Klassiek Een eeuwenoude melodie uit Al-Andalus vormt de rode draad in ‘Lied van de Sibylle.’ Wishful Singing en het Amsterdams Andalusisch Orkest brengen een muzikaal verhaal over het einde der tijden, dat ook voelt als ode aan verbinding en wederzijds begrip.
De leden van Wishful Singing in het paars, met daarachter leden van het Amsterdams Andalusisch Orkest.
Lied van de Sibylle door Wishful Singing & Amsterdams Andalusisch Orkest. Gehoord: 12/12 Grote Kerk Alkmaar; tournee t/m 11/1. Inl.: wishfulsinging.nl
Sopraan Anne-Christine Wemekamp zingt voor en de Grote Kerk van Alkmaar zingt na: Al jorn del judici… „Op de dag des oordeels zal blijken wie dienst heeft gegaan.” De gregoriaanse melodie galmt door het schip. De regel vormt het refrein van ‘El Cant de la Sibilla’, een eindtijdlied uit het mediterrane gebied met wortels in de vroege middeleeuwen. Het lied loopt als een rode draad door het Lied van de Sibylle van Wishful Singing en het Amsterdams Andalusisch Orkest (AAO). Zaterdag was de première, komende weken spelen ze deze bijzonder rijke voorstelling door het hele land.
Een meezingconcert is het zeker niet: pas tegen het einde wordt het publiek uitgenodigd om het refrein te versterken. Maar het past in het rituele karakter en de zorgvuldige opbouw van het programma dat we onze rol van congregatie adequaat vertolken, dus wordt er eerst geoefend. Al eeuwenlang, en nog steeds, zingen mensen deze Mallorcaanse melodie. Ze is zelfs ouder dan de Grote Kerk, merkt Wemekamp fijntjes op.
Het refrein van ‘El Cant’ keert telkens terug en op gezette tijden klinken er coupletten in fraai gezongen arrangementen. Daaromheen wordt de muzikale wereld van Al-Andalus opgetrokken, de ‘Moorse’ beschaving op het Iberisch schiereiland waar kruisbestuiving de norm was en joodse, christelijke en islamitische tradities op allerlei manieren verknoopt raakten. Elke cultuur kent zijn eigen eindtijd: AAO-zanger Salah Eddine Mesbah schittert met zijn soepele stem in liederen die de val van Al-Andalus bezingen. Dramaturg Willem Bruls vergelijkt die gebeurtenis, in westerse schoolboeken de Reconquista genoemd, in het boeiende programmaboek met de Palestijnse Nakba: van een ‘herovering’ was in feite geen sprake, aangezien de Spanjaarden van 1492 weinig te maken hadden met de Iberische bewoners van vóór de Moorse verovering van 711.
Ondanks het reusachtige zwaard dat zangeres Stella Brüggen naar het podium torst, ademt de voorstelling een sfeer van verbinding en wederkerigheid, zowel muzikaal als inhoudelijk. Je moet aandachtig meelezen om te merken waar het ene lied overgaat in het andere. De vijf zangeressen en drie musici bewegen in een kalme choreografie door de ruimte, vullen elkaar aan en reciteren meertalige poëzie, van een traditioneel Sefardisch vers tot een gedicht van Mahmoud Darwish. De rabab (vedel) van Hamza Amrani zaagt klaaglijk. Ilias Markantonis, die vorig jaar het Ud Concours van het Amsterdamse Ud Festival won, improviseert weergaloos, maar laat zijn ud ook als een luit klinken én zingt een Grieks opstandingslied.
Prachtig is de Mozarabische ‘Hymne van de drie kinderen’ die Brüggen en Mesbah elkaar beurtelings a capella toezingen, tegenover elkaar in een soort gewijd duel. De extreme melodische verfijning van Mesbahs zangkunst inspireert Brüggen tot indrukwekkende melismatische versieringen. Een tempoversnelling markeert een ander hoogtepunt: het opzwepende lied ‘Madre de Déus’ uit de Cantigas de Santa María.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC