Ze zijn gedreven, verwikkeld in een platonisch huwelijk en succesvol. Jeroen Woe en Niels van der Laan werken al 25 jaar intensief samen. ‘Ik vind elke seconde dat wij niet bij een beslissing betrokken zijn, een totale marteling.’
is columnist en verslaggever bij de Volkskrant. Voor Volkskrant Magazine schrijft hij geregeld interviews.
Strak afgebakend is de interviewafspraak: maximaal anderhalf uur, niet aanbellen vóór het afgesproken tijdstip. In de weken dat Niels van der Laan en Jeroen Woe het satirische programma Even tot hier maken, is hun tijd kostbaar. Hun show móét dicht op de actualiteit zitten – niet alleen in de grappen, ook in de teksten van de liedjes, die ze zelf schrijven. En zeker tijdens deze reeks gaat het nieuws nogal snel.
Het is dinsdag, twee weken voordat Niels van der Laan te maken zal krijgen met ernstige doodsbedreigingen omdat hij, in zijn rol als Hoofdpiet in het Sinterklaasjournaal, het geheim van het kinderfeest zou hebben verklapt – waarover later meer.
Vandaag is de dag waarop ze via Zoom grappen uitwisselen met hun vijfkoppige schrijversteam, nog niet wetend wat het grote nieuws van de week zal worden. ‘Sprinkhanen’, noemen ze dat. Veruit de meeste grappen zullen de uitzending op zaterdagavond niet halen.
Het is tevens de dag waarop Van der Laan het ‘simpele liedje over een best wel ingewikkeld onderwerp’ moet schrijven, een vast item in de show, met als komisch kenmerk dat er veel te veel lettergrepen in het metrum worden geduwd. ‘Als ik het vandaag niet afmaak’, zegt hij, ‘bolt er morgen een enorm probleem op.’ Want op woensdag moet er een andere liedtekst klaar zijn, die door een bekende artiest zal worden vertolkt. En dan moet de productie aan de slag met de ‘hulpactie’ die ze wekelijks organiseren. Wordt het de ‘kaalslag’ bij de publieke omroep? Zo ja: kun je met goed fatsoen makers benaderen op de dag dat die hoorden dat hun programma verdwijnt?
Stress dus, veel stress. Het is niet van hun gezichten af te lezen, maar ze komen er tijdens het gesprek wel telkens op terug. Neem het recente gedonder rond informateur Hans Wijers. ‘Tot kort voor onze uitzending bleef onduidelijk of hij zou opstappen of niet’, zegt Jeroen Woe. ‘De onthullingen bleven elkaar maar opvolgen, steeds moesten we van alles omgooien. Uiteindelijk hadden we een script met twee versies.’
Van der Laan: ‘Ik ben op zulke dagen echt bang voor mijn telefoon. Elk pushbericht kan betekenen dat er iets is gekanteld. En dat is...’
‘... doodeng’, zegt Woe. ‘Elke serie zeggen we wel één keer tegen elkaar: dit is niet leuk meer, op deze manier gaan we niet oud worden.’
Uit de schaterlach die hierop volgt, spreekt dan weer iets heel anders; zelfvertrouwen, de ambitie om dóór te gaan en vooral: lol. Niels van der Laan en Jeroen Woe zijn beste vrienden, ze werken al 25 jaar onafgebroken samen, op tv en in het theater, en zijn zo met elkaar vergroeid dat ze ongemerkt elkaars zinnen afmaken.
In het 14de seizoen van Even tot Hier (twee reeksen per jaar sinds 2019) heeft het duo hun eigen kijkcijferrecord gebroken. De eerste aflevering trok drie miljoen kijkers, de afleveringen daarna zaten er nipt onder. Deze ochtend kregen ze te horen dat ze zijn verkozen tot ‘mediapersonen van het jaar’.
Best verrassend, zegt Van der Laan. ‘Ik dacht dat we tijdens corona onze piek hadden bereikt. Toen zat iedereen verplicht thuis, hadden we een collectieve vijand en werden wij een soort spreekbuis van dat gevoel. Mensen keken vaak liever naar ons dan naar de persconferenties van de overheid. Nu gelden wij weer gewoon als links-progressieve jongens. Als satiricus richt je je altijd tegen de macht, en die ligt bij rechts. Dus ik had eigenlijk verwacht dat we kijkers kwijt zouden raken.’
Zou het kunnen dat de honger naar jullie vorm van satire is toegenomen omdat de media verrechtst zijn? Laatst fileerden jullie alle argumenten van de VVD om niet met GroenLinks-PvdA te willen regeren. Het voelt een beetje alsof jullie de functie van de talkshows hebben overgenomen, en tegenwicht bieden.
Niels: ‘Dat horen we inderdaad steeds vaker. Vroeger zeiden mensen bij de visboer: leuk programma hoor!’
Jeroen: ‘... Nu is het eerder: wanneer komen jullie weer terug? Alsjeblieft, het is hoognodig!’
Niels: ‘We proeven wel een ander sfeertje. Los van de verrechtsing van de media zijn het ook gewoon zwarte tijden, waardoor er misschien meer behoefte bestaat om daar samen om te lachen.’
Jeroen: ‘En te voelen dat je niet alleen bent in je verontwaardiging over de krankzinnige dingen die er gebeuren.’
‘Comic relief’ is één ding. Maar laatst hadden jullie een ‘hulpactie’ in het Limburgse Margraten, waar de herdenkingspanelen van zwarte soldaten die sneuvelden in de Tweede Wereldoorlog zomaar waren weggehaald. Jullie plaatsten ze weer terug. Dat schuurt tegen activisme aan.
Niels: ‘Ja, hoe duisterder het om ons heen wordt, hoe activistischer wij worden. Dat gaat eigenlijk vanzelf. Die hulpactie is altijd een soort tegenkleur in de show. Nadat we eerst mensen keihard hebben afgemaakt, laten we een hoopvolle, menselijke kant zien. In het verleden ging zo’n item vaak over relatief onschuldige zaken – iemand die slachtoffer was van vandalisme of zo. Maar daar in Margraten werd gewoon een deel van de zwarte geschiedenis uitgewist, om totaal onduidelijke redenen. Toen we erin doken, dachten we: hoezo is hier niet veel meer verontwaardiging over?’
Het kwam voort uit persoonlijke woede.
Jeroen: ‘Absoluut. We zijn inmiddels bijna gewend dat zulke dingen gebeuren in het Amerika van Trump, maar dat het nu ook hier gebeurt... Het was voor het eerst in de geschiedenis van Even tot hier dat ik echt moest slikken toen we met de nazaten van die gesneuvelde soldaten spraken.’
Niels: ‘De aandacht betekende veel voor hen, ze kregen daarna heel veel steunbetuigingen. Dat voelt voor ons natuurlijk heel tof, maar ik blijf ook wel verbaasd dat wij kennelijk deze functie hebben.’
Er zit ook een politicoloog in jullie team, Armèn Hakhverdian. Wat is zijn functie precies?
Jeroen: ‘Armèn is een wandelende encyclopedie. Hij weet meteen wanneer politici zichzelf tegenspreken of beloften niet nakomen, dat is heel handig. Maar hij geeft ons ook telkens een trap onder de reet. We gaan nu de vijfde week in, soms merk ik dat ik dan een beetje numb word. Zo van: nou weet ik wel dat er veel ellende is, dat politici liegen, enzovoort. Armèn blijft altijd boos, en kan goed uitleggen waarom wij dat ook moeten zijn. En dan gaat het vuurtje weer aan.’
Hoe democratisch gaat het eraan toe tussen jullie en het schrijversteam als er knopen moeten worden doorgehakt?
Niels: ‘Héél democratisch... tussen ons tweeën.’
Jeroen: ‘We hebben één lid meer dan de PVV. Dus zeg maar: helemaal niet.’
Niels: ‘Maar dat is ook duidelijk voor iedereen. Het muzikale deel is sowieso helemaal voor onze rekening. We hebben onze niet-democratische stijl bijna tot vorm verheven. Alleen al het feit dat wij met z’n tweeën achter een laptop zitten en de schrijvers via Zoom hun grappen aandienen. De volgende dag zeggen wij: er is goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws is: je mag een nieuw onderwerp gaan uitbenen, hahaha. Na donderdagmiddag zijn alleen de schrijvers Hans Riemens en Peter Capel er nog bij betrokken, de rest is klaar, terwijl voor ons de stress dan pas echt begint. Maar ondanks dat hebben we elke week echt wel zo’n hutbouwgevoel met z’n allen.’
Klinkt alsof jullie flinke controlfreaks zijn.
Jeroen: ‘Ja. Maar goed, uiteindelijk zijn wij het die daar op zaterdagavond staan.’
Niels: ‘Ik vind elke seconde dat wij niet bij een beslissing betrokken zijn, zelfs als het gaat om zoiets als de geluidskwaliteit, een totale marteling.’
Is dat ook een risico? Dat grappen of items doodvallen terwijl jullie er veel van hadden verwacht?
Jeroen: ‘We hebben geleerd dat we niet eindeloos door moeten gaan. Met De Kwis, de voorganger van Even tot hier, maakten we series van twaalf weken, nu nog maar zeven.’
Niels: ‘Op een gegeven moment vinden we zelf niets meer leuk, worden de grappen die we onderling bedenken steeds harder, of vreemder, en moeten we alleen nog lachen als het écht niet meer kan.’
Jeroen: ‘Maar als het publiek dat koud voor hun neus krijgt, neem je ze niet langer mee.’
Niels: ‘Op zaterdagochtend hebben we altijd een repetitie waar alleen de regie en een paar technici bij zijn. Laatst hadden we een video-fuck gemaakt met het nummer ‘Drone landt’, op de wijs van ‘Droomland’. Het leek alsof marcherende militairen dat zongen. De avond tevoren vonden we het allebei nog heel erg leuk, nu keken er verse ogen mee en wisten we meteen: oh nee, dit is het niet. Toen hebben we het filmpje weggegooid en het lied zelf gezongen.’
Jeroen: ‘Soms zit het ’m in de volgorde. Het item over Margraten zat eerst aan het begin van de show, dan gingen we daarna door over Vincent Karremans. Pas tijdens de repetitie begrepen we: na zoiets emotioneels kan niemand die Karremans nog een moer schelen.’
Niels: ‘Dus: verplaatsen, omschrijven, dingen eruit, dingen erbij.’
Jeroen: ‘Daar hebben we dan nog twee uur voor. En die uren... mán!’
Niels: ‘Dan gaat onze levensverwachting wel met een paar jaar achteruit.’
Toen jullie twee jaar geleden de Ere Zilveren Nipkowschijf wonnen, prees de jury Even tot hier om de ‘toegankelijkheid’. Voelt dat als een compliment, of denken jullie dan: fuck, ze vinden ons braaf?
Jeroen: ‘Allebei, eigenlijk. We horen vaak: ‘Wij kijken altijd met onze pubers, en dankzij jullie krijgen zij het nieuws mee.’ Mensen komen ook vaak met hun kinderen naar onze theatervoorstellingen. Maar we maken het niet expres toegankelijk, we maken gewoon...’
Niels: ‘... wat we maken. Ik vind ‘toegankelijk’ wel een beetje een besmet woord. Als onze show op zondagochtend werd uitgezonden, was-ie precies hetzelfde geweest. Het is gewoon de aard van het beestje.’
Jeroen: ‘We houden ook gewoon van keten. Van dingen die echt alleen maar om te lachen zijn. Dat onze pianist Miguel in een voodoo-popje prikt, en ik dan alle kanten op spring.’
Niels: ‘Alles wat we zelf ook maar een beetje geestig vinden, stoppen we er nu in. Voorheen durfden we dat niet.’
Ze leerden elkaar kennen in 2000, toen ze op de Amsterdamse Kleinkunstacademie in dezelfde klas terechtkwamen. Volgens een anekdote die in veel artikelen over hen herhaald wordt, was er sprake van een ‘huwelijksaanzoek’ in het trappenhuis van het schoolgebouw.
Jeroen: ‘Bij wijze van spreken dan, hè.’
Niels: ‘O ja, joh?’
Jeroen: ‘Ik kwam op die school met het plan om de nieuwe Freek de Jonge te worden, een solocarrière te beginnen. Maar het klikte meteen bizar goed tussen ons. In het eerste jaar moest je met kerst zelf een voorstelling maken, toen vroeg ik Niels of hij dat samen wilde doen.’
Niels: ‘En heb ik mijn ja-woord gegeven.’
Jeroen: ‘En hebben we een cruise gemaakt naar Bali.’
Niels: ‘Maar serieus: onze ontmoeting was een soort thuiskomen. Voor de rest van de klas moet het vreselijk irritant zijn geweest; twee gasten van 18, 19, die de hele tijd zaten te gniffelen en heel tevreden waren met zichzelf en elkaar. Het is een uitvoerende opleiding, geen makersopleiding, maar wij waren al meteen scriptjes aan het schrijven.’
Jeroen: ‘Het vreemde is wel dat we met een totaal andere mentaliteit begonnen op die school. Ik was vrij verwend, had alleen nog maar bevestiging gehad. Als klein jongetje was ik al liedjes aan het zingen voor mijn ouders. Ik heb het later ook heel zwaar gekregen op die school.’
Niels: ‘Hij straalde arrogantie uit, het gevoel: natuurlijk ben ik aangenomen en gekozen uit zeshonderd mensen. De audities waren een soort moetje voor hem. Ik was al een keer afgewezen, en dacht: ach, ik probeer het nog een keer, maar dat heeft vast geen zin.’
Waar zat dat ‘thuiskomen’ ’m dan in?
Niels: ‘Ik denk in het besef dat we bij elkaar alles vinden wat de ander niet heeft, maar toch hetzelfde denken.’
Jeroen: ‘We zijn in de basis complementair. Toch, Niels? Ik kwam op de Kleinkunst binnen als Freek-fan, jij als iemand die iets wilde maken wat nog nooit iemand had gemaakt. Dus ik moest worden afgestoft, jij moest worden gekaderd. Jij bent een architect, ik meer een bouwer.’
Niels: ‘In mijn eentje zou ik zijn doorgedraaid in mijn drang om origineel te zijn, omdat ik niet de handvatten had om er iets bruikbaars van te maken. Jeroen is veel rustiger, angstiger ook op een bepaalde manier. Zo van: laten we alsjeblieft niets veranderen. Dat is tot op de dag van vandaag voor mij heel goed, anders hadden we nu elke week een nieuw programma gehad. Hij heeft ook een heel breed repertoire in zijn hoofd aan muziek en aan comedy, zodat mijn wilde ideeën altijd ergens landen.’
Het is volgens mij best zeldzaam dat zoiets 25 jaar lang standhoudt.
Jeroen: ‘Ik moet er gewoon niet aan denken om iets zonder Niels te doen.’
Niels: ‘En ik kan niet zonder Jeroens aanbidding.’
De muziek is een cruciaal onderdeel van Even tot hier. Zijn jullie daarin ook complementair?
Niels: ‘Jeroen speelde al gitaar en piano. Als hij een drumstel ziet, kan hij drummen. Ziet-ie een basgitaar, dan kan hij bassen. Echt, het is ongelooflijk. Ik kon helemaal niets toen we begonnen. En nu kan ik van alles een beetje.’
Jeroen: ‘Maar je kan wel ineens heel goed producen, wat heel handig is. Hij vertaalt onze muzikale ideeën inmiddels sneller met een computer dan ik met een instrument.’
Ik vraag het omdat Jeroen ook de soloplaat Weg Was heeft uitgebracht, en dus kennelijk ook de behoefte heeft om op een ander vlak zijn muzikaliteit kwijt te kunnen.
Jeroen: ‘Dat was in de coronatijd, maar inderdaad: mijn stiekeme jongensdroom is rockster zijn. Of preciezer: Paul McCartney zijn.’
Niels: ‘Dat is een goed voorbeeld van hoe anders wij in elkaar zitten. Ik zou nooit liedjes maken, omdat ik denk: dat doet iedereen al. Ik kan het alleen voor ons tweeën. Hij denkt gewoon: ik heb een gitaar, ik heb een paar mooie liedjes - dit wordt gewoon goed.’
Voordeel van het duoschap is dat het de mogelijkheid biedt om flauwe of ‘foute’ grappen te maken, waarna de ander die kan corrigeren of tegenspreken.
Niels: ‘Zeker. Eén van ons kan dan gechoqueerd zijn, en roepen: dat kan je toch niet zeggen! Je krijgt een soort bumper tussen de grap en het publiek. Dat is heerlijk. Vooral in het theater spelen we ook met het feit dat we een heel andere uitstraling hebben, of we het nou willen of niet. Jeroen is wat afstandelijker, ik ben wat...’
Jeroen: ‘... toegankelijker, hahaha.’
Niels: ‘Dus als ik iets grofs zeg, denkt het publiek: jézus! Daar spelen we mee in scènes. Zegt hij het of ik? Zo wordt het zieliger, zo heftiger.’
Ander voordeel lijkt me dat je er niet alleen voor staat, in een tijd waarin mensen erg snel boos worden. Ik stel me zo voor dat het met de verbindende functie die de show tijdens corona had wel klaar is.
Niels: ‘Ten dele wel, en dat vind ik heel jammer. We willen helemaal niet rigide zijn. Het deed me ook pijn dat mensen afhaakten toen wij op minister Faber gingen hakken. Ik dacht: zelfs als je een strenger asielbeleid wil, kun je toch wel lachen om hoe absurdistisch het allemaal gaat?’
Krijg je dan veel reacties uit rechtse hoek? Zo van: ik ga lekker niet meer kijken?
Niels: ‘Ja.’
Jeroen: ‘Andersom ook: in de eerste aflevering zat een liedje over dat gênante TikTok-filmpje van Frans Timmermans. Toen was het: hèhè, eindelijk maken ze eens een grap over links. Tja, we hebben het ook over de crisis bij Ajax, terwijl we allebei fans zijn. Je kunt ook grappen maken uit liefde, hè.’
Lezen jullie al die reacties?
Jeroen: ‘Nou, zo min mogelijk.’
Niels: ‘Want wij hebben echt héééle lange tenen.’
Jeroen: ‘Zeker als we midden in het seizoen zitten. Elke week is het weer een nieuwe snelkookpan. Dan ben ik niet de allerleukste persoon op aarde, wil ik niet afgeleid worden door mensen die boos zijn of me dom vinden. Laat me met rust.’
Geef eens een voorbeeld waarbij er wel op die lange tenen werd getrapt.
Beiden: ‘Micha!’
Niels: ‘Micha Wertheim schreef een keer een column in jullie krant die flink pijn deed.’
Jeroen: ‘Het was helemaal in het begin, de tweede aflevering van Even tot hier, hij fikte ons tot de sokken af.’
Niels: ‘Vól het sarcasme in. ‘Wat ís het leuk! Wat mogen we als land blij zijn met dit programma!’ En dat van iemand die we enigszins kenden, wiens voorstellingen we hadden gezien, in de krant die we lezen. Jeetje, dacht ik even, het is kennelijk helemaal mis.’
Maar vonden jullie dat hij een punt had?
Jeroen: ‘Nou, dat vond ik eigenlijk wel meevallen.’
Zijn er onderwerpen waar jullie bewust van wegblijven?
Jeroen: ‘We hebben heel lang met Gaza geworsteld, wat we daar nou mee moesten. Als iets alleen maar ellendig en verdrietig is, kan je er moeilijk grappen over maken. Net zoals natuurrampen niet leuk zijn.’
Niels: ‘Bijna-rampen dan weer wel.’
Jeroen: ‘Maar inmiddels is het zo dat mensen toch naar ons kijken: wat gaan zij erover zeggen? Uiteindelijk hebben we één keer het woord ‘genocide’ laten vallen. Nou, toen moest meteen de beveiliging worden opgeschroefd.’
Niels: ‘Maar ik heb er geen seconde spijt van gehad.’
Jeroen: ‘Ik ook niet.’
Maar jullie werden dus bedreigd?
Jeroen: ‘Ja, al hebben we daar zelf niet veel van meegekregen. Hoe serieuzer het is, hoe meer het bij ons wordt weggehouden, geloof ik.’
Niels: ‘Dan krijgen we via via te horen dat we eventjes niet meer buiten moeten parkeren, maar binnen in de studio. En het publiek krijgt bandjes om, zodat ze weten wie er binnenkomt bij de live-uitzending. Zodra er bandjes worden uitgedeeld, weten we: nu hebben we sommige mensen echt heel boos gemaakt.’
Jullie zitten nou te lachen, maar dat is toch heftig?
Niels: ‘Natuurlijk, maar op de een of andere manier heb ik het nooit als echt gevaarlijk ervaren. Misschien is dat naïef. Gaza is nu de grootste steen des aanstoots. Tijdens corona waren het vaccinaties.’
Jeroen: ‘Nog steeds hoor.’
Niels: ‘En toen we vorig jaar een dronken Beatrix opvoerden werden ook veel mensen helemaal gek.’
Jeroen: ‘Ik weet niet of het nou handig is om er een ranking aan te geven, Niels.’
Zijn er weleens politici die jullie opbellen na een uitzending? En nemen jullie dan op?
Niels: ‘Zelden rechtstreeks, maar we horen soms wel hoe iets is beleefd, meestal via ambtenaren.’
Jeroen: ‘Caroline van der Plas vertelde bij Rick Nieman hoezeer ze ons programma haatte. ‘Ik vind het ver-schrik-ke-lijk!’ Dat kwam echt uit de grond van haar hart.’
Niels: ‘En Anne Kuik van het CDA!’
Jeroen: ‘O ja! Dat ging over het woord ‘notulen’. De een zegt notúlen, de ander nótulen. Maar Kuik zei in een vergadering ineens ‘notullen’. Dat werd een running gag in de show. Toen stuurde ze een appje: ‘Ik was moe’.’
Beiden: ‘Hahaha.’
Hoe hevig is de competitie met Arjen Lubach?
Jeroen: ‘Er is vriendschappelijke concurrentie. We waren ook bij hem te gast geweest om ons nieuwe seizoen aan te kondigen.’
Niels: ‘Maar hij wordt wel gezien als concurrent.’
Jeroen: ‘Toen hij nog bij de NPO zat, was de afspraak dat we om en om waren. Dat kwam bij ons vandaan. Onze schrijvers zijn er tot donderdagmiddag, het zou klote zijn als hij donderdagavond met iets kwam waar wij al een heel item over hadden bedacht. Nu hij bij RTL zit is hij vaak parallel met ons. Dus heeft iemand uit ons team altijd Lubach-dienst.’
Niels: ‘Dubbelen is onze eer te na. Het is gewoon irritant als er iemand in jouw wei heeft staan grazen. Maar eigenlijk komt het zelden voor dat hij een onderwerp van ons wegkaapt.’
Straks, als deze reeks van Even tot hier achter de rug is, hebben ze geen tijd om op hun lauweren te rusten. Eind januari beginnen ze een nieuwe theatervoorstelling te spelen, Dinsdagmiddag getiteld. Het probleem is: die is nog niet af.
Niels: ‘Vroeger deden we het tegelijk, overdag tv maken en ’s avonds nog het theater in. Dat is nu gelukkig klaar.’
Jeroen: ‘Maar vanuit een soort overmoed denken we soms te snel dat het wel goedkomt. Het zou fijn zijn om straks eventjes een paar weken niks te doen. Maar goed, als we eenmaal beginnen is het wel weer gezellig.’
Niels: ‘En daarna gaan we die voorstelling jaren uitmelken.’
Dinsdagmiddag? Als in: het tegendeel van de zaterdagavond? Als in: weg van de actualiteit?
Jeroen: ‘Op zich wel, het gaat over de tijdgeest. We zoomen meer uit dan op tv.’
Niels: ‘Maar de titel vonden we gewoon erg grappig omdat de theaters daar helemaal niet blij mee zijn. Wij spelen nooit op een dinsdag en ook nooit ’s middags, maar straks staat dat wel groot op de posters. Super onhandig. Er schijnt nu al allemaal gedoe te zijn bij de kassa’s. Daar werden we erg melig van.’
Jeroen, met een blik op zijn telefoon: ‘Zeg... Ik begin een beetje nerveus te worden, ik moet eigenlijk vanavond nog even door.’
Maar dan: twee weken na het gesprek is Niels van der Laan opeens het middelpunt van een nationale rel. Vanwege zijn rol als Hoofdpiet in het Sinterklaasjournaal ontvangt hij doodsbedreigingen die dusdanig ernstig en concreet zijn dat de politie in actie komt. ‘Ik mag er verder niks over zeggen’, vertelt hij enigszins bedremmeld aan de telefoon. ‘Maar dat de politie het zo serieus neemt, is beangstigend. Inmiddels is de storm weer een beetje gaan liggen, dus de grootste ernst is ervan af. Maar ze blijven het in de gaten houden. Wat overblijft is een enorme emmer online haat en agressie, buitensporig veel groter dan ik ooit had verwacht.’
Jullie deden tijdens het interview nog wel zo luchtig over bedreigingen.
‘Ja! En hoe bizar dat het me niet overkomt vanwege Even tot Hier, dat we zelf schrijven, maar vanwege een rol die ik speel. Toen ik het script van deze aflevering van het Sinterklaasjournaal las, heb ik tegen de schrijver gezegd: dit gaat vast wat boze brieven opleveren, maar verder zag ik het probleem niet zo. Het dreigde weer eens mis te gaan met de pakjes, zoals elk jaar, waarna het op het laatste moment toch goed komt. Dit jaar zei ik – als Hoofdpiet dus: stel dat het misgaat, dan heb ik wat tips voor ouders om het dan zelf maar te doen. Vraag bijvoorbeeld eventjes een buurman om de cadeautjes voor de deur te zetten. Ik bood zeg maar een noodoplossing, maar al tijdens het programma concludeerde ik: nee, dit werkt niet, we moeten het toch met de Pieten doen.’
De woede over deze verhaallijn zwol aan toen De Telegraaf schreef dat de publieke omroep het ‘geheim’ van Sinterklaas onthulde, om het kinderfeest te ‘verzieken’.
‘Het tegenovergestelde is natuurlijk het geval. Er is geen kind geweest dat zoiets dacht. Zij zagen mij gewoon weer klunzig doen, zoals elk jaar. Maar online werden er fragmentjes losgeknipt en verspreid, waaruit je die conclusie kon trekken. En in het Telegraaf-artikel schreven ze niet over ‘de Hoofdpiet’, maar over ‘Van der Laan’. En dus kwam al die haat rechtstreeks terecht bij mij. Ik zag dat in de papieren versie van De Telegraaf mijn naam weer was vervangen door Hoofdpiet, dus vermoedelijk zijn er intern mensen geweest die zeiden: dit kan niet.
‘Ik ben zelfs gebeld door minister Gouke Moes, want die had een uitglijder gemaakt. Hij werd naar de bedreigingen gevraagd, en pakte dat wat luchtig op door te zeggen: ach, ik heb het er eventjes met Sinterklaas over gehad, en de daders moeten maar een zakje zout krijgen. Dat werd natuurlijk ook weer nieuws: Moes neemt het niet serieus. Dus belde hij om daarover te praten.’
Inmiddels hebben jullie er in Even tot Hier alweer de nodige grappen over gemaakt.
‘Ja, ik heb even overwogen of ik die Telegraaf-journalist in de uitzending van afgelopen zaterdag met naam en toenaam voor de bus zou gooien, maar dan doe ik hetzelfde als zij. En verder: het is naar en zorgwekkend, maar tegelijkertijd is het idee dat de inlichtingendiensten met elkaar communiceren over de zorgelijke situatie rond de Hoofdpiet zo bizar dat het toch ook wel weer geestig is. Dat kan naast elkaar bestaan.’
Heb je overwogen om te stoppen met je rol als Hoofdpiet?
‘Nee, daar heb ik eigenlijk nog niet één keer over nagedacht. Ik ben vooral geschrokken van de enorme woede die er leeft. Dat heb ik nog nooit zó duidelijk gevoeld als nu. Het gaat niet om de zorgen van kinderen, maar om het gevoel dat er iets wordt afgepakt. Daar is geen discussie meer over mogelijk, dat is gewoon zo. Eerst zwarte Piet, nu dit weer. En ik ben dan een soort vazal van de linkse elitaire afpakkers.’
Zie je daarvoor nog een functie in een programma als Even tot Hier?
‘Vroeger had ik misschien nog wel gedacht: je kunt mensen overtuigen dat het voor kinderen helemaal niet zo werkt. Maar nu zie ik eigenlijk niet meer hoe je uit deze spiraal van verongelijktheid zou kunnen komen. Ik denk niet dat de groep die mij dood wenst, ooit wel graag naar ons programma keek. Het is misschien een kleine groep, maar als die mensen zich allemaal tegelijk roeren, wel een indrukwekkende. Tegelijkertijd zie je ook een enorme tegenbeweging als zoiets als dit gebeurt. Dan gaat de haat en de drek meteen van niveau 100 naar 1, gaan mensen elkaar ook corrigeren. Als die zwijgende meerderheid ineens niet meer zwijgt, maar er eventjes wat gaat zeggen, is dat wel hartverwarmend.’
Ah, fijn. Zo brei je er toch een kerstig eindje aan.
‘Knap, hè!’
15 september 1981 Geboren in Zaandam.
1993-1999 Berling College Beverwijk.
2 april 1981 Geboren in Amstelveen.
1993-1999 Keizer Karel College Amstelveen.
2000-2004 Opleiding aan de Kleinkunstacademie in Amsterdam.
2004-2011 Bijdragen aan radioprogramma Spijkers met Koppen.
2005 Winnaars van de Wim Sonneveldprijs, dan nog onder de naam Geen Familie.
2006-2008 Eerste theatervoorstelling Ctrl+Alt+Del.
2008-2010 Voorstelling Help ons.
2011-2018 Makers van De Kwis, dat begon als onderdeel van de tv-programma’s Pau!l en Langs de Leeuw van Paul de Leeuw, en in 2013 door ging als zelfstandig programma.
2010-2022 Een Onvergetelijke Kerst en Kerst, Kerster, Kerstst met zangformatie Stanley en de Menzo’s.
2010 Bijdragen aan de oudejaarsconference Gedoog Hoop en Liefde.
2010-2012 Voorstelling Superlatief, bekroond met de Neerlands Hoop-prijs.
2012 Bijdragen aan oudejaarsconference Het Eerlijke Verhaal.
2012-2014 Voorstelling Buutvrij.
2017-2020 Voorstelling Pesetas.
2019-heden Satirische tv-show Even tot Hier.
2022 Winnaars van de Gouden Televizierring.
2023 Winnaars van de Ere Zilveren Nipkowschijf.
2022-2024 Voorstelling NG.
Vanaf januari 2026 speelt het duo de theatervoorstelling Dinsdagmiddag.
Niels van der Laan was van 2011 tot 2018 presentator van Rambam. Tussen 2014 en 2019 was hij regisseur en tekstschrijver voor Eva Crutzen en Ronald Snijders. Tussen 2017 en 2022 tekst- en liedschrijver voor De Boterhamshow. Sinds 2018 is hij Hoofdpiet in het Sinterklaasjournaal. Vanaf 2024 werkt hij als acteur en scriptschrijver voor de zapp-sketchserie Welkom Thuis.
Jeroen Woe bracht in 2021 een solo-cd uit: Weg Was. Sinds 2021 heeft hij een vaste column in muziektijdschrift Oor. In 2025 presenteerde hij de tv-registratie van Pinkpop. Hij regisseerde theatervoorstellingen van onder anderen Erik van Muiswinkel, Stefan Pop en Peter van Rooijen.
Beiden zijn regelmatig te horen als (stem)acteurs in diverse (kinder)films en -series.
Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant