is hoofdredacteur en commentator van de Volkskrant
Om het Europese bedrijfsleven te helpen in de strijd met China en de VS, schrapt de EU tal van regels. Dit kan net zo goed averechts werken, zeker als ze de oren laat hangen naar de bedrijvenlobby.
Er waait een dereguleringswind door Europa. Wetten die bedrijven moeten aanzetten om zich natuur- en mensvriendelijker te gedragen, worden afgezwakt of geschrapt.
De anti-wegkijkwet, die bedrijven dwong hun hele productieketen te doorgronden zodat ze schendingen van mensenrechten, arbeidsrechten en milieurechten konden voorkomen, is onlangs veel minder streng gemaakt. De Spaanse Eurocommissaris Teresa Ribera, die verantwoordelijk is voor een ‘schone, rechtvaardige en concurrerende transitie’, liet deze week zien dat ze vooral het ‘concurrerende’ serieus neemt. Tal van milieuregels worden geschrapt om het Europees bedrijfsleven te helpen.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Dat Europa zich zorgen maakt over het lot van zijn bedrijven is begrijpelijk. Het wordt steeds lastiger om te concurreren hun soortgenoten in de VS en China. De Amerikaanse president Donald Trump legt Amerikaanse bedrijven liefst geen strobreed in de weg, en probeert ze met zijn handelsbeleid op alle mogelijke manieren te helpen. Chinese bedrijven kunnen rekenen op de onvoorwaardelijke steun van hun overheid, zowel in regelgeving als in geld.
De zorgen werden krachtig verwoord in het rapport dat Mario Draghi, oud-president van de Europese Centrale Bank, een jaar geleden uitbracht. Hij luidde de noodklok omdat Europa de strijd met China en de Verenigde Staten snel aan het verliezen is. De Amerikaanse bigtechbedrijven domineren het internet, China produceert bijna alle hardware, voor computers en smartphones, maar ook voor windmolens en zonnepanelen. Voor Europa blijft er steeds minder over. Het hart van de Europese industrie, de Duitse autobouwers, dreigen in de transitie naar elektrische auto’s het onderspit te delven.
De vraag is wat helpt. De lat lager leggen, zodat Europese bedrijven goedkoper kunnen produceren? Of de lat juist hoger leggen, zodat Europese bedrijven duurdere maar ook betere en duurzamere producten maken? In het algemeen is het tweede beter, mits de bedrijven daartoe in staat zijn. Mochten ze in sommige sectoren meer lucht nodig hebben dan is het beter om staatssteun te overwegen – dat nu nog een taboe is – dan regels af te schaffen. Europa moet zich vooral blijven richten op nieuwe markten en nieuwe producten in plaats van gevechten aan te gaan die bijna niet te winnen zijn.
De EU is niet alleen een economische unie, maar vooral een waardengemeenschap. Trouw blijven aan de Europese waarden is daarom minstens zo belangrijk als economisch sterk blijven. Daarbij horen bedrijven die aan de hoogste ethische en kwalitatieve standaarden voldoen. Op lange termijn is dat ook de beste garantie voor zakelijk succes.
De grootste valkuil voor de EU is dat ze, uit angst de slag van China en de Verenigde Staten te verliezen, zich op elk terrein volledig uitlevert aan de bedrijvenlobby. Het voorstel om namen als ‘vegaburger’ te verbieden, dat het Europees Parlement onlangs aannam, is daar een treurig voorbeeld van. De officiële reden hiervoor is dat het verwarring bij de consument wil voorkomen. De echte reden is dat het is bezweken voor de agrarische lobby, die bang is dat de lap vlees wordt vervangen door een plantaardig exemplaar. Regels die de vooruitgang tegenhouden, kan Europa wel heel goed missen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant