Home

Met bondscoach Signell speelt Nederland weer om de prijzen. Hoe heeft hij dat voor elkaar gekregen?

Onder leiding van Henrik Signell maken de Nederlandse handbalsters eindelijk weer kans op een medaille. De Zweedse coach kende een roerige start, maar op het WK in eigen huis blijkt dat hij Oranje weer aan de praat heeft gekregen.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.

Het is duidelijk te zien op de beelden van de kwartfinale. Vlak voor het einde van de wedstrijd tegen Hongarije, als de euforie op uitbarsten staat, gaat de hand van Henrik Signell naar zijn mond. In zijn geval kan dat maar één ding betekenen: de coach van de Nederlandse handbalsters verwijdert een zakje snus of stopt een nieuwe achter zijn lip.

Het verversen van de nicotinezakjes gaat bij de Zweed de hele dag door, hij doet het zelfs zestien seconden voor het bereiken van een mijlpaal. Een stuk of zestig zakjes per dag gebruikt hij, en het lukt hem maar niet te stoppen. ‘Ik moet eerst een rustig moment vinden’, zei Signell ruim een jaar geleden, bij zijn aantreden als bondscoach van de handbalsters.

Dat moment heeft hij nog altijd niet gevonden en zeker tot en met zondag gaat dat ook niet gebeuren. De handbalsters staan dan in het Rotterdamse Ahoy ofwel in de WK-finale, of ze spelen er om een bronzen medaille. Wat zeker is, is dat Signell (49) ze weer aan de praat heeft gekregen, dat hij de vrouwen na zes magere jaren weer naar de beste vier landen van de wereld heeft geloodst.

‘Saaie coach’

Het is een bijzondere prestatie van een bondscoach die na zijn aantreden een storm veroorzaakte met zijn beslissing om Estavana Polman niet te selecteren. Maar de Zweed straalt doorgaans vooral rust uit en is ook niet bang om kleurloos over te komen. ‘Dit is het antwoord van een saaie coach’, is een van zijn favoriete zinnen. En ook: ‘Het is niet mijn baan om te entertainen.’

Signell nam vorig jaar het roer over van zijn landgenoot Per Johansson, die na de Olympische Spelen plotseling vertrok. Het was Johansson daar voor de derde keer op rij niet gelukt om door te dringen tot de laatste vier. ‘Ik heb de kracht niet meer’, liet hij teleurgesteld weten en hij leverde zijn contract in.

Zo zaten de handbalsters ruim een jaar voor het WK in eigen land zonder coach en met twijfels of ze weer aansluiting zouden kunnen vinden bij de wereldtop. Juist op het thuistoernooi wilde Nederland eindelijk weer eens een medaille halen. Om die missie toch te laten slagen kwam het Nederlands Handbal Verbond uit bij een man die dat zelf als bondscoach nog nooit was gelukt.

Teamontwikkelaar

Als bondscoach van Zweden kwam Signell niet verder dan een vierde plek; in 2017 was Nederland in de WK-troostfinale te sterk. Eremetaal ontbreekt dus in ieder geval tot zondag nog, maar Signell bouwde in twintig jaar tijd wel een reputatie op als een coach die teams verder kan ontwikkelen.

Dat deed hij eerst bij IK Sävehof, de club waar hij zelf lang spelmaker was. Als speler reikte hij tot één interland, maar al op 29-jarige leeftijd beëindigde hij zijn carrière en begon hij als coach. Met de handbalsters van Sävehof pakte hij drie landstitels op rij. Onder zijn leiding als bondscoach (2016-2020) nestelde Zweden zich in de subtop; het land was net niet goed genoeg voor de medailles.

Het is precies die positie waarin ook Nederland de afgelopen zes jaar zat. Maar nu maken de vrouwen eindelijk weer kans op een medaille, zoals in de periode tussen 2015 en 2019 steeds het geval was. Wat is Signells bijdrage aan dit nieuwe succes?

‘Ik beslis niks in mijn eentje’, zegt hij zelf. ‘En ik wil ook helemaal niks beslissen, want ik ben niet de beste in alles. We hebben leiders in de verdediging, we hebben leiders in de aanval en samen maken we een goed plan. Natuurlijk moet ik soms knopen doorhakken, maar zij hebben extreem veel ervaring, en het zou stom zijn als ik die niet zou gebruiken.’

Meedenkende speelsters

Het zijn woorden die hij ook bij zijn presentatie al in de mond nam. De coachingstijl past bovendien bij de Nederlandse handbalsters, die graag meedenken over de tactiek en manier van spelen.

‘Hij zegt vaak: jullie weten hoe je moet handballen’, zegt spelverdeler Larissa Nüsser. ‘Als hij al bijstuurt, dan gaat het vooral om details: net even een andere pass, net even iets anders lopen. Maar hij is zeker niet een coach die alles steeds wil omgooien.’

Zijn voorganger Johansson wilde zijn stem nog weleens verheffen, zoals gebruikelijk is op de Balkan, waar hij lang werkte. Maar Signell is in het openbaar zelden opgewonden, en hij hamert er ook bij zijn spelers op dat ze tijdens wedstrijden het hoofd koel moeten houden.

‘Als iets niet lukt, kun je in de stress raken en zoeken naar andere oplossingen’, zegt Nüsser. ‘Dan gaat de een dit doen en de ander dat, en daar wordt het niet beter van. Henrik herinnert ons er steeds aan dat het beter is om je aan het plan te houden en daar vol voor te gaan.’

Betrouwbaar en voorspelbaar

Signell is vooral betrouwbaar en voorspelbaar, zegt ook zijn assistent Ricardo Clarijs, die sinds 2018 bij het team betrokken is en in die zeven jaar vijf bondscoaches langs heeft zien komen. ‘Als hij drie keer in dezelfde situatie zit, zal hij ook drie keer dezelfde reactie hebben. Er zullen altijd spelers zijn die het niet met hem eens zijn, maar ze weten wel wat ze van hem kunnen verwachten.’

Soms lijkt het of Signell het erom doet, alsof hij zijn degelijkheid cultiveert. Zijn hobby? Paddestoelen plukken. Toen hij als speler tijdens een zware training in een park eens cantharellen zag staan, werd hij helemaal enthousiast. ‘Maar ja, de anderen interesseerde dat natuurlijk niets.’

Signell verlangt naar eigen zeggen altijd naar zijn huis. Voor zijn werk reist hij vanuit Zweden op en neer naar Nederland. In Partille, een dorp in de buurt van Gothenburg, woont hij samen met zijn partner Teresa Utkovic, een voormalig handbalster. In 2019 kregen ze samen een dochter; uit een eerdere relatie had Signell al een zoon. Zijn gezin was de reden dat hij in 2020 niet inging op een aanbod van de Deense topclub Odense om daar trainer te worden.

Toch schrikt deze ogenschijnlijk kalme man er niet voor terug om de boel op te schudden als hij dat nodig vindt. Hij was vorig jaar nog maar net bondscoach toen hij routiniers Laura van der Heijden en Estavana Polman liet weten dat ze niet meegingen naar het EK. Vooral het passeren van boegbeeld Polman leidde tot ophef, teamgenoten spuiden openlijk kritiek, maar de Zweed gaf geen krimp.

‘Dit team is de laatste jaren bij toernooien steeds als vijfde of zesde geëindigd’, legde hij uit. ‘We kunnen doorgaan op dezelfde manier, of we kunnen proberen sommige dingen te veranderen.’

Vergevingsgezinde vedette

Op het EK van vorig jaar kregen jongeren de kans. Signell kon zien hoe het team zonder boegbeeld Polman zou functioneren. Na dat toernooi, waarop Nederland zesde werd, concludeerde hij ook dat hij haar weer terug wilde. Hij vloog naar Boekarest, waar hij een vergevingsgezinde vedette aantrof. ‘We zijn niet goed begonnen’, zei Polman. ‘Maar we hebben goed gekletst en nu is het goed.’

Het leek op een knieval, maar Signell had altijd gezegd dat het besluit niet definitief was – hij liet de deur open. Bovendien is er sinds de terugkeer van Polman wel degelijk iets veranderd, de dynamiek is niet meer hetzelfde. Na het WK-goud van 2019 worstelden de handbalsters lang met de hiërarchie in het team. Iedereen was gewend dat de oude uitblinkers het voortouw namen, terwijl dat lang niet altijd meer goed uitpakte.

Signell heeft nu een duidelijke keuze gemaakt: hij gebruikt Abbingh en Polman vooralsnog veel meer in een dienende rol. Anderen krijgen veel meer speeltijd. Kelly Dulfer is zijn leider in de verdediging, Nüsser en Dione Housheer zijn de voortrekkers in de aanval.

‘Diep vanbinnen wil je altijd belangrijk zijn’, zegt Abbingh. ‘Maar we zijn professioneel genoeg om ons ego aan de kant te zetten. Want het grotere doel is natuurlijk gewoon om te winnen.’

Trots op hun houding

Op die houding is Signell nog het meest trots, zegt hij na het bereiken van de laatste vier op het WK. ‘Ik begrijp het 200 procent dat niet alle zestien spelers blij zijn met hun speeltijd, maar ik zie ook dat ze het accepteren. Ook de meer ervaren speelsters: ze blijven heel veel bijdragen en dat vind ik heel bijzonder.’

Zo nu en dan gaan zijn gedachten nog terug naar zijn roerige start. ‘Niet vaak, maar natuurlijk komt dat soms naar boven. Hoe het was voor mij en hoe de dynamiek in de groep toen was. Maar ik denk vooral aan hoe het nu is. En dan denk ik dat we er op dit moment erg goed voor staan.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next