Lezersbrieven U schreef ons over muzikale eindejaarslijstjes, het opiniestuk van Alexander Rinnooy Kan en het gebruik van de meme-term ‘6-7’.
Mijn vriendin vroeg laatst of we konden praten. Ze wilde haar Spotify Wrapped delen, en ze klonk nogal ernstig. Met het rood op haar wangen bekende ze aan mij, haar vriend de muziekjournalist, dat ‘Damage’ van Noano (alias van voetballer Noa Lang) en Ronnie Flex haar meestbeluisterde nummer was dit jaar. Ze behoort zelfs tot Langs 27 grootste fans, aldus de data.
Ik kende het nummer niet, maar dat was ook niet nodig. Je hoort muziek, het doet iets met je, en dat is alles. Misschien maak ik het wat te simpel, want popmuziek heeft alles te maken met identiteit, cultuur en de bredere context van de artiest en het genre, maar toch geloof ik graag dat wij mensen gewoon van mooi geluid houden.
De snobs vinden zulke lijstjes te performatief. Alsof sociale media an sich niet één groot theater zijn. Dan zijn muzieklijstjes goud waard tussen al het nepnieuws, pseudowetenschap en kapotgefilterde selfies.
Als december daar is, vraag ik in groepsapps naar mensen hun lijstjes. De meesten blijven stil. Misschien ken ik toevallig ook de overige 26 grootste fans van Noa Lang. Ze hoeven zich niet te verstoppen.
Ik denk dan terug aan toen ik mijn zesde verjaardag vierde, eind jaren 90. Mijn vader gaf mij ‘Pretty Fly (for a White Guy)’ van The Offspring op cd. Hét grote hitje van groep 3. Althans, dat dacht ik. Toen ik het nummer opzette, speelde een van mijn klasgenootjes spottend mee op zijn luchtgitaar, want wat bleek: ‘Blue’ van Eiffel 65 was waar de coole kids naar luisterden.
Nee, kom maar door met die lijstjes. Laat zien waar je blij van werd of wat je juist tot tranen bracht. Zo’n lijstje is echt. Ongefilterd. Geen gek die met voorbedachten rade een jaar lang luistert naar nummers buiten zijn smaak, hoop ik dan maar. Dus, kom maar door. Zo kunnen mensen zoals ik ook hun huiswerk doen voor het volgende feestje.
Bas Disco Groningen
In zijn bijdrage (13/12) aan NRC over het afscheid van de VS, geeft Alexander Rinnooy Kan aan dat Europa hierbij de stadia van rouw doorloopt. De stadia van rouw impliceren, uiteindelijk, het aanvaarden van een ongewild afscheid en het leren omgaan hiermee. In relatie tot de VS is hier geen sprake van. Ook na het moment van afscheid zal het huidige autoritaire bewind van de VS Europa, de vroegere partner, blijven achtervolgen, lastigvallen en continu vijandig bejegenen. Op deze manier kan van een rouwproces geen sprake zijn; dat wordt keer op keer verstoord. Zelfs een rouwproces wordt Europa niet gegund door het huidige Amerikaanse regime.
Bert Schriever Den Haag
Op de middelbare school leerde ik dat we de geschiedenis niet moeten beschouwen als een spel van en tussen sterke leiders. Nee, geschiedenis, werd ons uitgelegd, is een stroom van wisselende ideeën, economische ontwikkelingen en belangen, technologische veranderingen, religieuze oprispingen, toevallige gebeurtenissen. Grillig en bepalend als de mode en het weer.
Net als in het verleden denken we dat de wereld van vandaag gedreven en verdeeld wordt door een stelletje ‘sterke’ kopstukken, dictators als Trump, Xi, en Poetin, die een kleine clique van invloedrijke ja-knikkers in hun greep hebben en via hen een groot deel van de bevolking. Ik neig langzamerhand ook naar die visie. Worden we niet heen en weer geschud en geschopt door de grillige en megalomane ‘deals’ en leugens van deze sterke mannen?
Daarom verbaas ik me over het gebruik van de termen ‘Rusland’, ‘VS’ en ‘China’. Afgelopen weekend schreef Rinnooy Kan nog in NRC dat we ons moeten voorbereiden op een „afscheid van de VS”. Hij spreekt al van een rouwproces en wekt daarmee de indruk dat Trump de VS is. Maar hij verzuimt te wijzen op de diepe gespletenheid van de Amerikaanse bevolking, en dat de helft faliekant gekeerd is tegen Trump. De recente geschiedenis laat verder zien dat wat de ene president besluit door de volgende zoveel mogelijk ongedaan wordt gemaakt. Het is niet onwaarschijnlijk dat Trump over drie jaar (en misschien al eerder) van het toneel zal verdwijnen en alles weer helemaal anders wordt.
Ook Poetin zou zoiets kunnen overkomen, al is dat misschien iets te veel een wensgedachte. Maar die mogelijke wisseling van de machtige leiders zou ons iets meer hoop en vertrouwen kunnen geven voor de nabije toekomst en onze relatie met de VS en Rusland.
S. van der Geest Oud-Ade
Er zijn in deze wereld grote mysteries. De Bermudadriehoek. Het monster van Loch Ness. Waarom sokken verdwijnen in de wasmachine.En dan is er nog een groter, hardnekkiger raadsel: mensen die 6-7 zeggen. Wie zijn ze? Waar komen ze vandaan? En vooral: hoe komen ze erbij?
Want waar de rest van de mensheid het simpel houdt met „zes tot zeven”, „ongeveer zeven”, „half zeven”, „tussen zes en zeven in”, daar duikt deze mysterieuze subgroep op met hun onverstoorbare, volkomen verwarrende 6-7. Alsof ze in het geheim lid zijn van een exclusieve cult waarin getalletjes belangrijker zijn dan duidelijkheid. Het wordt nog mooier wanneer je vraagt wat ze ermee bedoelen.
„Nou… 6-7,” zeggen ze dan, alsof dat alles oplost.„Ja maar wat ís 6-7?”„Gewoon. 6-7.”
Kijk, op dat punt haak ik af. Het is alsof iemand je vertelt dat zijn favoriete kleur „cirkel” is. Of dat hij om tien over appel komt. Je kunt nog beter proberen om een duif de verkeersregels uit te leggen.
Toch blijven deze mensen vasthouden aan hun heilige getalletjes, alsof ze persoonlijk door een hogere macht zijn aangesteld om de taal te verrijken met extra verwarring.
Ik pleit hiervoor: niet voor verbanning, niet voor heropvoeding, maar simpelweg voor één vriendelijk verzoek aan de 6-7-zeggers van deze wereld: gebruik woorden. Hele woorden. Dat is waar ze voor gemaakt zijn.
Tot die tijd blijft 6-7 vooral iets wat klinkt als een wiskundeprobleem waar niemand om vroeg en dat niemand wil oplossen.
Floris Ploos van Amstel (13) Utrecht
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC