Toen na jaren van traineren de toeslagenaffaire aan het licht kwam, zag heel Den Haag plotseling de noodzaak in van meer transparantie. Nu is het tij alweer gekeerd – een schoolvoorbeeld van de wispelturige Haagse politiek.
In de slepende civiele procedure tegen Sywert van Lienden en zijn twee compagnons komt het team van de Landsadvocaat soms met rolkoffertjes de rechtszaal binnenlopen. Het dossier over de mondkapjesaffaire is te dik om te tillen en het aantal uren dat door de advocaten van de overheid is gedeclareerd waarschijnlijk amper te tellen.
Een einde is nog niet in zicht. De overheid is vastbesloten om 20,7 miljoen euro terug te vorderen bij de drie mondkapjeshandelaren, al bepaalde de rechter eerder dat het geld naar de gedupeerde non-profit stichting Hulptroepen Alliantie moet. Het hoger beroep zal pas ergens in 2027 zijn afgerond.
Politiek redacteur Frank Hendrickx bericht wekelijks over de mechanismen achter de politieke gebeurtenissen.
De Staat wordt door andere procespartijen nog net niet uitgelachen. Dat heeft alles te maken met de eerste reactie van het ministerie van Volksgezondheid (VWS) toen de affaire in 2021 aan het licht kwam. De deal met Van Lienden was prima in orde, luidde de bezweringsformule. Niets aan de hand, iedereen doorlopen. Journalisten die probeerden met een beroep op de Wet open overheid (Woo) meer informatie boven water te krijgen, stuitten op ellenlange procedures. Het ministerie betaalde liever dwangsommen dan openheid te geven.
Pas na aanhoudende publiciteit en een even duur als tijdrovend onderzoek van Deloitte kwam de ommekeer. Bij nader inzien stelt het ministerie toch te zijn misleid. De miljoenen van de mondkapjesdeal moeten alsnog terug naar de staatskas.
De overheid had zich tijd en moeite kunnen besparen door minder defensief te zijn, maar in Den Haag waait inmiddels een andere wind. Het idee dat een overheid in beginsel transparant moet zijn, wordt door een deel van de Kamer gezien als een vorm van ‘overregulering’ die de bestuurlijke slagkracht ondermijnt.
CDA-leider Henri Bontenbal noemde vorige week tijdens een Kamerdebat de Woo zelfs ‘een doorn in het oog’. ‘Bij ministeries werken honderden fte’s om de hele dag alleen maar papieren zwart te lakken’, beweerde de CDA’er. ‘Ik heb liever dat deze ambtenaren zich bezighouden met het oplossen van de toeslagenaffaire en dat soort zaken.’
Bontenbal voltooit daarmee de Haagse ophefcyclus. Aanvankelijk was er juist volop steun voor de Woo, omdat het toeslagenschandaal had aangetoond dat het achterhouden van informatie enorme schade kan veroorzaken. Als het befaamde memo-Palmen eerder naar boven was gekomen, had de politiek waarschijnlijk sneller ingezien dat er een heilloze weg was ingeslagen en waren er minder gedupeerden geweest. Nu, amper vier jaar na de invoering van de Woo, draait Bontenbal het om: het toeslagenschandaal is nog niet opgelost doordat ambtenaren te druk zijn met transparantie.
De factcheckers van EenVandaag hebben Bontenbals bewering over honderden non-stop lakkende ambtenaren al afgedaan als ‘fictie’, maar het is wel fictie die al jaren wordt herhaald. Veel ambtenaren die zich bezighouden met transparantiebeleid zijn van goede wil, maar de beslissingsmacht ligt vaak bij afdelingen voorlichting of de ambtelijke top, die bewindspersonen tegen de boze buitenwereld wil beschermen.
Uit onderzoek van onder andere Follow the Money is gebleken dat bij topambtenaren de angst leeft dat media en maatschappelijke organisaties met de via de Woo geopenbaarde informatie aan de haal gaan. Dat was ook de eerste reactie van een VWS-topambtenaar toen de mondkapjesaffaire werd onthuld. ‘Het is van onze kant never nooit de bedoeling geweest dat dit naar buiten kwam’, verkondigde de directeur-generaal in een heimelijk opgenomen gesprek.
Vergelijkbare argwaan klonk door toen ex-CDA-minister Ferd Grapperhaus enkele jaren geleden al de hang naar transparantie hekelde. ‘Er wordt altijd wel iets gevonden dat de wenkbrauwen doet fronsen’, meende de CDA’er. ‘De overheid moet meer met rust gelaten worden.’
Het verlangen naar bestuurlijke rust valt samen met een onvermogen om de informatiehuishouding op orde te krijgen. Ministeries en andere overheidsorganisaties zijn onder andere door verouderde ict-systemen niet in staat om opgevraagde stukken snel terug te vinden. Ieder Woo-verzoek vestigt de aandacht op dat onvermogen.
Ook voorstanders van de Woo erkennen dat er zaken verbeterd kunnen worden – er loopt nog een evaluatie – maar inmiddels lijken de geesten rijp voor een drastische inperking. BBB-minister van Binnenlandse Zaken Frank Rijkaart heeft al een schot voor de boeg gegeven. Mails, beleidsadviezen en concepten kunnen wat hem betreft voortaan beter geheim blijven – dat scheelt weer werk. Dat toekomstige memo’s-Palmen dan ook onder de pet blijven, mag geen belemmering zijn.
Bontenbal is er kennelijk van overtuigd dat de bestuurlijke slagkracht toeneemt als de nu verplichte transparantie afneemt. Tegelijkertijd wijst de discussie over de Woo op een andere oorzaak voor het disfunctioneren van de overheid: een grillige en onvoorspelbare politieke cultuur.
Het CDA blinkt daarin ook uit. De partij van Bontenbal stemde in de Eerste Kamer weliswaar tegen de wet, maar diende in de Tweede Kamer kort na de toeslagenaffaire juist een amendement in om te voorkomen dat veel documenten gelakt zouden worden. De Raad van State benadrukte in een recente uitspraak nog het belang van dat CDA-amendement.
Zo rent Bontenbal zijn eigen staart achterna: hij voert nu campagne tegen transparantiewetgeving die ooit deels door zijn eigen partij is afgedwongen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant