschien zit het gewoon in mijn karakter. Ik ben geen allemansvriend. Ik zit ook niet in Den Haag om vrienden te maken. Niet in de politiek en ook niet in de journalistiek. Dat geklit met elkaar, blèh. Daar heb ik helemaal niks mee. Maar ik ben wel trouw.’
Dat zeiden je vrienden en oud-collega’s ook, maar het lijkt dus alsof jij andere mensen niet zo makkelijk vertrouwt.
‘Hm. Ja. Maar is dat iets slechts of zeldzaams?
Dusdanig zeldzaam dat iedereen die ik over je sprak het min of meer zei.
‘O, haha. Maar hebben ze er ook een voorbeeld bij genoemd?
Lotte zei: ‘Hij is altijd op zijn hoede door zijn jeugd.’
‘O. Zijn we nu bij het kopje familie aanbeland?’
Ja.
‘Oké.’ Pakt zijn telefoon. ‘Even kijken of alles nog rustig is. Ik blijf natuurlijk een journalist, dus als er iets is gebeurd dan wil ik het weten.’ Hij legt zijn telefoon weer weg. ‘Nou ja, kijk, ik ben kind van gescheiden ouders. Ik wil het best vertellen, en dan moet jij maar concluderen of dat de reden van mijn terughoudendheid is. Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik 3 was. Mijn moeder had een andere man leren kennen, terwijl mijn vader haar nog beschouwde als de liefde van zijn leven. Ze kenden elkaar al sinds de middelbare school. Ik was heel jong, maar ik herinner me het moment dat duidelijk werd dat ze uit elkaar gingen. We woonden in de Gouden Leeuw, een flat aan de zijkant van de Bijlmermeer.
‘Het was een soort driehoek.’ Hij drukt met zijn vinger drie punten op de tafel. ‘Dit was de deur van mijn ouderlijk huis, dit de deur van de buren en hier was een deur naar de lift. Gek genoeg herinner ik me dat ik bij het huis van de buren stond, en leek te moeten kiezen tussen mijn vader, die bij de deur van ons huis stond, en mijn moeder, die met haar nieuwe man bij de lift stond. Ik had zoiets van: hé, dit is onnatuurlijk, want hier gaan twee mensen die bij elkaar horen te zijn ineens uit elkaar.
‘Dat is tenminste hoe het in mijn hoofd zit. Daaraan relateer ik dat het een moment van kiezen was, van geborgenheid die wegviel. En dat ik er ineens alleen voor stond. Er was een strijd om het voogdijschap in een rechtszaal. Mijn vader lag er helemaal af vanwege die scheiding. Toen heeft hij gezegd: misschien moet ik mijn zoon dan maar niet meer zien, want het is toch ingewikkeld voor hem als hij twee vaders heeft.
‘Mijn vader ontmoette een tijdje daarna mijn latere stiefmoeder en zij heeft tegen hem gezegd – daar zal ik haar eeuwig meer dankbaar voor zijn dan ze ooit zal weten – ‘Ho eens even, je gaat voor je zoon vechten.’ Dat heeft hij toen gedaan. Mijn moeder behield de voogdij, dus ik woonde bij haar, maar ik mocht eens in de twee weken een weekendje naar mijn vader toe.
‘De man met wie mijn moeder een relatie kreeg en ook trouwde, was niet fijn. Hij was dominant, agressief, gewelddadig en een alcoholist. Toen ik een jaar of 15 was escaleerde de boel. Ik weet nog dat ik in een dagboekje schreef: dit is niet normaal, dit is niet normaal, dit is niet normaal. Ik moest altijd op mijn hoede zijn, want hij kon zomaar ontploffen en dan kon hij je in elkaar beuken.’
Jeetje.
‘Ja, dat was allemaal naar. Dit is niet leuk voor mijn moeder om te lezen, want zij heeft er natuurlijk ook onder geleden. Maar ja, ik kan er ook niks aan doen dat het zo was. En dat zal me wel gevormd hebben.
‘In 1997 ben ik naar Los Angeles verhuisd, ironisch genoeg helemaal betaald door mijn stiefvader. Die vond dat ik iets van de wereld moest zien. Dat was een soort bevrijding, dat was het moment waarop ik loskwam. Toen heb ik voor mezelf bedacht: ik laat nooit meer iemand anders over mij de baas worden. Ik wil onafhankelijkheid. Als ik met mensen te maken heb die dominant zijn en die mij steeds meer pushen, dan is het klaar.’ Hij slaat op tafel. ‘Om het niet zo ver te laten komen, ben ik selectiever aan de poort geworden, zullen we maar zeggen. Ja, dokter Nathalie.’
Wist destijds niemand van dat geweld bij jou thuis?
‘Enkelingen wel. Die hebben mijn stiefvader er wel eens op aangesproken. Maar het hield pas op toen ik begon terug te vechten. Ik was een jaar of 18, vlak voordat ik naar Amerika vertrok. Toen heb ik me van hem afgekeerd, en ik vond dat mijn moeder ook van hem af moest. Een tante sprak me daarop aan, die vergoelijkte het allemaal.
‘Dus ik voelde me ook wel alleen. Daarom schreef ik ook aan mezelf: dit is niet normaal. Want iemand moest tegen mij zeggen dat het niet normaal was. En aan mijn vader durfde ik niet alle details te vertellen, want die zou in alle staten zijn geraakt en ik was bang voor de repercussies thuis. Dus ik hield het maar een beetje bij mezelf. Uit schaamte durfde ik er ook niet veel over aan vrienden te vertellen. We hadden thuis de cultuur dat je dit soort dingen binnenskamers hield.
‘Het was geen leuke tijd. Daarom ben ik heel blij dat ik uiteindelijk door heel hard te werken iets voor mezelf heb kunnen opbouwen. Ik hoop dat iemand die in een vergelijkbare situatie zit er iets aan heeft om dit te lezen, dat er uiteindelijk een uitgang kan zijn.’
Hoe is de relatie met je moeder?
‘Ik heb het met haar uitgepraat. Een aantal keer. We zijn echt tot het gaatje gegaan. Omdat ik haar wel verweet: jij hebt mij niet beschermd tegen hem. Je hebt je eigen levensgeluk laten prevaleren boven dat van je kind. Dat heeft ze erkend. En ik vind ook: daarna zetten we er een streep onder. Ik ga niet mijn hele leven lang huiliehuilie doen over mijn jeugd en het mijn moeder eeuwig kwalijk nemen. Ik ben gewoon heel blij dat ik nog een moeder heb en een heel lieve stiefmoeder. Die stiefvader leeft niet meer en mijn vader ook niet, dus de mensen die ik over heb probeer ik te koesteren.’
Heb jij je stiefvader er ooit op aangesproken?
‘Ik heb in mijn studententijd een brief geschreven. Acht of negen kantjes lang. Alle ellende heb ik opgeschreven, alles. Woest was ik. Mijn moeder was daar wel door aangeslagen. Daarna heb ik met hem het contact verbroken. En op een gegeven moment belde mijn moeder ’s ochtends op om te vertellen dat hij was overleden. Hij had een hartaanval gekregen. Dat was de eerste keer in jaren dat ik hem weer zag, dood. Heel zielig natuurlijk voor mijn moeder, want je wil je man niet verliezen.’
Want zij is bij hem gebleven.
‘Ze is bij hem gebleven.’
Ook nadat ze die brief las.
‘Ja.’
Eerder hadden we het over die perspectiefwissel, dat je ook in de hoofden van Trumpstemmers stapt. Kan jij in het hoofd van je moeder stappen en haar begrijpen?
‘Nee. Nou ja, ik kan wel bedenken dat we allemaal een product zijn van onze opvoeding. En mijn moeder kwam uit een gezin waar dit soort dingen totaal niet aan de orde waren. Mijn opa en oma waren fatsoenlijke Friezen. Nooit kwaad spreken over een ander, altijd voorbeeldig. En als je niet weet hoe je met iets heel geks in het leven moet omgaan, dan conformeer je je daar misschien eerder aan dan wanneer je voor dingen moest vechten. En de stiefvader zelf was de middelste uit een gezin met dertien kinderen. Dat doet ook iets met je.
‘Hij heeft nooit erkenning gekregen, had eigenlijk een verongelijktheids- of minderwaardigheidscomplex. Daardoor eiste hij van ons dat hij bedankt werd voor van alles en nog wat. Voor het huis waarin we woonden, voor de studie die ik kon doen. Heel raar natuurlijk, waarom moet je daar als kind voor bedanken? Een kind heeft niet gevraagd om op de wereld te komen. Maar ik was natuurlijk de zoon van een andere man, dus aan mij werd steeds dankbaarheid gevraagd voor het feit dat hij bereid was om voor mij te zorgen.’
Hoe heeft het contact met je vader zich ontwikkeld?
‘Als ik bij mijn vader was, had ik het altijd leuk, want hij was een ontzettend lieve man en deed er alles aan om er een leuk weekend van te maken. Dan kwam ik op zondagavond best wel opgetogen terug, maar merkte ik dat er jaloezie zat in het kamp van mijn moeder. ‘Je vader speelt altijd voor Sinterklaas.’ Ik mocht het vooral niet gezellig hebben bij mijn vader. Dus dan hield ik maar voor me dat ik het leuk had gehad.
‘Toen ik op mezelf ging wonen, zag ik hem veel meer. Mijn vader leefde altijd erg met mij mee. Dan had ik ergens een sollicitatie en haalde hij me op om te vragen hoe het ging. Hij was heel zorgzaam. Hij is in 2011 overleden. Vier jaar daarvoor had hij de diagnose kanker gekregen. Die vier jaar hebben we echt optimaal benut met elkaar. Toen hebben we ook veel over het verleden gesproken. Hij zei dat hij zichzelf nooit kon vergeven dat hij niet heeft ingegrepen. Tot in zijn laatste maand heb ik hem nog op het hart gedrukt: je kon niks doen. En ik neem het je ook niet kwalijk, want de omstandigheden waren er niet naar.’
Lotte vertelde dat je heel mooi en open op de begrafenis van je vader sprak. Wat zei je?
‘Pfoe. Wat ik heb gezegd, heb ik nooit meer durven teruglezen. Het is een waas, waardoor ik het niet goed meer weet. Ik moest de hele dag huilen. Maar ik heb in ieder geval iets verteld over Philipje. Zo noemde hij mij altijd in de verhaaltjes die hij verzon toen ik klein was. Dan waren we wezen kanoën en vertelde hij voor het slapengaan een verhaaltje over Philipje die was wezen kanovaren. En, nou...’
Hij raakt geëmotioneerd, veegt een traan uit zijn oog.
Met gebroken stem: ‘De avond voordat hij overleed, hij kreeg euthanasie, hoorde ik ineens gestommel op de trap. Het was mijn vader die naar beneden kwam om nog een praatje met mij te maken. Dat zal ik nooit meer vergeten. Hij had de hele tijd zijn arm om me heen. De man was doodziek hè, maar hij kwam helemaal naar beneden om nog even van zijn zoon persoonlijk afscheid te nemen.’
Gaf hij je nog iets mee?
‘Ik blijf altijd in je hoofd, zei hij. Ik leef met je door, ik ben bij je. En ik ben helemaal niet zo dramatisch in dat soort dingen, maar het voelt af en toe wel alsof hij mijn leven meeleeft. En het voelt alsof hij trots op me is.’
14 februari 1979 Geboren in Amsterdam.
1991-1997 Gymnasium Spinoza Lyceum Amsterdam.
1997-1998 Studie Journalistiek in VS.
1998-2004 Studie Politicologie.
1999-2004 Studie Communicatiewetenschap.
2001-2009 BNR Nieuwsradio.
2003 Stage RTL Nieuws in New York bij correspondent Max Westerman.
2009-2010 Woordvoerder ministerie van OCW.
2010-2013 Parlementair verslaggever De Telegraaf.
2013-2020 Chef parlementaire redactie De Telegraaf.
2015-heden Politiek commentator De Telegraaf.
Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant