Leerplichtambtenaren waarschuwen dat kinderen geïsoleerd raken doordat het Openbaar Ministerie nauwelijks optreedt tegen ouders die ze thuishouden vanwege levens- of geloofsovertuigingen. Staatssecretaris Koen Becking (Onderwijs, VVD) kondigde donderdag aan oplossingen te onderzoeken.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft met name over onderwijs.
Het aantal ouders dat hun kind vanwege religie of levensovertuiging thuishoudt, stijgt al jaren. In het schooljaar 2023-2024 ging het om 2.475 kinderen, een verviervoudiging ten opzichte van tien jaar geleden.
Dat blijkt uit een rapport van Ingrado, de beroepsvereniging van leerplichtambtenaren. Ook het aantal vrijstellingen op andere wettelijke gronden, zoals lichamelijke of psychische problemen, groeit al jaren. Deze ontwikkelingen hebben tot gevolg dat inmiddels ruim tienduizend kinderen niet naar school gaan.
Voor thuisonderwijs bestaat in Nederland geen wettelijk kader. Anders dan in landen als België of de Verenigde Staten is er geen toezicht op de kwaliteit van het onderwijs en komt er geen inspecteur langs om te controleren of kinderen daadwerkelijk les krijgen en hoe het is gesteld met hun welzijn en ontwikkeling.
Leerplichtorganisaties houden namens gemeenten toezicht op de naleving van de leerplichtwet, die bepaalt dat kinderen vanaf 5 jaar naar school moeten. Wanneer ouders een vrijstelling aanvragen, toetsen leerplichtambtenaren of die voldoet aan de wettelijke voorwaarden.
Zo wordt bijvoorbeeld gekeken of een kind eerder op een school stond ingeschreven en of het verzoek op tijd is ingediend. Daarnaast kunnen leerplichtambtenaren nagaan of ouders meerdere scholen in de omgeving hebben bezocht en of hun bezwaren echt te maken hebben met religie of levensovertuiging, en niet met de manier waarop les wordt gegeven. Twijfelen zij daaraan, dan meldden zij dit tot voor kort bij het Openbaar Ministerie (OM), dat vervolgens besloot of strafrechtelijke vervolging nodig was.
Aan deze praktijk kwam afgelopen maart een einde. Het OM kondigde aan te stoppen met strafrechtelijke vervolging bij afgewezen vrijstellingen op grond van richtingsbezwaren. Volgens het OM is het lastig om deze bezwaren inhoudelijk te beoordelen en leiden strafzaken zelden tot terugkeer van kinderen naar school.
Dat besluit heeft grote gevolgen voor het werk van leerplichtorganisaties. Uit het onderzoek van Ingrado, waaraan 89 organisaties (samen goed voor 42 procent van de gemeenten) deelnamen, blijkt dat driekwart van de gemeenten aanvragen nauwelijks inhoudelijk toetst.
Nu de inhoudelijke beoordeling is weggevallen, komt de afhandeling van vrijstellingsverzoeken in veel gemeenten neer op een administratieve handeling. Een afwijzing heeft bovendien weinig slagkracht meer, nu het OM zulke zaken nauwelijks behandelt (de aanpak verschilt per parket).
Ook het contact met ouders is veranderd. Meer dan de helft van de gemeenten nodigt ouders niet langer uit voor een gesprek. Uitnodigingen worden bovendien vaker genegeerd en ouders maken steeds vaker gebruik van standaardbrieven, die onderling worden gedeeld, bijvoorbeeld via WhatsApp-groepen.
Jeanet Veenstra, leerplichtambtenaar bij Menso, de leerplichtorganisatie voor Emmen en Coevorden, benadrukt dat thuisonderwijs bij het merendeel van de gezinnen goed verloopt. Wel maakt ze zich zorgen over gezinnen die een geïsoleerd bestaan leiden. ‘Die kinderen gaan niet naar school, niet naar sportclubs, hebben weinig sociale contacten en groeien op met een eenzijdige kijk op de wereld.’
Staatssecretaris Becking noemt het ‘een zorgwekkende ontwikkeling’ dat steeds meer kinderen en jongeren niet deelnemen aan het onderwijs. ‘Het gevolg is dat kinderen niet goed tot leren komen en zich niet ten volle kunnen ontwikkelen’, schrijft hij donderdag in een brief aan de Tweede Kamer.
Becking wil twee mogelijke oplossingen onderzoeken: het wettelijk regelen van thuisonderwijs als aparte sector en het schrappen van de vrijstelling op grond van richtingsbezwaren. Daarnaast kondigt hij, samen met het ministerie van Justitie en Veiligheid, een bredere verkenning aan naar de toekomst van de leerplichtwet uit 1969 en de rol van het strafrecht. De Tweede Kamer wordt hier voor de zomer van volgend jaar over geïnformeerd.
Corien van Starkenburg, bestuurder van Ingrado, is ‘verheugd’ over de aankondiging van de staatssecretaris, maar wijst erop dat de grootste zorg ligt bij kinderen die op dit moment uit zicht dreigen te raken. ‘De vraag die ons vandaag bezighoudt, is hoe we het recht op onderwijs en ontwikkeling van jongeren kunnen waarborgen tot er alternatieven zijn geïmplementeerd.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant