Home

De kiezersgunst als marshmallowtest voor politici

Hij stond er sullig bij, met het bakkersschort voor en de schep met vers gebakken brood in zijn hand. Friedrich Merz, de Duitse bondskanselier, was op werkbezoek bij handwerkslieden in Hamburg; de foto zag ik in de Volkskrant. Het is altijd zielig als politici zich moeten verkleden, maar dit keer speelde nog iets mee bij mijn medelijden: de onmogelijke taak van de CDU-leider om de kiezersgunst te behouden. Merz won een half jaar geleden de verkiezingen met grote beloften: dichte grenzen, grote hervormingen voor economische groei, en dat alles in een vlekkeloos functionerende coalitie.

Nou, succes ermee, dacht ik. Ik zou nog liever een pakketsorteerder in kersttijd zijn dan een bondskanselier die dit soort plannen moet waarmaken terwijl radicaal-rechts staat te trappelen om het over te nemen.

Sowieso denk ik tegenwoordig bij elke verkiezingswinnaar die gaat regeren: dat wordt een teleurstelling. Niet zozeer omdat niemand iets klaarspeelt, maar meer omdat de resultaten nooit in de buurt komen van de verwachtingen. In 2024, een jaar met veel belangrijke verkiezingen, verloren regerende partijen overal. Je zag toen talloze artikelen over de vraag: hoe kan het dat incumbents, de zittende machthebbers, óveral worden afgestraft?

Kijkend naar Merz in zijn bakkersschort zag ik ineens de drietrapsraket die hen laat verliezen: de voorgangers, de beloften, en de beeldvorming. Eerst die voorgangers. In veel landen bestaan er grote en moeilijk oplosbare politiek-bestuurlijke problemen, deels veroorzaakt door jarenlang vooruitschuiven. Friedrich Merz erfde bijvoorbeeld een verouderde infrastructuur, die hij nu wil oplappen met 500 miljard aan geleende euro’s.

In Nederland hebben we het stikstofprobleem, dat zich in de jaren tachtig aankondigde en sindsdien is omzeild. Ook het huidige kabinet doet niets om de boeren uit hun lijden te verlossen. Minister Wiersma traineert het beleid precies lang genoeg om te kunnen wegrennen vóór alles in haar gezicht ontploft; haar opvolger mag het oplossen. Hetzelfde gold voor minister Faber, die niets deed aan de problemen in de asielketen, en lokale bestuurders dupeerde door de spreidingswet op losse schroeven te zetten.

Dan de tweede trap: de beloften van de verkiezingswinnaar. Populistische partijen beloven veel, wat de concurrentie verleidt om hetzelfde te doen. Zo ontstaat een ongezonde beloftewedloop, waarbij ook partijen met normaal gesproken iets meer realiteitszin een totale omwenteling in het vooruitzicht stellen. Friedrich Merz beweerde dat er „op dag één” al geen asielzoeker meer zou binnenkomen. In Nederland beloofden politici ‘nieuw leiderschap’ (D66, 2021), een ‘nieuwe bestuurscultuur’ (NSC en JA21, 2023), een ‘nieuw sociaal contract’ (NSC, 2023), het ‘strengste asielbeleid ooit’ (PVV, 2024) en ‘een fatsoenlijk land’ (CDA, 2025). Partijen komen niet zomaar met plannen voor nieuw beleid, nee, ze beloven een breuk met het heden.

Tel de erfenis van het verleden en de beloften voor een radicaal andere toekomst bij elkaar op en de teleurstelling staat in de sterren geschreven. En dan is er nog de beeldvorming. Hoewel het oplossen van slepende problemen in het belang is van de kiezer, is dat niet altijd waar hij politici op afrekent. Marike Stellinga verwees onlangs in haar rubriek Zo simpel is het niet naar onderzoek van Harvard-econoom Stefanie Stantcheva, die laat zien dat kiezers niet altijd de kennis hebben om beleid te beoordelen. Ze denken bijvoorbeeld ten onrechte dat hogere rente leidt tot hogere inflatie. In Stellinga’s woorden: „De les die we hieruit moeten trekken, is dat goed beleid niet voldoende is. Want het is allerminst zeker dat het ook als goed beleid wordt herkend door grote groepen mensen.”

Complex beleid moet de mensen dus bereiken, maar in de aandachtseconomie concurreert het met mediagenieke incidenten. Vraag je mensen op straat naar hun kennis van recente migratieplannen, dan beginnen ze vermoedelijk eerder over Wilders’ azc-tour dan over het EU-besluit, deze week, om het afwijzen en uitzetten van asielzoekers te vergemakkelijken. De vraag is wat politici doen met deze kennis: willen ze het probleem oplossen of de beeldvormingsslag winnen? Het dieper liggende wantrouwen bestrijd je met het eerste, maar snelle winst boek je met het tweede. Het is een soort marshmallowtest voor politici.

Wie de kiezersgunst wil behouden, moet dus structurele problemen aanpakken, de eigen beloftes nakomen en ook nog mediageniek te werk gaan. Voor verkiezingswinnaars D66 en CDA betekent dat: het puin ruimen van Faber en Wiersma, het fatsoen in de politiek herstellen – in hun gezamenlijke document beloven ze „een politiek die weer normaal doet, samenwerkt en resultaten boekt” – en ondertussen de aandachtsoorlog winnen van partijen die gek zijn op incidenten. Dit alles met een radicaal-rechtse oppositie van bijna een derde van de zetels. Opnieuw: ik zou liever pakketjes sorteren in kersttijd dan me wagen aan deze ondankbare en misschien wel onhaalbare taak. Des te dapperder is het dat Jetten en Bontenbal het willen proberen.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief De Haagse Stemming

Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag

Source: NRC

Previous

Next