De organisatie van het Eurovisie Songfestival grijpt volgend jaar niet in als er tijdens het Israëlische optreden protesten klinken. Dat heeft de Oostenrijkse omroep ORF, die het evenement organiseert, laten weten op een persconferentie.
Palestijnse vlaggen zijn ook toegestaan in het publiek. "Alle officiële vlaggen die in de wereld bestaan, zijn toegestaan, mits ze voldoen aan de wet en veiligheid, en in bepaalde vorm en grootte zijn", zei uitvoerend producent Michael Krön.
In 2024 was tijdens het Songfestival in Zweden de Palestijnse vlag verboden en waren alleen vlaggen van deelnemende landen toegestaan. Dit jaar waren in Basel alle vlaggen toegestaan voor het publiek, al bepaalde organisator EBU dat artiesten uitsluitend de vlag van hun eigen land mochten gebruiken.
De ORF wil niets 'verbloemen' of iets niet laten zien tijdens het Songfestival. "Onze taak is om dingen te laten zien zoals ze zijn", aldus Krön.
Bij vorige edities werden de Israëlische inzendingen uitgejoeld en uitgefloten, zoals Yuval Raphael dit jaar en Eden Golan in 2024. Het boegeroep was echter op tv nauwelijks te horen. Het is niet de intentie van de Oostenrijkers om bij de editie van volgend jaar applaus over boegeroep of andere afkeurende reacties te monteren.
Begin deze maand kwamen de publieke omroepen bijeen om te praten over de toekomst van het Songfestival. AVROTROS en vier andere omroepen (uit Ierland, IJsland, Spanje en Slovenië) wilden Israël uitsluiten vanwege de oorlog in Gaza. Duitsland en Oostenrijk dreigden juist zelf niet deel te nemen als Israël zou worden uitgesloten.
Uiteindelijk kwam er geen stemming over de deelname van Israël, waardoor het land gewoon mag meedoen. AVROTROS en de vier andere omroepen besloten zich daarom uit het evenement terug te trekken. "We missen jullie", zei Roland Weissmann, directeur van ORF, over de ontbrekende landen. "De deur staat altijd open en ik hoop dat de vijf landen zullen terugkomen in 2027."
Buitenland
Deel artikel: