Home

Hoe Jetten uitgroeide van figurant tot potentiële premier

Politiek jaaroverzicht Rob Jetten deelde bij de verkiezingen een daverende klap uit aan Wilders. De kentering zat al verstopt in een debat dat Jetten dit voorjaar met asiel-minister Faber voerde, zag Tom-Jan Meeus.

In het eerste halfjaar van 2025 is er zoveel onheilspellend Haags nieuws – „ruzie in de top”, crisisdreiging, kabinetsval – dat de politiek op een wereld lijkt die elke dag opnieuw begint.

Politiek volgens de logica van een scheurkalender. Het ochtendnieuws is vaak zo heftig – drama, crisis, catastrofe  – dat alles van gisteren meteen is vergeten. Wie weet nog dat, toen de PVV van Geert Wilders de eerste tien maanden van dit jaar 37 zetels bezette, Rob Jetten van D66 een Haagse figurant met negen zetels was? Dat het CDA van Henri Bontenbal vijf zetels had?

Op papier eindigen Jetten en Wilders op verkiezingsdag in oktober gelijk: beide 26 zetels. In de praktijk deelt de D66-leider zijn PVV-collega een daverende klap uit. Jetten wil, zegt hij, een positieve agenda en krijgt een hoofdrol in de formatie. Met hem wil bijna iedereen regeren. Wilders voorziet de ondergang van Nederland. Met hem wil bijna niemand meer regeren.

En het interessante is: de verandering zit al verstopt in een debat dat Jetten dit voorjaar met toenmalig minister Marjolein Faber (Asiel en Migratie, PVV) en Wilders voert. Faber verzet zich tegen de uitreiking van een lintje aan vrijwilligers die asielzoekers taalles geven. Een een-tweetje met Wilders, die dit „pamperen” van vluchtelingen niet wenst te „belonen met een koninklijk lintje”.

DEN HAAG – Marjolein Faber, minister van Asiel en Migratie en premier Dick Schoof, tijdens het debat over de eenheid van het kabinetsbeleid. Faber weigerde een lintjesvoordracht te ondertekenen voor vrijwilligers die zich hebben ingezet voor vluchtelingen. Bart Maat

Politici die de ophef relativeren– „wéér gedoe?” – zien niet dat hier een aanval op de civil society gaande is: de politisering van actief burgerschap. Het vrijwilligerswerk, de maatschappelijke democratie, waarin Nederland traditioneel een Europese koploper is. Het Kamerdebat krijgt vooral aandacht door veelvuldige herhaling van het moment waarop Frans Timmermans (GL-PvdA) Faber uitmaakt voor „de grootste prutser” ooit.

Jetten kiest een subtielere aanpak. Hij doorziet dat Faber en Wilders hiermee hun pretentie van vaderlandsliefde verloochenen. En eigent zich hun nationalisme toe – wat hij een half jaar later in de campagne zal uitbouwen. „We hebben in dit land niet heel veel nationale symbolen waar we bijna allemaal trots op zijn”, zegt hij. Hij omarmt dit nationalisme. „Maar door het optreden van minister Faber is zelfs die feestelijke lintjesregen nu verpest.”

Wilders is geraakt. In reactie op een interruptie van Denk-leider Stephan van Baarle begint hij uit zichzelf over die keer dat een eerdere D66-leider, Sigrid Kaag, een PVV-daling in de peilingen voorzag. „Het tegenovergestelde is gebeurd.”

Hij doet, het is 2 april, een toezegging. „We gaan leveren op asiel.” (Twee maanden later laat hij het kabinet vallen op asiel.) En hij spreekt zich uit op een wijze die Jetten hem de komende periode kan blijven nadragen: „In de oppositie is het veel makkelijker. Ik heb het jarenlang gedaan. Je kan heel veel roepen maar je krijgt het niet snel voor elkaar.”

Zo is dit debat de aankondiging van Jettens winnende strategie in het najaar. En het laat zien waarom te veel politici nu denken dat debatteren hetzelfde is als schreeuwen. Dat echt debatteren erom draait de opponent zo te raken dat hij zichzelf beschadigt.

DEN HAAG – premier Dick Schoof verlaat Huis ten Bosch, nadat hij het ontslag van zijn kabinet heeft aangeboden aan Koning Willem-Alexander. Bart Maat

De val van het kabinet-Schoof is uiteindelijk een puntgave illustratie van de politiek van 2025. Het rechtse huwelijk van PVV, VVD, NSC en BBB is al na elf maanden ruzie voorbij. Maar geen van de partijen betrekt het debacle op zichzelf: de voortdurende nadruk op het eigen profiel, de eigen bewindslieden, het eigenbelang.

Bezinning, zelfkritiek, spijt: het zit er niet in. Integendeel, ze gaan door op de ingeslagen weg. De radicale verleiding als vanzelfsprekendheid.

Een maand na de val spreekt Wilders op een azc-protest in Helmond. Ondanks alle PVV-grootspraak bleef de spreidingswet onder PVV-minister Faber intact. De burgemeester heeft op grond van die wet ingestemd met nieuwe asielopvang. Voor Wilders is dit allemaal niet gebeurd. Hij stookt bewoners op: „Jullie zijn de baas in deze stad en niet de burgemeester.”

Optredens die eraan bijdragen dat de PVV standhoudt in peilingen. Andere partijen met een behoudende achterban, ook drie van zijn vier oud-coalitiepartners, volgen de man die het kabinet net heeft opgeblazen. En dus stemt de Kamer in met een PVV-amendement over strafbaarstelling van illegaliteit. En dus loopt het bij de Algemene Politieke Beschouwingen uit de hand: de behoudende Kamermeerderheid, ook VVD en BBB, steunt een motie om antifa „als terroristische organisatie aan te merken”.

Talloze slordigheden. De motie is niet in het debat besproken. De motie suggereert dat antifa een hiërarchische organisatie is maar het betreft een verzameling losse groepen die de AIVD niet als terroristisch aanmerkt. Het heeft „een antidemocratisch karakter”, aldus terrorismekenner Beatrice de Graaf in NRC. De consequentie is dat „rechtse populisten” nu de vage categorie antifa kunnen „gebruiken om vermeende politieke tegenstanders monddood te maken”.

Twee dagen na de stemming blijkt hoezeer de behoudende meerderheid het zicht op de maatschappelijke werkelijkheid kwijt is. De dreiging is niet antifa. De dreiging is een asielprotest in Den Haag, het ‘Elsfest’, dat uitdraait op een rechtsextremistische geweldsorgie met nazi-leuzen en Prinsenvlaggen (een NSB-symbool) op het Malieveld en een aanval op het partijkantoor van D66.

Coalitiepartijen, de VVD voorop, weerspreken dat de geweldplegers politieke motieven hadden. Maar de AIVD en NCTV verklaren het geweld mede uit de retoriek van bekende politici als Wilders. „De politiek moet in de spiegel kijken”, zegt AIVD-directeur Erik Akerboom.

Een onverkwikkelijke toestand die raakt aan een ander Nederlands verschijnsel: het verband tussen taboevorming en radicaliteit.

De schrijver Leon de Winter, nu Telegraaf-columnist met waardering voor Donald Trump, is in 1994 co-auteur van een Handleiding ter bestrijding van extreem rechts. Het is een activistische weerlegging van bezwaren tegen migratie. Nog in de jaren zeventig heeft de meest linkse premier uit de geschiedenis, Joop den Uyl (PvdA), in de ministerraad gesproken over de „bijzonder onheilspellende kanten” van massale migratie van Surinamers naar Nederland.

DEN HAAG – Frans Timmermans (Groenlinks/Pvda) tijdens het debat over de val van het Kabinet Schoof.

Maar vanaf 1982, als anti-migratiepoliticus Hans Janmaat (Centrumpartij) in de Kamer komt, groeit een krachtig antifascistisch sentiment. Janmaat zelf bevordert dit met bezoeken aan de nationaalsocialist Florrie Rost van Tonningen, die Hitler blijft vereren tot zij in 2007 sterft.

Tegelijk ontstaat door het antifascisme een taboe op migratiekritiek. Columnist J.A.A. van Doorn beschrijft eind 1982 in NRC dat spreken over „gevolgen van de komst van buitenlanders naar ons land” in „eigentijds fatsoenlijk gezelschap” bijna onmogelijk wordt: „Het is niet ongebruikelijk iemand iets te horen mompelen dat lijkt op ‘racisme’ of ‘fascisme’.” Ook als de latere echtgenote van Janmaat in 1986 een been verliest bij een actie van antifascisten tegen Janmaats partij in Kedichem, blijft de publieke verontwaardiging beperkt.

Dus waar destijds het antifascistische sentiment zo krachtig is dat migratiekritiek verdacht wordt gemaakt, is de situatie in 2025 omgekeerd: het anti-migratiesentiment is nu zo krachtig dat antifascistisch activisme verdacht wordt gemaakt.

De verklaring lijkt me niet ingewikkeld. Het nationale consensusverlangen, veelal gedragen door traditionele regeringspartijen, stimuleert dat thema’s het stempel onbespreekbaar krijgen. En als een politiek taboe te lang standhoudt, ontstaat vanzelf radicalisering op de flanken. Want onbespreekbare thema’s zijn vaak alleen met onmatigheid te doorbreken. Zie het migratiedebat: het verlangen naar minder migratie bij een groot deel van de bevolking is decennia onderschat, met allerlei soorten extremisme als resultaat.

Dus hoewel behoudend Nederland zich in 2025 na de val van het kabinet verliest in de radicale verleiding, bevat die ervaring ook een waarschuwing voor kandidaat-premier Jetten: een kabinet dat gevoelige thema’s onbespreekbaar verklaart, vergroot de kans op politieke onmatigheid.

En als een premier ergens op kan sturen – positieve agenda! – is dat ruimte bieden aan open debat, écht open debat, waarin geen thema of invalshoek onbespreekbaar meer is.

Het duurt tot zeventien dagen voor verkiezingsdag als figurant Jetten een vinger tussen de deur krijgt.

Koplopers hebben het moeilijk. Dilan Yesilgöz vergooit haar kansen met een zomerse tweet over Douwe Bob. Henri Bontenbal krijgt een ongenadige behandeling op SBS6 van voetbalkenner Jack van Gelder als boze rechtse man, en verspeelt de hoofdprijs bij Nieuwsuur omdat hij de ingesnoerde positie van homoseksuele tieners op bepaalde christelijke scholen wegpraat.

DEN HAAG – Dilan Yesilgoz (VVD), Geert Wilders (PVV), Henri Bontenbal (CDA), Rob Jetten (D66), Henri Bontenbal (CDA) en Frans Timmermans (Groenlinks/Pvda) tijdens het Nederland Kiest slotdebat van de NOS. Bart Maat

Timmermans lijdt onder een lage publiekswaardering. Zijn partij heeft zo ijverig aan de fusie gewerkt dat ze inhoudelijk stilstaat en PvdA-boomers – Melkert, Oudkerk, Plasterk –  alle ruimte biedt haar imago te definiëren: radicaal, elitair.

Wilders laat bij Vandaag Inside zien dat hij begint te denken als een autocraat: de heerser die zijn land onderschat en zichzelf overschat. Wilders, de stemmentrekker van 2023, is dood. Hij wil nu als enige de baas worden, „anders doe je twintig jaar over één meter vooruitgang”.

Als Jetten door een gelukje – Wilders zegt af – op 12 oktober aan het eerste RTL-debat begint, staat hij in de Peilingwijzer een kansloze twintig zetels achter op de PVV-leider en tien op nummer twee Bontenbal. Hij presenteert zich als progressieve nationalist. Hij stelt zich open voor andere partijen en standpunten, ook op migratie. Een scherpe maar schappelijke figuur met een positieve agenda. In tweeëneenhalve week streeft hij iedereen voorbij.

De onmatigheid na de kabinetsval helpt de vier oud-coalitiepartijen niets. Ze verliezen allemaal, samen 36 zetels. Hun keuze voor de radicale verleiding brengt een leider in het zadel die nieuwe matigheid uitdraagt. Wat op 2 april in het debat met Faber is begonnen, blijkt 182 dagen later de winnende aanpak.

DEN HAAG – Rob Jetten (D66) spreekt zijn fractie toe, de dag man de verkiezingen.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief Machtige Tijden

Elke zaterdag ontleedt Tom-Jan Meeus in zijn nieuwsbrief de politieke week - en laat zien wat bijna niemand ziet

Source: NRC

Previous

Next