David Shrigley werd een publieksfavoriet met zijn kinderlijke, kleurrijke tekeningen en absurdistische aforismen. De Britse kunstenaar exposeert momenteel in de Kunsthal in Rotterdam. In zijn studio in Brighton raadt hij wat surrealistische verzinsels aan.
is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.
De Britse kunstenaar David Shrigley (57) heeft een advies voor mensen die net als hij verlegen zijn. Word beroemd, dan hoef je je nooit meer aan onbekenden voor te stellen.
De Britse kunstenaar is ervaringsdeskundige. Hij steekt bereidwillig een grote hand uit en zegt natuurlijk gewoon zijn naam. Hij ontvangt op gespikkelde witte Birkenstock-slippers met sokken erin in zijn studio in Brighton, een oud kantoorgebouw met hoge plafonds. Verder niks fancy’s aan. Zijn werkplek ligt aan een steil omhoog lopende weg, waardoor bezoek steevast oververhit en bezweet binnenkomt. Bij de deur hangt een A4’tje met de controlevraag of de ramen wel gesloten zijn, in zwarte Shrigley-letters: ‘Have you shut the fucking windows?’
De Kunsthal in Rotterdam strikte Shrigley voor een tentoonstelling die van vandaag tot en met 3 mei 2026 ongetwijfeld druk bezocht zal worden door liefhebbers van zijn simpele, kinderlijke stijl en de korte, lichtvoetig existentialistische zinnetjes die hij aan zijn tekeningen toevoegt.
Bijna elke dag post hij een nieuwe afbeelding op Instagram, waar hij 1,2 miljoen volgers heeft. Voor eindeloos veel alledaagse situaties en gevoelens is een David Shrigley als satirische of (tragi)komische metafoor beschikbaar. Neem bijvoorbeeld het lijf van een paarse dinosaurus met in rode letters ‘even though you’re extinct, I still think about you all the time’ (‘hoewel je uitgestorven bent, denk ik nog elke dag aan je’): een geinige ode aan een uitgestorven reptiel, maar net zo goed van toepassing op een ex-geliefde of iemand anders die uit beeld is geraakt maar niet vergeten.
Ook in de Londense Stephen Friedman Gallery is op dit moment een installatie van hem te zien: 10 ton aan afgedankt, door Shrigley verzameld touw op een hoop, te koop voor 1 miljoen pond. Het is een verbeelding van het Engelse gezegde ‘money for old rope’; geld voor oud touw.
‘Het werk bestaat omdat ik geïnteresseerd ben in de waarde die mensen aan kunst hechten, en het idioom gaf me een excuus om dat te onderzoeken’, luidt zijn toelichting. ‘Ik denk dat 1 miljoen een eerlijke prijs is, deels vanwege het idee en deels omdat het behoorlijk wat touw is.’
The Guardian gaf vier sterren aan het werk, waar volgens de criticus van de krant de zelfspot en het sarcasme vanaf druipt, waarmee het afwijkt van vergelijkbare rommel-als-kunst-kunst. Het maakt voor het succes van de expositie niet uit of er een gek is die tot aankoop overgaat, zegt Shrigley, maar hij kan het geld goed gebruiken voor de uit de klauwen gelopen verbouwing van zijn huis.
Hij is aardig en cool, op een relaxte, onopvallende manier – geen luide stem, wel het intrigerende talent om onverstoorbaar te blijven terwijl hij iets grappigs zegt. Dezelfde droge manier van dingen verwoorden komt terug in zijn toegankelijke werk, dat buiten de galeries om rijkelijk beschikbaar is voor mensen zonder miljoen op de bank.
In zijn Shrig Shop, een online shop en een fysieke winkel in Kopenhagen zijn originelen van een paar duizend euro te koop, maar ook prints voor vijf tientjes, sokken, sleutelhangers. In tal van andere winkels liggen ansichtkaarten, boeken en mokken, bijvoorbeeld eentje met een glazen bol en de tekst ‘What does the future hold? Arthritis.’
Het meeste in zijn kunstenaarschap is hij nooit van plan geweest, beweert hij. ‘Er is geen strategie. Het is gewoon gebeurd. En achteraf vind ik dat alleen maar goed.’
In de Kunsthal-tentoonstelling What the hell was I thinking? onderzoekt en becommentarieert hij gedachten over eerder werk, twijfelt hij hardop en voert hij ideeën in nieuwe gedaanten op. ‘Waarom heb ik dingen gemaakt zoals ik ze heb gemaakt? Ik denk dat de meeste kunstenaars vooral geïnteresseerd zijn in hun volgende werk, en dat de neiging bestaat om een negatieve kijk te hebben op wat ze in het verleden hebben geproduceerd.’
Hij realiseerde zich dat hij zijn werk altijd contextloos heeft gepresenteerd. ‘Ik ga ervan uit dat mijn werk voor zich spreekt, maar ik besef nu dat dat zeker voor de meer conceptuele objecten niet altijd geldt. Dus heb ik iets gedaan waar ik eerder ver van wilde blijven: er verklarende teksten bij schrijven.’
Achter hem staat een vers olieverfschilderij dat voorlopig en misschien wel altijd binnen de studiomuren blijft, en juist bij ambiguïteit gedijt. Hij heeft geen idee wat hij er méér over zou moeten zeggen dan dat het een roze schubdier in een boom is.
‘Ik begin met een leeg doek, schilder wat bomen en denk: volgens mij heb ik nog nooit een schubdier geschilderd, misschien moet ik een schubdier schilderen. Welke kleur heeft een schubdier? Ik denk bruin, maar ik maak mijn schubdier roze. En dan de tekst ‘what am I doing?’ Gaat dat over wat het schubdier aan het doen is of over wat ik aan het doen ben? Ik weet het niet.’
Zijn werk komt tot stand in een open vorm, bedoelt Shrigley te zeggen, en is daardoor eerder een onvolgroeid voorstel of een uitnodiging dan een uitgedacht statement. ‘Degenen die het zien, voegen de context toe: de context van hun eigen leven. Ik hoop mensen aan te moedigen om hun eigen betekenis op mijn werk te projecteren, wat mij ook helpt om het te begrijpen. Want dat deed ik daarvoor nog niet.’
‘Van alle dieren teken ik het vaakst honden en katten, omdat ze onze metgezellen zijn. Het zijn gezinsleden met wie we niet kunnen praten, maar die we toch woorden in de mond leggen.
‘Mijn vrouw Kim en ik hebben geen kinderen, maar wel een hond. De hond kwam toen ik begin 40 was, en nu ben ik helemaal weg van de hond. Ze is klein, ze vindt mensen leuk, en ze luistert meestal goed.’ Pakt zijn telefoon om een recente Instagrampost te laten zien, een zwart-wit tekening van hun dwergschnauzer Inka met de tekst ‘I could not think of what to draw so again I drew you’.
‘Omdat mijn werk vrij intuïtief tot stand komt, val ik onvermijdelijk in herhaling. Het woord ‘acceptatie’ valt veel, varianten op ‘you must accept’. Het zal iets therapeutisch hebben, of in ieder geval onderdeel zijn van een interne monoloog over de acceptatie van dingen die je nu eenmaal niet kunt veranderen.’
‘Twee dagen voor de opening in de Kunsthal speelt Nottingham uit tegen FC Utrecht in de Europa League. Ik heb een plek in het thuisvak – mezelf voordoen als Nederlander was de enige manier om nog aan kaartjes te kunnen komen.
‘Voetbal heeft een onevenredig groot effect op mijn emotionele welzijn. Vandaag ben ik erg blij, omdat we met 3-0 van Liverpool hebben gewonnen. Als we verliezen probeer ik daar zo min mogelijk woorden aan vuil te maken, wat niet meevalt.
‘Dit seizoen heb ik een nieuwe vriend gemaakt, een man die bij mij om de hoek bleek te wonen. Er stappen in Brighton niet veel mensen op de trein met een Nottingham Forest-shirt aan, dus dat schept een band.
‘Als je voor hetzelfde team bent, zit je nooit om een gespreksonderwerp verlegen. Voor anderen zijn onze gesprekken misschien saai en betekenisloos, maar ik vind het een geweldige basis voor een vriendschap.’
‘Je wordt oud en je krijgt het koud. Mijn enige echte essentiële kledingstuk is een dun thermo-ondershirt. In mei doe ik het uit, en in september trek ik het weer aan. Ik heb er minstens twintig in de kast liggen, allemaal van Marks & Spencer.’
‘Ik zag deze geweldige jazzband rondom de Amerikaanse percussionist Kahil El’Zabar vorige week in een intiem zaaltje in Brighton. Ik ben niet zo’n jazzfan, maar een vriend vroeg of ik meeging en het was onverwacht zó goed. Echt een traktatie.’
Opent Spotify om te checken naar welke muziek hij nu het meest luistert: Osees en The Fiery Furnaces. Eén van Shrigley’s assistenten, Andy Knowles, was in het verleden drummer van die laatste band.
‘Ik heb vroeger ook in bands gezeten, maar ik ben een waardeloze muzikant vergeleken met Andy. Dat weerhoudt me er niet van om gitaar te spelen. Andy woont in Londen. Als hij om half vijf naar het station loopt, schrijf ik soms in een kwartier een liedje voor hem, zodat hij ernaar kan luisteren in de trein. Alleen om hem aan het lachen te maken.’
‘Ik ben van de rituelen, routine en structuur, op het obsessief-compulsieve af. Als ik ga tekenen, leg ik altijd een bepaald aantal vellen papier klaar en hou ik met streepjes op de muur bij hoeveel tekeningen ik heb gemaakt.
‘Ook zoiets: als ik in een hotel slaap, kies ik bij het ontbijt op de eerste ochtend iets uit wat ik alle andere dagen blijf eten. Thuis ontbijt ik altijd met havermoutpap, alleen vandaag niet. Omdat de hond naar de dierenarts moest met een nuchtere maag heb ik uit solidariteit ook niets gegeten.
‘Mijn favoriete ritueel is thee maken. Het is belangrijk dat je het op de juiste manier doet. Jij kookt gewoon water en giet dat over een theezakje?’ Spottend lachje. ‘De kans is groot dat je groene thee om die reden niet lekker vindt. De oolong thee die we nu drinken moet je drie minuten laten trekken, en het water moet tussen de 80 en 90 graden zijn.’
‘Afgelopen week heb ik vooral groenten zitten tekenen. Ik eet geen vlees, maar dus wel veel bonen en peulvruchten. Mijn favoriete groente is de tuinboon. Tuinbonen op een zomeravond, vers uit de peul, lichtjes gestoomd, beetje zout erover, beetje citroensap: o, dat is zo lekker! De beste groente-ervaring die je kunt hebben.’
‘In dit vreemde verhaal gaat een man een paar weken kamperen in het Lake District. Het is het einde van het seizoen, en na een week vertrekken alle andere campinggasten. Hij blijft achter en begint de eigenaar met allerlei klusjes te helpen. De opdrachten die hij krijgt worden steeds ingewikkelder en absurder, en zijn oorspronkelijke plan om met de motor naar India te gaan verdwijnt naar de achtergrond.
‘Het is een krankzinnig en onvergetelijk boek, en er zit ook iets herkenbaars in, omdat het raakt aan een typisch Britse ervaring uit mijn jeugd: kamperen bij een boerderij met slecht weer.
‘Wat ik trouwens een leuk detail vind, is dat de schrijver tot zijn pensioen als buschauffeur bleef werken, ook nadat zijn debuut was genomineerd voor de Booker Prize.’
‘Dit boek ben ik nu aan het lezen, een surrealistische novelle over een architect uit Parijs die op een dag voor het eerst in tien jaar zijn snor afscheert. Niemand in zijn directe omgeving merkt de afwezige snor op, tot het punt dat zelfs iedereen ontkent dat hij ooit een snor heeft gehad. Het drijft hem tot waanzin.
‘Ik hou van dit soort conceptuele verzinsels. Ik moet ook denken aan de roman La Disparition van Georges Perec, A Void is de Engelse titel, waarin 300 pagina’s lang het gebruik van de letter ‘e’ wordt vermeden. Verbluffend briljant, en dan dus niet eens zozeer het proza, maar vooral het idee erachter.’
‘Opnieuw: wat een goed idee. Ik vind het een prachtig concept om de kunstopslag van een museum toegankelijk te maken voor publiek, in een geweldig, bijzonder gebouw ook nog eens. Deze plek is op zichzelf al reden genoeg om naar Rotterdam te gaan.’
‘Ik zeg vaak: de enige mensen die niet gek zijn, zijn degenen die je niet zo goed kent. Iedereen is op zijn eigen manier een beetje raar; we hebben allemaal de neiging onszelf in de weg te zitten en gedrag te vertonen dat helemaal niet helpt bij wat we eigenlijk willen bereiken. Hoe beter je iemand leert kennen, hoe duidelijker dat wordt.
‘Die observatie leidt tot iets dat ik zo veel mogelijk in gedachten probeer te houden: niet te snel oordelen, want het kost tijd voordat mensen echt laten zien wie ze zijn. People reveal themselves slowly.’
17 september 1968 Geboren in Macclesfield, Engeland.
1988-1991 Environmental art, Glasgow School of Art.
1995 Eerste solo-expositie Map of the Sewer in Transmission Gallery, Glasgow.
2003 Animeert videoclip voor Good Song van Blur.
2005 Begint met een wekelijkse cartoon in het weekendmagazine van The Guardian.
2013 Genomineerd voor de Turner Prize met zijn expositie Brain Activity in Hayward Gallery, Londen.
2015 Ontwerpt mascotte Kingsley voor het Schotse voetbalteam Partick Thistle.
2016-2019 Really good op de vierde (lege) sokkel op Trafalgar Square, Londen.
2022 Boek Get your shit together, opening Shrig Shop, Kopenhagen.
2025 Exhibition of Old Rope in Stephen Friedman Gallery, Londen. What the hell was I thinking?, van 13 december tot en met 3 mei te zien in de Kunsthal, Rotterdam.
David Shrigley woont met zijn vrouw in Brighton.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant