Home

Als het Nexperia-conflict niet snel wordt opgelost, ‘springen concurrenten in dat gat’

Conflict met Beijing China blijft voorlopig afhankelijk van autochips uit het buitenland. Maar die hoeven niet van het in Nederland gevestigde Nexperia te komen. Hoe langer het conflict rond Nexperia voortduurt, hoe meer marktaandeel het bedrijf verliest. „Los het intern op.”

Nexperia-fabriek in Dongguan, China.

Naast de gloednieuwe gebouwen van Wingsky Semi, een autochipproducent die hier twee jaar geleden is begonnen, ligt de grond nog braak. Het is rustig in deze uithoek van Shanghai op anderhalf uur rijden van het centrum, waar de afgelopen jaren een nieuw bedrijventerrein is gebouwd met gulle steun van het stadsbestuur. Zes kilometer verderop ligt een ‘gigafactory’ van autofabrikant Tesla, die zich in 2019 als een van de eerste bedrijven in dit gebied vestigde.

Wingsky speelt een belangrijke rol in het conflict rond Nexperia tussen Nederland en China. Het was deze startup van Nexperia-eigenaar Zhang Xuezheng (ook bekend als ‘Wing’) waar Nexperia dit jaar voor 120 miljoen euro orders afnam die het niet nodig had, omdat Wingsky in financiële nood zou zitten. Ook aantijgingen dat er ongeoorloofd kennis en techniek van de Nexperia-chipfabriek in Nederland zou wegvloeien naar China hebben alles te maken met de ontwikkeling van deze nieuwe fabriek.

De ambities waren groot. Voor het Chinese Wingtech, het moederbedrijf van Nexperia, was het opbouwen van productiecapaciteit in China de volgende stap in een strategie om een wereldleider in de halfgeleiderindustrie te worden. De eerste stap was de acquisitie van Nexperia zelf. De Nederlandse chipmaker, een spin-off van Philips met het hoofdkantoor in Nijmegen, werd in 2018 door Wingtech gekocht. Het was de allereerste keer dat een Chinees bedrijf een gerenommeerd internationaal chipbedrijf overnam.

Eind september bevroor demissionair minister van Economische Zaken Vincent Karremans de activiteiten van Nexperia op basis van een niet eerder gebruikte noodwet, omdat hij vreesde dat productie en intellectueel eigendom zonder toestemming naar China zouden worden overgeheveld. China sloeg terug met een exportverbod voor chips geproduceerd in Chinese Nexperia-fabrieken, waardoor autofabrikanten wereldwijd in de problemen kwamen.

De chips van Nexperia, die een belangrijke rol spelen in met name de auto-industrie, worden geproduceerd in twee stappen. In Europa worden ze gedrukt, en op een andere locatie – tot nu toe grotendeels in China – worden ze afgemaakt.

Door ook in China een volledige productieketen op te zetten zou het bedrijf efficiënter kunnen groeien, was het idee. Het bedrijf had sinds de overname veel nieuwe Chinese klanten binnengehaald, die het best lokaal bediend konden worden. Meer lokale chipproductie paste bovendien binnen de Chinese overheidsagenda, waardoor het bedrijf kon rekenen op goedkope leningen. Ondertussen zou Nexperia ook in Europa blijven doorgroeien.

Maar sinds het conflict rond Nexperia losbarstte, staan die plannen op losse schroeven. Het Nederlandse hoofdkantoor en de Chinese tak van het bedrijf hebben de communicatie verbroken en beschuldigen elkaar over en weer van mismanagement.

Inmiddels is na diplomatiek overleg de noodwet waarmee Nederland had ingegrepen ingetrokken. China heeft de exportstop op Nexperia’s chips ook opgeheven. Maar er loopt nog altijd een onderzoek naar wanpraktijken binnen het bedrijf bij de Amsterdamse Ondernemingskamer, die de Chinese topman schorste en Nederlandse managers heeft aangesteld. De Chinese eigenaar is daartegen in beroep gegaan. Het proces kan jaren duren.

Nu het conflict binnen het bedrijf voortduurt, is in China de blik gericht op Wingsky. Kan de nieuwe fabriek zijn belofte waarmaken? Chinese media spreken van een „switch naar het back-up plan” en ook Wingtech zelf zegt „actief bezig te zijn” een volledig Chinese productieketen te realiseren.

Maar hoe zit het eigenlijk met China’s mogelijkheden om de chips van Nexperia te vervangen door exemplaren van eigen bodem? En wat zegt dat over de toekomst van dit conflict? 

‘Halfgeleiders zijn geen zonnepanelen’

Op de middag dat NRC langsgaat bij Wingsky lijkt er geen sprake van snelle uitbreiding. Bij een achterdeur met een automaat waar je met een code pakketjes kunt afhalen, komen af en toe werknemers naar buiten. Een jonge vrouw die zegt ruim een jaar bij de fabriek te werken vertelt dat het vorig jaar drukker was. Een man die een grote glazen pijp naar binnen sjouwt („voor de fab”) zegt dat het „z’n gangetje” gaat. Het bedrijf zelf wilde die dag niemand beschikbaar maken voor een interview.

Ook een leverancier uit Suzhou, die wacht op een taxi bij de hoofdingang, zegt dat Wingsky op dit moment geen hoge productie draait. Hij verwijst naar de harde concurrentie tussen bedrijven in de halfgeleidersector en de bredere economische malaise in China. „Iedereen heeft er last van”, zegt hij voor hij wegrijdt.

Ook Laila Khawaja, een specialist op het gebied van China’s chipindustrie voor consultancybureau Gavekal Research, ziet hoe het huidige economische klimaat de ontwikkeling van de Chinese halfgeleiderindustrie negatief beïnvloedt. Er wordt vooruitgang geboekt, maar niet in zo’n hoog tempo als vaak wordt beweerd. De sector heeft enorme investeringen nodig en heeft last van de Amerikaanse exportbeperkingen. China heeft nog een lange weg te gaan voor het een wereldspeler is op dit vlak. „Halfgeleiders maken is erg complex. Het zijn geen zonnepanelen of elektrische auto’s.”

Dat geldt ook voor autochips. Op dit moment komt slechts zo’n 10 tot 15 procent van de autochips die China gebruikt uit het land zelf. Een deel daarvan zou ook in China gemaakt kunnen worden, maar dat geldt nog niet voor de chips van betere kwaliteit.

Wingsky is wel belangrijk voor de sector. Het is de eerste autochipfabriek in China die werkt met siliconenschijven van 12 inch, waarmee je efficiënter chips kunt maken dan op kleinere schijven. Ook werd de fabriek als eerste in China goedgekeurd door internationale autoleveranciers Bosch en Continental, waarschijnlijk vanwege de samenwerking met Nexperia.

Vanwege het financiële risico van de start-up – waarin meer dan 1,5 miljard euro is geïnvesteerd – werd Wingsky niet onder het beursgenoteerde Wingtech zelf, maar onder diens moederconcern Wentianxia geplaatst. Wel waren er afspraken dat de bedrijven niet zouden concurreren en dat Wingsky op een later moment onderdeel zou worden van Wingtech. Vanaf het begin werd over Wingsky gesproken alsof het een onderdeel was van Nexperia. Zo schreef Wingsky in een persbericht uit 2022 dat het in de toekomst wilde „bijdragen aan een hogere productie voor Nexperia” om aan „de groeiende vraag van haar klanten” te voldoen. 

Het lijkt Khawaja waarschijnlijk dat Wingsky in deze beginfase nog lang niet op volle capaciteit draait, en onder financiële druk staat. Ze denkt dat door het conflict rond Nexperia bedrijven sneller hun productieketens binnen en buiten China gaan scheiden, een proces dat nu al bezig is. De Chinese overheid heeft ook aangekondigd dat het land sneller zelfvoorzienend moet worden op het gebied van autochips. „Die kant gaat het sowieso op. Maar dat zal echt nog wel even duren.”

Slecht voor het bedrijf

Op de korte termijn vormen de problemen binnen Nexperia echter een kans voor de, voornamelijk niet-Chinese, concurrentie. Hoewel de levering van Nexperia-chips weer op gang is gekomen, blijft het conflict tussen het Nederlandse hoofdkwartier en de Chinese tak van het bedrijf, die elkaar de afgelopen weken bleven bestoken met wederzijdse beschuldigingen, voor onzekerheid zorgen onder kopers van autochips.

Klanten stappen daarom naar alternatieven zoals het Amerikaanse Texas Instruments, een van de grootste producenten van de goedkope chips waarin Nexperia specialiseert, en het Duitse Infineon.

Khawaja: „Deze affaire is heel slecht voor de reputatie van Nexperia, zeker nu die zo lang aanhoudt. Je laat je klanten de dupe worden van je dispuut. Los het intern op. Anders gaan andere bedrijven zeker in dat gat stappen en je marktaandeel overnemen.”

Bronnen binnen de auto-industrie vertellen dat ze de afgelopen maanden veel moeite deden om vervangende autochipleveranciers te vinden. Dat was niet makkelijk – in sommige categorieën autochips heeft Nexperia een marktaandeel van 40 procent – maar is inmiddels aardig gelukt, zegt een manager van een autobedrijf in China in een achtergrondgesprek. Nexperia loopt het risico dat het concern straks geen klanten meer heeft, vreest hij.

Een truck wacht bij de poort van de Nexperia-fabriek in Dongguan.

De oplossingen die beide partijen in het conflict nu zeggen na te streven zijn duur en kosten tijd. Dat geldt voor de plannen van Wingtech om de productie bij Wingsky op te schalen, maar ook voor die van het Nederlandse hoofdkantoor van Nexperia. Dat heeft aangekondigd de packaging fabriek in Maleisië flink uit te breiden als mogelijke vervanging van de fabriek in het Chinese Dongguan.

Volgens investeringsmanager Aaron Zhou moet Nexperia Nederland dat proces niet onderschatten. Vanuit China zijn de afgelopen jaren veel bedrijven naar Zuidoost-Azië verhuisd, onder andere om Amerikaanse importheffingen en andere restricties te omzeilen. „Ik heb veel vrienden die hun fabrieken naar Zuidoost-Azië proberen te verplaatsen. Maar er is daar minder ervaring. Vaak verloopt het niet zoals gepland.”

‘Decoupling is onlogisch’

Zhou, die ook werkzaam is bij de podcast Voice of Context van databedrijf Baiguan, volgde als investeringsmanager de overname van Nexperia vanaf het eerste uur. In 2019, kort nadat de overname officieel werd, bezocht hij Wingtech om meer te leren over hun plannen. De aandelenprijzen van Wingtech verviervoudigden in die periode, en het bedrijf haalde veel nieuw kapitaal op.

„De sfeer destijds was ongelooflijk optimistisch. Iedereen dacht dat Wingtech het volgende Texas Instruments zou worden”, vertelt Zhou in een online videogesprek vanuit Hongkong. Zelf investeerde hij uiteindelijk niet in het bedrijf. Hij vroeg zich af of het Wingtech wel zou lukken om het Europese Nexperia succesvol te integreren.

Zes jaar later lijkt dat niet te zijn gelukt. De investeerders van toen zijn veelal boos en teleurgesteld in wat eigenaar Zhang met hun investeringen heeft gedaan. „Ze stapten in toen de aandeelprijzen hoog waren, en bijna iedereen van hen heeft geld verloren.”

Ook nu nog denkt Zhou dat het in het belang van beide partijen in het conflict is om een compromis te vinden. De Chinese kant van Nexperia heeft de Europese markt nodig om te groeien, terwijl het voor Nexperia Nederland lastig wordt om de fabriek in China, waar de autochips worden afgemaakt, te vervangen. Sinds de overname groeide bovendien het Chinese klantenbestand voor het bedrijf, nu goed voor 48 procent van de omzet, fors. De kans is groot dat veel van hen wegvallen als het bedrijf wordt opgesplitst. „Een decoupling is onlogisch.”

Precedent scheppen

Intussen leidt het conflict in China ook tot discussie over wat dit betekent voor andere Chinese bedrijven die in het buitenland willen investeren, of dat al hebben gedaan. Hoe veilig zijn die investeringen nog?

Zhou denkt niet dat de belangstelling voor Europa als investeringsbestemming afneemt. Maar de tijd van grote strategische overnames lijkt voor Chinese bedrijven voorbij. „Ik volgde Nexperia in detail omdat ik dacht dat er meer zulke acquisities zouden volgen. Dat blijkt niet het geval.

„Chinese bedrijven zullen anders gaan investeren. Bijvoorbeeld door niet het hele bedrijf over te nemen, maar alleen een deel. Dan lopen ze minder risico.”

Voor bestaande Chinese investeringen in strategische sectoren werpt het slepende conflict lastige vragen op, denkt analist Khawaja. De ingreep door minister Karremans was de eerste keer dat er zo publiekelijk ingegrepen werd bij een Chinese investering in het buitenland. Zoals in de Amsterdamse rechtbankdocumenten is te lezen, speelde de Chinese handelsoorlog met de VS daarbij een rol: Washington had aangegeven dat Nexperia’s identiteit minder Chinees moest worden om in aanmerking te komen voor een uitzondering op de Amerikaanse handelsbeperkingen.

In dat verband is het exportverbod op Nexperia-chips dat China invoerde niet verrassend, denkt ze. De Chinese overheid moest laten zien dat het kan opkomen voor de belangen van de eigen investeerders. „Anders geef je je gewoon over. China moest krachtig optreden, want als Nederland zo kan ingrijpen, kunnen andere overheden dat ook. Ze moesten een precedent scheppen.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief Wereldzaken

Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.

Source: NRC

Previous

Next