Home

Regisseur Hlynur Pálmason: ‘Ik hou van een naïeve blik, die kan kwetsbaar en gevoelig maken’

The Love That Remains, de nieuwe film van Hlynur Pálmason, zit vol ‘vreemde contrasten’, zegt hij zelf in Cannes. Zo wordt er eerst gelukzalig onder een rok gekeken (op een niet-misogyne manier), en duikt er later een monsterhaan op.

schrijft voor de Volkskrant over film.

‘Geschreeuw is mij te dwingend’, zegt de filmer, fotograaf en kunstenaar Hlynur Pálmason (41) en daarom maakte hij met The Love That Remains een echtscheidingsdrama in de milde categorie, zonder slaande deuren of stemverheffing. ‘Niemand in deze film krijgt de schuld van het einde van de liefdesrelatie. Ik maak een eerlijk en open portret van een familie, waar je vervolgens je eigen interpretatie op los kunt laten. Hoe is het om een familie te zijn? Om voor- en tegenspoed mee te maken? Om de schoonheid van je omgeving wel of niet op te merken?’

De zachtaardige en geregeld ook volstrekt eigenzinnige vierde film van de IJslander Pálmason, die eerder dit decennium doorbrak met het bedachtzame kolonistendrama Godland (2022), zou je als ‘nicecore’ kunnen typeren: de Angelsaksische term voor films waarin vriendelijke mensen gezamenlijk met de beste intenties hun problemen proberen op te lossen.

Gescheiden

De huiselijke perikelen lijken gemoedelijk, in The Love That Remains. Een verklaring van de scheiding geeft de film eigenlijk niet. Pas na enige tijd ontdek je als toeschouwer dat hoofdpersonages Anna en Magnús überhaupt gescheiden zijn, want ze brengen samen met hun dochter en tweelingzoons (gespeeld door Pálmasons eigen kinderen) nog steeds tijd met elkaar door.

‘Vaak weet je niet wat je hebt tot je het kwijtraakt’, zegt Pálmason. ‘De één heeft de scheiding geaccepteerd, de ander twijfelt en vraagt zich af of de relatie nog kan worden voortgezet. In mijn film blijft hij wat verbaasd nadat zij de relatie heeft beëindigd – dat vind ik een interessant gegeven. Hoe ga je dan verder?’

Het is medio 2025 en Pálmason zit in een halve kring met een handvol journalisten op het filmfestival van Cannes, waar The Love That Remains in wereldpremière ging. Zijn onberispelijke voorkomen – blond haar in een middenscheiding, blouse met de bovenste knoop gesloten – staat haaks op het geregeld óók behoorlijk wilde karakter van die film. Met plezier verkent hij de vreemdste zijpaden van zijn familieverhaal – omdat vreemde zijpaden volgens zijn visie nou eenmaal bij het leven horen.

Onder de jurk

The Love That Remains schetst tevens de industriële visserij waarin Magnús werkt, met de camera boven op de zware machinerie. Later kijkt Magnús tijdens een lieftallige bessenpluksessie met het hele gezin per ongeluk onder de jurk van Anna, waar de tijd wordt stilgezet, oude tijden voor even herleven en hij tijdelijk mag verdwalen in een gelukzalige, dromerige staat. Het is de aardigste, minst misogyne blik onder een jurk denkbaar. Weer later duikt in een reeks droomscènes een monsterlijke haan op. Hoe waakt hij ervoor dat de argeloze kijker afhaakt?

Pálmason: ‘We raken als kijkers gevoelloos als we steeds hetzelfde voorgeschoteld krijgen. Ik werk graag met opvallende, vreemde contrasten. Als je warm en teder wilt laten zien, werkt het goed om daar het tegenovergestelde tegenover te zetten. Ik hou van een overgang van een storm naar een warme, zonnige dag. Zoiets heeft haast een fysiek effect op de kijker. Als het alleen licht en warm zou zijn, wordt het sentimenteel. Alleen donker en koud wordt cynisch. De waarheid ligt in de onderlinge balans.’

De seizoenen

Rust vindt de film door uitvoerig stil te staan bij het verstrijken van de seizoenen. ‘Een obsessie’, zegt de regisseur, die voor Godland maandenlang bij een dood paard in de natuur terugkeerde om het ontbindingsproces vast te leggen. ‘Ik neem graag de tijd voor mijn werk, film ook buiten de geijkte draaiperiode om. In The Love That Remains stellen de verschillende seizoenen mij in staat om de hoogte- en dieptepunten van een familie vast te leggen. Ik had kou én warmte nodig, donker én licht, winter én zomer.’

De sleutel om het grillige karakter van zijn film te doorgronden ligt mogelijk bij het dikwijls zo onstuimige IJslandse weer. ‘Ik ben gevormd door het IJslandse klimaat, zoals waarschijnlijk iedereen door zijn geboortegrond is gevormd. Ik hoor weleens dat mensen op plekken waar het veel en hard waait, zoals op IJsland, aan een psychotisch temperament lijden. Ik bedoel daarmee niet dat we psychotisch zijn, maar we hebben wel aanleg voor een verhoogde sensitiviteit voor de wereld om ons heen. IJslanders ervaren de werkelijkheid dikwijls intens en bevreemdend.’

Olga Tokarczuk

Een journalist aan tafel herkent in het werk van Pálmason het gedachtegoed van de Poolse schrijver en Nobelprijswinnaar Olga Tokarczuk, die stelt dat de wereld meer gevoeligheid, verbinding en empathie kan gebruiken. Pálmason denkt even na: ‘Dit klinkt heel goed. Ik ben het ermee eens. Misschien zie je deze gelijkenis vanwege die persoonlijke, bevreemdende ervaring van de werkelijkheid?

‘Ik hou van een naïeve blik, die kan kwetsbaar en gevoelig maken. Hij kijkt onder haar jurk en verdwaalt daar vervolgens in een gelukzalige wereld. Het is best spannend om zo’n moment tot leven te roepen. Zeker op papier kan het gauw te flauw of onnozel voelen. Maar als er een bepaalde oprechtheid in schuilt, als het iets waars zegt over een personage, probeer ik zo’n gedachte tóch te verfilmen.’

Monsterhaan

Het gesprek raakt onvermijdelijk aan de monsterhaanscènes. ‘Zoiets werkt natuurlijk alleen als je de film opbouwt naar zo’n moment. Het laatste wat ik wil is de kijkervaring van mijn publiek verpesten. Mijn zoons hadden dit moment kunnen verzinnen – ook dit moment heeft een naïeve, kinderlijke energie. Maar ik neem die energie dus heel serieus.’

Over naïeve energie gesproken; in de film raakt de ene tweelingbroer de ander tijdens het boogschieten per ongeluk met een forse pijl. Niet fataal, wel pijnlijk – en tegelijk verrassend geestig in beeld gebracht. Gebeurde zulks ooit in het echt in huize Pálmason? Lacht: ‘Nou, bijna. Sinds drie jaar trekken mijn kinderen en ik er samen op uit om boog te schieten. Ik vrees er sindsdien voor. Maar we gaan toch, steeds opnieuw. Die scène vertegenwoordigt in die zin mijn grootste angst. Ook al heb ik er in de film in eerste instantie iets grappigs van gemaakt.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next