Een lang verloren gewaand archief heeft eindelijk geleid tot een biografie van de Nederlandse Nobelprijswinnaar Pieter Zeeman. Die werpt niet alleen meer licht op het werk van de natuurkundige, maar toont ook zijn tragische gezinsleven. ‘Het was thuis nooit echt gezellig.’
is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Hij schrijft over sterrenkunde, natuurkunde en ruimtevaart.
Het is september 1989, en wetenschapshistoricus Anne J. Kox zit aan z’n eerste kopje koffie van de ochtend wanneer hij wordt gebeld. De persoon aan de andere kant van de lijn klinkt opgewonden. Het is notaris Jaap Penders, die belast is met de nalatenschap van Jan Zeeman, zoon van fysicus en Nobelprijswinnaar Pieter Zeeman, die in 1902 samen met collega Hendrik Lorentz de Nobelprijs won voor de ontdekking van wat in de natuurkundeboeken al snel bekendstaat als ‘het Zeeman-effect’.
Zoon Jan woonde tot zijn dood in het grote herenhuis aan de Stadhouderskade 158 in Amsterdam, het familiehuis dat eerst nog eigendom was van zijn vader. ‘Het moet er ooit ongeveer zo uit hebben gezien als hier, maar het was er een enorme bende’, vertelt Kox in het statige grachtenpand van uitgeverij Prometheus, waarbij hij en zijn vrouw Henriëtte F. Schatz onlangs hun biografie van Pieter Zeeman publiceerden.
De meest kostbare spullen waren op die ochtend in 1989 al uit het huis verwijderd. ‘Maar Penders had ook iets zien liggen op de grond, waarvan hij dacht dat het met Pieter Zeeman te maken kon hebben’, herinnert Kox zich.
Veel stelt hij er zich niet van voor, want het verhaal ging jarenlang dat van Pieter Zeemans originele archief niets meer over was. Volgens de overlevering zou alles na een ruzie tussen zijn kinderen zijn weggegooid. ‘Er is zelfs een keertje iemand van het Rijksmuseum Boerhaave aan de deur geweest, maar Jan Zeeman had de deur dichtgesmeten en gezegd: er is hier helemaal niks, donder op.’
Kox zag zijn lage verwachtingen eenmaal in het pand bevestigd. ‘Het stonk er als een gek’, zegt hij. Overal lagen grote stapels kranten, ‘de oudste al uit de jaren veertig, dus je kunt je voorstellen hoeveel het er waren’.
Kox zag er bovendien de gevolgen van een oude lekkage aan het dak, waardoor in heel het huis schade aan de plafonds was ontstaan, en een deel van het plafond van de eetkamer naar beneden was gevallen. ‘De prachtige grote antieke eettafel was voor de helft bedekt met een stuk van dat plafond. Het was nooit opgeruimd of gerepareerd, want Jan liet niemand in het huis toe.’
Zijn pessimisme sloeg om zodra hij de werkkamer van Pieter Zeeman betrad. Al snel stond Kox oog in oog met een rijtje keurig op alfabet en jaar gesorteerde ordners met brieven van en aan Zeeman. ‘Ik keek eerst bij de L of ik dingen van Lorentz zag – en ja, dat zat erin. Toen keek ik bij de E en zag ik warempel een brief van Einstein aan Zeeman’, zegt Kox.
Het gehele archief was nog aanwezig. Van college-aantekeningen tot oude dagboeken, van huiswerk uit zijn kindertijd tot persoonlijke correspondentie. ‘Het was een onbeschrijfelijk gevoel. Ik heb direct tegen Penders gezegd: dit is ongelooflijk belangrijk. Dit is heel erg veel geld waard. Het moet direct dit huis uit, naar een archief.’ Dat lukte. De vondst werd ondergebracht in het Noord-Hollands Archief in Haarlem.
Zo’n 36 jaar ná die eerste opwinding over de vondst verschijnt nu het eerste grote destillaat van dat archief. Waarom heeft dat zo lang geduurd?
‘Mensen hebben nu eenmaal maar een eindige hoeveelheid tijd’, zegt Kox. Hij zat in die periode zes maanden per jaar in de Verenigde Staten voor het wetenschapshistorische Einstein Papers Project, gaf college en moest nog een biografie van Lorentz afronden, waarvoor hij al financiering had gekregen.
En dan lonkte ook nog het levensverhaal van Zeeman. Althans: even leek het alsof deze biografie er nooit zou komen. Kox was klaar met wetenschapsgeschiedenis, na al die jaren die hij had besteed aan Einstein en Lorentz.
Toen de coronapandemie uitbrak, besloot Schatz echter dat ze een project nodig hadden. ‘Maar ik had er geen zin meer in. Ik ga gewoon lekker boeken lezen, dacht ik. Geen projecten meer, dat is afgelopen’, zegt Kox.
‘Ik dacht: weet je wat?’, zegt Schatz, ‘ik begin gewoon: de proloog, het voorwoord, en daarna hoofdstuk één, over Zeemans periode in Zeeland. Dat was al zó leuk. Als je in die tijd vanuit Zeeland naar Amsterdam moest, dan deed je dat met drie rijtuigen, twee boten en dan met de trein via Keulen naar Amsterdam! Dat kostte twee dagen. Dat tijdsbeeld wilde ik delen.’
‘Toen begon het toch ook bij mij weer te kriebelen’, zegt Kox, die zich vooral richtte op de wetenschappelijke geschiedenis van Zeeman, terwijl Schatz zich toelegde op de historische context en het privéleven.
Hij begon zich opnieuw te verdiepen in de historie van het verschijnsel dat Zeemans naam draagt. Het Zeeman-effect laat zien hoe het licht dat een atoom uitzendt met een magneet uiteen kan worden getrokken in meerdere kleuren, enigszins analoog aan hoe regendruppels zonlicht kunnen opsplitsen in de kleuren van de regenboog.
Behalve dat de ontdekking de menselijke kennis van de natuur verder verdiepte, kent het effect ook praktische toepassingen: van de ontwikkeling van hypergevoelige atoomklokken tot de MRI-scanner in het ziekenhuis.
Opmerkelijk is dat Zeeman het onderzoek naar ‘zijn’ effect een beetje stiekem moest doen. Zijn baas, de bekende fysicus Heike Kamerlingh Onnes, wilde helemaal niet dat Zeeman zijn tijd eraan verdoet. ‘Pas toen Kamerlingh Onnes op vakantie was, kon hij zijn gang gaan’, zegt Kox. ‘Dat kwam doordat Zeeman dit een aantal jaar eerder al had geprobeerd en toen geen resultaat had gevonden. Daarvoor was hij op z’n vingers getikt. Kamerlingh Onnes was een strenge directeur: je moest je absoluut aan je opdracht houden, hij duldde niet dat je je met iets anders bezighield dan waarvoor je was ingehuurd.’
Dat was ook voor hun diepe duik in het archief overigens al bekend, zegt Kox, maar hun wroetwerk helpt de details rond die anekdote verder inkleuren, en iets soortgelijks gebeurt bij de rest van zijn wetenschappelijke carrière, die in de biografie uitgebreid aan bod komt.
Toch schuilt de grootste nieuwswaarde misschien wel in de persoonlijke geschiedenis die bewaard is gebleven. Die is echt uniek, zegt Schatz. ‘Bij de biografie van Lorentz wilde ik ook veel meer aandacht geven aan Aletta Lorentz-Kaiser, dat was een belangrijke feminist. Maar Lorentz had per testament verordonneerd dat al zijn persoonlijke brieven verbrand moesten worden en dat heeft Aletta helaas trouwhartig gedaan.’
Heel anders was het archief van Zeeman. ‘Het was zó rijk. Zeeman bewaarde álles, van treinkaartjes tot de rekening van de melkboer, van zijn opstellen uit zijn schooltijd tot briefjes van zijn kinderen. Dichterbij kun je bijna niet komen’, zegt Schatz.
‘Toen ik alle correspondentie begon te lezen met Johanna, zijn vrouw, kreeg ik steeds meer het vermoeden dat er onder het oppervlak van hun naar buiten toe keurige, gelukkige huwelijk van alles speelde’, zegt Schatz.
De biografen ontrafelen een tragische familiegeschiedenis. ‘Johanna werd steeds ernstiger depressief en Pieter Zeeman gebruikte zijn werk om zich te verschuilen, zodat hij alle ellende thuis niet hoefde te aanschouwen. Het werd allemaal met de mantel der kleinburgerlijke liefde bedekt. Naar buiten toe was dit een geslaagd gezin. Welgesteld, succesvol’, zegt Schatz.
‘Johanna was duidelijk meer dan gemiddeld intelligent en haalde goede cijfers op school. Maar nadat ze met Pieter was getrouwd, was er voor haar nog maar weinig ruimte daar iets mee te doen. Het was een andere tijd, vrouwen waren vooral bezig de carrière van hun man te faciliteren. Ze zat thuis, met drie kinderen. Dat viel haar vermoedelijk zwaar.’
De biografie besteedt bovendien ruim aandacht aan hoe de relatie tussen Pieter en zijn zoon Jan verslechterde. Al op de basisschool is Jan een ‘probleemkind’, maar in zijn puberjaren wordt hij pas echt onhandelbaar. ‘Zeeman zat erg met zijn sociaal totaal onaangepaste zoon in zijn maag en hij deed er alles aan om hem een respectabele positie in de maatschappij te bezorgen’, schrijven Kox en Schatz. Dat mislukt.
‘Jans reactie op zijn vaders bemoeienis was er vooral een van protest, verzet en woede-uitbarstingen en dit gedrag deed de spanningen in het gezin Zeeman steeds hoger oplopen. [...] In de huidige tijd had Jan zonder twijfel psychiatrische behandeling en zorg gekregen, maar in die tijd was er niet eens sprake van een diagnose.’ Hoewel ze nog in hetzelfde huis wonen, weigert Jan zelfs aan het sterfbed van zijn vader te verschijnen.
‘De twee dochters van het echtpaar die nog thuis woonden zijn, na de dood van hun moeder, uiteindelijk ontsnapt aan hun broer. Ze vertrokken midden in de nacht, naar een adres dat Jan niet kende. Die meiden waren doodsbang voor hem’, vertelt Schatz.
Annie, een van die twee dochters, herinnert zich hoe het in haar jeugd thuis ‘nooit echt leuk of gezellig was’ – tenzij er gasten kwamen. Het tekent het tragische leven achter het grote wetenschappelijke succes, een leven dat zonder die unieke vondst in 1989 nooit voor het grote publiek beschikbaar was geweest.
Anne J. Kox en Henriëtte F. Schatz: Pieter Zeeman – Van dorpsjongen tot Nobelprijswinnaar. Uitgeverij Prometheus; 440 pagina’s; € 39,99.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Source: Volkskrant