Home

Comedytrain verruilt de kelder in het Hilton voor een nieuwe plek. Wat maakte Toomler zo onvergetelijk?

Een marathon vormt dit weekeinde het sluitstuk van de iconische comedyclub Toomler. De stand-uppers van Comedytrain verhuizen naar een nieuwe locatie in Amsterdam. Wat gaan ze (niet) missen aan de ‘kelder van de lach’?

is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.

Nog twaalf uur aan één stuk hebben ze te gaan, daarna sluiten de stand-uppers van Comedytrain na dertig jaar hun grapdichte honk met 146 zitplaatsen: de kelder in het Hilton Hotel. Woensdag 7 januari opent hun nieuwe onderkomen op het Westergasterrein, een ruimer bemeten clubhuis met een grote en een kleinere zaal.

Het biedt de mogelijkheid voor een gevarieerd programma met meer internationale comedians, maar ook met vertrouwde line-upshows waar het ene na het andere Comedytrain-lid nieuw materiaal uitprobeert, aan elkaar gepraat door een mc.

Het nieuwe thuishonk heet Comedytrain, naar het gezelschap. De naam Toomler – bedacht door de stichters van de plek, Raoul Heertje en zijn broer Eric – blijft achter aan de Apollolaan in Amsterdam-Zuid.

Springplank

Van de beroemde koppen die ingelijst aan de muur tegenover de bar prijken, komt lang niet iedereen nog vaak in het café. Feit is dat cabaretiers als Hans Teeuwen, Najib Amhali, Marc-Marie Huijbregts, Theo Maassen, Daniël Arends, Jan Jaap van der Wal, Henry van Loon, Paulien Cornelisse, Soundos El Ahmadi, Sanne Wallis de Vries, Merijn Scholten en Peter Pannekoek hier uitgroeiden tot de grote publiekstrekkers die ze nu zijn. Comedytrain is een belangrijke springplank voor veelbelovende comedians gebleven, met veelal uitverkochte avonden in Toomler.

De oprichters trokken in 2014 na een hoog opgelopen conflict de deur al achter zich dicht. Theatercriticus Patrick van den Hanenberg doet ze eer aan in zijn boek Stand Up and Fight, dat afgelopen zomer verscheen: ‘De immense populariteit van de comedyclub in Amsterdam-Zuid en de concentratie van comedytalent moet geheel op het conto van de broers Heertje worden geplaatst.’ Het boek bestrijkt 35 jaar stand-upcomedy in Nederland, voor wie bij dit einde nog eens wil terugkeren naar de start en de pijnlijke tussenpozen.

Komend weekeinde zal het vooral lachen worden, tijdens een marathon van drie uur ’s middags tot drie uur ’s nachts.

Vijf comedians gaan op verzoek van de Volkskrant een aantal iconische plekken binnen de iconische plek langs, met al z’n charmes en tekortkomingen.

Beste plek

Kasper van der Laan (44): ‘We zeggen allemaal graag dat Toomler de perfecte comedyclub is, maar eigenlijk is de indeling van de ruimte absoluut niet ideaal. Dat komt door de L-vorm van de zaal, met het lange, rechte stuk naast de bar waardoor niet iedereen perfect zicht heeft op het podium.

‘Je hoort voortdurend geluiden van de bar en uit de keuken, maar daar hou ik wel van. Die imperfectie maakt een comedyclub juist een laagdrempelige plek om grappen uit te proberen. Een te gelikte zaal zou verkeerde verwachtingen scheppen, namelijk dat er iets ‘afs’ wordt gepresenteerd. Toomler stap je binnen met een ander idee: wat hebben deze mensen vanavond voor ons in petto?

‘Ik zou zelf nooit in de binnencirkel recht voor het podium gaan zitten. Net op de verhoging, links vanaf het podium, dat lijkt mij de beste plek voor het publiek. Het zitje naast de techniek is ook populair.’

Kim Schuddeboom (40): ‘Ik vind de lange tafel op de verhoging wel wat hebben, waar je allemaal op een rij zit.’

Ronald Goedemondt (50): ‘De eerste keer dat ik optrad in Toomler was tijdens een open podium. Hans Teeuwen zat vrij vooraan, zo rond het einde van de bar, samen met een comedian die inmiddels is overleden, Idse de Pree. Dat was geen intimidatietechniek; het was gewoon niet zo druk, dan is het raar om achterin te blijven. Ik was de hele avond aan het ontkennen hoeveel indruk hun aanwezigheid op mij maakte. Na afloop wenkten ze mij en kreeg ik fijne, goede, nuttige kritiek.’

Zitje bij de ingang

Van der Laan: ‘Vroeger zaten de comedians aan een tafel direct links van de ingang de avond te bekokstoven. Nu is het een zitje langs de muur. Ik was meer fan van de tafel, waaraan je ook nog met je rug naar de mensen toe kon zitten. Sinds dat zitje er is, probeer ik zo ver mogelijk in de hoek te kruipen.’

Howard Komproe (54): ‘Het publiek probeert bij binnenkomst zo onopvallend mogelijk naar die plek te loeren. Maar comedians checken evengoed wie er binnenkomt. Er vindt een soort Mexican standoff plaats.’

Goedemondt: ‘Terug naar dat tafeltje lopen na een slecht optreden, troost vinden bij collega’s, schouderklopjes – en daarna stilte. In die hoek heb ik alle emoties gevoeld, van complete euforie tot paniekaanvallen en doodsangst. Ik vond het vaak ongemakkelijk om er bij aanvang van een show als een open zenuw te zitten, en soms wel leuk om mentaal toch een beetje vanuit een verheven positie de sfeer in te schatten.’

Toiletten

Schuddeboom: ‘Mensen die midden in je set opstaan om te gaan plassen en soms zelfs over het podium lopen om de toiletten te bereiken: wat een zelfvertrouwen! Ik zou het niet durven.’

Van der Laan: ‘Naast de bar is een smal gangetje dat uitkomt op een grotere gang, met een deur naar de toiletten; eigenlijk een gangetje óm de zaal heen. Het staat vol met kratjes en een diepvries. Het is een route voor het personeel en de comedians om bij de wc’s te komen zonder door de zaal te hoeven. Ik ga niet zeggen wie, maar er is één comedian die toch altijd via de zaal naar het toilet liep, gewoon om even te laten zien dat-ie er was.’

De kantine van het Hilton

Micha Wertheim (53): ‘Het podium zat vroeger helemaal in de hoek, rechts van het huidige podium. Bij de wc’s kon je na het intoetsen van een code door een deur. Dan kwam je uit in de kantine van de medewerkers van het Hilton. Daar stond vaak eten dat over was van het buffet. Aan het einde van de avond zaten wij daar aan een grote oranje tafel de show te evalueren. Dat was zinnig, vooral op avonden dat er iemand kwam spelen die er niet zo vaak bij was. Het ging niet altijd even subtiel. Er was natuurlijk nooit door een pedagoog over nagedacht, hoe je elkaar als comedians feedback en tips geeft.

‘In zo’n club is er altijd een groepje dat niet héél origineel is. Dat groepje gaat zich vanzelf bedreigd voelen door de mensen die anders zijn, met als gevolg dat ze hun eigen positie in het collectief gaan bewaken door de mensen die iets bijzonders doen naar beneden te praten.

‘Die evaluaties waren een soort therapie. Hoe ga je om met afwijzing, zowel van collega’s als van het publiek? Je moet als comedian iets durven zeggen wat jou eenzaam maakt.’

Van der Laan: ‘In de kantine mochten we op een gegeven moment niet meer komen. Het evalueren doen we ook niet meer op die manier. Het werd een verplichting waar niet iedereen meer op zat te wachten. Vanaf dat moment koos je als comedian meer je favoriete mensen uit om feedback mee uit te wisselen.’

Wertheim: ‘Ik kwam er als beginner snel achter dat ik een toontje lager moest zingen, maar van Howard Komproe en Marc-Marie Huijbregts kreeg ik goede feedback. Van hen leerde ik bijvoorbeeld dat je wezenlijk geïnteresseerd moet zijn in het antwoord en niet alleen in de lach als je iets vraagt aan iemand in het publiek. Ik voel me er soms schuldig over dat ik er tegenwoordig zo weinig ben, want ik weet hoeveel het kan betekenen als iemand die al wat meer vlieguren heeft gemaakt iets bemoedigends zegt.’

De gang naar het Hilton

Van der Laan: ‘Na audities voerden de leden overleg in de gang, in een grote cirkel. In die gang is besloten dat ik eerst niet en later wel werd aangenomen als lid – ik heb twee keer auditie gedaan. Het was ook een goede plek om even tot jezelf te komen. Als de pauze bijna klaar was en we misten nog iemand, dan stond diegene vaak in de gang tussen de lege kratten tegen zichzelf te praten.’

Rij 1

Schuddeboom: ‘Tijdens een naborrel – we deden vaak karaoke – ben ik eens zelf op de eerste rij gaan zitten. O, wat verschrikkelijk, dacht ik toen, wát een intimiderende plek. Ik had ineens zo veel respect voor de mensen die aan die tafeltjes gaan zitten dat ik een tijd lang bewust alleen maar mensen op de tweede rij heb aangesproken.’

Wertheim: ‘Het leukst vond ik de latenightshows op zaterdagavond, waarvoor comedians die op tournee waren met een voorstelling vanuit het theater naar Toomler kwamen.

‘Ik gedij bij een beetje onrust in het publiek, want dan heb je iets om op te reageren. Ik herinner me een avond met een heel onrustige vrouw op de eerste rij. Ik was mc en dacht na de tweede comedian: ik moet haar het zwijgen opleggen.

‘Pieter Bouwman las in die tijd allemaal zinnetjes voor, een soort Gummbah-cartoons zonder cartoon. Toen ik hem afkondigde, besloot ik iets tegen haar te zeggen in de toon van die zinnetjes, iets niet zo leuks. Ik deed alsof ik het voorlas. Het was iets in de trant van: ‘Houd je bek, zei de depressieve presentator tegen de zwakzinnige vrouw op de eerste rij die te dronken was om te begrijpen dat ze met haar naar kots riekende getetter de avond voor iedereen verpeste.’

‘Dat werkte, maar niet veel later zag ik dat ze zat te huilen. Dat was natuurlijk niet mijn bedoeling. Toen was het de beurt van Najib Amhali, die al een grote naam was en zo nu en dan nog in Toomler kwam spelen. Hij begon een geïmproviseerd verhaal over hoe hij met zijn moeder naar Heidi keek, de animatieserie.

Hij beschreef hoe het eruitzag als Heidi begon te huilen, met van die dikke, grote animatietranen. Geen moment benoemde hij dat er vooraan iemand zat te huilen. Hij vertelde hoe hij en zijn moeder dan Heidi probeerden te troosten. Op dit soort momenten kan comedy magisch zijn. Najib was de zaal aan het vermaken en tegelijkertijd die vrouw aan het troosten, zonder dat iemand het doorhad.

‘Na afloop kwam ze goddank vertellen dat haar tranen niets met mijn opmerking te maken hadden; de man met wie ze was, had het tijdens de voorstelling uitgemaakt.’

Techniekhok

Van der Laan: ‘Toen Alex Ploeg en ik net officieel lid van Comedytrain waren geworden, deden we ook late late nights. De reguliere late night was om twee uur ’s nachts afgelopen. Als er tegen drie uur nog tien man publiek zat, begonnen Daniël Arends en Henry van Loon soms ineens een extra show. Dan ging Henry mc’en met wc-papier om zijn hoofd, als comedyninja, en kondigde hij Alex en mij aan zonder dit van tevoren even te melden.

‘We mochten geen materiaal doen, dus niet uit ons vaste repertoire putten. Als we toch materiaal deden, begon Daniël vanuit het techniekhok dwars door onze set heen te roepen, in een microfoon: ‘Géén materiaal.’ Het was een soort ontgroening. Ik kan me alleen niet herinneren dat iemand na ons nog op die manier ontgroend is.’

Wertheim: ‘Ik heb nog meegemaakt dat we als comedians zelf het geluid en het licht moesten doen. Ik klink nu vast als een ouwe nostalgische lul, maar ik hechtte aan het gevoel van saamhorigheid dat het verdelen van dit soort taken opleverde; je maakte de avond echt met elkaar. Ik gebruikte het ook om mezelf onmisbaar te maken.

‘Toen Jan Jaap van der Wal artistiek leider werd, kwam er een technicus, want het was natuurlijk ook gewoon onhandig en onprofessioneel. Techniek is een vak apart.’

Bankjes buiten

Schuddeboom: ‘In 2019 zat ik in mijn aspirantjaar. De eerste avond na de zomerstop kwamen er veel collega’s kijken: Sanne Wallis de Vries was er, Daniël Arends, Ronald Goedemondt. Mijn hond was net overleden, ik zat niet lekker in mijn vel. Twee vrouwen aan het tafeltje recht voor het podium zaten de hele avond te praten en te vreten. Ik ergerde me kapot, maar ik kon er niks grappigs mee. In plaats van het professioneel op te lossen en mijn emoties onder controle te houden, zei ik iets als: ‘Ik vind jullie echt niet leuk.’

‘Na mijn set liep ik naar buiten, naar de houten bankjes in het halletje voor je naar binnen gaat. Iedereen kwam heel lief naar me toe, met constructieve feedback. Want ook al begrepen ze waar het vandaan kwam, zo had het niet gemoeten.

‘Die avond bevestigde voor mij hoe belangrijk het is om je gesteund te voelen. Dan durf je ook te falen. Als ik een shitshow speel, krijg ik het te horen, maar dat heeft puur te maken met wat ik op het podium deed, niet met mij als mens.

‘Die houten bankjes, daar heb ik veel gezeten om voor of na de show een sigaretje te roken, vaak met een heleboel anderen. Zij zaten dan gezellig op de trap, in het midden een kruk met snacks uit de frituur.’

Bar

Van der Laan: ‘Het nisje aan het einde van de bar is de plek waar de meeste comedians wachten tot de mc hun naam noemt. Loop je te langzaam naar het podium, of kom je onderweg een obstakel tegen, dan kan het zijn dat het applaus al klaar is voordat jij op het podium staat. Dan moet je die laatste meters in totale stilte doen. Dat wil je absoluut voorkomen.’

Schuddeboom: ‘Wat is Toomler zonder bar? Ik ben heel goed met de collega’s achter de bar. Leuke mensen. Ze maken ons hele ontwikkelproces mee en kunnen op een gegeven moment hele sets meepraten.’

Van der Laan: ‘Ik zag een keer een barmedewerker met een lege fles boven een bak wachten tot de lach kwam om de fles te laten vallen.’

Goedemondt: ‘Mijn vrouw werkte in de bediening. We zijn achttien jaar samen en hebben een zoon van 11. Er is dus ook nieuw leven uit Toomler voortgekomen.’

Komproe: ‘Er was altijd spanning tussen de leuke meiden achter de bar. Sommige comedians hadden iets met meisjes achter de bar, maar dat leverde altijd gezeik op. Zodra het voorbij was, wilde zo’n meisje niet meer werken als die en die comedian op de line-up stond. Ik had geen zin in dat gedoe, dus ik heb nooit korte verkering gehad met dames achter de bar. Wel met kassameisjes. Die kwamen vroeg, maar bleven niet hangen als hun dienst erop zat. Geen drama.’

Wertheim: ‘Er gebeurden wel meer stoere mannen- en vrouwendingen. Maar de schaduwwereld waar iedereen bij elkaar op schoot kroop, daar zat ik niet in. Ik dronk na afloop een kopje thee en dan ging ik naar huis.’

Van der Laan: ‘Zelf heb ik een kind gekregen, en ik kom vaak met de auto. Als ik het podium afloop en zie dat het half elf is, denk ik: o nee, ik moet morgen weer om zeven uur op.’

Schuddeboom: ‘Ik zit nog gewoon biertjes te drinken, hoor. Ik heb geen gezin, ik hoef niet naar huis. Ik hou van de nazit en het nalullen!’

De nieuwe plek

Van der Laan: ‘Op de Westergas krijgen we een soort greenroom, waar je ook apart van het publiek kunt zitten. Maar ook in de zaal zal er weer een plek zijn voor de comedians. Ik vind het prettig om vlak voor een optreden in de ruimte te zijn en de vibe in het publiek te voelen. Ik ga al staan ruim voor ik op moet, want ik vind het niks om vanuit een stoel het podium op te rennen. Stretchen is key.’

Komproe: ‘Ik heb me gelijk ingeschreven om de eerste avond op de nieuwe plek te spelen. Ik wil zo snel mogelijk die zaal in de vingers krijgen, de ruimte leren bespelen. Waar komt het geluid van de bar vandaan? Welke invloed heeft het omgevingsgeluid?

‘In Toomler weet ik na al die jaren precies waar ik mijn blik moet gooien om de zaal naar me toe te trekken. Als je op het podium staat, zit het publiek links en rechts van je. De hoek is 90 graden, als een winkelhaak. In het nieuwe gebouw is de hoek groter. Je moet goed nadenken over je positie in het ritme van de grap: in welke richting kijk je tijdens de setup, waar ben je tijdens de punchline?’

Goedemondt: ‘Omdat de ruimte anders is, krijg je weer een nieuwe romantiek.’

Schuddeboom: ‘Sommige comedians zijn bang dat de nieuwe zaal niet zo geluidsdicht is als de kelder. Zelf vind ik dat het bij het genre stand-up hoort om met elke situatie te dealen. Er zullen altijd dingen blijven misgaan. Dat moet je omarmen, want daar komt de beste comedy uit voort.’

Komproe: ‘Dat het afscheid heftig is, komt ook omdat Toomler voor mij niet zomaar een werkplek is geweest. Er zijn zulke persoonlijke dingen gebeurd. Mijn eeneiige tweeling heb ik er als ukkels verschoond. Toen de kinderen 10 jaar werden, heb ik er een groot feest gegeven voor vrienden en familie. Later hebben ze allebei stage gelopen in Toomler, een in de keuken en een in de bediening. Ik heb er een collega van kantoor in de echt verbonden. Na de uitvaart van mijn vader was de condoleance in Toomler. Vrolijke momenten, heftige momenten en alles daartussen heb ik in die kelder beleefd. Ik ben er veranderd van een brutale twintiger in de 54-jarige man die ik nu ben.’

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next