De Zitting Hoe komt de twintigjarige Mohammed A. aan ruim 15.000 euro cash? Justitie verdenkt hem van witwassen, de man zelf zegt jarenlang gespaard te hebben. „En nu zeggen jullie zonder enig bewijs dat het illegaal geld is. Dat vind ik jammer.”
Op 25 september 2024 vindt de politie 15.260 euro onder het bed van Mohammed A. En in de rechtbank van Amsterdam is nu de vraag: waar kwam dat geld vandaan? Het Openbaar Ministerie denkt dat het op een schimmige manier is verkregen. Daarom staat de twintigjarige A. nu terecht voor witwassen.
Mohammed A. zegt zelf dat hij sinds zijn dertiende hard voor al dat geld heeft gewerkt: in een pizzeria, een ander restaurant, in een supermarkt en als maaltijdbezorger voor Uber Eats. „Ik blijf zeggen: ik heb zes of zeven jaar lopen sparen. Ik ben de man in huis, doe het voor mijn moeder, die heeft alleen een uitkering. En voor mijn zusje en broertje. En nu komen jullie zonder enig bewijs zeggen dat het illegaal geld is. Dat vind ik jammer.”
De rechter heeft vaker jonge mensen tegenover zich die „verdacht veel geld” hebben en beweren dat ze dat allemaal netjes bij elkaar hebben gespaard, zegt hij met een streng gezicht. „Maar alleen dat zeggen, is niet genoeg.”
Normaal gesproken geldt in het strafrecht dat een verdachte onschuldig is totdat het tegendeel is bewezen; het OM moet overtuigend bewijs leveren. Maar bij witwassen ligt dat anders. In zaken als die van Mohammed A. is het aan het OM om een „vermoeden” te onderbouwen. De verdachte heeft vervolgens de taak om aannemelijk te maken dat het geld legaal is verdiend.
De rechter: „U zegt dat u geld heeft gespaard van werkzaamheden uit het verleden. De vraag is of u dat kunt waarmaken. Nu. Hier. Ter plekke.”
De officier van justitie en de advocaat van A. hebben allebei hun eigen rekensommen om te laten zien dat A. het geld respectievelijk niet en wel op legale wijze bij elkaar kan hebben gespaard. De officier vindt het onwaarschijnlijk. Het afgelopen jaar verdiende A. ongeveer 1.800 euro per maand bij Uber Eats. Verder is er bijna geen documentatie, zegt zij. Bovendien is niet te zien dat hij regelmatig contant geld pinde, terwijl hijzelf claimt dat wel te hebben gedaan.
„Waarom opende u eigenlijk geen spaarrekening?”, vraagt de rechter.
„Op een spaarrekening krijg je rente en volgens mijn geloof is dat haram – verboden.”
Zijn advocaat vindt het wél plausibel dat A. het geld netjes heeft gespaard. „Ik heb net even snel een rekensommetje gemaakt. Stel je wilt ongeveer 15.000 euro in vier jaar sparen – en let wel, hij spaart al langer. Dan had hij 3.750 euro per jaar moeten sparen, dat is 312 euro per maand.” Dat kan prima, vindt de advocaat.
De rechter richt zich tot A. Die draagt een zwarte capuchontrui en een cargobroek. „Uw advocaat zegt wel heel makkelijk: zoveel is het en dat kan hij legaal verdiend hebben. Maar de crux is, heeft u wel zoveel legaal gewerkt? Het zou kunnen, maar dan heeft u tijd zat gehad om dat uit te zoeken en aan ons te laten zien. Niets is er vandaag: geen bankafschriften, geen werkgeversverklaringen, geen verklaring van uw moeder.”
De politie belandde niet toevallig onder het bed van Mohammed A. Zijn zus kwam in beeld bij de politie vanwege een telefoon die gebruikt werd in een zaak waar vermoedelijk drugsdelicten zijn gepleegd. De zus vertelde dat ze de telefoon kort ervoor had gekregen van haar broer, A. dus. En hoewel hij vandaag niet terechtstaat voor een drugsdelict, speelt die zaak wel een rol – hij heeft daarvoor dertien dagen in voorarrest gezeten, in alle beperkingen. Dat betekent dat een verdachte alleen met zijn advocaat contact mag hebben.
Uiteindelijk is A. niet vervolgd in die zaak. Maar, zegt hij: „Die zaak heeft mijn leven kapotgemaakt.” Omdat hij sindsdien geen Verklaring Omtrent het Gedrag (vog) meer kan krijgen, kan hij ook geen baan vinden. Hij zou beginnen met een opleiding, maar werd daar weggestuurd vanwege de aanhouding, zegt hij.
Tijdens zijn gevangenschap liepen enkele openstaande boetes op tot een paar duizend euro. „En al mijn spaargeld was door de politie meegenomen.” Om toch geld te verdienen ging hij toen dealen, zegt hij in de rechtbank. Maar over dat delict gaat het vandaag niet.
„Ik zit even te kijken naar het strafblad. U deed wel erg stoute dingen met de Opiumwet.
„Ja, ik heb een paar dingen gedaan.”
„Dat meneer geen verantwoordelijkheid neemt, baart me zorgen”, zegt de officier van justitie. „Daarom vraag ik me af of hij niet opnieuw een verkeerde keuze zal maken. Ik hoorde hem net vertellen dat hij na de inbeslagname van het geld moest gaan dealen door financiële problemen. Dat hij dat heeft gedaan, vind ik behoorlijk zorgelijk.” Voor het witwassen van zo’n groot bedrag staat vier weken gevangenisstraf, zegt ze. Maar gelet op de omstandigheden – dat hij al dertien dagen in voorarrest heeft gezeten voor de drugszaak – eist ze een gevangenisstraf van 27 dagen, waarvan veertien voorwaardelijk. Dat zou betekenen dat hij meteen vrijkomt, omdat hij de dertien onvoorwaardelijke dagen heeft uitgezeten. Ze vindt ook dat hij een eerder voorwaardelijk opgelegde werkstraf van zestig uur nu moet uitzitten. Waarvoor hij die werkstraf destijds kreeg, wordt niet toegelicht.
De rechter vindt dat A. schuldig is aan witwassen, maar hij vindt ook dat hij rekening moet houden met het voorarrest. Al vraagt hij zich af of het „juridisch klopt”. Het voorarrest was immers voor de opiumzaak waar de telefoon in speelde die hij aan zijn zus gaf. De rechter ziet geen noodzaak voor een voorwaardelijke straf. En ook de werkstraf hoeft hij niet uit te voeren. „Ik zie te weinig relatie met deze zaak”, zegt de rechter. „Maar het geld krijgt u niet terug.”
In deze rubriek beschrijven verslaggevers elke week een rechtszaak.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC