De Palestijns-Nederlandse fotograaf en documentairemaker Sakir Khader staat ten onrechte op een Amerikaanse terroristenlijst. Om daar af te komen, eist hij inzage in alle persoonsgegevens die Nederland met andere landen over hem heeft gedeeld.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Ik wil eerherstel. Ik zit bij Magnum, een prestigieus fotoagentschap. Recentelijk vroegen ze mij: ‘Kun je tijd vrijmaken voor een tentoonstelling in Istanbul?’ Dan moet ik zeggen: nee, ik kom Turkije niet in, omdat ik onterecht op een terreurlijst sta. Ik wil van die lijst af, maar er wordt vanuit Nederland niet erg actief iets voor mij gedaan.’
Aan het woord is de Palestijns-Nederlandse fotograaf en documentairemaker Sakir Khader (35), die vorig jaar de Zilveren Camera won, de belangrijkste fotoprijs van Nederland. Eerder werkte hij als journalist voor onder meer de Volkskrant, NOS en VPRO. Zijn foto’s, over leven en dood in conflictgebieden, werden meermaals voor internationale prijzen genomineerd.
Nu zit hij hier, in zaal A van het monumentale gerechtsgebouw in Haarlem. Hij strijdt al twee jaar tegen de minister van Buitenlandse Zaken en de korpschef van de nationale politie. Khader ontdekte in 2023 dat hij op een terroristenlijst staat van de Amerikaanse FBI, zonder dat hij ooit van terrorisme is verdacht. Hij vermoedt dat de Nederlandse overheid ten onrechte persoonsgegevens van hem met buitenlandse autoriteiten heeft gedeeld. Om die reden eist hij nu via de rechter inzage in alle persoonsgegevens die het ministerie van Buitenlandse Zaken, de inlichtingendiensten en de Nederlandse politie vanaf 2012 over hem hebben ontvangen en op hun beurt weer met andere landen gedeeld.
‘Ik reis veel in oorlogsgebieden’, zegt hij donderdag tegen het college van bestuursrechters. ‘Bij mij heerst de angst, vooral sinds Israël veel journalisten doodde in Gaza: wanneer is het mijn beurt? Wanneer word ik gedroned? Want een vermelding op die lijst is al een reden, een verdachtmaking.’
Khader is een van de tientallen Nederlanders die ten onrechte in de Terrorist Screening Database (TSDB) staan, bleek eerder uit onderzoek van nieuwsorganisatie Follow the Money. Geen van hen durfde hierover met zijn volledige naam naar buiten te treden, uit angst dat dit negatief op hen zal afstralen. Ook zij worden, net als de Palestijns-Nederlandse Khader, bij grensovergangen ondervraagd, geweigerd en soms zelfs zonder reden opgesloten. Velen van hen proberen al jaren van die lijst af te komen, maar krijgen daarbij weinig hulp van de Nederlandse overheid, die in sommige gevallen zelfs de oorzaak blijkt van hun vermelding.
Sakir Khader is de eerste Nederlander die met naam en toenaam hierover naar buiten treedt. ‘Ik laat me niet zomaar framen als terrorist’, zegt hij. ‘Het is je achtergrond, je religie, het uiterlijk dat je hebt. Dat werkt gewoon enorm tegen me. Ik word er bij elke controle uitgepikt. Puur om mijn baard en lange haren.’
Pas als je weet waar de verdenkingen vandaan komen, kun je ze bestrijden, betogen zijn advocaten Tom de Boer en Emiel Jurjens, die Khader en een tiental andere cliënten van de terrorismelijst proberen te krijgen. Volgens hen is de informatie die het ministerie van Buitenlandse Zaken en de politie tot dusver hebben verstrekt onvoldoende. Tekstdelen zijn zwartgelakt, er ontbreken stukken, en de motivatie waarom dat zo is, zou niet voldoen aan het inzagerecht van elke burger en de wettelijke voorschriften.
Naast Khaders advocaten zit de man die in dit proces de minister van Buitenlandse Zaken vertegenwoordigt. Hij wil niet dat zijn naam en functie in de krant worden genoemd, en stelt onder meer dat sommige landen ‘het niet fijn vinden’ als diplomatiek verkeer met Nederland naar buiten komt. Zo zou er contact zijn geweest tussen de Griekse en Nederlandse autoriteiten nadat de Palestijns-Nederlandse Khader in Griekenland was aangehouden. ‘Er heerst de angst’, stelt deze vertegenwoordiger, ‘dat als zoiets naar buiten komt, dat bijvoorbeeld Griekenland dan zegt: ‘Consulaire hulp, dat gaan we niet meer doen’.’
‘Ik weet niet welke interventies er zijn geweest’, riposteert Khader, ‘maar ik ben in Griekenland opgepakt zonder advocaat en ik heb al die tijd niemand van Buitenlandse Zaken gezien.’
Ook de politie moet komen uitleggen waarom sommige informatie niet wordt geopenbaard. Landsadvocaat Nina Bontje legt namens de politie uit waarom de politie de naam van een betrokken land dat informatie over Khader verstrekte, niet wil noemen. ‘De politie is de ontvangende partij, en kan niet zelfstandig de afweging maken of de naam van het land kan worden gedeeld’, licht zij toe, waarna een discussie ontstaat over de eigenaarschap van informatie, en het feit dat eerder al bleek dat de politie niet grondig genoeg naar alle documenten had gezocht.
Eind vorig jaar constateerde de Nationale ombudsman dat registraties die te maken hebben met Contraterrorisme, Extremisme en Radicalisering (CTER-registraties) ‘complex en ondoorzichtig zijn voor burgers’, dat het toezicht daarop ontoereikend is en dat ‘een onterechte of foutieve registratie een op zichzelf staande inbreuk is op de rechten van de betrokken persoon’. Deze week schreef diezelfde ombudsman aan de Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid dat het geadviseerde toezicht nu, een jaar later, nog steeds ontbreekt. Hij noemt dat ‘een belangrijke tekortkoming’.
Sakir Khader benadrukt tot slot dat hij ‘helemaal niet op oorlogspad is met de politie en het ministerie’. ‘Ik had dit graag zakelijk willen oplossen, in plaats van hier in de rechtbank. Maar ik moet steeds bewijzen wie ik ben, dat ik geen terrorist ben. Ik wil dat een halt toeroepen en gewoon veilig mijn werk kunnen doen.’
De rechtbank verwacht uitspraak te doen op 29 januari.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant