is Ombudsvrouw van de Volkskrant.
Ombudsvrouw Loes Reijmer behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de journalistiek van de Volkskrant. U kunt haar per mail bereiken.
Simon Neefjes zei het zelf al in de reconstructie die de Volkskrant over de val van informateur Hans Wijers maakte: ‘Ik ben helaas suspect number one.’
De oud-reclameman heeft goede contacten met VVD-leider Dilan Yesilgöz. Hij zat in de kleine appgroep waarin het feeks-appje van Hans Wijers was gedeeld, en haalde het bericht daar weer naar boven toen bekend werd dat Wijers informateur zou worden. En ja, op LinkedIn had hij zijn ongenoegen geuit over de keuze voor deze informateur, en zijn genoegen over diens opstappen.
Alleen: hij houdt vol niet achter het lek te zitten. Neefjes voelt zich, na de publicatie van de reconstructie, door de Volkskrant en in de publieke opinie veroordeeld. ‘Ik heb een smetteloze carrière achter de rug’, zegt hij. ‘Maar nu is dit het verhaal dat beklijft.’
Op LinkedIn wordt hij ‘boef’ genoemd. Hij zegt vragen te krijgen van instellingen en goede doelen waaraan hij verbonden is. ‘Alsof ik opeens besmet ben.’
Vooropgesteld: ik kan hier niet vaststellen of Neefjes achter het lek zit. Sluitend bewijs daarvoor ontbreekt, ook de auteurs van de reconstructie zijn er niet achter gekomen. Sterker nog: dat was ook niet de bedoeling van dit verhaal, benadrukken ze. Het was geen whodunit, geen zoektocht naar het lek, maar een beschrijving van hoe de kwestie Wijers nog nadreunt in de politiek, journalistiek en de Amsterdamse zakenwereld. Toch voelt Neefjes zich beschuldigd. De vraag die hier voorligt is of de krant in de werkwijze iets beter had kunnen doen.
‘Hans Wijers’ val als informateur ettert nog altijd door: wat gebeurde er precies?’, luidde de kop van de reconstructie die zaterdag 29 november verscheen. Het verhaal ging dus niet alleen over de app, maar bijvoorbeeld ook over de totstandkoming van de lobbyclub Stem voor Stabiliteit, waarin Neefjes en mediaondernemer Willem Sijthoff zaten, die het oorspronkelijke appbericht van Wijers ontving.
Het verhaal ging óók over de vraag of Wijers op de verkiezingsavond Yesilgöz tot leugenaar heeft bestempeld, zoals NRC had geschreven. Zes aanwezigen verklaarden met naam en toenaam aan de Volkskrant zeker te weten dat hij de VVD-leider niet zo had genoemd. Daarop besloot NRC te rectificeren.
De reconstructie werd alom geprezen – terecht ook. De verslaggevers zijn dan ook niet over één nacht ijs gegaan. Het was een monsterklus: om de hele kwestie te reconstrueren spraken ze ongeveer veertig mensen.
Een van de grieven van Neefjes gaat over een bijeenkomst in De Pieper, de stamkroeg van de vriendenclub. Sijthoff was er die vrijdagavond niet bij, maar achteraf zou hij van twee aanwezigen – en later nog een derde – hebben gehoord dat Neefjes daar zou hebben opgeschept dat hij achter het lek zat. Eén aanwezige, die anoniem wilde blijven, bevestigde in de krant dat hij inderdaad naar Sijthoff is gestapt met die boodschap. Neefjes heeft een andere lezing van de avond: volgens hem is het een misverstand, het ging om ‘wat slechte grappen’.
Hij vindt dat de passage een verkeerde interpretatie weergeeft. Het was volgens hem ‘borrelpraat’, en hij kreeg van de aanwezigen ook het idee dat zij die lezing inmiddels onderschreven, vertelt hij. In de krant kwam hij erachter dat dat niet zo was.
De gebeurtenis is volgens de verslaggevers van belang, omdat het een volgende stap was in het escalerende conflict tussen Sijthoff en Neefjes. Dat wilden zij beschrijven. Het ging er volgens de auteurs niet om wat er precies in De Pieper is gezegd, en wie gelijk heeft. De intentie van het verhaal was immers niet om de schuldige achter het lek aan te wijzen, benadrukken ze.
Toch kan ik me voorstellen dat sommige mensen het zo hebben gelezen. Zie alleen al het intro, met het citaat van Neefjes: ‘Ik ben helaas suspect number one.’ Dat zou een onweerstaanbaar begin van een whodunit kunnen zijn. Ook draaien andere gedeelten van het verhaal duidelijk om waarheidsvinding, bijvoorbeeld of het aannemelijk is dat Wijers op verkiezingsavond Yesilgöz een leugenaar had genoemd. Niet voor niets besloot NRC te rectificeren.
In navolging van de publicatie schreef Joop, de nieuws- en opiniesite van BNNVara: ‘Neefjes is ook de waarschijnlijke bron van het gelekte privé-appje.’ Op een bijeenkomst van Vrij Nederland zei de bestuurskundige Hendrik Noten over de invloed van het grote geld op de politiek: ‘Ik vind Elon Musk wel van een ander kaliber dan Simon Neefjes die Hans Wijers ten val brengt.’
De krant is niet verantwoordelijk voor wat andere media met het materiaal doen. Toch was het goed geweest als duidelijker was gemaakt dat het verhaal geen whodunit is. Als in de inleidende alinea’s niet alleen de bedoeling van het stuk was beschreven (‘Wie op zoek gaat naar antwoorden, komt al snel tot de ontdekking dat de affaire juist in de Amsterdamse zakenwereld nog volop doorettert’), maar ook wat de Volkskrant niet beoogt te doen: het lek aanwijzen. We zijn ‘open over wat we wel en vooral niet weten’, is immers een van de beloften.
Een alinea waarin beschreven werd dat een appje op vele manieren bij een journalist terecht kan komen, en dat een lek veelal niet te achterhalen is, was een goede oplossing geweest. Een meer expliciete erkenning dat er ook alternatieve scenario’s mogelijk zijn, had veel van de grieven van Neefjes weggenomen.
De reclameman kreeg zijn citaten voor publicatie voorgelegd en ging daar, met een paar kleine wijzigingen, mee akkoord. Zo was het ook afgesproken. Hij wist niet in welke passages zijn citaten zouden terechtkomen.
Toch was het beter geweest om de stukken waarin hij een belangrijke rol speelt volledig voor te leggen voor publicatie – op voorwaarde van vertrouwelijkheid. Hij is immers een van de hoofdrolspelers en wordt door Sijthoff ergens van beschuldigd: ‘Iedereen kan de optelsom maken.’ Iemand in die positie zou wat mij betreft mogen weten op welke manier hij op zaterdagochtend op de mat valt.
‘Voor Neefjes kan de beschuldiging van Sijthoff niet als een verrassing zijn gekomen’, laten de auteurs weten. ‘Hij vertelde zelf dat zijn vriend hem niet geloofde. Ook appte een van onze bronnen dat Neefjes zich al voor publicatie boos bij hem had gemeld.’
Vanwege dat laatste vreesden de auteurs dat hij hun bronnen onder druk zou zetten. Dat beeld werd in hun ogen bevestigd toen een bron deze week, na een gesprek met Neefjes, zijn verklaring introk. En daar overigens óók weer op terugkwam.
Neefjes benadrukt dat de bron zelf het initiatief tot een gesprek met hem nam, en noemt het opmerkelijk dat de bron voor zijn gevoel ‘steeds draait’.
Bij inzage had een voor Neefjes beduidende kwestie in elk geval voor publicatie rechtgezet kunnen worden: in de slotalinea’s meldt de krant dat de Amsterdamse ondernemers ‘hun buik vol hebben’ van politiek. ‘Dat geldt niet per se voor Neefjes’, valt er te lezen. ‘Hij krijgt na alle heibel over het lek een telefoontje van Yesilgöz, zegt hij. ‘Heel lief.’’
Neefjes vindt dat hier de suggestie wordt gewekt dat hij plezier heeft beleefd aan de kwestie. Dat wil hij weerspreken: als iemand er zijn buik van vol heeft, ook al vóór de publicatie in de Volkskrant, dan is hij het. Waarvan akte.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant