Home

Met hulp van AI probeert Mali van het Frans af te komen: ‘Een kind leert beter en sneller in zijn moedertaal’

Minder dan een vijfde van de Malinezen spreekt Frans, toch is de taal van de oud-kolonisator nog dominant in het West-Afrikaanse land. De militaire junta wil dat veranderen. Op sommige scholen leren kinderen met behulp van AI al lezen in hun eigen taal.

is correspondent Afrika van de Volkskrant. Ze woont in Dakar, Senegal.

Dat Fatoumata Sacko vandaag voor het eerst in haar leven een verhaal leest in het Bamanankan, haar moedertaal, vindt de 17-jarige scholier ‘best wel een beetje erg’. Lezen en schrijven kan ze immers allang. ‘Maar op school leren we in het Frans’, zegt ze. ‘Alle vakken, zelfs wiskunde.’

Hoe anders is de realiteit buiten de muren van haar middelbare school, midden in een woonwijk in de Malinese hoofdstad Bamako. Daar worden de tientallen talen gesproken die Mali rijk is: van de Dogon-talen uit het bergachtige oosten en het nomadische Fulfulde dat ver buiten de landsgrenzen reikt tot het Bamanankan – de meestgesproken taal in het West-Afrikaanse land.

De Franse taal klinkt er nauwelijks op straat; minder dan een vijfde kan het spreken. En toch: wie afstemt op het nieuws, een geboorteakte aanvraagt of verkeersborden volgt, wordt nog altijd geconfronteerd met de koloniale erfenis die Frankrijk in Mali heeft achtergelaten. Ruim zestig jaar na de onafhankelijkheid domineert de taal in de politiek, het zakenleven en het onderwijs.

Dat moet veranderen, vindt de militaire junta. In 2021 kwam die aan de macht na een dubbele staatsgreep, die volgde op grote onvrede over hoe politici – met steun van westerse partners – er niet in slaagden om de wildgroei aan terreurgroepen die het land sinds 2012 teisteren te bedwingen. De relatie met Frankrijk is sindsdien op een historisch dieptepunt beland, wat zich ook weerspiegelt in het taalbeleid.

Met de komst van een nieuwe grondwet verdween het Frans twee jaar geleden uit het rijtje van nationale talen. Ook verliet Mali afgelopen voorjaar La Francophonie, de internationale organisatie voor Franstalige landen – vrijwel gelijktijdig met buurlanden en bondgenoten Burkina Faso en Niger, waar na vergelijkbare coups ook militairen aan de macht zijn die hebben gebroken met Frankrijk.

Uiteindelijk moeten de dertien nationale talen die Mali nu telt het Frans op een zijspoor gaan zetten. Grootse plannen; maar wie een taalrevolutie wil ontketenen, moet geduld hebben, zeggen taaldeskundigen in Mali. En dus gaat het stapje voor stapje, te beginnen met het lesmateriaal op scholen.

AI-kinderboeken

Het ministerie voor Nationaal Onderwijs werkt samen met RobotsMali, een organisatie gericht op robotica en ontwikkeling van kunstmatige intelligentie (AI). De afgelopen jaren heeft zij meer dan honderd korte verhalen in Malinese talen vervaardigd, met behulp van AI-programma’s.

Op het kantoor, pal naast de westoever van de Nigerrivier, geeft Alou Dembele een kleine demonstratie. ‘Je moet goed formuleren wat je wilt vertellen’, zegt hij, een serieuze blik achter ronde brilglazen. ‘Allereerst moet je nadenken over de opdracht die je het programma geeft.’

Hij opent Claude, een tekstprogramma in de stijl van ChatGPT. ‘Schrijf een klein verhaaltje over Soundjata Keïta, de stichter van het Malinese rijk’, typt hij. Eén druk op de knop en de zinnen rollen over het scherm. Vertalen gebeurt vervolgens met Google Translate. En omdat het kinderboeken zijn, kunnen plaatjes niet ontbreken: die worden gemaakt door het verhaaltje te laten lezen door beeldgeneratoren zoals Leonardo.

Dat soort kinderboeken bestonden tot voor kort nog niet, vertelt Mamadou Dembele (geen familie van Alou), die vandaag namens RobotsMali een gastles op de middelbare school geeft. ‘Het Frans was hier altijd prioriteit’, zegt hij, nonchalant leunend tegen een van de houten schoolbankjes. ‘Daardoor zijn we het respect voor onze eigen talen verloren.’

Achter hem tuurt een twintigtal leerlingen naar de laptops die voor hun neus staan opengeklapt. Vanaf het scherm lezen zij om de beurt de verhalen voor: van bekende nationale sprookjes, over een stout konijn dat met zijn leven speelt, tot meer moderne vertellingen over het Mali van nu: over een soldaat die haar broertje vertelt waarom ze aan het front vecht.

Politieke moed

Lange tijd werd het Frans in Mali beschouwd als een ‘neutrale taal’, zegt Amadou Salifou Guindo, een linguïst verbonden aan de Yambo Ouologuem-universiteit in Bamako. ‘Na de onafhankelijkheid wilde de regering spanningen tussen verschillende groepen in het land voorkomen. Het Frans werd geaccepteerd.’

Dat neutrale karakter werd met de komst van de junta plotsklaps weggevaagd. De Franse antiterreurmissie Barkhane is opgedoekt, meermaals zijn Fransen opgepakt op verdenking van spionage. Het regime beschuldigt Frankrijk van het bewapenen van terreurgroepen, van de chaos zou het land profiteren om grondstoffen te plunderen. De Franse regering heeft dit altijd met klem ontkend.

Ook in decennia van vredestijd is geprobeerd om het Frans op scholen te vervangen door nationale talen. Dat mislukte keer op keer vanwege een gebrek aan ‘politieke moed’, zegt Guindo. ‘Veel Malinezen denken dat Frans onderwijs gelijkstaat aan kwaliteit, een taal die hun kinderen verder helpt in het leven. Die mentaliteit is sinds de jaren zestig nauwelijks veranderd.’

Twee derde van de Malinezen is analfabeet. Vooral buiten de grote steden gaan veel kinderen niet of maar af en toe naar school – door de oorlog in het land, maar ook door armoede: schoolmateriaal kunnen zij niet betalen, ouders zetten hun kinderen al jong aan het werk zodat zij kunnen bijdragen aan het gezin.

Franstalig onderwijs vervangen door nationale talen kan helpen om die ongelijkheid terug te dringen, zegt Sylla Fatoumata Hama Cissé, een voormalig docent Frans die nu aan het hoofd staat van de overheidsafdeling Onderwijs en Nationale Talen. Boven haar bureaustoel hangt juntaleider Assimi Goïta in een goudkleurige lijst. ‘Alle onderwijsexperts hebben aangetoond dat een kind beter en sneller in zijn moedertaal leert dan in een onbekende taal.’

‘Uitgelezen kans’

De kinderboeken van RobotsMali kunnen daarbij helpen, zegt Cissé. Haar afdeling werkt daarom samen met de organisatie. ‘We ondersteunen ze bij het nalezen en corrigeren van teksten’, zegt ze. ‘Het is een uitgelezen kans om te zien wat kunstmatige intelligentie voor ons land kan betekenen.’

Maar de plannen van de overheid zijn nog een stuk ambitieuzer. ‘Elke Malinees zou zijn eigen geboorteakte moeten kunnen lezen’, zegt ze. ‘Dat vraagt om een grondige hervorming: niet alleen het vertalen van officiële documenten, maar ook het herzien van de lerarenopleiding en de training van administratief personeel.’

Datzelfde vindt ook taaldeskundige Guindo, die de regering adviseert over de aanpak. ‘Het meest waarschijnlijk is dat we kiezen voor een model zoals in België of Zuid-Afrika’, zegt hij. ‘Daarbij wordt per regio bekeken in welke taal kinderen les krijgen. Al denk ik niet dat we het Frans helemaal moeten willen uitbannen.’

Het heeft tijd nodig. Geld, motivatie en politieke wil. En oog voor politieke gevoeligheden, zéker in tijden van oorlog, zegt Guindo. ‘We hebben hier al meer dan genoeg conflicten.’

Dit is de laatste bijdrage van correspondent Saskia Houttuin.

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next