Home

Verantwoordelijkheid nemen is je kleuren tonen én samenwerken met een minderheidskabinet

is columnist van de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.

Hè hè. Je moet nooit te vroeg juichen, maar het lijkt erop dat het gedoemde idee van een belachelijk brede coalitie met D66, CDA, VVD en GroenLinks-PvdA van de baan is. Met grote ogen heb ik zitten kijken hoe linkse mensen er schande van spraken dat de VVD niet met links wilde regeren. Waarom zou je dat willen, als je links bent?

Dat de manier waaróp Dilan Yesilgöz GroenLinks-PvdA uitsloot woede wekt, is begrijpelijk. De VVD-leider zette de partij weg als radicaal. Terwijl ze zelf de radicale kant op hangt, samenwerking zoekt met het daadwerkelijk radicaal-rechtse JA21 en de nog radicalere PVV alleen uitsluit wegens onbetrouwbaarheid en niet op grond van de inhoud.

Maar verder? Je hebt er als links op gehamerd dat deze VVD is afgedreven, niet te vertrouwen is, zo’n beetje alles vertegenwoordigt waartegen je te hoop loopt. Dan zijn de verkiezingen geweest en hup, je gooit jezelf in de aanbieding. En je bent vervolgens diep verontwaardigd als de VVD je niet wil hebben. Het is logischer om je af te vragen waarom GroenLinks-PvdA zelf eigenlijk geen blokkade opwierp tegen de VVD met haar huidige koers.

Nu wil ik wel aannemen dat GroenLinks-PvdA-leider Jesse Klaver zijn ergernis optisch aandikt. Het is betrekkelijk veilig om te zeggen dat je iets per se wilt als je weet dat het toch niet gaat gebeuren. Dat zal ook een boodschap aan de linksere D66-kiezers zijn: kijk eens, aan ons heeft het niet gelegen, D66 belazert jullie!

Dan blijven er nog heel wat serieuze linkse pleidooien over voor zo’n ‘middencoalitie’, en dat is gek. Links is al gemarginaliseerd. Kleiner dan ooit. Je moet welhaast een politieke doodswens hebben om dan in een coalitie te stappen met drie partijen rechts van je, waaronder je tegenpool.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Er wordt verwezen naar de paarse kabinetten van de jaren negentig en naar Rutte II. Perioden waarvan ik dacht dat links er inmiddels met gêne op terugkeek, omdat de PvdA toen meewerkte aan respectievelijk de uitverkoop van publieke diensten, overdreven harde bezuinigingen die een economische crisis verdiepten, en rampzalig verlopen verbouwingen van het uitkeringsstelsel, de langdurige zorg en de jeugdzorg. De kwaliteit van het openbaar bestuur is er niet van bekomen, de kwetsbaarste Nederlanders dragen de gevolgen nog steeds.

Maar de stabiliteit dan, hoor je wel. Het landsbelang. Alsof een verbond van politieke aartsrivalen die elkaar voor geen cent vertrouwen zo stabiel zou worden.

Belangrijker dan wat de consequenties zijn voor links, zijn de gevolgen voor de democratie. Bij elke politieke keus moet je je tegenwoordig afvragen of die de kans dat we een volwaardige democratie blijven groter maakt of kleiner. En een minderheidskabinet is minder slecht voor de toekomst van de democratie dan dat brede middenkabinet.

Een coalitie waarin heel uiteenlopende partijen elkaar met pietepeuterige afspraken klemzetten, waardoor zij zich niet goed kunnen profileren, versterkt het beeld dat zij één pot nat zijn. Vergeet niet dat je tijdens eerdere paarse combinaties ten minste nog oppositie van CDA en GroenLinks had. Nu zou je die bijna helemaal overlaten aan een stevig radicaal-rechts blok, dat zich dan kan opwerpen als de enige echte volksstem en nóg meer terrein kan veroveren.

Een rechts kabinet met daartegenover een betrekkelijk grote linkse oppositiepartij, zoals we nu waarschijnlijk krijgen, laat kiezers zien dat er meer smaken zijn dan radicaal-rechts of ‘de rest van het soepie’.

Om dezelfde reden zou iedereen er onmiddellijk mee moeten ophouden om alles van VVD tot GroenLinks ‘middenpartij’ te noemen. Een funeste term, die alles grauw maakt en door radicaal-rechts zelf bedacht had kunnen zijn. Er zijn een paar middenpartijen: D66, CDA en ChristenUnie. Meer niet.

Een minderheidskabinet kan heus een ramp worden. Mijn grootste vrees is dat we alleen kortetermijnmaatregeltjes krijgen, terwijl Nederland nodig heeft dat er vooruit wordt gekeken. Klaver wijst daar terecht op.

En van mij hoeft de VVD er ook niet bij. Veel kritiek die je kunt hebben op de partij heb ik hier weleens opgeschreven.

Maar of we het nu leuk vinden of niet, een minderheidskabinet past vermoedelijk beter in ons versnipperde politieke landschap, waarin ook nog eens een flink aantal partijen antidemocratisch is of niet in staat tot deugdelijk besturen.

Vanuit links gezien kun je betogen dat het beste van twee werelden voor het oprapen ligt: ruimte om duidelijk te laten zien waar je voor staat én invloed op het beleid wanneer het kabinet steun nodig heeft.

Voor de staat van de democratie kan het gunstig zijn dat een kabinet steeds op zoek moet naar meerderheden, omdat zo enigszins recht wordt gedaan aan de behoeften van diverse groepen Nederlanders, ook groepen die zich buitengesloten voelen. En om het contrast aan te zetten met het politieke vandalisme van de afgelopen jaren is het goed als partijen laten zien dat ze kunnen samenwerken. Met een minderheidskabinet móét dat wel.

De hoogste vorm van verantwoordelijkheid nemen is onder deze omstandigheden dus niet om jezelf vast te nagelen in een verstikkende omhelzing met je grootste tegenstanders. Het landsbelang dien je misschien meer door je partijkleuren op te poetsen en te bewijzen dat er iets te kiezen valt. Én door op grond van de inhoud goede deals te sluiten met een minderheidskabinet, zelfs als daar een partij in zit die jou met valse streken buiten de deur heeft gehouden.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next