De laatste bladzijde Veel flamencodansers lijken het leed van de wereld mee te torsen, maar Mathilde Brugman was open, vrolijk, iemand die makkelijk contact legde.
Mathilde Brugman in 2016.
Lief, vrolijk, bescheiden, innemend. Iemand die je graag bij je in de buurt hebt. Een vrouw met een vleugje mysterie. De herinneringen van haar vrienden en mede-flamencistas aan danseres Mathilde Brugman zijn opmerkelijk eensluidend en positief. Het bericht over haar voortijdige overlijden in oktober kwam dan ook als een klap voor de compacte Nederlandse flamencogemeenschap. In de kring van dansers die op professioneel niveau actief zijn kent iedereen – bijna – iedereen. Dus ook Brugman, al volgde zij eigenzinnig haar eigen weg in het wereldje.
„Dat vond ik heel mooi aan haar, het dwong respect af”, zegt haar vriendin en collega-bailaora (flamencodanseres) Carmen Buitenhuis, met wie zij geregeld optrad. „Mathilde wilde niet gebonden zijn aan een gezelschap of een instituut. Ze zocht naar eigen manieren om haar creativiteit te ontwikkelen.”
Muy gitana, noemt Buitenhuis die hang naar vrijheid en autonomie: een kenmerk van de zigeuners die de flamenco naar Zuid-Spanje brachten. Het liefst had Brugman haar danscarrière helemaal in Spanje opgebouwd, waar ze haar opleiding had gevolgd. Ze bezocht er gemeenschappen die idealistisch, vreedzaam, vegan en bijna off-grid samenleefden; de alternatieve levensstijl waartoe ze zich aangetrokken voelde en waarin ze haar dochtertje, die ze thuisonderwijs gaf, wilde opvoeden.
Het eigengereide zat er al vroeg in. Silvia Cabeza gaf Brugman haar eerste flamencolessen. De docente, die al jaren weer in Sevilla woont, herinnert zich een kinderlijk ogend meisje. Maar zo stil en verlegen als het kind was, zo vastbesloten was de jonge Mathilde om, een beginneling nog, naar de gevorderdengroep door te stromen. Cabeza zag het eigenlijk niet zitten. „‘Je bent in september begonnen, het is nu juni!’ Maar dat hield haar niet tegen. Helemaal achteraan zag ik haar rénnen om alle bewegingen te doen. Ze sloeg geen les over.”
Brugman volgde de vooropleiding van de dansacademie Codarts in Rotterdam, maar voltooide haar flamencostudie in Sevilla, de hoofdstad van de flamenco. Bij de Fundación Cristina Heeren dompelde ze zich onder in de traditionele stijlen tijdens de lessen van gerenommeerde docenten, onder wie José Galvan (vader van flamenco-iconoclast Israél) en Carmen Ledesma. Van Milagros Menjibar leerde zij het manipuleren van de bata de cola (de sleep van de traditionele flamencorok), waaier, castagnetten en omslagdoek (mantón).
Die attributen worden vooral geassocieerd met Brugmans favoriete palos (flamencostijlen), de vrolijke alegrías en de daaraan verwante, flirterige guajíras. „Veel flamencodansers lijken het leed van de wereld mee te torsen, maar zij straalde altijd vrolijkheid uit met die lach van haar. Ik denk dat veel mensen zich die zullen blijven herinneren”, denkt Buitenhuis. „Het bijzondere is dat ze óók altijd iets mysterieus hield.”
Ook Maria Spaans had die ervaring. Zij is bestuurslid van de flamencostichting Terremoto en organiseerde jaren achtereen het festival Lleno de flamenco in het Amsterdamse Paradiso. Brugman was veelvuldig van de partij. „Ze was open en enthousiast”, aldus Spaans. „Toch bleef ze ook erg op zichzelf. Je kon nooit helemáál hoogte van haar krijgen.”
Het gezin Brugman was creatief en muzikaal. Allemaal volgden ze flamencolessen. Vader had een pianowerkplaats en Femius, de tweelingbroer van Adriaan, verbleef aanvankelijk ook enige tijd in Sevilla om een dansopleiding te volgen. De vier broers Brugman kozen een andere richting. De tweeling bestiert tegenwoordig een boerderij in Boekelo, in de gemeente Enschede, en Mathilde Brugman verdeelde sinds 2021 haar tijd tussen Spanje en Boekelo, waar ze zich uiteindelijk het beste thuis voelde.
Spaans bewaart een dierbare herinnering aan het optreden van Brugman met haar broers tijdens ‘haar’ festival in 2012. Spaans: „Mathilde trad op met Boudewijn, die heel erg op haar lijkt, en de tweeling. Het idee was spontaan opgekomen. Zoals ze sámen dansten, echt een klein wondertje!”
Brugman had in Nederland toen al naam gemaakt en trad regelmatig op in Duende, het Amsterdamse tapascafé annex flamencotheater waar elke zondag live optredens zijn. Ook was ze meermaals te zien tijdens de Flamenco Biënnale, waar ze pop-upperformances gaf. Zo vertegenwoordigde zij een nieuwe, bruisende flamencogeneratie die zich dankzij betere lesmethoden snel had ontwikkeld.
Daarnaast had ze links en rechts losse gigs – op bedrijfsfeesten, verjaardagen en bruiloften. Zanger Pablo Martinez werkte vaak met haar samen. Bij hun kennismaking – gitarist Jeff Heijne vroeg hun voor zijn eindexamen van het conservatorium – verbaasde Martinez zich over haar perfecte Spaans en zijn gevoel haar al jaren te kennen. „Dat moet ongeveer twaalf jaar geleden zijn geweest. Ze was iemand met een fijne vibe. Fijn om bij haar in de buurt te zijn. En ze kon ook nog flamenco dansen.”
Brugman was, vertelt Martinez, helemaal doortrokken van de Spaanse cultuur en het flamencogevoel. Dat uitte zich onder meer in haar vermogen te improviseren. „Zonder repeteren gewoon doen wat opkomt, vooral in de fiesta-stijlen. Die zijn losser en frisser. Heel vrij, maar dat is waar flamenco over gaat uiteindelijk.”
Dat Buitenhuis haar muy gitana noemde begrijpt hij wel. Hij ervoer het tijdens optredens, waarin ze zich op een volstrekt natuurlijke manier presenteerde, „alsof ze in haar normale doen was. Zo hoort dat ook. Als je in de flamenco gaat, wordt het wat je bent”.
Op de Plaza de España in Sevilla in 2017.
Hij denkt ook met waardering terug aan de manier waarop ze tijdens optredens communiceerde, met hem en de gitarist. Met andere dansers ontstond dat contact vaak minder vanzelfsprekend. „Elkaar in de ogen kijken is belangrijk. Met haar was dat heel gemakkelijk.”
Als ze in Nederland was, gaf Brugman ook les. In Amsterdam en Utrecht verzorgde ze introductiecursussen voor alle leeftijden, waardoor ze vele beginnelingen haar passie voor de Spaanse dansen bijbracht. Begin 2025 vestigde ze zich met haar dochter na haar vele omzwervingen permanent in Boekelo, bij haar broers. Brugman was ziek teruggekomen uit Spanje. Ze bleek uitgezaaide baarmoederhalskanker te hebben. Die hoopte zij, geïnspireerd door de – zeer omstreden – Germaanse Nieuwe Geneeskunde zelfstandig te kunnen genezen met intensieve psychische arbeid en zonder behandeling in het reguliere medische circuit.
Eigenzinnig als ze was, en overtuigd van het zelfherstellend vermogen van het lichaam wees zij, ondanks liefdevol aandringen van sommigen in haar omgeving, ook de chemokuur af die haar op het laatst nog werd aangeboden. Meer en meer verzwakte ze, ondanks de toegewijde zorg van naaste familie en vrienden. In oktober overleed ze, nog maar 38 jaar, in Boekelo.
In deze rubriek elk weekeinde een portret van iemand die recent is overleden.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC