Home

‘Couperus schrijft met ecoline: alles vloeit’ 

Abdelkader Benali De eerste keer dat schrijver Abdelkader Benali De ongelukkige van Louis Couperus las, was hij te jong om het echt te begrijpen. Door steeds te herlezen zag hij wat hem de eerste keer was ontgaan.

„In 1999 heb ik De ongelukkige voor het eerst gelezen, omdat ik het ging bewerken voor een theaterstuk. Dat flopte totaal, ik begreep niks van het boek. Het was me te veel. Door de geparfumeerde stijl zag ik de boodschap niet. De eerste bladzijde staat nota bene vol met de beschrijving van 25 kleurschakeringen. Ik was in de twintig, dus dat onbegrip vergeef ik mezelf.  

Maar als ik iets ben, dan ben ik een herlezer. Om de echte boodschap van een boek te begrijpen moet je soms ouder worden, reizen, mensen ontmoeten, meer ervaren, meemaken. In de afgelopen 25 jaar heb ik De ongelukkige meerdere keren gelezen en heeft het boek enorm aan kracht gewonnen. Het is mijn kompas in het waarderen van de Moorse cultuur. Couperus wekte die verdwenen beschaving in Andalusië aan het einde van de vijftiende eeuw tot leven en maakte het onderdeel van de ontstaansgeschiedenis van Europa.  

In 1913 reisde Couperus met zijn vrouw door Spanje. In de feuilletons die hij schreef voor kranten beklaagde hij zich erover hoe middeleeuws het was. Hij vond het eigenlijk maar een achterlijk land. Op geen enkele manier kon Spanje voor hem tippen aan zijn geliefde Italië. Maar Granada, en het Alhambra-paleis, raakten hem. Hij hoort daar ook het verhaal van Boabdil, de laatste Moorse vorst in Spanje, de laatste moslim die het Alhambra bewoonde.  

Terug in Nederland begon hij aan deze roman over Granada en de ondergang van het laatste islamitische bolwerk in Europa. De ‘ongelukkige’ is Boabdil. In 1492 moet hij gedwongen de sleutels van zijn paleis overdragen aan de katholieken. Hij is een romantische figuur: te zacht, niet opgewassen tegen de strijd. Zijn verhaal is als dat van een islamitische Hamlet, vol tragiek. Als hij achteromkijkt naar zijn stad, sneert zijn moeder hem toe: ‘Huil als een vrouw om wat je als man niet verdedigen kon’. 

Wat Couperus prachtig omschrijft is hoe je mensen kan verjagen, bekeren, deporteren – maar nooit een beschaving kan wegnemen. Hoe de herinnering en de cultuur als een mist blijft hangen op een plek, sluimert in de mensen, binnendringt in de ziel. Dat is zijn scherpste observatie. Couperus schrijft: ‘Het zou blijven, het zou zich dringen in hun bloed, in hunne zielen, zoo als het zich had gedrongen in de aarde, de lucht en de atmosfeer. Het was de onzegbare geur van den Islam…’

Die mist zouden we nu omschrijven als identiteit. Het idee dat je mensen kan verjagen, maar dat de islamitische cultuur altijd onder ons zal blijven, dat het deel is van Europa, vindt natuurlijk zijn echo in de actualiteit. Als Couperus nu in de Schilderswijk in Den Haag zou rondlopen, zou hij zeggen: de Mooren zijn terug, de mist heeft zich gemanifesteerd. 

Couperus is een echte verhalenverteller. Om geld te verdienen droeg hij zijn werk voor op avonden bij studentenverenigingen. Het klapstuk was altijd De ongelukkige – bij de sferische beschrijvingen, in gedimd licht, hingen de studenten aan zijn lippen. Het boek heeft eigenlijk een slecht plot, te dun. Maar het taalgebruik van Couperus, zijn liefde voor het Alhambra, dat is het echte hoofdpersonage van het boek. Hij schrijft met ecoline, het vloeit. 

De ongelukkige is eigenlijk een klassieke reisroman, die vraagt om naar Granada te gaan, granaatappels te eten, het Alhambra te bezoeken en dit boek te lezen in de schaduw van cipressen.” 

In de rubriek ‘Teruglezen’ vertellen boekenliefhebbers over een werk dat in het verleden veel indruk op hen heeft gemaakt.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next