Oorlog in Soedan Terwijl de Verenigde Arabische Emiraten wapens, geld en huurlingen leveren aan de Soedanese paramilitaire RSF, wordt het land gezien als een bemiddelende macht. De oorlog in Soedan maakt zichtbaar welke partners de Europese Unie en Nederland niet willen verliezen.
Vluchtelingen in Zuid-Soedan. Dit opvangcentrum biedt momenteel onderdak aan meer dan 12.000 vluchtelingen.
Op de laatste dinsdag van november schoven in Straatsburg Europarlementariërs van uiteenlopende partijen om dezelfde tafel. Het doel? De oorlog in Soedan eindelijk hoog op de agenda krijgen en vastleggen in een resolutie die breed gedragen moet worden. Over het veroordelen van het geweld en het openhouden van humanitaire corridors zijn ze het snel eens. Maar zodra de vraag op tafel komt of de rol van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) moet worden genoemd, stokt het gesprek. Het aandeel van de VAE in de oorlog – het leveren van wapens, voertuigen en huurlingen aan de Soedanese paramilitaire RSF – ligt een stuk gevoeliger.
De VAE ruikt onraad en zet die week lobby- en diplomatie-inspanningen in om te voorkomen dat zij in de resolutie worden genoemd. Diezelfde dinsdag installeert Lana Nusseibeh, de minister van Staat in de VAE en gezant in Europa, zich met een grote delegatie in een kamer pal naast de plenaire zaal van het parlement. Volgens Europarlementslid Marit Maij (PvdA) is dit uitzonderlijk: „Normaal worden de zalen aan ministers van lidstaten gegeven, nooit aan externe partijen zoals de VAE, zeker niet de hele week.”
De hele week voert de VAE-delegatie gesprekken met zoveel mogelijk parlementsleden. In één geval klopte de delegatie op de deur van een parlementslid dat aanvankelijk weigerde om te praten. Maij ging wel op de uitnodiging in. Tijdens de gesprekken ontkent de VAE alle steun aan de RSF, ondanks ruim gedocumenteerd bewijs van wapens en materieel. In plaats daarvan wees de delegatie op hun rol in het vredesproces, hun regionale stabiliteit en de humanitaire hulp die zij aan Soedan zeggen te leveren. De VAE-delegatie wist genoeg parlementsleden te overtuigen, en het amendement van Maij, dat de rol van de VAE in het conflict expliciet benoemde, haalde geen meerderheid.
Opvallend was dat ook de Christen-Democraten (EVP) stemden om de VAE niet expliciet te noemen in de resolutie. Volgens Ingeborg ter Laak, Europarlementslid voor het CDA binnen de EVP, wil haar partij „op dit moment de diplomatieke onderhandelingen niet op het spel zetten. De VAE zijn ook hard nodig voor vredesonderhandelingen.”
Die redenering sluit nauw aan bij de bredere Europese lijn. In officiële EU-teksten worden de VAE geregeld genoemd als bemiddelende macht, en zelden als sleutelspeler die het geweld voedt.
Minister van Buitenlandse Zaken David van Weel (VVD) erkende tijdens een debat afgelopen woensdag wel de omstreden rol van de VAE in het conflict, maar maakte duidelijk dat Nederland hier geen consequenties aan wil verbinden: „Ik ben niet tegen sancties, maar je moet ze wel op de juiste partij inzetten. Voor mij zijn dat de strijdende partijen.”
Sinds het begin van de oorlog in april 2023 heeft de EU vele verklaringen uitgebracht: van scherpe veroordelingen van het geweld door het Soedanese regeringsleger SAF en de RSF tot oproepen tot een staakt het vuren. In recente Raadsconclusies benadrukken de lidstaten dat de „primaire verantwoordelijkheid” ligt bij de leiders van beide kampen en hun steunpilaren, en dat de EU bereid is haar „volledige instrumentarium” in te zetten, van diplomatie tot sancties.
In werkelijkheid zijn sancties tegen de VAE niet aan de orde. Geen enkele Emiratische politicus, zakenman of logistiek bedrijf belandde vanwege de oorlog in Soedan op de sanctielijst. Daardoor blijft Europese handel in goud, logistiek en financiële diensten via Dubai buiten schot.
Wie wél wordt gesanctioneerd en wie niet, laat zien waar de Europese grenzen liggen. De EU sanctioneerde tot nu toe alleen Soedanese actoren, zowel SAF als RSF (11 individuen en 8 entiteiten). Brussel durft in andere conflicten veel verder te gaan. Zo legde de EU recent sancties op aan Belarus, Iran en Noord-Korea vanwege hun steun aan Rusland in Oekraïne. Ook in Syrië, Libië en Mali legde de EU sancties op aan Russische, Turkse en regionale bedrijven die de strijdende partijen bewapenden of financierden.
Vluchtelingen uit Soedan over de grens bij Zuid-Soedan
Hoe uitzichtlozer de oorlog wordt, hoe nadrukkelijker het aandeel van de Emiraten in de oorlog naar voren komt. Europese wapens belanden via de VAE bij de RSF zonder vergunning. Voor Europa is dit een ongemakkelijke realiteit: de nieuwszender France 24 reconstrueerde in april hoe Bulgaarse munitie via Emirati-tussenhandelaren in Darfur terechtkwam. Amnesty International vond Franse wapensystemen in RSF-pantservoertuigen die via de VAE waren verkocht. Dit is in strijd met het internationaal recht: Frankrijk en Bulgarije hebben hiervoor geen vergunning afgegeven. Bovendien geldt sinds 1994 een EU-wapenembargo op Soedan en sinds 2004 een VN-wapenembargo op de regio Darfur.
Voor de Emiraten is de RSF in de eerste plaats een toegangspoort tot Soedanese rijkdommen. De RSF controleert grote goudvelden in Darfur en andere perifere regio’s waar de staat nauwelijks aanwezig is. Via smokkelnetwerken bereikt dat goud Dubai, inmiddels het centrum van de Soedanese goudhandel en een financiële levensader voor de militie. Voor Abu Dhabi gaat het daarmee niet alleen om een strategische grondstof, maar om invloed in een schaduweconomie die van Soedan tot de Golf loopt, met Dubai als spil in handel en geldstromen. „De Emiraten hebben er groot belang bij om hun invloedssfeer te vestigen in Soedan en in de Hoorn van Afrika”, zegt Anette Hoffmann, onderzoeker bij Instituut Clingendael. „De huidige impasse kan niet worden doorbroken zonder de twee belangrijkste regionale spelers, Egypte [dat het SAF steunt] en de Emiraten, in beweging te krijgen.”
Goud uit door de RSF gecontroleerde Soedanese mijnen wordt in Dubai witgewassen. Na omsmelting is de herkomst niet meer te herleiden en kan het de wereldmarkt op. Zo wordt de financiering van gewapende groepen versterkt en wordt internationale sancties ondermijnd.
Het kabinet vermijdt een harde lijn richting de Emiraten. Nederland benadrukt hoeveel er is voor humanitaire hulp – recent nog 10 miljoen euro extra, eerder dit jaar 16 miljoen – maar schuift de moeilijke diplomatie richting de VAE terzijde. Begin deze maand legde staatssecretaris Aukje de Vries (VVD) na een bezoek aan de VAE op X de nadruk op de goede economische relatie en het nog onbenutte potentieel daarvan. Twee weken eerder sprak buitenlandminister Van Weel met zijn Emiratische ambtgenoot sheikh Abdullah bin Zayed Al Nahyan over de situatie in Al Fashar. Hij heeft toen de rol van de VAE in Soedan voorzichtig aangestipt, vertelde hij tijdens een Kamerdebat, maar dat was niet de focus van het gesprek, want „dan wordt de telefoon de volgende keer niet meer opgenomen”.
Bovendien versoepelde Nederland in 2023 de eerder strikte beperkingen op wapenexporten naar de VAE, die waren ingesteld vanwege de oorlog in Jemen. Volgens staatssecretaris De Vries wordt er „zorgvuldig getoetst op het risico van omleiding naar Soedan” bij exportvergunningen naar de VAE, zei ze tijdens het Kamerdebat. Maar op de vraag wanneer die toetsingscriteria voor het laatst waren vastgesteld, bleef het antwoord uit. Eerder verzekerde het kabinet tegenover NRC dat er geen „verifieerbare aanwijzingen” zijn dat Nederlandse wapens in de Soedan-oorlog belanden.
Er zijn ook andere kwesties waarop Europa de VAE zou kunnen aanspreken, ziet Clingendael-onderzoeker Guido Lanfranchi. „De Emiraten fungeren als doorgangshaven voor rijke Russen die zo Europese sancties omzeilen, en zijn een internationaal knooppunt voor witwaspraktijken.”
Soedanezen staan in de rij voor registratie in Zuid-Soedan
Naast de lobby van de VAE draagt Europa zelf ook bij aan het beeld van de Emiraten als onmisbare partner. Lanfranchi spreekt van een ‘catch-up effect’: jarenlang had de EU weinig oog voor de Golfstaten; gesprekken over een vrijhandelsakkoord werden in 2008 stilgelegd. Tijdens de Arabische Lente bleven de Golfstaten echter relatief stabiel en hun economische en geopolitieke gewicht nam toe, waardoor Brussel de regio opnieuw opzocht. De aanstelling van een speciale EU-gezant voor het gebied in 2022 en de heropening van vrijhandelsonderhandelingen illustreren die verschuiving. „Die lange periode van verwaarlozing leidt nu tot overcompensatie”, zegt Lanfranchi. „Europa voelt druk om de banden te verdiepen, wat kritiek richting de Emiraten bemoeilijkt.”
„De afzijdigheid naar de Emiraten geeft een duidelijk signaal af aan alle andere landen die wapens leveren”, zegt Clingendael-onderzoeker Hoffmann. „Zonder harde politieke keuzes blijft het voor andere landen helder: er staat ze niets in de weg”.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU
Source: NRC