In de omgeving van het Italiaanse Bormio, een van de plekken waar over twee maanden de Olympische Winterspelen plaatsvinden, heeft een natuurfotograaf op zoek naar gieren bij toeval duizenden pootafdrukken van dinosauriërs ontdekt.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Dat er een bergwand opduikt met dinopootafdrukken erin, vereeuwigd in versteende modder, is niet uitzonderlijk: twee weken geleden beschreven paleontologen nog een vergelijkbaar veld met zestienduizend pootafdrukken in Bolivia. Maar de plek en timing van de nieuwe ontdekking komen goed uit: maar een paar kilometer van de skipiste waar begin februari het olympische mannenskiën is.
Dus besloten de Italiaanse autoriteiten de vondst nu alvast wereldkundig te maken, op een persconferentie met plaatselijke bestuurders en met een fotomoment bij een in elkaar geknutselde dino van bordkarton. ‘Een gift voor de Olympische Spelen’, noemt de regionale gouverneur Attillio Fontana de vondst. ‘Alsof de geschiedenis zelf eer bewijst aan het grootste sportevenement’, liet de Italiaanse cultuurminister Alessandro Giuli noteren in een persverklaring.
Welke dinosauriërs de pootafdrukken maakten, is niet direct duidelijk. Vermoedelijk gaat het om ongeveer vier ton zware, plantenetende dinosauriërs, die in een of meerdere groepen langsliepen, over wat destijds een plak modder aan de kust was. Hier en daar zullen de dieren hebben stilgestaan: dat valt volgens kenners af te leiden uit de kleinere afdrukjes, die mogelijk voorpootjes zijn.
Het gesteente waarin de pootafdrukken zitten, is zo’n 210 miljoen jaar oud, uit het Trias, het vroege dinosaurustijdperk. Tot wel twintigduizend pootafdrukken turfden paleontologen die de wand onderzochten, waarvan sommige met de klauwen nog goed zichtbaar. ‘Ik had nooit verwacht dat ik nog eens op zo’n spectaculaire ontdekking zou stuiten in de regio waar ik woon’, zei paleontoloog Cristiano Dal Sasso van het Natuurhistorisch Museum van Milaan, die de ontdekking bestudeert.
Hoewel de pootafdrukken opdoken bij de grens van Italië en Zwitserland in het natuurpark Stelvio, drukbezocht door toeristen, vallen ze niet erg op: 600 meter boven het dichtstbijzijnde pad, en aan de schaduwzijde van een bergwand. Een natuurfotograaf op zoek naar gieren en herten ontdekte de wand bij toeval. Dat was in september; inmiddels is het tafereel ondergesneeuwd.
Pootafdrukken zijn geliefd bij paleontologen, omdat ze een zeldzaam inkijkje geven in hoe dinosauriërs zich gedroegen. ‘Er zijn hier heel duidelijke sporen van individuen die in een langzaam, kalm, ritmisch tempo hebben gelopen, zonder te rennen’, aldus Dal Sasso op de persconferentie. ‘En er zijn ook sporen van meer complex gedag, zoals groepen dieren die zich verzamelen in een kring, misschien ter verdediging.’
Of die analyse klopt, moet overigens nog blijken: officieel beschreven in een vakpublicatie zodat ook andere paleontologen kunnen oordelen, zijn de pootafdrukken nog niet. De opwinding bij Del Sasso is er niet minder om. ‘Het wemelde hier van de dinosauriërs. Dit is een immense wetenschappelijke schat.’
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant