Nationale Politie „Ongekende veldslagen” vocht de politie dit jaar uit met extreemrechtse demonstranten. Ook seksueel geweld vraagt steeds meer aandacht, ziet Janny Knol, de hoogste politiebaas. „De zedenrecherche moet worden uitgebreid.”
Janny Knol
In een voormalig veertiende-eeuws landhuis in het Gelderse Warnsveld – een conferentie- en studiecentrum van de politie – buigt een twintigtal politiechefs zich in november drie dagen over de politie van de toekomst. Alleen ’s avonds in de bar is er enige ontspanning, vertelt Janny Knol (55), vorig jaar benoemd tot korpschef van de 65.000 werknemers tellende ‘blauwe familie’, na afloop in een vraaggesprek in het landhuis. De politiebaas van Noord-Nederland, Martin Sitalsing, is doorgaans de gangmaker – hij mag graag liedjes van André Hazes en andere smartlappen zingen. Maar door het volle programma schoot de samenzang van de topagenten er deze keer bij in. Twaalf jaar na de vorming van één Nationale Politie is de organisatie toe aan een stevige opknapbeurt, zo is het gevoelen.
Volgens Knol stonden er „superrelevante” thema’s op de agenda. Zoals: hoe organiseer je als politie in een gedigitaliseerde samenleving de broodnodige contacten tussen agenten en burgers? „Wij willen dat burgers ons minder hoeven te bellen. Net als bij een bedrijf of de bank moet je straks bijvoorbeeld via politie.nl of een chatbot contact met ons kunnen maken. Of denk aan een app waarop je kunt zien waar op een bepaald tijdstip politie aanwezig is zodat je ze kunt aanspreken. Er is een grote efficiencyslag te maken. We moeten ook regelen dat je online een afspraak kan maken om via Teams aangifte te doen.”
„Wat mij betreft niet. Maar het is wel zo dat nu niet alle aangiftes een op een opvolging krijgen. Toch hebben we die meldingen keihard nodig. Er wordt als een dolle fietsen gestolen en dan is het van belang dat we informatie vergaren over welke fietsen, op welke locaties. Zo krijgen we een goed beeld van de modus operandi van criminelen en is bestrijding mogelijk.”
Een ander urgent onderwerp is intelligence. Ruim vierduizend politiemensen houden zich bezig met het verzamelen en analyseren van informatie over bijvoorbeeld dadergroepen, maar zij zijn verspreid over twaalf plekken in het land. „Door de veranderingen die we zien in de criminaliteit, variërend van statelijke inmenging, aanslagen met explosieven en de inzet van nepagenten tot sextortion, merken we dat we sommige vormen van misdaad niet meer alleen vanuit een lokaal perspectief kunnen aanpakken. Dan mis je het integrale nationale en internationale beeld.”
Op het beraad in Warnsveld werden voornemens uitgewerkt die Knol kort na haar aanstelling presenteerde in de notitie: Stevig Staan, tussen samenleving en rechtsstaat. Een van de belangrijkste opgaven die zij daarin schetst, is zorgen dat de politie verbonden blijft met de maatschappij. „Het is van groot belang dat burgers het optreden van de politie accepteren en als rechtvaardig beschouwen.”
Korpschef Nationale Politie Janny Knol in het hoofdbureau in Den Haag
Dat dat niet voor iedereen vanzelfsprekend is, werd pijnlijk duidelijk op zaterdag 20 september op het Malieveld in Den Haag. Honderden extreemrechtse demonstranten en harde-kernvoetbalsupporters belaagden urenlang politieagenten. Een politieauto werd in brand gestoken en bij het hoofdkantoor van D66 gingen stenen door de ruiten.
„Een ongekende veldslag”, noemt Knol het. ’s Avonds, om elf minuten over acht, plaatste de korpschef (21.000 volgers) dit bericht op X: „Het geweld van vandaag is te gek voor woorden. Handen af van politiemensen. Het is heftig voor collega’s, ondernemers en inwoners van Den Haag, maar het misbruiken van het demonstratierecht raakt ons allemaal. Steun aan collega’s die nog steeds in actie zijn.”
Ruim vierhonderd mensen reageerden op het sociale-mediabericht van de politiebaas. Het betrof weinig empathische reacties. Niet de relschoppers, maar agenten kregen ervan langs. De ongeregeldheden werden omschreven als een alleszins begrijpelijke reactie op de houding van de politie die immers voortdurend de wegblokkades van actiegroep Extinction Rebellion of de demonstraties van ‘jodenhaters’ zou toestaan.
„Ja. Het afgelopen jaar zijn er op heel veel plekken zeer gewelddadige situaties geweest. Na de zomer hadden we iedere week tientallen demonstraties bij gemeenteraden en bij asielzoekerscentra. Dat ging er echt hard aan toe: met veel vuurwerk en stenen. Ik vind het schokkend dat maatschappelijke onvrede zo zeer gepaard gaat met geweld tegen de politie. Het toont aan hoe belangrijk het is dat onze politie ook in de wijk is en tussen de mensen staat. Als we enkel maar tegenover die mensen staan, zal de agressie alleen maar toenemen.”
„Ik kijk er niet meer naar. Ik deed het wel maar het is iedere keer hetzelfde. Niet te doen. Ik heb gelukkig wel een teflonlaagje. De reacties richten zich tegen het instituut ‘korpschef’ dus ik moet het niet te persoonlijk nemen. We hebben ons wel afgevraagd of we niet beter kunnen stoppen met dat X. Maar je wilt ook van je laten horen. Het is een dilemma. Ik heb het antwoord niet.”
„Ik ga hardlopen om te voorkomen dat de ellende onder mijn huid gaat zitten. Wat me pijn doet, zijn niet eens zo zeer de rotberichten die mensen posten maar de beelden van collega’s die gewelddadig belaagd worden. Dat gaat mij echt aan het hart. Maar ik ga niet onder een boom zitten kniezen, want we mogen dit geweld niet normaal gaan vinden. Het is wel een verantwoordelijkheid van de hele samenleving om deze agressie niet te negeren maar te corrigeren.”
„Het is goed om te zeggen dat in meer dan 90 procent van de gevallen demonstraties vreedzaam verlopen. Het is een belangrijk democratisch recht. Het is wel relevant om beter te kijken of er bij een demo agressie dreigt. Je kunt gezichtsbedekkende kleding verbieden. Ook moeten intelligence en opsporing een veel prominentere plek krijgen in ons handelen. Waar wij veel meer werk van kunnen maken is om bij aangekondigde demo’s vooraf informatie te vergaren over mogelijke kwaadwillende deelnemers door online te scannen.”
„Er zijn verschillende interventiemogelijkheden, die ik nu graag voor me wil houden, maar we moeten proberen daar waar het zou kunnen in te grijpen voordat geweld losbarst. Het gaat erom te bepalen hoe je bijvoorbeeld online verzamelde intelligence kunt gebruiken om een opsporingsonderzoek te beginnen. Dat vergt mogelijk wel aanpassing van wet- en regelgeving want het raakt direct de privacy van burgers. In beginsel is het een goede regel dat je niet als politie zo maar achter iemands voordeur mag komen dus dat mag online ook niet – want dat is je virtuele huis. Maar soms moet je daarvan af kunnen wijken.”
„Alle leden van de Mobiele Eenheid zullen worden uitgerust met grotere bussen pepperspray met een bereik van zo’n zeven meter. Daarmee kun je een agressor beter op afstand houden. Dan ontstaan geen fysieke conflicten”. Knol toont de pepperspray die nu aan haar broekriem hangt, formaat kleine deodorant. „Als het echt losgaat is deze spray na twee keer gebruik op.”
„We gaan ook experimenteren met traanverwekkende stoffen in de waterwerper. Hiermee kun je gewelddadig gedrag eerder stoppen. De traanwaterwerper kan tevens worden gebruikt om relschoppers uit een gebied te verwijderen. Het zou ook helpen als de inzet van traangas sneller kan. Nu moet de burgemeester toestemming geven voor inzet van traangas. Voordat er een besluit ligt, is de ellende al vaak gaande. Je zou als driehoek ook vooraf kunnen bepalen hoe je omgaat met acute situaties.”
„In dit geval gaat het om het anders inzetten van middelen die we nu ook al tot onze beschikking hebben. Uitgangspunt daarbij is juist om met zo min mogelijk geweld te zorgen voor maximale veiligheid – voor mijn collega’s, omstanders en goedwillende demonstranten. Maar uiteindelijk geldt dat meer wapens de onderliggende problemen, de maatschappelijke onvrede, natuurlijk nooit gaan oplossen.”
Op de tweede dag van het samenzijn in Warnsveld publiceerde de Inspectie Justitie en Veiligheid een rapport waarin staat dat de politie in de basisteams van middelgrote steden zo druk is met winkeldiefstallen en vandalisme dat de beteugeling van zaken als zorgfraude, milieucriminaliteit en verschillende vormen van zware misdaad er bij in schieten.
„De balans tussen meldingen, handhaving en opsporing is meer dan ooit relevant”, zegt Knol hierover. „Als je dat niet expliciet aandacht blijft geven, verwatert het. Dat komt omdat we eindeloos veel werk hebben. Dan gaat de capaciteit al snel naar een openbare-ordevraagstuk ten koste van de opsporing.”
Met name de bestrijding van digitale criminaliteit faalt. „Zo’n 50 procent van alle aangiftes hebben inmiddels te maken met digitale criminaliteit, zoals online oplichting. Maar slechts een fractie van de opsporingscapaciteit van de politie wordt ingezet om deze misdaden aan te pakken”, zegt de korpschef. „Dit is helemaal uit balans. De politie werkt er keihard aan om de accenten te verleggen. Dat gebeurt ook omdat we zien dat eigenlijk alle vormen van criminaliteit een digitale component hebben. Mensen worden via de mobiele telefoon opgelicht of maken er foto’s mee om anderen af te persen. Telefoons helpen ons ook bij de opsporing omdat we kunnen zien waar iemand is geweest. Overal speelt de telefoon een rol. Daar moeten we beter gebruik van maken.”
In augustus bleek dat hackers BSN-nummers, labuitslagen en andere privégegevens van honderdduizenden mensen hadden gestolen van het laboratorium van Clinical Diagnostics in Rijswijk. „Zo’n kraak is heel wat anders dan een woninginbraak of een overval waarbij maar een of een paar slachtoffers zijn. Daar hebben we beproefde methodes van aanpak voor, maar zo’n hack vergt langdurige en ingewikkelde onderzoeken. Ook omdat de verdachten zich vaak in het buitenland bevinden. Niet al deze vormen van criminaliteit kunnen we oplossen door de boef te vangen. Soms kunnen we er veel beter voor kiezen om de misdaad te frustreren door bijvoorbeeld een server uit de lucht te halen en publiek te maken wat de manier van werken is. Het gaat dan om het voorkomen van slachtoffers.”
Een ander dieptepunt van het afgelopen jaar was de moord op de zeventienjarige Lisa uit Abcoude. Op 22 augustus betuigde Knol op X haar medeleven „met alle betrokkenen”. Ook dit bericht leverde vierhonderd beledigingen op. Strekking van de verwijten was dat Knol „een incompetente woke vrouw” is die de baas is van de „verfoeilijk linkse, multiculti politie”.
„Ja maar als het zo absurd wordt dan neem ik het echt niet meer serieus.”
Ook PVV-leider Geert Wilders opende deze zomer de aanval op de korpschef. Ze had namens de politie laten weten grote twijfels te hebben over de uitvoerbaarheid van regelgeving die het illegaal verblijf van vreemdelingen strafbaar stelt. Op 4 juli plaatste Wilders op X het nieuwsbericht uit NRC over deze kwestie met de volgende tekst: „Mijn hemel we hebben een korpschef die praat als een verward Kamerlid van GroenLinks of D66.” Het leverde Knol een stortvloed aan digitale verwensingen op.
„Nee niet gedaan. Ik denk wel: het zou hem sieren als hij mij een vraag stelt in plaats van dat hij een mening geeft. Ik zou het ons allemaal wel gunnen dat we meer naar elkaar luisteren dan opinies geven. Maar ja, dat is natuurlijk iets te idyllisch gedacht.”
„Het doet wel wat met vrouwen in de organisatie. Collega’s zien dat alle plekken voor vrouwen bereikbaar zijn. Ik heb andere oriëntaties dan mijn mannelijke voorgangers, maar dat heeft niet zozeer met geslacht te maken. Ik ben bezorgd over de maatschappelijke onrust. We moeten recht doen aan iedereen. Dat zijn thema’s waar ik keihard voor wil werken.”
Janny Knol: „Wij willen dat burgers ons minder hoeven te bellen”
Een belangrijk onderwerp voor Knol is het geweld tegen vrouwen. De nieuwe Wet seksuele misdrijven, die in 2024 van kracht werd en bepaalt dat elk seksueel contact strafbaar is als er geen sprake is van wederzijdse instemming, heeft geleid tot veel extra meldingen.
„Er is gelukkig meer emancipatie waardoor vrouwen eerder aangifte doen. Ik maak me wel enorme zorgen over wat je online ziet aan seksuele misdrijven. Daar heb ik echt buikpijn van. Jonge meiden en jongens worden aangezet tot sadistisch gedrag. Ze worden uitgedaagd tot extreme seksuele handelingen en soms leidt dit tot zelfdodingen. Dat je dit tegenkomt op digitale plekken waar zoveel jongeren zich ophouden en er eigenlijk niemand is die toezicht houdt, vind ik echt heel eng. We zien ook nog maar het topje van de ijsberg, deze zaken gebeuren op alle soorten sites, sociale media- en gameplatforms. Het neemt een enorme vlucht. Er is iets geks aan de hand en ook wij kunnen daar als politie nog niet de vinger op leggen.
„De jeugd raakt beschadigd doordat ze opgroeien in een dergelijke online omgeving. Via gameplatforms worden jongeren al op jonge leeftijd de criminaliteit ingezogen. Soms worden ze er geronseld om snel geld te verdienen, door ergens een explosief af te laten gaan. Ouders hebben hier geen enkel zicht op.”
„Preventie is belangrijk. Bewustwording. Op scholen moet kinderen op jonge leeftijd worden uitgelegd wat online de gevaren zijn. Wij moeten aan de samenleving heel goed duidelijk maken wat er aan de hand is.
„Door wat Lisa is overkomen, besef je wel weer heel erg hoe belangrijk toezicht is. Ik heb met mijn twee dochters (18 en 20 jaar) de afspraak dat als ze ’s avonds alleen over straat moeten, we via de telefoon de live locatie delen zodat ik weet waar ze zijn. Absurd toch?
„De bestrijding van seksueel geweld, ook online, moet bij de politie meer prioriteit krijgen. We moeten strafbare feiten opsporen die in deze tijd echt prominent zijn. De afdelingen zedenrecherche moeten worden uitgebreid. Op sommige plekken moeten we dan misschien iets minder doen zodat een betere aanpak van seksueel geweld mogelijk is.”
„Bijvoorbeeld. Die eendimensionale drugsbestrijding heeft helemaal geen zin. We zijn nu wel bezig met upstream disruption, opsporingsacties in landen waar drugs vandaan komen, om te voorkomen dat ze hierheen komen. Dat is van toegevoegde waarde. Maar heel plat nog langer een op een drugs vangen, dat helpt niks.”
Janny Knol werd in 1969 in Rotterdam geboren. Ze verhuisde op haar vijfde met haar Friese ouders naar Zwolle. Sinds 1991 werkt ze bij de politie. Ze begon haar loopbaan in Deventer.
Knol was onder meer docent aan de Politieacademie en directeur opsporing voor de toenmalige politieregio IJsselland. Ook was ze zes jaar districtschef in Twente. In Enschede maakte ze werk van de aanpak van leden van motorbende Satudarah die in het supportershome van FC Twente in cocaïne handelden. Ook de bestrijding van fraude met het persoonsgebonden budget (pgb) kreeg aandacht.
In 2022 werd ze de baas van de grootste politieregio: Oost-Nederland. Twee jaar later, in maart 2024 volgde haar aanstelling tot korpschef van de Nationale Politie.
Knol woont in Deventer en is moeder van twee dochters. Ze heeft een lat-relatie.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC