is columnist voor de Volkskrant.
Een straatscène in Damascus: kinderen van 8, 9 jaar spelen op braakliggend land. In de grond graven ze knikkerpotjes. Omwonenden kijken toe. Waar nu kinderen spelen, dumpten militairen van de gevallen dictator Bashar al-Assad rond 2012 geëxecuteerde politieke tegenstanders.
‘Gedode mensen zijn in een waterput gegooid’, zegt een aanwonende winkeleigenaar. Zijn zoons werden gearresteerd door troepen van Assad en verdwenen spoorloos. De zoon van een buurvrouw verdween ook. Een buurman weet dat zijn zoon in gevangenschap de kogel kreeg, maar niet waar hij begraven ligt.
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Ze doet momenteel, een jaar na de machtsovername in Syrië, verslag vanuit Damascus. Eerder was Van Es correspondent in het Midden-Oosten.
Damascus, een jaar na de machtsovername, is een stad van massagraven. Volgens een officiële telling zijn het er inmiddels 34, tegen ruim 80 in heel Syrië. Sommige worden ontdekt door vluchtelingen die terugkeren naar huis en tot hun schrik stoffelijke resten vinden. De meeste massagraven zijn al jaren bekend. Onder Assad zwegen getuigen, nu niet meer.
‘We zagen alles, maar durfden niets te zeggen’, zegt grafdelver Hoessein al-Saleh. Hij werkt sinds 2018 op Najha, een begraafplaats aan de rand van Damascus. Voorbij de rijen keurige witte grafstenen die je hier verwacht, bieden metershoge aarden wallen een dystopische aanblik. Overdag groeven militairen greppels, ’s avonds brachten ze vrachtwagens vol lijken. Hoessein wijst naar een open greppel, leeg, als het ware klaar voor gebruik. ‘Die groeven ze tien dagen voor de val van het regime.’
Nog zo’n verhaal dat nu verteld kan: in Dumair, een woestijnstadje vlakbij Damascus, passeerden jarenlang ’s nachts militaire vrachtwagens die een nare geur verspreidden. ‘Ze vroegen ons om een spoedreparatie te doen’, zegt Ridha Hoessein Jabal, zoon van de plaatselijke garagehouder. ‘Ik zag een hand uit de laadbak steken.’
Sinds de val van Assad bestaat politieke wil om de minstens 120 duizend Syrische vermisten op te sporen. Maar helaas: de overheidscommissie die hun lot moet achterhalen, is vooral actief op papier. In het nieuwe Syrië ontbreekt geld of mankracht om lichamen te identificeren. En dus blijven de massagraven van Damascus ongeopend.
‘Voor het openen van massagraven zijn meer specialisten nodig’, zegt Anas Hourani, directeur van het enige forensische laboratorium van Damascus, onlangs opgestart met steun van het Internationale Rode Kruis. Anas en zijn medewerkers hebben hun handen vol aan menselijke resten die toevallig opduiken in tuinen en riolen.
Forensisch arts Amer Saraqibi borstelt botten en kleding schoon. ‘Dit is het sokje van een kind.’ Een collega wijst naar het strottenhoofd van een man. ‘Hier zat een prop textiel.’ Het is niet de taak van deze experts om schuldigen aan te wijzen, maar ze kennen een dader die gevangenen gekneveld executeerde. ‘De vorige overheid.’
Massagraven kun je niet zomaar laten liggen, zegt Ammar al Salmo, hoofd forensisch onderzoek van de organisatie die iedereen kent als de Witte Helmen. De ‘vroegere Witte Helmen’, zegt hij, want de organisatie gaat op in de Syrische overheid. Ze werden beroemd met het redden van mensen uit het Syrische puin. Nu is botten redden onderdeel van hun werk.
Ammar krijgt een telefoontje: weer twee graven gevonden, in Homs deze keer. Eerst een feit, zegt Ammar. Niet alleen het Assad-regime begroef slachtoffers in massagraven. ‘Elke gewapende groepering in Syrië deed dat.’ De grootste dader onder hen is waarschijnlijk terreurbeweging Islamitische Staat.
Industrieel gegraven ‘formele’ massagraven, zoals op de begraafplaats van Najha, kunnen gesloten blijven tot Syrië genoeg deskundigen heeft opgeleid. Mits de overheid uitlegt waarom er gewacht wordt met onderzoek, stelt Ammar. ‘Anders krijgen nabestaanden het gevoel dat ze vergeten worden.’
Bij kleine, ‘informele’ massagraven is wachten onverstandig. Als onduidelijk blijft van wie de botten zijn, geeft dat ‘spanningen’ in gemeenschappen. Grondeigenaren gaan bewijs verwoesten, al dan niet met opzet. ‘Je moet de botten beschermen.’
Hoe het mis kan gaan, blijkt bij het veronderstelde massagraf waar kinderen spelen. Een vrachtwagen stort een lading grond. Toen een buurtbewoner de nieuwe autoriteiten informeerde over lijken in de waterput, kwam er geen reactie. Nu antwoorden uitblijven, willen omwonenden hier bomen planten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant