Legendarisch jazzsaxofonist Piet ‘saxman’ le Blanc (1921-1996) verzorgde optreden na optreden in nachtelijk Rotterdam. Fotograaf Carel van Hees legde die periode vast. Met Saxman Forever, een foto- en tekstenboek in één envelop, zijn de foto’s van toen nu te zien.
is verslaggever van Volkskrant Magazine.
Met bebloed schort zet Freek Schell, uitbater van de oudste slagerij van Rotterdam, zich schrap om uit de doeken te doen hoe hij zich op een dag ontfermde over de instrumenten van Piet ‘saxman’ le Blanc (1921-1996).
Hij gaat er eens goed voor staan, en Carel van Hees, verantwoordelijk voor het hartverwarmende project Saxman Forever over de legendarische jazzsaxofonist, ziet het met pretoogjes gebeuren.
Le Blanc, die eigenlijk De Wit heette, schuifelde wekelijks bij de slager binnen om kinnebakham te kopen, flink vet, gemaakt van de wang van het varken. ‘Lekker met sterke mosterd’, riep-ie dan, steevast gevolgd door een rollende lach. ‘Die gaat zo lekker in je giechel zitten.’ Ook was Schell de eigenaar van dierenspeciaalzaak De Rimboe, een paar deuren verderop, waar honden- en kattenvoer werd verkocht.
En toen werd Piet ziek. Niet alleen rampzalig voor de Rotterdamse horeca, waar hij ’s avonds de kroegtijgers de vouw uit de broek blies en met de pet rondging. Maar vooral voor zijn vrouw Ries. De gevulde envelop waarmee hij het huishouden verlichtte, bleef uit. De schuld bij De Rimboe liep op tot 4.000 euro, en Piet zag nog even bleek. Zijn vrouw zag geen andere uitweg dan de instrumenten van Piet in de verkoop te doen.
Niet doen, wacht effe, zei de slager nog, misschien knapt Piet op. Maar de schuld diende vereffend te worden, vond Ries.
En zo verwierf Freek de Achtste, de achtste generatie slager Schell, drie saxofoons, een viool en klarinet, het complete muzikale arsenaal waarmee Piet le Blanc met zijn melancholische toon de mensheid had verzacht, ter compensatie van het onbetaalde voer van vier katten en een oude herdershond.
Voor zover bekend was deze deal de eigenaar zelf geheel ontgaan – drie weken later was Piet le Blanc dood. De baritonsax heeft nog wel een tijdje voor de sier in de woonkamer gestaan van Schell. Nu liggen de instrumenten in een kantoortje, doelloos, geluidloos. Eén saxofoon van Piet le Blanc bevindt zich ‘ter bruikleen’ in de opslag van Museum Rotterdam, en was te zien samen met de bokshandschoenen van Bep van Klaveren.
Het is deze Selmer-altsaxofoon die telkens terugkeert op de magistrale zwart-witfoto’s van Carel van Hees. Piet rokend met sax in het café. Piet met sax bij beeld Zadkine. Piet met sax bij boekhandel Van Gennep met Remco Campert en Jules Deelder. Piet met sax pissend in de wc. Piet met sax en stripdanseres. En na gedane zaken werd de sax met doek en al opgeborgen in de zwarte koffer, met kapotte slotjes en daarom bij elkaar gehouden door dikke elastieken.
Carel van Hees was eind jaren tachtig op zoek naar een mooi beeldverhaal, en vond Piet, met zijn goeie kop en uiterlijk als de Franse acteur Jean Gabin. Er kwam een boekje met foto’s van, met bijpassende geluidscassette, en in 1995 een documentaire die in première ging op het Rotterdamse filmfestival, Saxman. Nu is er de toegift met Saxman Forever, in één envelop een fotoboek en een boek met teksten van onder meer Wilfried de Jong, Gerard Cox en Jack Kerklaan.
‘Een paar keer in je leven kom je mensen tegen die een grote indruk achterlaten’, zegt Van Hees. ‘Er brandde een melancholiek vuur in Piet, hij was sterk én kwetsbaar tegelijk, moeilijk om niet van te houden. Maar hij gaf zich ook niet prijs. In die zin verschool hij zich achter zijn instrument.’
Samen struinden ze tijdenlang door nachtelijk Rotterdam, zijn vaste rondje van onder meer ’t Fust, Café Timmer, Melief Bender, Dizzy, De Bel, Het Bolwerk, De Schans, Stappie Terug, Zochers, eindigend in The Black Sea Bar, een ‘nachtkit’ op Katendrecht. Het liefst speelde hij jazzstandards als Body and Soul, maar hij draaide zijn hand niet om voor Ik heb mijn hart op Katendrecht verloren of het Spartalied. ‘Zegt u het maar, ik doe het graag.’
Altijd werd Piet door een taxi thuis afgeleverd, en nooit hoefde hij te betalen. Nadat hij twee keer was overvallen en het slachtoffer was geworden van een steekpartij, waren de Rotterdamse taxichauffeurs eensgezind: wij zorgen dat Piet heelhuids thuiskomt.
Zo was het natuurlijk niet altijd geweest, in zijn muzikantenleven. Piet le Blanc speelde in vooraanstaande jazzorkesten als van Boyd Bachman, The Ramblers en op de Holland Amerika Lijn, en begeleidde Wim Zonneveld en de broers Jaap en Arie Valkhoff. Hij bleef beroepsmuzikant, een aartsschnabbelaar, ‘voor bruiloften en partijen, eventueel met accordeonist’.
‘Piet! Piet! Waar ben je?’, Van Hees loopt op Algemene Begraafplaats Crooswijk, en de zoektocht naar het graf van Piet le Blanc is al een behoorlijke tijd gaande. Op 13 december 1996 werd hij hier begraven, en uitgeluid met Take the ‘A’ Train, gespeeld door een dertienkoppig orkest. Zijn saxofoon, eigendom van de slager, was voor de gelegenheid meegebracht.
Een medewerker van de begraafplaats meldt zich en vertelt dat Piets graf inmiddels is geruimd. Zijn steen is wel bewaard gebleven ‘omdat het hier om een bekende Rotterdammer gaat’. Aha, daar is de steen, verscholen, totaal bemost en bijna onleesbaar. ‘Saxman’, staat er, de afbeelding van Piet met zijn saxofoon is vervaagd, bijna verdwenen. ‘Maar als je goed luistert’, zegt Van Hees, ‘kun je ’m nog horen.’
Carel van Hees: Saxman Forever. Trichis Publishing; 128 pagina’s; € 65.
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant