Politieke deugden Het gaat te vaak over handige politici, zien Beatrice de Graaf en Rik Peels. Het zou moeten gaan over het goed – prudent – inzetten van de andere deugden: wat is in deze situatie rechtvaardig, moedig, en barmhartig.
Wat is slim en wat is handig in de politiek? Je hoeft maar een gemiddelde podcast over politiek aan te zetten om te horen wat de definitie van slim en handig is. Journalisten en opiniemakers buitelen al jaren over elkaar heen om te duiden welke politicus nu weer een ‘goede spin’ heeft gegeven dan wel een domme blunder heeft begaan. De spindoctors houden er niet over op ‘hoe Wilders iedereen weer schaakmat zette’, waarom Caroline van der Plas ‘zo’n goede lelijke spin had’, en ‘hoe buitengewoon gewiekst het was om de als scheldwoord bedoelde bejegening ‘palingpopulist’ om te vormen tot een geuzennaam‘. Hiermee willen we niet beweren dat een dosis handigheid en een portie gevatte kwinkslagen er niet toe doen. Het behoort inmiddels tot het basispakket van een aanstormende politicus om z’n publiek tenminste een beetje te kunnen mennen, en de streken van zijn collega’s minimaal te kunnen pareren.
Beatrice de Graaf is faculteitshoogleraar en bekleedt de leerstoel Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht.
Rik Peels is hoogleraar en bekleedt een onderzoeksleerstoel godsdienstfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Ze werken samen bij onderzoeksconsortium Adapt!
Maar waarom gaat het in het publieke en politieke debat vrijwel alleen nog maar over deze vorm van slimheid? Want, zo zou je je kunnen afvragen, is iets dat slim of handig is daarmee ook ‘wijs’ of ‘verstandig’? (Spoiler: nee, meestal niet). Opnieuw bieden de klassieke deugden uitkomst. Eeuwenlang waren die deugden immers een soort waterpas, waarmee burgers elkaars gedragingen en keuzes konden beoordelen – en die van hun leidslieden. De deugd van prudentia was daarbij een cruciale graadmeter.
Dat prudentia niet hetzelfde is als handigheid of slimheid, blijkt al uit wat de grote dertiende-eeuwse filosoof en theoloog Thomas van Aquino in zijn Summa Theologiae zegt: ‘Prudentia is niet in het ken- maar in het streefvermogen.’ (Dat was overigens een verdere uitwerking van wat acht eeuwen daarvoor de wellicht nóg grotere filosoof en theoloog Augustinus ook al had aangestipt: dat ‘verstandigheid de kennis is van wat men moet nastreven of vermijden’). Het gaat bij prudentia kortom niet om hoe gewiekst je bent, maar waar die slimheid op gericht is. Dat betekent dus dat al ons gekeuvel over wel of geen goede spins de plank volledig misslaat. Het is net alsof je bij een verkeersslachtoffer eerst eens gaat kijken of de haren wel netjes gekamd waren voordat je de patiënt naar het ziekenhuis brengt.
Daarom doen we opnieuw een poging om de rijkdom van die klassieke deugden in de schijnwerpers te zetten. In de hoop dat tenminste één journalist of spindoctor, één podcast of talkshow voortaan anders omgaat het predicaat ‘slimheid’ of ‘handigheid’ bij een politicus.
Want wat is prudentia nu echt? Het is een complexe deugd. Dat begint al bij de vraag hoe we het woord moeten vertalen. Nederlandse weergaven lopen uiteen van ‘voorzichtigheid’ en ‘kennis’ tot ‘praktische wijsheid’. Inhoudelijk gaat prudentia om het vermogen om tussen goed en slecht handelen te onderscheiden in een concrete situatie, dat wil zeggen: op een bepaald moment, op een specifieke plaats, onder unieke omstandigheden. Je zou de term prudentia dan ook misschien wel het beste kunnen vertalen met ‘de gave des onderscheids’.
Hoewel het een van de zeven klassieke morele deugden is, heeft prudentia dus een sterk intellectuele dimensie (hoewel dat niet de enige dimensie is!). We bespreken deze deugd daarom ook als laatste van de vier kardinale deugden, na temperantia, fortitudo en iustitia: hij is nodig bij elke andere deugd, namelijk om het juiste midden te ontwaren tussen twee ondeugdzame uitersten, bijvoorbeeld moed als midden tussen lafheid en roekeloosheid en geloof als midden tussen cynisme en goedgelovigheid. De Middeleeuwse scholastici noemden dat medium rationis: het midden van de rede.
Net als bij temperantia is prudentia dus een meta-deugd (volgens de Griekse filosoof Epicurus is het zelfs de grondslag van alle andere deugden, maar daar kun je over redetwisten). Of, om het even Aristotelisch te formuleren, prudentia biedt een kader om de andere deugden te kunnen toepassen, zoals Thomas van Aquino ook al opmerkte. Opnieuw zien we dus hoe de deugden samenhangen: ze zijn onderscheiden, maar krijgen pas echt betekenis in relatie tot de andere deugden.
Wat doet prudentia dan met die deugden? Het past algemene principes op een concrete situatie toe maar weet daarbij ook het unieke van de omstandigheden mee te nemen. Prudentia behelst en impliceert dus een hele serie andere vermogens, zoals het vermogen om een situatie snel in te schatten (sollertia), om de gevolgen van handelingen te voorzien (providentia), om kennis en ervaringen van anderen serieus te nemen (docilitas) en om je dingen accuraat te herinneren (memoria).
In de kunst is de allegorische personificatie van prudentia een vrouw met in haar ene hand een spiegel en in haar andere hand een slang. Dat is niet toevallig: de spiegel verwijst naar zelfkennis, een klassiek thema in de oudheid (boven het orakel van Delphi stond: Ken uzelf) en de christelijke theologie (zie de eerste pagina’s van Johannes Calvijns Institutie). De slang verwijst naar Mattheüs 10:16, waar Jezus zijn volgelingen oproept niet alleen argeloos als duiven maar ook arglistig als slangen te zijn. Beiden – zelfkennis en slimheid – zijn vereisten voor prudentia.
Zo klinkt de deugd prudentia misschien wat abstract en wel heel rationeel. Maar het gaat om een concreet inschattingsvermogen van die andere deugden: van wat rechtvaardig is, van wat moedig is, en van wat barmhartig is in een concrete situatie. Als je in de politiek die inschatting niet goed maakt – ook al had je de allerbeste bedoelingen en het meest zuivere engagement – dan heeft dat alsnog verstrekkende maatschappelijke gevolgen.
Zo hebben diverse parlementaire en andere rapporten de internationale bankengemeenschap een gebrek aan ‘prudence’ verweten in 2008, 2011 en onlangs nog in 2023 en 2024. In een van die rapporten (afkomstig van het House of Lords) werd gesteld dat als de bankiers en financiers prudenter waren geweest, ze het financiële en psychische leed van vele miljoenen mensen hadden kunnen voorkomen. Omgekeerd getuigde het van een grote mate van prudentia toen politieke en religieuze leiders in Zuid-Afrika in de jaren negentig niet voor een grote afrekening, voor Neurenberger tribunalen of een bijltjesdag kozen, maar besloten dat waarheids- en verzoeningscommissies het geëigende middel waren om in de post-apartheidssamenleving toe te werken naar heling.
Hopelijk wordt de inhoud en richting van prudentia nu al wat meer duidelijk. Maar we doen er nog een schepje bovenop. Het gaat bij prudentia namelijk niet alleen om de intellectuele reflectie en de bezonnenheid waarmee je iets doet. Het gaat uiteindelijk niet om het gewiekste, handige ‘kennen’, maar om de diepste aard en het doel van je ‘streven’. Kortweg: het streven moet ‘goed’ zijn en niet ‘handig’. Als je dus echt een goede leider wilt zijn voor je gemeenschap, dan is ‘verstandigheid de liefde, die met schranderheid datgene uitkiest, waardoor ze bevorderd wordt boven datgene waardoor ze belemmerd wordt’. Aldus Augustinus, die vanuit die vierde, ook best gepolariseerde, eeuw weer eens de kern te pakken had. En Thomas sprak hem na: ‘Zo wordt de prudentia ook wel liefde genoemd, niet naar haar wezen, maar in zover de liefde beweegt tot verstandig handelen.’
Je kunt de proef van iemands prudentia gemakkelijk op de som nemen door de bovenstaande uitspraak om te draaien: ‘Men kan dus van de liefde zeggen, dat zij onderscheidt in zoverre zij het verstand beweegt tot onderscheiden.’ (Thomas). Dus, als een politieke spin een doel dient waaruit ware liefde voor de gehele gemeenschap blijkt, dan was het een goede spin. Denk aan het stikstofrapport van Johan Remkes uit 2022. De spin was: ‘Wat wel kan’ (de gelijknamige titel van het rapport). Er moesten harde keuzes gemaakt worden, piekbelasters moesten per direct uitgekocht worden en de stikstofneerslag diende voor 2030 gehalveerd te zijn. Er was best wat kritiek op de boude taal, maar er was een breed gedragen besef dat de aanbevelingen de gemeenschap dienden.
U kunt nu zelf de conclusie wel trekken: als een politicus alleen slim of handig is voor zijn eigen onmiddellijke gewin, als het een streek is om de ander snel even klem te zetten, en als er geen liefde voor de gemeenschap als geheel uit blijkt, dan gaat het om aftroeverij, niet om prudentia. De burger heeft uiteindelijk niets aan dat soort wedstrijdjes verbaal ver plassen. Kortom, slim en handig is oude politiek. Prudent de nieuwe. Te beginnen in de talkshows en podcasts.
Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag
Source: NRC