Surprise! Waar, vraagt Christiaan Weijts zich af, blijft de verrassing als je cadeaus steeds specifieker vastlegt op digitale verlanglijsten en het kerstpakket verandert in shoptegoed bij een webwinkel?
Ik mis het surprises maken niet. Het geklieder. Vuilniszakken door de storm sjouwen, gevuld met tragisch ingestorte poppenhuizen, schoenendozen met afgevende plakkaatverf, ingedeukte gamecontrollers. Crêpepapier inslaan tussen het afhalen van vuurwerk en de snijdende kou in de rij bij de oliebollenkraam.
Haal ik nu dingen door elkaar? Nee nee. In ons gezin was een nieuwe traditie ontstaan, de oudejaarsavondsurprise. In eerste instantie was ze een bijwerking van de coronalockdowns. Knutselprojecten om de lange, uitzichtloze kerstvakantie door te komen. Extra handicap: cadeaus en verpakkingsspul moesten van de ‘essentiële winkels’ komen als Kruidvat en Jamin. Op oudejaarsavond belandden de vuilniszakken, voorzien van de gedichten, onder een kalende kerstboom, die merkbaar opleefde bij het besef nog één keer een ceremoniële rol te vervullen in zijn nadagen.
Vier jaar hield deze traditie stand. Te kort om wortel te schieten, en toch lang genoeg voor milde melancholie. Maar nu de pubers er niet meer voor te porren zijn, en de opvattingen over sinterklaassurprises in de gezins- en familie-appgroepen lichtjes verdeeld, sluit het hoofdstuk ‘surprise’ voor mij voorgoed.
Misschien mis ik het lootjestrekken. De goochelhoed. Door het toeval met één persoon een geheime band toebedeeld krijgen. De anticipatie. Het stiekeme gedoe achter dichte deuren. En natuurlijk de verrassing. Het Franse woord gaat terug op het Latijnse ‘super’ en ‘prehendere’. Overrompelen, je onverwachts grijpen: lange tijd was dat wat geschenken in het algemeen geacht werden te doen, maar ook dat is aan het verschuiven.
Kinderen vullen hun verlanglijsten nu vaak online in. Volwassenen ook. Op sites als lijstje.nl en verlanglijstje.nl registreren ze hun wensenpakket voor verjaardagen, huwelijken, housewarmings, babyshowers, kerstfeesten. Compleet met een bestellinkje bij de webshop. WeGive, WishUp, Wishbob: al die platforms zijn verzekeringen tegen onaangename verrassingen. Wat je vraagt is wat je krijgt.
En welke werkgever stopt nog een traditioneel kerstpakket in een doos? Meestal komt het neer op een shopkrediet bij een webportaal, via sites als Tintelingen of Feelingz. Vorig jaar was het ziekenhuispersoneel van het Utrechtse UMC in rep en roer. Voorheen kozen ze zelf hun tosti-ijzers en sapcentrifuges met zo’n puntensaldo, nu kregen ze allemaal hetzelfde… een pánnenkoekenset! Het intranet stroomde vol klachten („Ik voel hier geen waardering in.”) Dat krijg je ervan, als je je personeel zomaar ongevraagd verrast.
Ik ben van de generatie die nog verlanglijsten knipte en plakte uit de dikke catalogi van de speelgoedwinkel. Daar begon het al, het wegjagen van de verrassing. Een heel klein beetje althans. Want je wist dat de Goedheiligman a) niet alles kocht, b) niet exact dezelfde racebaan als op het plaatje in de zak stopte en c) ook zelf van alles bedacht.
O ja, bol.com verstuurt ook zo’n Het Grote Speelgoedboek, maar daar zit een even grote app aan vast die het spul met QR-codes tot leven wekt en natuurlijk een optie heeft voor een digitaal verlanglijstje, dat in één muisklik naar ouders gaat, die alles met één klik kunnen laten inpakken door onderbetaalde arbeidsmigranten in de grote pietenhuizen langs de snelweg. De verlanglijst als bestellijst, het cadeau als orderafhandeling.
Het is gemakkelijk te zien dat dit een verlies is. Tegelijkertijd merk ik hoe onmogelijk het in de praktijk is om dat helemaal te vermijden. De hedendaagse kinderwensen zíjn inderdaad hyperspecifiek. Als ik voor een van mijn kinderen een petje zou kopen met een verkeerde sticker op de klep, een verkeerd merk of een verkeerde kleur, dan is het ook meteen helemáál fout. Een game in de verkeerde versie? Een shirtje met de verkeerde kleur? Oorbellen, een tasje? Tja, dat kan ze beter zelf uitzoeken.
Vroeger kwamen verjaardagscadeaus van sommige tantes en ooms al steevast vergezeld van het bonnetje en een verontschuldigende blik. „Als je het niks vindt, of als je het al hebt, kun je het gewoon nog ruilen, hoor.” Zo dekten zij zich in tegen het risico dat elke verrassing is. Inmiddels gaat aan elke verjaardag allerlei appverkeer vooraf tussen de familieleden. Vaak coördineert de jarige zelf de logistiek, zodat er achteraf geen gedoe met bonnetjes en retourzendingen aan te pas hoeft te komen.
Ook de wetenschap staat niet aan de kant van de verrassingen. Vijf experimenten van Amerikaanse onderzoekers toonden in 2011 aan dat ontvangers blijer waren met cadeaus waar ze expliciet om vroegen, bijvoorbeeld via lijsten bij Amazon. De gevers verwachtten dat zelfbedachte geschenken als attenter zouden worden opgevat. Ontvangers blijken dat heel anders te zien. Die waarderen iets waar ze ook echt iets aan hebben.
Nog interessanter wordt het met onderzoek van Amerikaanse en Aziatische psychologen die in 2018 ontdekten dat gevers vooral gericht waren op een ‘wow-effect’, terwijl de ontvangers dat niet per se hoger waardeerden. Kijk bijvoorbeeld naar het Valentijnscadeau. Geef je liever twaalf rozen in volle bloei, of vierentwintig in de knop? Of een bonsaiboompje? Die laatste twee zijn objectief beter – het zijn er méér, en ze gaan langer mee – maar de pronkzucht wint het van de pragmatiek.
De ontvanger heeft liever dat bonsaiboompje dan die rozen die hij na twee dagen in de groenbak dumpt. „Een slecht cadeau kan worden geïnterpreteerd als een teken dat de relatie niet zo goed is”, zei communicatiewetenschapper Monique Pollmann in 2023 tegen NRC. Ook zij deed er onderzoek naar. Conclusie: „Het zou beter gaan als je het de ander vraagt. Ongeveer 10 procent van het budget dat aan cadeaus wordt besteed, is verspild geld.”
Natuurlijk is het verspilling, maar als je er zo naar kijkt is het hele uitruilen van geschenken de meest inefficiënte economie die je je kunt voorstellen. Dat is nu juist het hele punt. Een gift is geen ruilmiddel, maar een bindmiddel. Geschenken zijn gericht op de sociale relatie. Dáár lijken die onderzoeken niet naar te vragen. Hoe waardeer je het geschenk, is steeds de vraag. Daarop houden de respondenten hun gift kritisch tegen het licht en evalueren hem in termen van bruikbaarheid en esthetiek, alsof ze het sterren geven op een reviewsite. Maar het gaat niet om hun waardering van het geschenk, maar van de verstandhouding met de gever. Hoe voelt díé na het schenkingsritueel? En hoe voelt die op de langere termijn? Welke herinneringen roepen de objecten tien jaar later nog op?
Grote kans dat het nutteloze dan sterker beklijft dan het praktische. Naast mijn schrijftafel staat een nutteloze want lege wijnfles, maar het etiket is een afbeelding die mijn dochter schilderde: een gondel in Venetië, in azuurblauw water. Daarnaast een originele Gummbah-cartoon met een schunnig-diepzinnige opmerking, uitgezocht door mijn vrouw. Verderop de bitterbal met mosterd die mijn zoon als oudejaarssurprise maakte. Allemaal hebben ze er tijd en zorg in geïnvesteerd, en de cadeaus geven er blijk van mij te kennen (wijn, bitterbal en schunnigheid: een waterdichte profielschets).
Waardevolle cadeaus zitten als het ware dubbel verpakt, zowel in pakpapier als in rituelen. Wij wikkelen ze in feestelijk gekleurd papier om van de onthulling een vertragende gebeurtenis te maken, die aandacht vraagt en een eigen spanningsboog doorloopt. Mijn kinderen zijn altijd heel bedreven geweest in het uitdenken van surprises met opdrachtenbriefjes, vakjes met dubbele bodems, lange speurtochten door het hele huis.
Ik herinner me een sirene op mijn kinderfiets. Vijf of zes was ik. Waarschijnlijk was ik merkbaar teleurgesteld toen hij uit de Sinterklaaszak kwam: niet die blits gestroomlijnde, felgele gadget uit de folder, die mijn vriendjes allemaal op hun sturen hadden. Er kwamen ook heel andere geluiden uit dan het standaardrepertoire van de hulpdiensten. De behuizing was bij nadere inspectie een plastic drinkbeker met schroefdop, beplakt met hetzelfde oranje en bruine bloemmotief als onze keukentegels. Ik voelde hier geen waardering in. (Dit moet het moment zijn geweest dat de eerste barstjes in mijn geloof verschenen).
Pas jaren later drong het tot mij door dat mijn vader, elektronicus, dit ding zelf geknutseld had, in de lunchpauzes van zijn werk, en dat hij er iets van de affectie in had gestopt waar hij verder niet van overliep. Als mij toen gevraagd was het apparaat te raten had ik het twee sterren gegeven. Nu is het een van de weinige sinterklaascadeaus die me haarscherp zijn bijgebleven. Die sirene was mislukt en geslaagd. Ze heeft allebei de gezichten van het risicovolle geschenk. Met de bol.com-app zal dat ouders van nu niet meer overkomen.
Het is natuurlijk allemaal een drang naar controle, die je breder in de samenleving ziet. Maar het belangrijke aan rituelen is nu juist dat ze situaties creëren waarin dat krampachtige tijdelijk wordt losgelaten. Dáár mag ineens ontregeling zijn, gêne, schaamte, plagerij en ander ongemak, die je bijvoorbeeld bij de surprise ziet, en die bijdraagt aan de gemeenschapsvorming. Iedereen lacht om iedereen. Onderhuidse wrevel ontsnapt via het ventiel van de plaagstootjes.
Elke rituele traditie heeft twee elementen. Allereerst is er de vorm, die vast, terugkerend en voorspelbaar is. Misschien is het uit een instinctief terugverlangen naar de magie uit de kindertijd dat we geneigd zijn om verjaardagen, Sinterklaas, Kerst en de jaarwisseling precies zo vorm te geven als vroeger. Het vaste moment voor de cadeautjes, het aftellen, het vuurwerk.
Er horen specifieke gerechten bij, vertrouwde geuren. Speculaas, glühwein, kruitdamp. En specifieke objecten. Het is ontroerend om te bedenken dat ieder huishouden een aantal dozen in opbergruimtes heeft staan met nutteloze decoratie die daar maar een paar weken per jaar uit mogen. Engelenkandelaars, kerststerren, die ene nog op de kleutercrèche geknutselde bal. Liturgische parafernalia.
Met Pasen móét er van mijn schoonmoeder aan de ontbijttafel altijd bij elk bord een wipwapje staan, geknutseld van een chocoladereep, een paaseitje en twee kuikentjes. Jeugdsentiment, cultuuroverdracht. Herinneringen worden een blauwdruk voor hoe een ritueel hoort te voelen.
Juist die vaste spelvorm geeft een veilige buitenrand voor wat er daarbinnen allemaal aan onvoorspelbaars kan gebeuren. Dat is het tweede element van rituelen, de drempeltoestand of liminale ruimte, zoals antropologen die noemen. Maar die moeten we dan wel benutten, in plaats van dicht te reguleren tot een risicoloze zone, vol klik-en-bezorg-cadeaus met consent.
Het is een intrigerende paradox: we grijpen meer en meer naar digitale verlanglijstjes met specifieke cadeauwensen om de relaties te beschermen: niemand kan meer teleurgesteld, beledigd of anderszins onaangenaam verrast worden. Tegelijkertijd verkleinen we zo ook de kans om áángenaam te worden verrast. Door het risico uit te bannen, vervlakt de relatie juist. Alsjeblieft, een waardebon. Koop er wat leuks van.
En hoeveel leuks kan een mens eigenlijk verdragen? Bij de volgestouwde pakketafhaalpunten staan in november en december lange rijen. Bij de waanzin van Black Friday, de spullen en prullaria, kun je je afvragen of een jaarlijkse Tintelingen-blender nog iets toevoegt. En als cadeaus blijkbaar zo sterk leunen op persoonlijke voorkeuren – zoals bij parfum of kleding – kun je dan niet beter besluiten om ze helemaal niet te geven?
Wat is nu wijsheid? Precies geven wat iemand vraagt is een zielloze levering, maar een verrassing die de plank helemaal misslaat kan ook funest zijn voor de onderlinge relatie. Hoe voorkom je beteuterde gezichten die je vertellen dat ze er geen waardering in voelen?
Een mogelijk antwoord kwam vorig jaar op discussieplatform Reddit. Een 33-jarige vrouw deelde ergernis over haar moeder, die ieder jaar een Google-document aanlegde waarop alle familieleden hun wensen invulden. Een soort ‘inkoopregister’. Daarop besloot zij in te vullen wat ze níét wilde: „Op de lijst zette ik dingen als ‘grappige’ sokken, Funko Poppen, alles wat ik moet monteren […], plaids, sieraden, kussens, decoratie, etc.”
Een grote trend is dit niet geworden – er zit immers geen verdienmodel aan het niet-kopen – maar ik voel hier wel wat voor: antilijstje.nl. Dat doet weer een beroep op de creativiteit van de gever, die tegelijkertijd tegen de meest fatale flaters is ingedekt. Waarschijnlijk kom je dan eerder uit bij ervaringen: zelfbereide lekkernijen, of een zelfgeschreven lied. Ook dat is onderzocht: de ontvangers ervaren hierdoor een sterkere sociale band.
We hoeven niet terug naar kliedersurprises onder een stervende boom. Maar die geef-mij-niet-lijsten mogen wat mij betreft wel wortelschieten. Die kunnen de cadeaurituelen weer het juiste evenwicht geven: niet dichtgetimmerd, wel afgebakend.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC