De Nederlandse handbalsters zijn er op het WK in eigen land niet in geslaagd de finale te halen. Topfavoriet Noorwegen won in Rotterdam de halve finale met 35-25.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.
De Nederlandse handbalsters hebben twee weken mogen denken dat ze de allerbeste van de wereld zouden worden. Ze zijn ver gekomen, verder dan velen van tevoren hadden gedacht, maar zoals zo vaak eerder dachten de Noorse handbalsters weer eens niet mee.
Aan de bijna tienduizend fans in Ahoy lag het niet, die bleven de ploeg in de halve finale tot het eind toe steunen. En aan de handbalsters zelf lag het eigenlijk ook niet, in ieder geval niet aan hun vechtlust. En aan Estavana Polman lag het zeker niet: lobjes, schoten achter haar rug langs, alles haalde ze uit de kast om op haar laatste WK de finale te halen.
Het lag aan de Noren, die zoals eigenlijk bijna altijd te sterk zijn voor Nederland. En vooral aan Henny Reistad, de beste speelster van de wereld. Eigenhandig was het niet, want ze kreeg hulp van nog vijftien uitstekende spelers, maar met tien doelpunten was ze wel zoals zo vaak de uitblinker.
Door de nederlaag speelt Nederland zondag de troostfinale tegen Frankrijk. Daar kan alsnog een medaille worden gehaald en dat was en is het grote doel op het toernooi in eigen land. Maar omdat Nederland op dit WK al zeven keer had gewonnen, was er stiekem gehoopt op het ultieme: een finale in eigen land.
Nederland begon twee weken geleden enigszins aarzelend aan het WK tegen Argentinië, maar toen die wedstrijd eenmaal gewonnen was, leek de ploeg niet meer te stuiten. In een steeds uitzinniger Ahoy werden ook Egypte, Oostenrijk, Tunesië, Frankrijk en Hongarije verslagen.
Door die laatste overwinning stond Nederland voor het eerst sinds zes jaar weer eens in de halve finale van een eindtoernooi. Dat daarin angstgegner Noorwegen de tegenstander zou zijn, kon de pret nauwelijks drukken. In deze vorm, hoopten de handbalsters, konden ze van iedereen winnen.
Eerder op de avond hadden bovendien de Duitse collega’s al het goede voorbeeld gegeven. De medeorganisator van het toernooi zorgde voor een verrassing door regerend wereldkampioen Frankrijk te verslaan. De Duitse handbalsters haalden voor het laatst een medaille (WK-brons) in 2007.
Als een thuisploeg het goed doet op een sporttoernooi, werkt dat sfeerverhogend en nu lonkte opeens een finale tussen de twee gastlanden. Een Nederland tegen Duitsland nog wel.
Daarvoor moesten alleen die Noren nog even worden verslagen, iets wat sinds 6 december 2019 niet meer was gelukt. Op het EK vorig jaar verloren de handbalsters kansloos met 31-21. Op het WK in 2023 was het net iets minder erg: 30-21.
Dat het ook nu een zware avond zou worden, was binnen een minuut duidelijk, want toen had Reistad haar eerste doelpunt al gemaakt. Op het 1,81 meter lange slangenmens krijgt vrijwel geen enkele ploeg greep. Ze heeft niet alleen een fantastisch afstandsschot, maar glipt ook langs verdedigers alsof ze er niet staan.
Zo ging het de hele eerste helft door, aan het eind had de beste speelster van de wereld er al zeven in liggen. Toch lukte het Nederland een kwartiertje om in het spoor te blijven, door Dione Housheer en Larissa Nüsser, maar opvallend genoeg ook door een ontketende Polman.
‘Leef alsof het je laatste dag is’, speelden de dj’s in Ahoy toepasselijk bij een van haar vier doelpunten voor rust. Polman neemt na dit toernooi afscheid en was door bondscoach Henrik Signell nog niet veel ingezet. Als ze speelde leek ze soms in te houden, alsof ze niet durfde door te stoten of te schieten.
Nu bleek dat de altijd al grillige Polman het had opgespaard voor dit moment, in de wedstrijd waarin het echt moest gebeuren. Vooral door haar vierde doelpunt liet ze het publiek opveren. Ze vloog de cirkel in en leek kansloos, maar met een schot achter haar rug langs wist ze Katrine Lunde toch nog te verrassen.
De 45-jarige Noorse keeper pakte in de eerste helft slechts 23,5 procent van de ballen, heel weinig voor haar doen. Maar aan de andere kant kwam Yara ten Holte, die zo’n uitstekend toernooi speelde, slechts tot 10,5 procent. Met de rust hadden de Noren daarom toch een gaatje geslagen: 18-14.
Toevallig was dat precies de ruststand van de wedstrijd in 2019, die door Nederland dus gewonnen werd. Bondscoach Manu Mayonnade zei toen in de rust dat er weinig aan de hand was, dat Nederland goed speelde, maar wat ongelukkig was geweest. Zijn ploeg moest gewoon op dezelfde manier doorgaan.
De huidige bondscoach Henrik Signell laat zich ook niet snel gek maken en herinnert zijn spelers er vaak aan dat ze zich aan het plan moeten houden. Maar in tegenstelling tot in 2019 kroop de ploeg nu niet langzaam dichterbij. De Noorse voorsprong liep op tot vijf, tot zes, tot zeven, tot acht doelpunten.
Zo’n voorsprong geven de Noren meestal niet meer uit handen, en ook nu niet. Al deden de Nederlanders hun best. Met een briljant lobje bracht Polman het verschil terug tot vier, maar daarna namen de Noren het heft weer in handen. Zondag mag Duitsland in de finale proberen of het wel lukt om ze te verslaan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant