Home

Acteur Nasrdin Dchar: ‘Bij mij is kanker het grote ding. Daarvan geef ik Medisch Centrum West de schuld’

Wat als? Het is een vraag die voortdurend door het hoofd van acteur Nasrdin Dchar spookt, nu misschien wel meer dan ooit. Hij maakte er de gelijknamige theatervoorstelling over. ‘Een zorgeloos leven is helaas niet aan mij besteed.’

is tv-maker, schrijver en journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze bekendere Nederlanders.

Afgelopen zomer gebeurde het nog, de paniek sloeg weer eens toe. ‘Ik was in Afrika voor een project en kreeg bizarre pijn aan mijn verstandskies’, vertelt acteur Nasrdin Dchar nadat hij een plekje heeft geregeld in de lobby van de Rotterdamse schouwburg, die op maandagochtend eigenlijk gesloten is. ‘Ik ging daar naar de tandarts en die zei: ‘Ik kan je pijnstillers geven waarop je nog twee weken door kan, maar ik zou dit in Nederland laten behandelen.’ Dat triggerde bij mij meteen de gedachte: fuck, zie je wel, het is echt erg. Vervolgens sloeg het over naar mijn keel en mijn hoofd, ik werd gek van de pijn. Daardoor werd het groter en groter in mijn gedachten. Straks wordt de ontsteking zo erg dat ik hier naar het ziekenhuis moet, en ik zit in een ontwikkelingsland. Straks ga ik hier dood! En dat wil ik niet, dus ik moet nú terug. Dat is het enige wat ik op een gegeven moment nog kan denken. De irrationaliteit neemt het over.’

Ben je toen teruggegaan?

‘Ja, halverwege het project ben ik teruggevlogen. Ik trok het echt niet meer.’

Wat zei de tandarts in Nederland?

‘Die kies moet eruit, zei hij. Ik kon niet meteen terecht, het duurde nog twee weken voordat ik een afspraak had. Maar eenmaal thuis kwam ik gek genoeg weer tot rust. Jezus gast, dacht ik, waarom heb je jezelf zo gek lopen maken dat je zelfs naar huis bent gekomen? Hoezo heb je de angst laten winnen?’

Over dit soort doemgedachten maakt Dchar – die eerder al persoonlijke voorstellingen maakte over zijn Marokkaanse ouders (Oumi en DAD) en over zijn Nederlandse vrouw (Ja) – zijn zesde soloprogramma Wat als, waarmee hij vanaf 28 januari langs de theaters trekt.

De acteur die in populaire series als Mocro Maffia en Het Gouden Uur speelde, brak in 2011 door met de hoofdrol in de film Rabat, waarvoor hij een Gouden Kalf kreeg. Hij was de eerste Marokkaans-Nederlandse acteur die de prijs in ontvangst mocht nemen, zijn ouders zaten met natte ogen in de zaal.

‘Deze prijs staat ook voor het overwinnen van angsten, want die heb ik nogal’, zei Dchar destijds geëmotioneerd. ‘En helaas heeft Nederland die ook. We worden tegenwoordig geïnjecteerd met angst. Ik las een artikel waarin Maxime Verhagen zegt dat de angst voor buitenlanders heel begrijpelijk is. Nou, meneer Verhagen en met u ook Geert Wilders en alle Nederlanders die achter u staan: Ik ben een Nederlander. Ik ben heel trots op mijn Marokkaanse bloed. Ik ben een moslim. En ik heb een focking Gouden Kalf in mijn hand!’ Een uitzinnige staande ovatie volgde. De speech ging viral.

Daarna richtte Dchar Ieder1 op, een organisatie die ‘de eenheid in de samenleving wil bevorderen’. In 2016 riep hij in het televisieprogramma De Wereld Draait Door mensen op om mee te lopen met de diversiteitsparade van Ieder1, een protestmars tegen polarisatie. Tienduizend mensen zongen ‘Nederland is van iedereen’ terwijl ze door de Amsterdamse straten liepen.

‘Ik kan een hele voorstelling maken over al mijn wat-als’jes’, vertelt de 45-jarige acteur als hij een kop thee heeft gehaald. ‘Maar ik ga de mensen uit het publiek ook naar die van hen vragen. Ik merk dat anderen vaak positieve wat-als’jes hebben. O, wat zou ik die ook graag willen! Of denken: dat zien we dan wel weer. Als je op die manier leeft, kun je heel erg van het moment genieten. Terwijl mijn leven vaak wordt verstoord door allerlei irrationele doemscenario’s.’

‘Het gekke is: we zijn hier in Nederland gezegend met een heel veilige leefomgeving, dus zo eng mogen we het hier helemaal niet vinden. En ik ben gelovig, ik geloof dat ieder mens zijn moment heeft om te gaan. Dat moment is al bepaald, dus als dat straks is, dan is dat straks. Alleen wil ik niet dat het straks al is, haha. Maar het lot ligt al vast, snap je? Dus het kan best zijn dat als ik straks naar buiten loop, er iemand iets uit zijn flat gooit dat op mijn hoofd landt en ik sterf. Maar goed, ook al zijn die gedachten er, het gaat erom wat je ermee doet. Ik weet dat ik ze heb, maar ik ga door met mijn leven en maak er het beste van. Afgelopen zomer liet ik me er alleen door beïnvloeden. Ik ben teruggekomen, zoals ik ooit ook heb gedaan toen ik in Marokko was met mijn vrouw. Toen dacht ik dat ik een hersentumor had.’

Welke symptomen had je toen?

‘Ik had een suisoor. Ik had anderhalf jaar kei- en keihard gewerkt en opeens was ik vrij en had ik alle tijd om na te denken. Plotseling hoorde ik suizen als het stil was. Ik ging erop focussen en uiteindelijk werd het in mijn gedachten een tumor in mijn hoofd. Helemaal gek werd ik van mezelf. De mensen om me heen maakte ik ook gek. Dat was geen leuke tijd, ook niet voor mijn vrouw en mijn familie. We gingen naar Marokko om met familie te zijn, en ik was alleen maar in paniek.’

Hoe kalmeerde je?

‘Ik ben weer teruggevlogen en dat was het moment waarop mijn vrouw Amy zei: ‘Nu ga je er echt iets aan doen. Ga naar de dokter en maak een afspraak met een psycholoog.’ Bij die psycholoog heb ik geleerd dat je je hypochondrie moet erkennen. ‘Verwelkom die doemgedachten’, zei ze. Zeg: hé, daar ben je weer. Wat gaat er vandaag gebeuren? O, krijg ik een hartaanval? Oké, dat is goed. En mijn ademhaling zal nu ook wel sneller worden, hè? O ja, daar gaat-ie al, ik zit hoger in mijn adem en krijg het benauwd. Waarschijnlijk krijg ik daarna ook een tinteling in mijn schouder. Ja hoor, daar is-ie. Zo duren je paniekaanvallen minder lang dan wanneer je er tegenin gaat. Wat ook hielp om te kalmeren, is dat de dokter zei: ‘Als het echt een hersentumor is, dan loop je er wel net even anders bij. Dan heb je bijvoorbeeld uitvalverschijnselen.’ Inmiddels ken ik al die symptomen zelf ook. Dat is het bizarre, je onthoudt alles wat met ziekte te maken heeft. Bij mij is kanker het grote ding, daar denk ik altijd als eerste aan. Daarvan geef ik Medisch Centrum West de schuld. Daar keken we vroeger thuis naar, daarmee is het in mijn beleving begonnen.’

Helpt het niet om te denken: mijn sterfdatum is toch al bekend, dus hoezo maak ik me er druk om of ze er op tijd bij zijn?

‘Dat werkt niet. Want ik wil nog niet dood, ik wil mijn kinderen zien opgroeien. Al is de dood nu wel minder beladen dan toen ik nog geen kinderen had. Dat is heel raar. Door het vaderschap dacht ik: als het gebeurt, dan gebeurt het, maar het leven gaat door, want ik heb een kind dat voortleeft. Ik heb dan, met uitzondering van die verstandskies, ook al best een tijd geen paniekaanval meer gehad. Ik merk alleen dat die doodsangst weer terug begint te komen. Een zorgeloos leven is helaas niet aan mij besteed.

‘Wat ik ook heel confronterend vind, is bedenken hoeveel tijd deze angst inmiddels van mijn leven in beslag heeft genomen. Dat is echt verschrikkelijk.’

Jouw vader kampte ook met mentale problemen. Weet je waar die bij hem vandaan kwamen?

‘Het zit in de genen. Zijn moeder was ook een hypochonder. Maar ik kan me voorstellen dat het ook meespeelt dat mijn vader een van de eerste gastarbeiders was die naar Nederland kwam. De bedoeling was dat ze ooit naar Marokko zouden terugkeren, maar doordat hun kinderen hier hun thuis vonden, zijn ze gebleven. Alles achterlaten en naar een land vertrekken dat niet het jouwe is, heeft impact op je psyche, denk ik. Maar hij praatte er niet makkelijk over, en nu gaat dat niet meer. Hij begint dingen te vergeten.

‘Mijn ouders gingen wel anders met mijn angst om dan ik dat doe bij mijn kinderen, ik praat er bijvoorbeeld wel makkelijk over. Ik hoopte daarmee te voorkomen dat mijn kinderen mijn angsten zouden overnemen, maar of dat lukt is de vraag. Mijn ouders hebben er ook alles aan gedaan om mij te helpen, maar dat betekent niet dat het verholpen is. Hun hulp lag vooral in het geloof. Vertrouwen op God. Doe een Koranversje. Dat heb ik allemaal gedaan, en dat doe ik nog steeds. Het biedt me wel wat troost, maar het blijft een generatietrauma.’

Vraag je generatiegenoten van je ouders, die ook hun land hebben verlaten, weleens of ze dat trauma herkennen?

‘Nee. Maar het zou echt een interessant onderzoek zijn. Wat doet het met je om je vaderland los te laten en opnieuw te beginnen in een land dat niet het jouwe is, maar dat wel moet worden, of in ieder geval voor je kinderen? Terwijl je ziet dat je kinderen het hier niet als hun eigen land mogen zien, volgens stemmen die steeds luider worden. Dat creëert een chronisch gevoel van ontworteling.

‘Ik zag Nederland altijd als mijn land. Maar er zijn stemmen die vinden dat ik dit niet als mijn land mag zien. Die stemmen hoorden we ook tijdens de verkiezingen. Het gaat inmiddels over iets veel heftigers, namelijk over ontmenselijken. Dehumaniseren. Het gaat over mensen die hier niet als volwaardig worden gezien. Dat gaat ook weer over de irrationaliteit, die ik vanuit mijn persoonlijke verhaal over mijn angsten in de voorstelling wil koppelen aan het grotere verhaal van Nederland en de wereld. Zoals de irrationale angst dat ons land in 2050 volledig geïslamiseerd zou zijn. Dat zijn geen feiten, maar irrationele angstbeelden waarin veel Nederlanders zijn gaan geloven. Dat zorgde voor de laatste verkiezingsuitslag. Er zijn mensen die opgelucht zijn dat de PVV niet de grootste werd, maar ik ben niet blij, want met de PVV, FvD en JA21 heeft extreemrechts toch gewonnen.’

‘Een stem op Wilders, voelt als een aanval op mij’, zei je de vorige keer dat we elkaar spraken in een geëmotioneerd gesprek over je angst voor de toekomst.

‘Ja, dat interview in 2017 eindigde ermee dat ik zei dat het me hoog zat dat Wilders steeds populairder werd. Nou, als het me toen ‘hoog’ zat, dan weet ik niet waar ik nu zit. Dat heeft zeker ook te maken met Gaza en Palestina, en hoe Nederland zich heeft verhouden tot wat daar gebeurt. Je zegt je als land sterk te maken voor mensenrechten, je biedt je excuses aan voor ons koloniale verleden, maar toch steun je intussen een bezetter. Ik vind dat Israël geboycot moet worden, van sport tot cultuur, alles. Dat doen we met Rusland ook. Waarom dan niet met Israël? Rusland heeft nog niet de stempel genocidepleger gekregen, Israël wel – van grote hulporganisaties en onderzoekers, tot in de VN. We hebben altijd onze mond vol van gelijkwaardigheid en mensenrechten, maar dat blijkt in de praktijk niets waard. En dat leidde ertoe dat het me nóg hoger zit. Alles waarvoor is gestreden, is de vuilnisbak ingegooid. Wat is internationaal recht nog waard als je hier niet tegen optreedt?

‘Israël bombardeerde ziekenhuizen, scholen, universiteiten, kerken en moskeeën in Gaza en nog steeds werd er gezegd: ‘Ja, maar Israël heeft het recht om zichzelf te verdedigen.’ Hoe is dit te rechtvaardigen? Hoe? Twee jaar lang zie ik dag in dag uit op mijn telefoonscherm beelden waarvan ik denk: hoe kan het dat ik dit zie? Ik zie onthoofde Palestijnse baby’s en in het nieuws gaat het vooral over Israëls recht op verdediging, niet over bezetting, niet over 77 jaar onderdrukking. Dat Israël nog steeds als het slachtoffer wordt gezien, vind ik onbegrijpelijk.’

De publieke opinie schuift toch al best een tijd de andere kant op?

‘Ja, de publieke opinie wel, daar ligt dan ook mijn hoop. Toen we twee jaar geleden de straat opgingen, waren we allemaal antisemieten, allemaal Hamas. Begin oktober waren we met 250.000 mensen. Maar nog steeds is er vaak een gekleurd beeld over Gaza.

‘Ik ben opgegroeid met de schotelantenne, via welke ik televisieprogramma’s uit het Midden-Oosten zag, en kreeg daardoor ook altijd het andere verhaal mee: het bezettingsverhaal. Wat doe je als je bezet wordt? Je verzet je. Maar Palestijnen mogen zich niet verzetten. Ze moeten zich koest houden. Terwijl wij het verzet tegen de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog wel als een heldendaad zien.

‘In onze geschiedenisboeken zijn we ook misleid over Palestina. Ik leerde op school niets over de bezetting, over de Nakba. Over hoe Palestijnen Joodse vluchtelingen verwelkomden. Zij kwamen met de boot met een groot spandoek waarop stond: ‘doe niet met ons wat de Duitsers ons hebben aangedaan’. Ik las niet over hoe Palestijnen hen in hun huizen verwelkomden, en hoe ze vervolgens zijn verjaagd, vervolgd en vermoord – al decennialang etnisch worden gezuiverd.’

Jouw lezing van de geschiedenis wordt niet door iedereen gedeeld in het gepolariseerde en gevoelige debat over deze kwestie. Dwing je jezelf weleens om de andere kant van de zaak te begrijpen?

‘Waarom zou ik bezetting willen begrijpen? Waarom zou ik etnische zuivering willen begrijpen? Waarom zou ik willen begrijpen dat er twee mensen zijn – Trump en Netanyahu – die een plan hebben opgesteld zonder de Palestijnen erbij te betrekken?’

De vorige keer dat we elkaar spraken zei je: ‘We willen zó niet meer in elkaar geloven, zo niet meer met elkaar praten.’ Je richtte IEDER1 op. Je zou daardoor kunnen denken dat jij jezelf traint om de mensen te begrijpen die hier anders over denken.

‘Ik denk dat ik minder naïef ben dan zeven jaar geleden. Toen streed ik heel erg voor iedereen, letterlijk. Maar dat is een utopie gebleken. De wereld zit zo niet in elkaar. Gaza heeft zoveel maskers laten zakken. Vooral dat van de westerse samenleving die staat voor menselijkheid, voor: dit nooit meer. Die twee woorden ‘nooit meer’ zeggen we elk jaar op 4 mei. Maar die betekenen helemaal niks meer voor mij. En dat raakt me. Het raakt me zo diep.’

Hoe komt het dat Gaza jou zo diep raakt?

‘Omdat ik zie dat hetzelfde proces als vóór de Tweede Wereldoorlog opnieuw ontstaat: het langzaam ontmenselijken van een groep mensen. Dat gebeurt niet van de ene op de andere dag, dat duurt tientallen jaren. Ook destijds duurde het lang voordat Joden niet meer als mensen werden gezien, maar als iets minderwaardigs, als ratten. Die dehumanisering maakte uiteindelijk mogelijk wat er met de Joodse gemeenschap is gebeurd. Pas als je mensen van hun menselijkheid hebt ontdaan, kun je andere mensen meekrijgen in de gedachte: ze mogen vernietigd worden. Dát is wat Israël heeft gedaan met de Palestijnen. En dat is ook wat we nu al twintig jaar zien gebeuren met moslims in het algemeen: het continu dehumaniseren. Dan ga je je afvragen: hoelang nog voordat de stap wordt gezet dat mensen het heft in eigen handen nemen?’

Je regisseur Floris van Delft vertelde dat jullie overwogen de voorstelling ermee te beginnen dat jij bij je kind op de rand van het bed zit, omdat die niet kan slapen vanwege de angsten om de wereld. Wat zeg je tegen je kind nu jij, de oprichter van Ieder1, niet meer gelooft in iedereen?

‘Dat is een heftige vraag. Dat ik niet meer geloof in iedereen, is niet de juiste formulering. Ik geloof nog steeds in gelijkwaardigheid, in het vieren van de diversiteit, in het vieren van alle verschillende culturen die er in dit land zijn. Maar hoe graag ik dat ook wil, denk ik nu dat niet iedereen daarvoor openstaat. Ik weet zeker dat er groepen mensen zijn die dat niet willen. Die al zo ver zijn dat ze over moslims zeggen: rot gewoon op. We willen je hier niet. En als je hier dan toch bent: hou je fucking bek. Doe je ding, maar ssst! Hoe vaak ik niet hoor: ‘Joh, dan ga je toch lekker in Gaza wonen.’ Door angst die steeds wordt aangewakkerd zijn die irrationele denkbeelden ontstaan. Nederland heeft – net als ik – een angststoornis.’

Je nam je dochter mee naar de Rode Lijn-demonstratie. Hoe leg je aan haar uit wat er in Gaza gebeurt?

‘Over Palestina ben ik heel eerlijk. Als ik met mijn kinderen meekijk naar het Jeugdjournaal en merk dat ze daar niet het hele verhaal vertellen, vertel ik ze dat wel – de gruwelijkheden laat ik daarbij buiten beschouwing.

‘Het volgende gesprek heb ik met ze gehad. Ik vroeg: ‘Stel, mensen die echt hulp nodig hebben, kloppen bij ons aan en vragen of ze mogen blijven slapen. Wat zouden jullie dan doen?’ ‘Als ze echt hulp nodig hebben, dan gaan we ze toch helpen?’, zeiden mijn kinderen. ‘Ja natuurlijk’, zei ik, ‘dat is belangrijk. In moeilijke situaties help je elkaar. Als wij in zo’n situatie zaten, zouden we ook geholpen willen worden. Dat is ook wat ons geloof ons zegt: je helpt elkaar. Maar wat nou als die mensen, die je dus binnen hebt gelaten, op een gegeven moment zeggen als wij thuiskomen: ‘Ja sorry, maar dit huis is nu van ons.’ Hoe zouden jullie dat dan vinden?’ ‘Ja, dag, dat kan toch niet!’, riepen mijn kinderen boos. ‘Het is ons huis!’ ‘Dit is het verhaal van Palestina’, zei ik toen. ‘Dit is wat er is gebeurd, en daarom zijn mensen boos. En daarom worden ze alleen maar bozer en bozer. ‘Maar dat is toch niet eerlijk?’, zeiden ze. ‘Nee’, zei ik, ‘precies, dat is niet eerlijk. Maar de wereld is niet eerlijk. En wat ze jullie op het Jeugdjournaal laten zien is maar een fractie van het hele verhaal.’

Vertel je je kinderen ook over de gruwelijke aanslag die Hamas op 7 oktober pleegde?

‘Die krijgen ze sowieso door het Jeugdjournaal mee. 7 oktober was verschrikkelijk. Maar ik plaats het wel in de context van een veel langere geschiedenis. Het woord ‘gruwelijk’, dat jij koppelt aan de aanval van Hamas, gaat in mijn ogen ook over hoe media en politiek een verschil maken tussen de beschrijving van de Israëlische gruweldaden en die van Hamas. Hamas wordt geframed als barbaars, terwijl de massaslachtingen die de afgelopen 77 jaar door Israël op de Palestijnen zijn gepleegd niet als barbaars werden omschreven. Ik zie 7 oktober niet als startpunt.

‘In 1948 was Hamas er niet. Dus voor mij heeft Hamas helemaal geen waarde in het verhaal van de bezetting. Want als er geen bezetting was geweest, dan was Hamas nooit ontstaan.’

Diepe zucht. ‘Maar goed, mijn voorstelling gaat hier helemaal niet zo expliciet over. Het zal er ongetwijfeld onderdeel van zijn, maar dan gaat het vooral over het gevoel van machteloosheid, en van onrecht. En over wat het met mij heeft gedaan en hoe het mijn leven beïnvloedt. Over hoe het mijn kijk op de wereld heeft veranderd. En over dat ik niet meer naïef ben.

‘Ik vind het gruwelijke tijden waarin we leven. Explosieve tijden ook. Ik voel aan alles dat de geest uit de fles is. Er is iets aan het borrelen in de wereld, en in Nederland. Met de laatste verkiezingsuitslag houden we het even tegen, maar ondertussen zien we extreemrechts alleen maar groter worden.’

Je regisseur vertelde over de roman Choice van Neel Mukherjee, die hem inspireerde. In de openingsscène van dat boek zit ook een vader op de rand van het bed van zijn kinderen. Hij laat ze beelden zien van een varkensslachterij. Hij wil ze voorbereiden op de echte wereld in plaats van op de naïeve wereld in de sprookjesboeken. Hoe kijk jij tegen het gedrag van die vader aan?

‘Ik merk dat ik er nu ook meer naar neig om de harde realiteit te laten zien. Omdat mijn kinderen sterk moeten zijn voor de wereld die straks op hen afkomt. De sprookjeswereld is leuk en aardig, daarmee kun je veel indirect vertellen, maar soms is het goed om het echte plaatje te laten zien. Soms is in your face heel goed. Ze zijn geen 4 meer, dat was de tijd van sprookjes. Ze zijn 9 en 11. Nu is het moment van de realiteit over hoe de wereld echt in elkaar zit aangebroken.’

Hoe kijkt je vrouw daar tegenaan?

‘Zij vindt het moeilijk om stil te staan bij de staat van de wereld en bij wat mensen elkaar aandoen. Zij vindt het ook lastig om zich te verhouden tot mij, iemand die zijn platform steeds gebruikt om zich tegen dat onrecht uit te spreken en die zich daar soms te veel in verliest. Maar ja, ik zie het als de strijd die ik moet voeren. Terwijl ik ook kan denken: maar Nas, je hoeft het niet te doen hè? Het is echt niet zo dat daardoor minder Palestijnen worden vermoord. Het is echt niet zo dat het daardoor in Nederland opeens beter gaat. Maar niks doen is geen optie. Er zit iets in mij dat het niet kan loslaten.

‘Ik heb het even losgelaten, vorig jaar mei. Ik zat bijna tegen een depressie aan. Ik wilde niemand spreken, niemand zien. Ik zette alles af tegen wat er in Gaza gebeurde. Ik was zo boos. Thuis was ik ook niet meer de gezelligste.

‘Het was zo eenzaam. Ik kon er met niemand over praten. Zij gingen naar bed en daarna zat ik de hele avond in mijn eentje te scrollen en te lezen over Gaza. Met Amy had ik het er nooit over. Want ik weet dat zij zich liever richt op hoe we het thuis hebben.’

Dit is de tweede keer dat ik je interview voor Volkskrant Magazine, en de tweede keer dat we eigenlijk alleen maar praten over onderwerpen die met je roots te maken hebben.

‘Ja, maar ik kán niet anders. Ik heb de afgelopen twee jaar zoveel vette dingen op werkgebied gedaan, maar die vallen in het niet bij de oorlog die ik heb gevoerd in mijn hoofd. En de strijd die ik online op mijn platform voer. Veel mensen denken: er is een vredesplan, we kunnen weer door met ons leven. Nee, we kunnen helemaal niet door met ons leven. We kunnen pas door als er bevrijding is.’

Stel dat je dochter ’s nachts naar je toekomt en zegt: ‘Pap ik kan niet slapen, ik ben bang. Hoe kan ik minder bang worden?’ Wat zou je dan zeggen?

‘Ik denk dat ik zeg: ‘Kom naast me liggen’, en dan lekker slapen.’

Hij schiet vol. ‘Soms maken woorden het alleen maar moeilijker, en is even je armen om de ander heen genoeg.’

Wat emotioneert je nu?

‘Het besef dat die angst al generaties wordt doorgegeven. En gewoon alles. Dit hele gesprek al. Het is ergens ook traumaverwerking. Voor wat er in Gaza gebeurt, maar ook in Nederland. Ik ben gewoon bang. Wat als ‘nooit meer’ niet voor ons allemaal geldt?’

Cv Nasrdin Dchar

1978 Geboren in Steenbergen, als derde van vier kinderen.
1994-1999 Havo in Bergen op Zoom.
1999-2006 Nadat hij is afgewezen voor de toneelschool gaat hij bedrijfseconomie studeren aan de Hes in Rotterdam. Tijdens zijn studie speelt hij in diverse theater- en tv-producties.
2006 Tv-serie Shouf Shouf!
2010 Tv-serie De Troon, film Tirza.
2011 Hoofdrol in de film Rabat, waarvoor hij Gouden Kalf krijgt.
2012 Film Süskind. Solovoorstelling Oumi, speciaal voor hem geschreven door Maria Goos.
2016 Tv-serie Zwarte Tulp. Medeoprichter van Stichting Ieder1.
2017 Solovoorstelling Dad.
2018-2023 Tv-serie Mocro Maffia.
2019 Solovoorstelling Ja.
2022 Tv-serie Het Gouden Uur.
28 februari 2026 Tournee met solovoorstelling Wat als?

Dchar woont in Rotterdam, is getrouwd en heeft twee kinderen.

Meer magazine

Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next