Home

Opinie: De komst van het Rijksmuseum in Eindhoven is wel degelijk noodzakelijk

Veel mensen, en zeker de grote groep ‘engineers’ in de regio Eindhoven, lopen niet zomaar warm voor een obscuur, kleinschalig museum. In hun vrije tijd kiezen ze voor zekerheid, voor een bekende naam. Het merk ‘Rijksmuseum’ fungeert hier juist als de drempelverlager.

Onlangs las ik een opiniestuk van Oscar Ekkelboom waarin hij de komst van een Rijksmuseum-dependance naar Eindhoven wegzet als ‘zinloze eenheidsworst’ en een kwalijk ‘cultuurmonopolie’. De auteur schetst een doemscenario waarin het grote Amsterdamse instituut de lokale creativiteit verstikt. Hoewel ik de waakzaamheid voor regionale autonomie begrijp, getuigt deze kritiek van een beperkte blik. Het gaat voorbij aan de realiteit van de stad en de kans om een heel nieuw publiek aan te boren.

Eindhoven staat wereldwijd bekend als de Brainport, het epicentrum van hightech innovatie. Maar wie hier woont en werkt, kent ook de keerzijde. Als Eindhovenaar hoor ik het vaak van mijn (internationale) collega’s: Eindhoven is een geweldige plek om te werken, maar in het weekend valt de stad stil. Voor cultuur en een bruisend stadsgevoel pakken zij steevast de trein naar de Randstad.

Dit is niet alleen een probleem voor expats; ook de geboren Eindhovenaar verdient een stad die in het weekend bruist en waar je trots op kunt zijn.

Over de auteur

Jules Vliem is promovendus aan de Technische Universiteit Eindhoven.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Critici stellen dat een groot instituut lokale musea verdringt, maar ik durf het tegenovergesteld te beweren. Laten we eerlijk zijn over de gemiddelde museumbezoeker. Veel mensen, en zeker de grote groep ‘engineers’ in onze regio, lopen niet zomaar warm voor een obscuur, kleinschalig museum. In hun vrije tijd kiezen ze voor zekerheid, voor een bekende naam.

Het merk ‘Rijksmuseum’ fungeert hier juist als de drempelverlager. Als deze groep eenmaal binnen is, is de stap naar het moderne Van Abbemuseum of het design museum in Den Bosch ineens veel kleiner. Het Rijksmuseum in Eindhoven kan fungeren als het breekijzer dat de cultuurwereld openbreekt voor een publiek dat daar nu voorbijloopt.

Bovendien sluiten de plannen naadloos aan bij het DNA van de stad. De focus van deze dependance zal niet louter liggen op het eindproduct, maar juist op de techniek van het maken. Voor een stad van makers en ingenieurs is dat geen ver-van-mijn-bed-show, maar fascinerende materie.

Laten we die discussie daarom niet versmallen tot angst voor verlies of regionale concurrentie. Dat de keuze op Eindhoven is gevallen, laat zien dat de gevestigde orde eindelijk erkent dat er in de zogenoemde ‘periferie’ iets bijzonders gebeurt. De Randstad ziet in dat innovatie en publiek zich niet beperken tot de ring A10.

Een stad die volwassen wordt, heeft meer nodig dan alleen fabrieken en campussen; het heeft een ziel nodig, en iconen die een breed publiek aanspreken. De komst van het Rijksmuseum is geen vijandige overname, maar een erkenning van onze kracht en een uitnodiging om eindelijk die complete stad te worden die Eindhoven in potentie al is.

Lezersbrief

In zijn opiniestuk over een dependance van het Rijksmuseum in Eindhoven toont Oscar Ekkelboom zich kritisch. Dat mag uiteraard, maar dat regionale musea willoze slachtoffers zijn van een parasiterend Rijksmuseum is gelukkig allerminst waar.

Nederland heeft een van de rijkste museale landschappen ter wereld, waarbij musea over allerlei onderwerpen en geografische gebieden een plek hebben. Binnen de Stichting de zes samenwerkende musea in Nederland werken musea in Harlingen, Zutphen, Hoorn, Gouda, Bergen op Zoom en Venlo al acht jaar intensief samen met het Rijksmuseum in Amsterdam.

Voor die samenwerking lag het initiatief bij de musea zelf en is ook het thema en het inhoudelijk concept geheel ontwikkeld door de deelnemende musea. Het Rijksmuseum juichte van harte toe dat kunstschatten die anders alleen in Amsterdam te zien zijn, of in zich in depot bevinden, voor een breder publiek door het gehele land beter toegankelijk zouden worden. De samenwerking verliep en verloopt uitstekend, omdat deze ondanks het schaalverschil gebaseerd is op gelijkwaardigheid.

Met de vooronderstelling dat alleen het Rijksmuseum bepaalt welke verhalen er worden verteld, slaat Ekkelboom de plank dan ook helemaal mis. Het zijn juist de samenwerkende musea die het narratief bepalen. En inderdaad, de regio is juist ook waar het experiment plaatsvindt. Zo benaderen we de komende jaren de collectie van het Rijksmuseum in de nieuwe reeks Geloof, Hoop en Liefde vanuit verschillende onverwachte perspectieven. Exact zoals Ekkelboom stelt.

Het Rijksmuseum toont zich een meedenkende en dienstbare partner voor regionale musea. De ontwikkelingen in Eindhoven zullen we met belangstelling en vertrouwen volgen.

Namens het bestuur van Stichting de zes samenwerkende musea in Nederland:

Paulo Martina, directeur Musea Zutphen (voorzitter van Stichting de zes samenwerkende musea in Nederland); Hugo ter Avest, directeur Gemeentemuseum het Hannemahuis, Harlingen (secretaris); Femke Haijtema, directeur Museum Gouda (penningmeester); Bert Mennings, directeur Limburgs Museum, Venlo (bestuurslid); Amanda Vollenweider, directeur Westfries Museum, Hoorn (bestuurslid); Koen Brakenhoff, Museum het Markiezenhof, Bergen op Zoom

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next