Rotterdam In haar eerste jaar als burgemeester van Rotterdam zocht Carola Schouten weinig de schijnwerpers op. Ze trok wel vaak de wijken in. NRC liep een jaar met haar mee. „Soms zie je haar denken: daar gaan we weer.”
Burgemeester Carola Schouten.
Carola Schouten houdt haar pas in bij een grote muurschildering. De burgemeester en haar gevolg – haar woordvoerder, een agente en twee leden van de buurtpreventie – kijken naar een bever omringd door kleurige krokussen, Japanse anemonen en vissen in graffiti-stijl. Ze zijn in Beverwaard, vandaar de bever.
Hoe bevalt het in de wijk?, vraagt Schouten een voorbij wandelende vrouw, die een rood boodschappenkarretje met zich meetrekt.
Ik woon hier fijn hoor, zegt de vrouw. „Al 25 jaar.” En dan: „Waarom wilt u dat eigenlijk weten?”
„Als burgemeester hoor ik graag van Rotterdammers hoe zij hun stad en wijk ervaren.”
„Burgemeester? Bent u de burgemeester?!”
25 april 2025. Carola Schouten, ruim een half jaar burgemeester van Rotterdam, heeft geen zichtbare beveiliging bij haar bezoek aan de wijk Beverwaard. In haar onopvallende zwarte pantalon en blouse, het haar in een paardenstaart, wordt ze op straat niet herkend.
Wel wordt ze enthousiast onthaald door iedereen die weet dat ze komt, zoals even eerder bij het Huis van de Wijk waar Shana Gayadien (46) op vrijdagmiddag haar Lady’s Club heeft. De burgemeester is wat laat. Als de zwarte dienstauto de hoek om draait, heeft Gayadien in zomerjurk al drie kwartier bij de deur staan wachten.
Als Schouten is uitgestapt, knoopt ze een praatje aan met een rijtje kinderen dat haar opwacht in oranje shirts. Dan wendt ze zich glimlachend tot Gayadien, die bijna uit elkaar spat van enthousiasme. Boven zitten haar ‘lady’s’ in een kring, zelfgemaakte lekkernijen uitgestald op een tafel in de hoek.
„Wat leuk dat jullie er allemaal zijn”, roept Schouten als ze binnenkomt.
De vrouwen in de wijk wilden graag samenkomen, zegt Gayadien. Ze breien, haken, knutselen. En ze praten over wat hen bezighoudt. Ook als dat narigheid is. „Als je elkaar leert kennen en vertrouwen, durf je te delen.” Dat vind ik zo mooi, zegt de burgemeester. Na een kwartiertje moet ze verder. Voor de hapjes heeft ze geen tijd.
Ruim een jaar geleden nam Carola Schouten het stokje over van Ahmed Aboutaleb. Hij had zich in vijftien jaar ontwikkeld tot een burgemeester met een helder profiel: een man van ‘law and order’, met veel aandacht voor de ontwrichtende internationale drugshandel, die met een golf explosies grote impact heeft op de stad.
Carola Schouten werd de eerste vrouwelijke burgemeester van de Maasstad, én de eerste van de ChristenUnie, een partij die met één zetel vertegenwoordigd is in de raad. Ze erfde een stad met grote problemen als armoede en woningtekort. Én een bloeiende stad die als een dolle bouwt, de binnenstad verfraait, achtergebleven gebieden probeert te ontwikkelen, nóg een brug over de Nieuwe Maas gaat aanleggen en drastisch wil vergroenen.
Waar zou Schouten accenten leggen? Hoe zou zij haar rol als burgermoeder invullen? Hoe gaat ze zich verhouden tot de rauwe Rotterdamse gemeentepolitiek, waar het er niet zelden hard aan toegaat? Hoe zou haar kennismaking met de Rotterdammers verlopen? NRC volgde haar in het afgelopen jaar.
Carola Schouten tijdens een debat in het stadhuis op 23 januari.
Schouten sloeg haar eerste piketpaaltje in haar inauguratiespeech. Rotterdam, zei ze, is nooit ‘ik’. „Rotterdam is altijd ‘wij’”. „De omgeving van de mens is de medemens”, citeerde ze wijlen nachtburgemeester Jules Deelder. „Bij verdeeldheid en wantrouwen zal ik mijn volle gewicht in de strijd gooien om juist te blijven verbinden.”
Dat bleek niet altijd gemakkelijk. Al in het eerste debat werd Schouten als voorzitter van de gemeenteraad op de proef gesteld, toen het ging over de voorgenomen afschaffing van de bed-bad-broodregeling voor uitgeprocedeerde vreemdelingen. De coalitie botste hard met de vooral linkse oppositiepartijen.
„Een spuuglelijk politiek spel over de ruggen van mensen”, stelde raadslid Sabrina van de Peppel (Partij voor de Dieren).
„Een linkse poppenkast”, vond Simon Ceulemans, toen nog fractievoorzitter van Leefbaar Rotterdam, nu Tweede Kamerlid voor JA21. „Er zit geen enkele oprechte intentie achter dit debat.”
Na anderhalf uur schorste Schouten het debat, toen D66-raadslid Agnes Maassen in tranen de zaal verliet na een grap van Theo Coşkun (SP). Die opperde de ongedocumenteerdenopvang voortaan „huize Agnes Maassen” te noemen.
„U gaat dit terugnemen”, zei Schouten, en ze rolde met haar ogen toen Coşkun in eerste instantie zijn betoog rustig wilde voortzetten. Tijdens de schorsing liep ze naar het raadslid toe om hem met klem te verzoeken excuses te maken aan Maassen. Dat deed de SP’er vervolgens.
Schouten grijpt in debatten sneller in dan haar voorganger, constateren raadsleden. In de havenstad, waar Leefbaar Rotterdam, VVD, D66 en Denk het college vormen, nemen raadsleden niet bepaald een blad voor de mond. „Soms zie je haar denken: daar gaan we weer”, zegt Coşkun. „Niet eens alleen als het debat ontspoort, ook als iemand in herhaling valt. Ze kan niet met een pokerface de raad voorzitten.”
„Ze heeft een expressief gezicht”, zegt raadslid Mina Morkoç (GroenLinks). „En als ze het welletjes vindt is het: jongens, dit gaat te ver. Ga zitten.” René Segers-Hoogendoorn (CDA) ziet dat Schouten haar ergernis inmiddels beter lijkt te kunnen verbergen. In het begin leek ze volgens hem te moeten wennen aan het voorzitten van de raad. „Die rol had ze natuurlijk ook nog nooit gehad.”
Schouten (48) groeide op tussen de koeien, op de melkveehouderij van haar ouders in het Brabantse Giessen. Op negenjarige leeftijd verloor ze haar vader na een ongeluk op het erf van de boerderij. Haar moeder zette het bedrijf voort, met hulp van Carola en haar twee zussen, tot ze het vijf jaar later om gezondheidsredenen moest verkopen.
Op haar zeventiende verhuisde Schouten voor haar studie naar Rotterdam. Ze betrok een kamer in een studentenhuis in Delfshaven, schuin boven een coffeeshop. Het was haar eerste kennismaking met de stad, in een tijd dat drugsdealers, verslaafden en tippelaars het straatbeeld tekenden. Toch zou ze er niet meer vertrekken.
In 2011 betrad ze het politieke toneel, als Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie. Ze groeide uit tot een van de kopstukken van de partij, werd vicepremier en minister van Landbouw in het kabinet Rutte-III. Op het Malieveld protesteerden boeren tegen de stikstofmaatregelen die zij moest uitvoeren. Na het vierde kabinet van Mark Rutte verliet ze Den Haag.
Als burgemeester woont ze nog steeds in het stadsdeel waar ze drie decennia geleden als student kwam aangewaaid. Ze gaat vaak op de fiets of met de tram naar het stadhuis en bewaart de dienstauto vooral voor werkbezoeken. Dat kán ook, omdat ze nog redelijk incognito over straat kan.
Hennie Bosschaart (75) kan haar tranen niet bedwingen. „2 januari is hier iemand doodgeschoten. Ik vind de buurt gewoon niet veilig meer.” De medebewoners om haar heen knikken. „Sorry”, zegt Bosschaart, terwijl ze haar ogen droog wrijft. Schouten stapt naar voren en geeft haar een knuffel. „Niet excuseren, hè”, zegt ze, terwijl ze de vrouw bij de armen vastpakt.
Het is aan het begin van de avond, enkele maanden nadat een seriemoordenaar hier in IJsselmonde drie willekeurige mensen doodschoot. Het derde en laatste slachtoffer – een 81-jarige man – was een goede bekende van Bosschaart. Zij durft ’s avonds niet meer over straat.
„Was dat vóór de schietpartijen ook al zo?”, vraagt Schouten.
Burgemeester Carola Schouten met bewoners in IJsselmonde in maart.
Schouten gaat meestal naar het stadhuis met de fiets of de tram; de dienstauto gebruikt ze vooral voor werkbezoeken.
Dat bevestigt de vrouw. „Maar nu al helemaal niet meer. Er zijn een aantal stukken waarop het hartstikke donker is. Je ziet groepjes rondhangen waarvan je denkt: wat doen ze hier?” En de bosjes, zegt ze. „Hartstikke hoog. Je ziet niet wie erachter staat.”
„Dat zijn de tuinen van mensen”, merkt de burgemeester op. Daar gaat de gemeente niet over.
Bosschaart: „Maar ze hebben een schutting die hoger is dan 1.80 meter. Dat mag niet. Ik durf hier ’s avonds niet meer langs, omdat ik weet dat hij [de schutter] hier heeft gelopen.”
„We kunnen best aan mensen in de buurt vragen of ze daar rekening mee willen houden”, zegt Schouten.
Een ambtenaar pent driftig mee.
De schietpartijen, zo blijkt deze avond, hebben grote impact gehad in de wijk. Schouten is, zoals ze had beloofd, teruggekomen om te kijken hoe de veiligheid op straat verbeterd kan worden. In een stoet van buurtbewoners, ambtenaren en agenten loopt ze door de wijk. Ze heeft er twee avonden voor uitgetrokken.
„We hebben hier echt last van”, zegt een medewerker van een verzorgingstehuis als hij Schouten meeneemt op een donker pad dat leidt naar een bushalte, omgeven door groen en water. Omlopen via de andere kant van de vijver is volgens de man geen optie. „Daar wordt ’s avonds gedeald, prostitutie, lachgas.”
Schouten: „Zullen we deze opschrijven en kijken wat eraan te doen is?”
Burgemeester van Rotterdam, Carola Schouten, in IJsselmonde, enkele maanden nadat een seriemoordenaar hier drie willekeurige mensen doodschoot.
In het Huis van de Wijk belooft ze aan het eind van de avond dat ze nog eens terugkomt om te vertellen welke concrete stappen worden ondernomen. En, zegt ze erbij, ze komt ook vertellen wat er níét wordt gedaan. „Er zijn soms ook tegenstrijdige belangen, waardoor we niet alles kunnen oplossen. Daar gaan we dan ook eerlijk over zijn.”
Schouten oogst er alom lof mee: een luisterend oor op de momenten dat het nodig is. Op wijkbezoek toont ze zich toegankelijk en stelt ze zich, afhankelijk van wie ze spreekt, voor met ‘Carola’ of ‘Carola Schouten’. En ze stelt vooral vragen. Zo kende men haar ook in Den Haag: niet iemand die grote woorden gebruikt of haar aanwezigheid voortdurend wil laten gelden.
Het contrast met Aboutaleb kan haast niet groter. Hij kreeg bij aanvang van zijn derde en laatste termijn het advies van de vertrouwenscommissie van de gemeenteraad om meer te luisteren naar anderen en het vooral ook minder over zichzelf te hebben.
Bij de vorige burgemeester, zeggen raadsleden, was het lastiger zijn aandacht te krijgen. „Als je Aboutaleb vroeg om zijn tijd, dan kreeg je die ondanks zijn drukke agenda heel snel”, zegt Segers (CDA). „Maar had je dan echt een gesprek? Hij legde vooral uit hoe je een motie wat anders kon formuleren, zodat het wat meer in zijn framework paste.”
Schouten is als burgemeester meer een primus inter pares. Ze eet mee met de raadsleden en schuift steeds bij een andere tafel aan. De eindejaarsborrel voor raadsleden eindigde vorig jaar traditioneel met karaoke, Schouten zong ‘Material Girl’ van Madonna. Morkoç: „Ze vindt een feestje leuk en laat dat gewoon zien.”
Op de bovenverdieping van weggeefwinkel Yess in stadsdeel Delfshaven zit Nico van Splunter (59). Hij is predikant en oprichter van deze winkel, waar Rotterdammers die dat nodig hebben terecht kunnen voor een voedselpakket. Het is, zegt hij, een wijk waar bewoners bij de geboorte „met 3-0 achterstaan”. „Als het geen 6-0 is.”
In 2021, Schouten was nog minister van Armoedebeleid, werd Van Splunter door haar gebeld: of hij nog een vrijwilliger kon gebruiken. „Toen stond ze hier met haar paardenstaart en op gympies boterhammen te smeren.”
Dat Rotterdam een stad is van twee gezichten, weet Schouten uit eigen ervaring. Bij haar installatie vertelde ze erover. Hoe ze als jonge twintiger nadat ze onverwacht zwanger was geraakt op een bankje aan de Schie in tranen was uitgebarsten. „Ik had geen geld, geen werk of spullen en geen idee waar deze onverwachte situatie toe zou leiden.”
Vermoedelijk, zei ze, hebben meer Rotterdammers zo’n „bankjesmoment” gekend. „Een moment van radeloosheid.”
Schouten kreeg hulp van haar vrienden van de studentenvereniging, van de kerk in Delfshaven waar ze lid van was. Ruim 25 jaar later geeft ze als burgemeester veel aandacht aan mensen die zich inzetten voor een ander. ‘Stadsverwarmers’ noemt ze hen, een term die bedacht werd door haar speechschrijver.
In september werden er uit een grote berg aanmeldingen honderd geselecteerd om in concertgebouw de Doelen te vieren dat Schouten een jaar burgemeester was. De een stuurt kerstkaarten naar wijkbewoners die „geen cent te makken hebben”, de ander raapt in zijn buurt het afval van de straat en klaverjast met ouderen.
Een mooi initiatief, zegt de Rotterdamse ombudsman Marianne van den Anker over het in het zonnetje zetten van de vrijwilligers. Maar, zegt ze, geef ze dan ook het budget, vertrouwen en de ruimte om dingen te kunnen doen. Daar schort het volgens haar nogal eens aan. „Geef ze een ‘warme stad’. Dat heb ik ook tegen de burgemeester gezegd.”
Carola Schouten in de binnentuin van het Rotterdamse stadhuis.
Schoutens kracht, zeggen mensen die haar kennen, zit in de omgang met mensen. Ook hier dringt de vergelijking met haar voorganger zich op. Van Splunter: „Carola kruipt niet weg achter haar ambtsketen. Niet dat Aboutaleb dat wel deed, maar hij was wel wat afstandelijker. Carola zou ik eerder Carola noemen en Aboutaleb eerder de burgemeester.”
Hij ziet tegelijkertijd dat het burgemeestersambt vraagt om méér dan alleen toegankelijkheid. „Ik zou me kunnen voorstellen”, zegt Van Splunter, „dat Aboutaleb bij de havenbaronnen meer gezag had dan Carola. Maar in een wijk als deze, waar je met een bijstandsmoeder in gesprek moet, is zij weer in het voordeel.”
En ze praat makkelijk met jongeren, zegt Morkoç. „Dat kost haar geen enkele moeite.” Wellicht helpt het dat ze een zoon heeft van 24 en die wereld kent, denkt ze.
Zelf ervaart ze steun van het geloof om die medemenselijkheid te blijven voelen, zegt Schouten. „Ook als mensen dingen doen die heel slecht zijn. Dan kan ik zeggen: het is tuig. Maar ik kan ook denken: het zijn soms nog kinderen. Moet ik daar dan op die manier over spreken of geef ik ze een kans om een andere weg in te slaan?”
Carola Schouten zat rechtop in bed. Het was midden in de nacht, afgelopen juli, en in haar buurt klonk een daverende knal. Diezelfde nacht volgden er in de stad nog drie explosies. De afgelopen jaren nam het aantal aanslagen met explosieven exponentieel toe, met Rotterdam en Amsterdam als koplopers.
Niet lang na haar aantreden kwam Schouten aan het hoofd te staan van een taskforce die de aanslagengolf moest terugdringen – een van haar speerpunten. De impact van de explosies in wijken is groot en de politie krijgt er moeizaam grip op.
Met zestien burgemeesters uit andere Europese landen begon Schouten een lobby om het onderwerp in Brussel op de agenda te krijgen. In oktober dit jaar reisde ze af naar de EU-hoofdstad, met de boodschap dat een gezamenlijke Europese aanpak de enige manier is om te voorkomen dat zwaar vuurwerk de grens over blijft gaan.
Dichter bij huis hoopt Rotterdam met campagnes te voorkomen dat jongeren hun toekomst vergooien door in opdracht van criminelen explosieven aan voordeuren te hangen of in de haven drugs uit containers te halen. De gemeente kwam eerder met een film: Zwijgrecht.
Het is al donker als Schouten de kantine inloopt van SV Charlois. Binnen een kluwen aan jongens, en een paar meisjes, in dezelfde blauw/zwarte trainingspakken. Ze gaat samen met hen de film bekijken, maar eerst is er eten. Als iedereen zit, krijgt Schouten een clubsjaal. Ze knoopt die lachend om haar nek.
In de Rotterdamse wijken gebeuren mooie dingen, zegt de burgemeester. „Maar ook lastige.” De jongeren zien vervolgens in de film hoe Ilyas en Orlando, twee vrienden, flink geld verdienen met drugs uit containers in de Rotterdamse haven halen in opdracht van criminelen. Het is ook link, de pakkans is groot.
Halverwege zet een jongerenwerker de film stil. Hij vraagt of iemand kan vertellen wat opviel in de film. „Er zitten consequenties aan ‘uithalen’”, probeert een jongen voorzichtig.
Waarom zou je het níét doen, vraagt de burgemeester.
Je komt er niet meer uit, zegt een andere jongen. „Je denkt dat als je wil stoppen je dat even kunt aangeven. Maar als de criminelen blij met je zijn, laten ze je niet gaan.”
„Je vergooit je toekomst”, zegt weer een ander. „Als je wordt gepakt, heb je een strafblad.”
Na de tweede helft van de film vraagt een jongerenwerker hoe ze de film vonden. „Beter dan verwacht”, roept een van hen. De burgemeester lacht hard. „Ongelooflijk veel dank voor jullie komst, voor het delen van jullie dromen en wat jullie nastreven in het leven”, zegt ze. Ze krijgt bloemen, applaus en een door iedereen gesigneerd ingelijst clubshirt.
Een vuurdoop zoals Aboutaleb, met de strandrellen van 2009 in Hoek van Holland, waarbij de Rotterdamse veiligheidsdriehoek zwaar onder vuur kwam te liggen, had Schouten niet. Wel was er het oorlogsgeweld in Gaza dat hevige emoties opriep in de stad, met demonstraties van pro-Palestijnse actiegroepen op de trappen van het stadhuis.
Nadat de burgemeester de politie had laten ingrijpen toen een protest de binnenstad ontwrichtte, richtte de kritiek zich op haar persoonlijk. Een demonstrant droeg een bord waarop Schouten verheerlijking van kindermoord in Gaza in de schoenen werd geschoven.
Het raakte haar, zegt Schouten. „Ik ben niet van steen, dus het laat me niet onberoerd. Maar ik wil het mijn zicht niet laten vertroebelen. Het is mijn rol om ruimte te geven aan verschillende uitingen.” Tegelijkertijd, zegt ze, wonen in Rotterdam „alle mensen en groepen” door elkaar. „Daar moet je als burgemeester ook oog voor houden.”
Voor de zomer schreef ze een brief aan alle Rotterdammers, waarin ze het „verdriet” en de „wanhoop” bij inwoners door het „onmenselijke lijden” in Gaza benoemde. Die pijn, schreef de burgemeester, „voel ik ook”. Tegelijkertijd zag ze ook pijn bij Joodse inwoners door oplevend antisemitisme.
Voor Schouten was het een worsteling. Ze moest balanceren tussen linkse oppositiepartijen die vonden dat de stad net als Amsterdam en Utrecht grotere woorden moest gebruiken om het vernietigende geweld te veroordelen en aan de andere kant partijen – Leefbaar voorop – die vonden dat het bestuur zich niet moest bemoeien met internationale conflicten.
„Ze pakte niet de ruimte die je kunt pakken als burgemeester”, zegt Morkoç (GroenLinks). „Het was niet verkeerd, ze hóéft er geen mening over te hebben als burgemeester van Rotterdam. Maar je kunt wel gebruik maken van het podium dat je hebt en je stem laten horen. Dat deed ze niet.”
Met name in de eerste maanden van haar burgemeesterschap zocht Schouten weinig de schijnwerpers op. In plaats daarvan trok ze vooral de wijken in, om de „achterkant van het borduurwerk” te zien. „Als je hier dertig jaar woont, denk je: ik ken de stad wel aardig. Maar dan ga je toch vooral op in je eigen omgeving. Nu kom ik in de haarvaten.”
Er waren partijen die vonden dat ze niet zichtbaar en uitgesproken genoeg was. In het AD klonk na haar eerste honderd dagen uit de mond van Leefbaar-voorman Simon Ceulemans dat Schouten „heel erg binnen de lijntjes lijkt te willen kleuren”. „Maar ze is de burgemeester. Het is geen stageplek.”
„Het was een bewuste keuze”, zegt Schouten er zelf over. „De stad heeft recht op een burgemeester die weet waar ze het over heeft, in plaats van dat ik dingen ga benoemen zonder ze gezien te hebben.” En hoewel ze de laatste weken vaker haar stem liet horen in interviews, kost het ook gewoon tijd. „Je bent niet meteen een boegbeeld.”
Segers (CDA) ziet dat het niet in Schoutens aard zit om snel met „grote teksten” de aandacht te trekken. „Ik denk dat ze dat wel kan, maar dat ze wat langer de tijd nodig heeft.”
Het maakt het volgens hem lastig om Schouten na ruim een jaar op alle vlakken een helder profiel toe te kennen. „Een bestuurder die voortdurend stevige uitspraken doet en dingen naar haar hand wil zetten, bouwt wat sneller een karakter op. Ze zit er ook niet zo lang, over een jaar kun je daar misschien meer over zeggen.”
Carola Schouten brengt in een Rotterdams wijkcentrum haar stem uit bij de Kamerverkiezingen in oktober.
Ze stáát er, zegt ombudsman Van den Anker, als het gaat om zaken als dak- en thuisloosheid, femicide en geweld achter de voordeur. Dagelijks krijgt Schouten verzoeken om huisverboden toe te kennen. „Daarover slaat ze dan ook met de vuist op tafel, als dat nodig is. Niet publiek, wel achter de schermen.”
In Rotterdam is de afstand tot de politiek voor veel inwoners groot. De burgemeester zag het op verkiezingsdag, toen ze een rondgang maakte langs stembureaus en in de wijk Carnisse lege stemhokjes trof. De opkomstpercentages liggen in de stad steevast aanzienlijk lager dan het landelijk gemiddelde.
Van den Anker gunt het de stad dat Schouten zich het komend jaar meer gaat profileren. „Ze ís de burgemeester van een grote stad. Ze heeft een visie en grote verantwoordelijkheid. Meer mensen moeten participeren, meer mensen moeten gaan stemmen. Klim op dat voetstuk, laat je horen”, is haar boodschap aan Schouten.
In maart zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Raadsleden wierpen alvast een idee op om kiezers naar de stembus te krijgen: Schouten abseilend van de Euromast. „Ik weet niet of dat de opkomst bevordert”, zei de burgemeester lachend. Maar ze ging er, zei ze, „over nadenken”.
Terug naar april dit jaar. Na de wandeling door Beverwaard, arriveren Schouten, haar woordvoerder en de agente in de ‘wijkhub’ in het winkelcentrum. Binnen zit een groepje bewoners en winkeliers. Ze hebben last van jongeren in het winkelcentrum.
„Ze hangen met z’n twintigen voor mijn zaak”, zegt de opticien die met zijn winkel naast de wijkhub zit. „Mijn klanten moeten er langs. Het geeft hen een onprettig gevoel.”
Schouten: „Wat doen ze?”
De opticien: „Ze doen niet echt iets verkeerd. Ze hangen. Hangen, hangen. Drank, drugs.”
Ik stuur ze gewoon weg hoor, zegt Thea Huijts (65), de gastvrouw van de wijkhub. „Of ik geef ze een bezem. Ik ben niet bang uitgevallen. Niet iedereen is zo. En als je met je kinderen langs loopt, dan voelt dat niet fijn, dat snap ik wel. Maar eerlijk is eerlijk, voor de jeugd is hier niet veel te doen.”
De opticien: „Nog vervelender zijn de jongens die met brommers, scooters en zelfs motoren door het winkelcentrum rijden. Het is voetgangersgebied hè.”
Klopt, zegt de gastvrouw van de wijkhub. „Maar als de burgemeester er is, hoor je ze nét even niet.” De anderen lachen. Een buurtbewoonster vervolgt: „We hebben hier ook hangmannen.”
De burgemeester, verbaasd: „Hangmannen? Hebben jullie die ook al?”
De buurtbewoonster: „Het zou helpen als er voor hen ook wat georganiseerd wordt.”
De opticien: „Ik weet het niet. Dat zijn volwassen mannen! Die kunnen naar de klaverjasclub, naar de sportschool…”
Geknetter van uitlaten klinkt. Iedereen kijkt op. „Kijk daar zijn ze”, wordt geroepen. „Hoort u dat, burgemeester?”
De burgemeester hoort het.
Carola Schouten (1977), middelste van drie dochters, groeide op op een melkveebedrijf, studeerde bedrijfskunde en kreeg in 2006 haar eerste politieke functie: senior beleidsmedewerker van de ChristenUnie in de Tweede Kamer. In 2011 betrad ze het politieke toneel als Tweede Kamerlid voor die partij.
Ze groeide uit tot een van de kopstukken van de partij, onderhandelde over de formatie van het kabinet Rutte-III en werd vicepremier en minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Haar ministerschap kwam volledig in het teken te staan van de stikstof-impasse.
Na in het kabinet Rutte-IV minister te zijn geweest van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, verliet ze de Haagse politiek. In oktober 2024 werd ze benoemd tot burgemeester van Rotterdam.
Burgemeester van Rotterdam, Carola Schouten, in gesprek met buurtbewoners tijdens een wijkwandeling op 17 maart 2025.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Het laatste nieuws en de beste stukken over de mooiste havenstad die er is
Source: NRC